T02393

Toezegging Toezending brief over de financiering van de AOW (34.550)



De minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe een brief te sturen over de (gedeeltelijke) financiering van de AOW uit de algemene middelen en wat dit betekent voor werkenden en gepensioneerden.


Kerngegevens

Nummer T02393
Status voldaan
Datum toezegging 22 november 2016
Deadline 1 januari 2017
Verantwoordelijke(n) Minister van Financiën
Kamerleden drs. M.J. van Rooijen (50PLUS)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen AOW
ouderen
Kamerstukken Miljoenennota 2017 (34.550)


Uit de stukken

Handelingen I 2016/2017, nr. 8, item 6, blz. 36

Minister Dijsselbloem:

De heer Van Rooijen heeft veel vragen gesteld over de financiering van de AOW. Ik weet niet of dat nu hier moet. Dat wordt een technisch antwoord; ik heb er veel tekst over. Zijn stelling is dat door de systematiek van fiscale kortingen ouderen uiteindelijk meer betalen aan de kosten van de AOW of aan belasting. Dit is echt niet juist. Ouderen gaan niet meer belasting betalen als de arbeidskorting wordt verhoogd. Zo werkt de systematiek niet.

De voorzitter:

U zegt dat u daar een heel technisch verhaal over hebt. Is het een oplossing als u dit in een brief verwoordt?

Minister Dijsselbloem:

Heel graag, heel graag.

De voorzitter:

Kunt u daar ook mee leven, mijnheer Van Rooijen? Anders krijgen wij een technische discussie die misschien hier wat ver voert.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter, ik heb geen behoefte aan een technische discussie. Echter, de suggestie van de minister dat ik het over het AOW-debat over de ouderen had, is niet correct. Ik had het erover dat als gevolg van de systematiek van bruto-netto AOW-premie er 15 miljard minder wordt geheven. Dat wordt dan uit de belasting betaald. Deze minister gaat daarover en niet die van Sociale Zaken. Terzijde heb ik opgemerkt dat uiteraard de ouderen daarvan een deel betalen. Dat is een feitelijke vaststelling. Ik heb niet willen suggereren dat ik er moeite mee heb dat de ouderen, via de belasting, daarvan een deel betalen. U moet mij wel goed weergeven. Ik heb alleen maar gezegd dat er 15 miljard minder premie is waardoor de minister van Financiën 15 miljard moet bijstorten. Dat is geen techniek. Ik ben heel belangstellend naar verdere uitleg, want dat scheelt tijd. Ik heb er alleen op willen wijzen. De minister begrijpt ook dat dit alleen maar komt — ik constateer dit met de Rekenkamer — door de omhooggevlogen fiscale kortingen, met name de arbeidskorting en de IACK. De minister moet daar niet omheen draaien.

Minister Dijsselbloem:

Na die laatste opmerking durf ik niets meer te zeggen. Ik stuur een brief. Ik probeer het kort te houden, maar als ik er dan van wordt beticht eromheen te draaien, moet ik toch het hele verhaal vertellen. Ik denk dat wij maar beter een brief kunnen sturen. Wij zijn het niet eens met de redenering van de Rekenkamer. Het is waar dat een deel van de financiering van de AOW via de belastingen plaatsvindt, maar de consequenties die daaruit worden getrokken, moet ik afwijzen, zeker als het zou gaan om een geheime afspraak. Dit laatste was de letterlijke tekst van de heer Rooijen. Ik vind het te suggestief om dit soort bewoordingen in een vraag stoppen. Ik zal een en ander in een brief adstrueren.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik heb er moeite mee dat mij als woordvoerder van 50PLUS iets anders in de mond wordt gelegd nadat ik een vraag heb gesteld. Ik heb alleen maar gevraagd of er misschien beleid zit achter die omhooggevlogen kortingen. Dat is prima. Feitelijk is dan de AOW-premie heel laag en wordt er steeds meer uit de belastingen betaald. Daarvan betalen de ouderen ten minste een vijfde, dus de ouderen betalen fors mee aan hun eigen AOW. Dat is de feitelijke constatering. Mijn vraag is of hier beleid achter zit. Met de Rekenkamer is mijn conclusie dat dit al 7 jaar het geval is.

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter, ik stuur u een brief.

Handelingen I 2016/2017, nr. 8, item 6, blz. 62

De voorzitter:

Dank.

Ik wil u nog iets vragen, minister. U heeft enkele brieven toegezegd. Op welke termijn kan de Kamer die verwachten?

Minister Dijsselbloem:

[...]

De derde brief gaat over de discussie over de AOW die deels wordt gefinancierd uit de algemene middelen en wat dit voor de werkenden en gepensioneerden betekent. Die brief kan ook snel. Over een tot twee weken zullen wij een stevige brief op dit punt sturen.


Brondocumenten


Historie