Herdenking van mevrouw J. de Savornin Lohman



Verslag van de vergadering van 22 januari 2019 (2018/2019 nr. 15)

Aanvang: 13.36 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de herdenking van mevrouw J. de Savornin Lohman.


De voorzitter:

Aan de orde is de herdenking van mevrouw Jaqueline de Savornin Lohman. Ik verzoek de leden te gaan staan.

Op 24 november jongstleden overleed op 85-jarige leeftijd Jacqueline de Savornin Lohman, oud-senator voor D66. Zij was lid van de Eerste Kamer van 11 juni 1991 tot 13 juni 1995.

Jonkvrouw Jacqueline de Savornin Lohman werd op 21 augustus 1933 geboren in Buitenzorg, Nederlands-Indië. Tijdens de bezetting zat ze met haar moeder in een jappenkamp. Direct na de bevrijding keerde het gezin — zonder vader, die in 1944 was omgekomen in een ander kamp — terug naar Nederland. Jacqueline de Savornin Lohman was toen 12 jaar. Ondanks haar door de oorlog onderbroken lager onderwijs, haalde zij in 1952 haar diploma gymnasium-B aan het Montessorilyceum Elswout in Overveen.

Aansluitend ging Jacqueline de Savornin Lohman Nederlands recht studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als eerste studente in Leiden die een broek droeg, gaf ze al jong blijk van haar drang tot verandering. Na haar kandidaatsexamen koos ze ervoor een jaar een rechtenstudie in de Verenigde Staten te volgen. In 1958 studeerde ze in Leiden af en begon ze als trainee marketing en reclame bij Unilever. Het bedrijf wist in die tijd echter niet om te gaan met vrouwelijke trainees. Jacqueline de Savornin Lohman koos er daarom na twee jaar voor te gaan werken als advocaat. Ze zei over die periode bij Unilever: "Bij de advocatuur mag je lachen om ernstige dingen, bij Unilever lag dat net andersom. Naar mijn gevoel onbelangrijke details, zoals het aantal puntjes bij de 'Blue Band mmm ... lekker'-advertentie, werden hoog opgenomen".

Na twaalf jaar als advocaat gewerkt te hebben, werd Jacqueline de Savornin Lohman hoofdmedewerker aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Jacqueline en ik werden toen collega's in Leiden. Ze promoveerde in 1975 in de rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Toen een hoogleraarschap aan de Universiteit Twente onverhoopt niet doorging, besloot ze te gaan werken bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hoogleraar werd Jacqueline de Savornin Lohman alsnog in 1988: ze kreeg de leerstoel andragogie aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1992 tot 1995 was ze aan dezelfde universiteit hoogleraar pedagogische en onderwijskundige wetenschappen. Na haar pensioen bleef ze actief als scriptiebegeleider omdat, in haar eigen woorden, "die studenten mij helemaal bij de les houden".

Betrokken bij de politiek was Jacqueline Lohman, zoals ze zich kortheidshalve ook wel noemde, al sinds de jaren zestig. Ze was aanwezig bij de oprichtingsvergadering van D66 en in 1967 was ze kandidaat voor de Tweede Kamer. Over haar lidmaatschap van de partij zei ze: "In D66 herken ik veel van mezelf: generalistisch, streven naar oprechtheid, het besef dat de maatschappij is te veranderen." Binnen de partij was ze onder andere actief als lid van de steunfractie Justitie en Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamerfractie, van het bestuur van de Stichting Wetenschappelijk Bureau, van de redactie van het partijblad Idee en als voorzitter van het Politiek Emancipatie- en Activeringcentrum.

Toen Jacqueline Lohman in 1991 lid werd van de Eerste Kamer werd ze voor de D66-fractie woordvoerder onderwijs, volksgezondheid en wetenschapsbeleid. Tijdens haar maidenspeech, op 5 november 1991, bij de behandeling van een wijziging van de Wet op de studiefinanciering, zei ze over haar bezwaren tegen het voorstel: "Wellicht denkt u, meneer de minister, dat het de ijver van de beginner is die aanzet tot kritiek. Dat moge zo zijn, meneer de voorzitter, maar een frisse blik kan de spelers van een ondoorzichtig spel dwingen om zich nog eens af te vragen waar zij mee bezig zijn." Die frisse blik raakte mevrouw Lohman niet kwijt. Ze was opvallend anders en liet de mensen om zich heen altijd nadenken. In die jaren kwam ze er wel achter dat het Kamerwerk haar niet lag. Ze besloot zich niet voor een tweede termijn te kandideren.

Naast haar politieke en maatschappelijke carrière was Jacqueline de Savornin Lohman onder andere lid van de Commissie Herziening Decoratiestelsel, curator van het Institute of Social Studies, voorzitter van de Stimuleringsgroep Emancipatie-Onderzoek en voorzitter van de landelijke ondersteuningsstructuur vrouwenhulpverlening te Utrecht. In 1990 werd Jacqueline de Savornin Lohman benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Op haar 70ste sloeg ze een geheel nieuwe richting in: ze werd cabaretière, de oudste van Nederland. Tot een paar maanden voor haar overlijden stond ze nog altijd op het podium. In één van haar cabaretprogramma's kijkt ze terug op haar lidmaatschap van de Eerste Kamer: "Senator. Nou, dat vond ik wel een gevaarlijk baantje, hoor. Elke dinsdag waren er wel een paar dooien te herdenken. Dus ik dacht "één termijn en dan, wegwezen". Ik heb het overleefd."

Jacqueline de Savornin Lohman vatte haar leven als volgt samen: van girlpower ging ik naar flowerpower en naar ouwerpower.

Moge ons respect voor haar persoon en haar verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun zijn voor haar familie en vrienden.

Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.