Herdenking van de heer J.W. van Hulst



Verslag van de vergadering van 17 april 2018 (2017/2018 nr. 27)

Aanvang: 13.34 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de herdenking van de heer J.W. van Hulst.


De voorzitter:

Aan de orde is de herdenking van de heer J.W. van Hulst. Ik verzoek de leden te gaan staan.

"De zon scheen als weleer. Zijn dagen

waren geteld, de zon bescheen

zijn handen die gevouwen lagen

in zijn schoot en de zon bescheen

het vergezicht dat stil en open

lag tot in alle verten heen.

Hij keek tot hij met open ogen

en voorgoed in zichzelf verdween."

Dit gedicht met de titel Einde werd opgetekend door Adriaan Roland Holst. Roland Holst was een geliefd dichter van Johan van Hulst. Op 22 maart jongstleden overleed de oud-senator voor de CHU en het CDA op 107-jarige leeftijd. De heer Van Hulst was bijna 25 jaar lid van de Eerste Kamer, van 3 juli 1956 tot 10 juni 1981.

Johan Wilhelm van Hulst werd op 28 januari 1911 geboren in Amsterdam, als tweede van vier kinderen in een hervormd middenstandsgezin. Zijn vader was meubelstoffeerder. Hij doorliep de lagere school en de mulo. Van Hulst slaagde in 1929 voor zijn Lager Onderwijs-akte van de kweekschool. In 1931 behaalde hij de hoofdakte. Van 1929 tot 1938 was hij onderwijzer op lagere scholen in Oudewater en Utrecht.

Intussen studeerde hij aan de Vrije Universiteit, eerst Geschiedenis, later Psychologie, Pedagogiek en Letteren. Van 1938 tot 1942 was hij docent Geschiedenis aan de hbs in Purmerend en docent Nederlands en Geschiedenis aan de Hervormde Kweekschool in Amsterdam, waarvan hij in 1940 onderdirecteur werd. Van 1942 tot 1960 was hij directeur van diezelfde Kweekschool.

Toen in 1943 werd verordonneerd dat alle joden gedeporteerd moesten worden, werden ze ondergebracht in de Hollandsche Schouwburg, die tegenover de Kweekschool lag. De kinderen werden van de ouders gescheiden en gingen naar de crèche waarvan de tuin aan die van de Kweekschool grensde. Van Hulst had vage vermoedens wat er met gedeporteerde joden gebeurde. Samen met de directrice van de crèche bedacht hij een plan om kinderen te laten ontvluchten. De medewerksters van de crèche brachten 's avonds laat kleine groepjes kinderen via de tuin naar de Kweekschool, waar Van Hulst ze opving en via de voordeur aan klaarstaande verzetsmensen doorgaf. Op die manier ontsnapten binnen een paar maanden honderden kinderen aan de deportatie. Johan van Hulst zei later over deze periode: "Je probeert je plicht te doen. Dat de mensen later niet kunnen zeggen: hij stond erbij en hij keek ernaar." Op enig moment werd hij verraden en dook hij tot het einde van de oorlog onder. In 1945 zette hij zijn werk als directeur van de Kweekschool voort.

In 1960 maakte Johan van Hulst de overstap naar de academia, om precies te zijn de Vrije Universiteit. Daar was hij verbonden aan de afdeling Pedagogiek van de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte. Op 9 maart 1962 promoveerde hij en op 1 juli 1963 werd hij benoemd tot hoogleraar Pedagogiek. Dat zou hij blijven tot aan zijn pensionering in 1976, meer dan 40 jaar geleden.

De politieke loopbaan van de heer Van Hulst ving aan in 1956 toen hij door de CHU, waarvan hij op zijn 18de lid was geworden, gevraagd werd zitting te nemen in de Eerste Kamer. Hij zei ja en werd in deze Kamer op 3 juli 1956 beëdigd. Hij was — hoe kan het ook anders — onderwijswoordvoerder voor zijn partij. Tevens was hij van 1961 tot 1968 lid van het Europees Parlement. Van 1969 tot 1972 was hij bovendien partijvoorzitter van de CHU. Van 1968 tot zijn vertrek uit de Kamer op 10 juni 1981 was hij fractievoorzitter, vanaf 1977 voor het CDA. De heer Van Hulst nam destijds contrecoeur afscheid vanwege de door zijn partij gestelde leeftijdsgrens van 70 jaar.

In deze Kamer voert hij vanaf het begin strijd tegen de Mammoetwet. Hij noemt deze een monsterslang die het onderwijs zal wurgen. Als enkele jaren na de daadwerkelijke invoering van de Mammoetwet het voorstel voor de middenschool wordt gedaan, zegt Van Hulst in het debat met minister Van Kemenade van Onderwijs: "Het onderwijs kan tot een chaotische situatie worden als wij de ene structuur over de andere heenjagen. (...) Elke nieuwe structuur eist uitgebalanceerde experimenten. Wij experimenteren echter niet met kiezelstenen of met bloembollen, maar met kinderen, met jeugd. Een mislukt schoolexperiment kan een schaduw werpen over een mensenleven."

Het kenmerkt hem: onderwijzer en politicus ineen. Naast Onderwijs voerde de heer Van Hulst ook het woord over Buitenlandse Zaken en Defensie. Als fractievoorzitter noemde hij het kabinet-Van Agt/Wiegel bij de vorming ervan in 1977 "zeker geen noodzakelijk kwaad" maar "evenmin een bovennatuurlijk goed."

In zijn biografie met de titel "Johan W. van Hulst pedagoog, politicus, verzetsman" uit 2015 zegt Van Hulst over zijn tijd in de senaat: "Ik hecht aan stijlvol politiek bedrijven, aan een verzorgde redevoering. (...) Tegenstanders bestreed je, desnoods scherp, maar je bleef netjes tegenover elkaar, respectvol."

Tot slechts enkele jaren geleden nam Johan van Hulst nog trouw deel aan bijeenkomsten van het Genootschap van Oud-Senatoren. Tegen collega's zei Van Hulst: "Het lichaam wil niet meer, maar het hoofd is nog goed." Dat was ook het geval toen hij drie jaar geleden sprak in deze zaal, ter gelegenheid van de presentatie van zijn biografie.

Collega Nagel bespreekt in deze biografie zijn schaakvriendschap met Van Hulst. Samen namen zij vanaf 1980 deel aan het Parlementaire Kampioenschap van het Hoogoventoernooi. Nagel schrijft: "Met het schaken gaat het goed. Johan speelt al zo'n 93 jaar. Ik ken niemand die zo veel ervaring heeft."

Van de presentatie herinner ik me levendig hoe Van Hulst de aanwezigen in zijn dankwoord met krachtige stem en een helder verhaal toesprak. Maar bovenal herinner ik me zijn bescheidenheid. Zo zei hij over de biografie: "Dacht je nou werkelijk dat ik mezelf zo belangrijk vond?" En hij citeerde deze strofen van Roland Holst: "Wij werden voor ons komen niet gemist, en na ons heengaan zal het niet anders wezen." In het licht van zijn indrukwekkende staat van dienst die in vele in memoriams de afgelopen weken is beschreven, zal dat laatste waarschijnlijk nooit gebeuren.

De heer van Hulst is veelvuldig onderscheiden. In 1967 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Europees Parlement verleende hem in 1969 de gouden medaille. De Israëlische onderscheiding Yad Vashem ontving hij in 1973, en in 1981 werd hij bij zijn afscheid van dit huis benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.

Johan van Hulst leidde een buitengewoon leven. We zullen hem herinneren als icoon van de democratie. Zijn leven als pedagoog, politicus en verzetsman stond in het teken van de democratische waarden van vrijheid en gelijkheid.

Moge ons respect voor zijn persoon en zijn grote verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun zijn voor zijn familie en vrienden.

Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank u wel.

Ik schors de vergadering voor een kort moment.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.