Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02038

Toezegging Wonen en zorg (33.891)



De staatssecretaris van VWS zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Flierman, toe na te gaan in hoeverre de verhuurdersheffing een knelpunt is om nieuwe vormen van zorg en wonen gecombineerd te realiseren.   


Kerngegevens

Nummer T02038
Status voldaan
Datum toezegging 25 november 2014
Deadline 1 januari 2016
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Kamerleden Dr. A.H. Flierman (CDA)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen verhuurderheffing
wonen
zorg
Kamerstukken Wet langdurige zorg (33.891)


Uit de stukken

Handelingen I 2014-2015, nr.9, item 8, blz. 31/32

De heer Flierman (CDA):

In de tweede plaats heb ik onlangs ook signalen van lokale gemeenschappen gekregen, dat zij kans zien om heel interessante nieuwe vormen van zorg en wonen gecombineerd te realiseren, maar dat zij de verhuurdersheffing als een obstakel zien. Toen de staatssecretaris het over de gesprekken tussen de zorgaanbieders, de gemeenten en de corporaties en over de gesprekken met minister Blok daarover had, werd ik getriggerd. De CDA-fractie zou graag de verhuurdersheffing als zodanig weer ter discussie stellen— ik zie mijn collega Greetje de Vries al glimlachen — maar dat zal ik hier niet doen. Het optrekken van de grens waardoor ook iets grotere eenheden gerealiseerd kunnen worden zonder dat zij onder de verhuurdersheffing vallen, zou echter een stap kunnen zijn om juist dit type voorzieningen ook in de kleinere kernen aantrekkelijk te maken. Nu moetje die heffing al vanaf tien wooneenheden betalen. Ik wil dat de staatssecretaris meegeven als hij toch met de heer Blok in conclaaf gaat.

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik dank de heer Flierman voor deze suggestie. We hebbende heer Norder gevraagd om eventuele knelpunten in wet- en regelgeving te signaleren die hij tijdens zijn rondgang tegenkomt en waar wij misschien iets aan zouden kunnen doen. Ik neem aan dat dit er een kan zijn. Wij zijn zeker bereid om daarnaar te kijken. Misschien kan de heer Flierman ermee volstaan dat ik mijn nadrukkelijke bereidheid uitspreek om daarnaar te kijken.


Brondocumenten


Historie