Mededelingen



Verslag van de vergadering van 12 mei 2020 (2019/2020 nr. 26)

Aanvang: 13.31 uur
Status: gecorrigeerd


  • Kijk de video van dit deel van de vergadering terug

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heet de Kamerleden, de geïnteresseerden die de vergadering niet hier kunnen volgen, maar wel via de livestream, en de journalisten die verslag doen van deze vergadering welkom in de vergadering van de Eerste Kamer in de Ridderzaal.

Twee keer eerder vergaderde de Eerste Kamer enige tijd in deze zaal, beide keren omdat de plenaire zaal in het Kamergebouw verbouwd werd: in 1956 toen de Eerste Kamer van 50 naar 75 leden ging en er te weinig bankjes waren, en in het parlementaire jaar 1994-1995 bij de restauratie van de plenaire vergaderzaal. Deze keer is de aanleiding voor een tijdelijke verhuizing, helaas, van geheel andere orde.

Het is al vaker gezegd, de afgelopen maanden: deze uitzonderlijke situatie vraagt om uitzonderlijke maatregelen. Voor de Eerste Kamer is de meest recente uitzonderlijke maatregel het vinden van een locatie waar de Kamer, wanneer nodig, voltallig kan vergaderen. Met deze opdracht van de fractievoorzitters heb ik bij staatssecretaris Knops een verzoek ingediend om voorlopig de Ridderzaal te mogen gebruiken voor de plenaire vergaderingen van de Eerste Kamer. Nadat duidelijk was dat deze zaal voldoende ruimte biedt aan 75 leden en er ook verder geen belemmeringen bleken te zijn, is dit verzoek gehonoreerd. De afgelopen week heeft de griffie van de Eerste Kamer in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf, de beheerder van de Grafelijke Zalen, waartoe de Ridderzaal behoort, ontzettend veel werk verricht zodat wij vanaf vandaag hier kunnen vergaderen. Heel veel dank daarvoor namens de gehele Kamer!

(Applaus)


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Dat wij hier met 75 leden kúnnen vergaderen, betekent niet dat we dat ook direct zullen doen, zoals u ziet. Net als alle andere Nederlanders heeft ook de Eerste Kamer zich aangepast aan de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Vandaag komen wij daarom nog steeds in beperkte samenstelling bijeen. De Kamer heeft vanaf de eerste dag van de kabinetsmaatregelen doorgewerkt, aanvankelijk digitaal en later beperkt fysiek plenair, waarbij voorrang is gegeven aan spoedwetgeving.

De inrichting van de Ridderzaal als plenaire zaal biedt ons de mogelijkheid om meer plenaire en commissievergaderingen fysiek te houden, zij het vooralsnog in beperkte omvang. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de breed gedragen wens bij de fractievoorzitters om meer fysiek te gaan vergaderen, plenair en in de commissies. Het was, en is, immers van groot belang dat ook in deze uitzonderlijke situatie het parlementaire werk zorgvuldig wordt gedaan, met betrokkenheid van de gehele volksvertegenwoordiging, waarbij de Kamerleden de leden van het kabinet in de ogen kunnen kijken.

We gaan dus door met ons werk, voor zover mogelijk zo normaal mogelijk. En hopelijk ook zo kort mogelijk in deze historische zaal, want Herman Tjeenk Willink, die Eerste Kamervoorzitter was tijdens de verbouwing van de plenaire zaal in 1994, vertelde mij, toen ik hem vorige week belde, dat het in de winter zo koud werd in de Ridderzaal dat hij de leden toestemming had gegeven hun jas aan te houden tijdens de vergaderingen. Laten we dus ook om die reden hopen dat we weer spoedig kunnen terugkeren naar onze eigen vergaderzaal.

Ik wens u allen een goede vergadering toe.