Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02079

Toezegging Toezending brief inzake de Nederlandse rulingpraktijk (34.002)



De Staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Essers (CDA), toe om de Kamer een notitie te sturen over de Nederlandse praktijk van fiscale rulings. 


Kerngegevens

Nummer T02079
Status voldaan
Datum toezegging 16 december 2014
Deadline 1 juli 2015
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden Prof.dr. P.H.J. Essers (CDA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen bedrijven
belastingen
fiscale rulings
rulingpraktijk
vestigingsklimaat
Kamerstukken Belastingplan 2015 (34.002)


Uit de stukken

Handelingen I 2014-2015, nr. 13, item 4 - blz. 4

De heer Essers (CDA):

Mede als gevolg van de actuele Starbuckszaak over verboden staatssteun staat de laatste tijd het Nederlandse rulingbeleid weer volop in de schijnwerpers. Ook hierover maken wij ons zorgen, want het rulingbeleid is altijd een teken geweest van een transparante, deskundige Nederlandse Belastingdienst, die bereid is om binnen de normen van wet en jurisprudentie duidelijkheid voor de toekomst te verlenen. De aldus geboden rechtszekerheid is een groot goed voor internationale bedrijven die investeringen in Nederland wensen te verrichten. Het feit dat dit beleid nu in diskrediet wordt gebracht, achten wij ten onrechte. Dat laat onverlet dat het mogelijk moet zijn om bij individuele rulings te toetsen of er wettelijke grenzen zijn overschreden, bijvoorbeeld op het terrein van verboden staatssteun. Dit speelt thans in de Starbuckszaak. 

Wij vinden het in dit verband ook een goede zaak dat de Belastingdienst van plan is om Nederlandse taxrulings uit te wisselen met de belastingdiensten van verdragspartners. Voor zover ik weet, was dat in het verleden ook al het geval. Vreemd is het echter wel dat het Nederlandse parlement geen vertrouwelijk inzagerecht heeft in deze rulings. Daarmee kan het parlement zijn controlerende taak niet volledig waarmaken. Ik heb het niet over een inzagerecht met betrekking tot individuele belastingplichtigen waarvan iedereen kennis kan nemen, maar over een vertrouwelijk inzagerecht. Om te voorkomen dat er onnodige geruchtenvorming rondom de rulings ontstaat, lijkt het mogelijk maken van een strikt vertrouwelijke procedure, op grond waarvan parlementariërs inzicht kunnen krijgen in de inhoud van afgegeven rulings, wenselijk. Graag vernemen wij hieromtrent de mening van de staatssecretaris. 

Handelingen I 2014-2015, nr. 14, item 11 - blz. 17-18

Staatssecretaris Wiebes:

De heer Essers heeft gevraagd of het zin heeft om in een vertrouwelijke procedure parlementariërs inzicht te geven in de inhoud van afgegeven rulings. Wij moeten ons niet schamen voor onze rulingpraktijk. Wij hebben ook niet iets te verbergen. De Rekenkamer heeft ons laatst een 8,5 gegeven, en de Europese Commissie ook. Bij één van de dertien onderzochte rulings was er op één van de aspecten daarvan een vraag. Meer is het ook niet. Wij menen dat wij niets te verbergen hebben, maar ik voel wel heel weinig voor een systematische verstrekking van rulings van individuele gevallen aan het parlement. Ten eerste spelen we met iets van groot gewicht. De bedrijven moeten er maximaal vertrouwen in hebben dat hun vertrouwelijke informatie ook vertrouwelijk blijft. Zonder dat vertrouwen dat aan de basis van belastingheffing ligt, loopt de heffing ook spaak. Daar moeten we heel zuinig op zijn. Daar hebben wij in de Algemene wet inzake rijksbelastingen hele artikelen aan gewijd. Dat is niet onbekend. Ten tweede speelt mee dat ook in het vestigingsklimaat het comfort over de vertrouwelijkheid cruciaal is. Wij hebben altijd gezegd: zekerheid vooraf is een groot goed. Zekerheid vooraf landt in de rulings. Als je nu twijfels creëert rond de vertrouwelijkheid maak je partijen ook kopschuw om die zekerheid vooraf te vragen, en dan valt dat grote maar ook legitieme voordeel van het Nederlandse belastingklimaat misschien wel weg. Daar staat natuurlijk tegenover … 

(...)

Staatssecretaris Wiebes:

Daar staat natuurlijk tegenover dat de Eerste Kamer en Tweede Kamer hun controlerende functie moeten kunnen uitoefenen, maar ik meen dat daar een heleboel methodes voor zijn. We hebben het onderzoek gezien van de Algemene Rekenkamer. De Algemene Rekenkamer mag in iedere kast snuffelen en alles zien. Dat is een groot goed. Uiteraard kun je daar in individuele gevallen iets voor organiseren, maar ik stel wel dat het om een individueel geval moet gaan met een bijzondere aanleiding en met een hoge kwaliteit van afweging tussen het democratische belang en het individuele recht op maximale vertrouwelijkheid. Het derde punt — dat zou ik kunnen aanbieden, maar niet al mijn aanbiedingen in deze zin zijn tot nu toe een succes geworden — is dat er in een technische sessie met het APA/ATR-team in Rotterdam ook geanonimiseerde rulings onder de loep zouden kunnen worden genomen om eens te zien hoe dat eruitziet. Het is geen eenvoudige materie, waarschuw ik de geïnteresseerden maar vast. 

(...)

De heer Essers (CDA):

Ik kan heel veel tijd winnen met deze vraag. Zou de staatssecretaris hetgeen hij net heel kort heeft gezegd in een notitie willen uitwerken? Het is natuurlijk heel gevoelige materie. Ik ben het helemaal met hem eens dat de vertrouwelijkheid bovenaan moet staan. Aan de andere kant is het controlerecht van het parlement ook een groot goed. Ik wil helemaal niet aan artikel 67 komen, maar ik wil wel de mogelijkheden die de staatssecretaris net schetste, wat meer uitgewerkt zien om te bekijken hoe we daar een stap verder mee kunnen komen. Het is in het belang van de geloofwaardigheid van het rulingbeleid dat we ook parlementariërs zo veel mogelijk de mogelijkheid geven, of althans het comfort bieden, niet tegen een volledige black box aan te hoeven kijken. De staatssecretaris is bereid om die rulings met buitenlandse belastingdiensten te delen. Laten we tot een modus proberen te komen om ook het parlement in dezen tegemoet te komen. Als we daar een notitie over tegemoet kunnen zien, denk ik dat we daarmee een hele discussie kunnen kortsluiten. 

Staatssecretaris Wiebes:

Akkoord. 


Brondocumenten


Historie