Verslag van de vergadering van 18 december 2018 (2018/2019 nr. 13)

Aanvang: 13.37 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de herdenking van de heer Van Beek.


De voorzitter:

Aan de orde is herdenking van de heer Van Beek. Ik verzoek de leden te gaan staan.

Op 26 augustus jongstleden overleed op 58-jarige leeftijd Martin van Beek, senator voor de Partij voor de Vrijheid. Hij was lid van de Eerste Kamer van 2 oktober 2012 tot 9 juni 2015 en van 28 maart 2017 — met twee tussenpozen wegens ziekte — tot aan zijn overlijden afgelopen zomer.

Marinus Jan van Beek werd op 1 april 1960 geboren in Ridderkerk. Zijn vader was leraar en zijn moeder huisvrouw. Na de lagere school ging de heer Van Beek eerst naar de mavo en aansluitend naar de havo. Na zijn eindexamen volgde hij de kaderopleiding zorg. In dat verband was hij ziekenverzorger in een psychiatrisch ziekenhuis in Den Haag. Hij werd aansluitend unithoofd geriatrische patiënten.

Van 1981 tot 1987 werkte de heer Van Beek als safety & security officer bij een Brits-Nederlandse multinational. Als assistent-secretaris bij een landelijke belangenbehartiger van bedrijven die zich met mobiliteit bezighouden, deed hij vier jaar ervaring op met lobby en bestuurlijke verhoudingen.

In 1991 was hij als manager verkooporganisatie betrokken bij de introductie van een mountainbikemerk in de Benelux. Vervolgens werd hij voor SRAM, een Amerikaanse fabrikant van fietsonderdelen, salesmanager Europa. Na vier jaar werd hij general manager Europa voor SRAM. Dat zou hij blijven tot 2008.

Hierna startte hij een carrière als zelfstandig ondernemer en trainer. Ook verrichtte hij bij Humanitas vrijwilligerswerk in de schuldhulpverlening en begeleidde en coachte hij jonge ondernemers. Intussen was de heer Van Beek begonnen aan een MBA-opleiding, die hij in 2009 afrondde, nadat hij eerder enkele jaren arbeids- en organisatiepsychologie had gestudeerd. In 2010 keerde de heer Van Beek weer terug in de zorg — waar hij ruim 30 jaar eerder zijn werkende leven begon — als eigenaar van C.K. Medical, een onderneming voor medische producten. Hij was tevens actief als adviseur in commerciële bedrijfsontwikkeling en als consultant interim-management in de zorg.

In 2011 werd de heer Van Beek actief voor de PVV. Hij maakte zich zorgen over de islamisering van Nederland, de grote rol van de Europese Unie en de toekomst van zijn kinderen en kleinkinderen. Op 2 oktober 2012 werd hij voor de PVV lid van de Eerste Kamer. Hij werd lid van de commissies voor Financiën, voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening, voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en voor Economische Zaken.

Toen hij in 2017 opnieuw lid werd van de Eerste Kamer, nam hij zitting in de commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, voor Europese Zaken en voor Financiën.

De zorgen die de heer Van Beek zich maakte over de invloed van de Europese Unie op Nederland bleken ook uit zijn maidenspeech. Hij sprak op 19 maart 2013 tijdens de behandeling van de Crisis- en herstelwet onder andere over de Europese crisis. Volgens de heer Van Beek was het "vooral crisis in Europa door steeds meer Europa".

Als voorvechter van een sterke positie van het mkb pleitte de heer Van Beek tijdens debatten meermalen vóór bedrijfslastenverlichting en tégen oneerlijke concurrentie van buitenlandse bedrijven door Europese subsidies.

In zijn vrije tijd was de heer Van Beek een actief fietser en hardloper. Volgens zijn fractievoorzitter, mevrouw Faber, kon hij daarbij soms erg onstuimig zijn en heeft hij de nodige smakken gemaakt. Mevrouw Faber karakteriseert hem als "een heel vriendelijke, behulpzame en aardige collega, die bescheiden en in stilte zijn werk in de Eerste Kamer deed". Zelf zei de heer Van Beek dat hij "niet zelf in de schijnwerpers hoeft te staan om voldoening uit het werk te halen".

In zijn maatschappelijke en politieke leven was de heer Van Beek, in zijn eigen woorden, "een harde werker die voor zijn mening stond". Hij geloofde in de kracht van mensen en dat het ieders verantwoording is naar eigen kunnen zelf vorm te geven aan het leven.

Moge ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun zijn voor zijn vrouw, kinderen, verdere familie en vrienden.

Ik geef nu het woord aan de vicepremier, minister Ollongren, die namens de regering het woord zal voeren.


Minister Ollongren:

Op 9 september 2014 werden op deze plek de slachtoffers herdacht die vielen bij de ramp met de MH17. In het bijzonder werd senator Willem Witteveen herdacht. Direct daarna begon een debat over de programmatische aanpak van stikstof, waarbij ook Martin van Beek het woord voerde. Hij zei toen: "Na de emotionele herdenking van onder anderen collega Witteveen valt het ook mij zwaar om over te gaan tot de orde van de dag, maar dat zullen we, in ieders belang, toch moeten doen." Door een droevige speling van het lot krijgen deze woorden vandaag opnieuw actualiteitswaarde. Want vandaag herdenken we senator Martin van Beek, die afgelopen zomer omkwam door een noodlottig ongeval.

Hij was geen man van grote woorden of lange oraties, geen politicus die iedere week de krant haalde. Het liefst opereerde hij op de achtergrond. Zijn kracht was dat hij vanuit verschillende perspectieven naar onderwerpen kon kijken. Zijn bijdragen aan het debat in deze Kamer waren steeds inhoudelijk en zeer goed voorbereid. Hij zocht die verdieping ook, getuige het feit dat hij nog in 2009 een MBA afrondde, zijn tweede academische studie.

Tegelijkertijd verloochende hij ook zijn achtergrond in het bedrijfsleven niet, de laatste jaren als zelfstandig ondernemer en daarvoor lange tijd als manager van een grote fabrikant in fietsonderdelen. Die persoonlijke achtergrond klonk bijvoorbeeld door in zijn bijdrage in het debat in dit huis over de opheffing van de toen nog bestaande publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties in december 2014. Hij pleitte in dat debat vol vuur voor vrij ondernemerschap zonder nieuwe verplichtingen of gedwongen afdrachten.

Daarnaast kende de heer Van Beek de zorg van binnenuit. Hij was academisch geschoold psycholoog, hij was gedurende de eerste jaren van zijn werkzame leven ziekenverzorger en leidinggevende in de geriatrische zorg, en in een latere fase werkte hij als zelfstandig consultant opnieuw in de zorgsector. Zo stond hij met beide benen in de samenleving, die hij als volksvertegenwoordiger uit volle overtuiging diende.

Mevrouw de voorzitter. Als iemand zo plotseling en menselijkerwijs veel te vroeg uit het leven wordt weggerukt, komt het verlies extra hard aan. Uw Kamer heeft in Martin van Beek een gewaardeerd lid verloren, een man die in dit huis bekendstond als bescheiden, vriendelijk en rustig. Maar bovenal was Martin van Beek echtgenoot en vader van drie kinderen. Door zijn gezin zal hij het meest worden gemist. Namens de regering wens ik zijn vrouw, de kinderen en andere nabestaanden veel kracht toe bij het verwerken van dit grote verlies.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank de vicepremier en verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank u.

Ik dank de vicepremier voor haar aanwezigheid en schors de vergadering voor een kort moment.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.