Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Aanvang: 9.33 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Aan de orde is het debat over het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol.
De voorzitter:
Aan de orde is het debat ex artikel 51, eerste lid, Reglement van Orde over de wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB). Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom in de Eerste Kamer. Ik heb begrepen dat het hoofddoel van het debat is dat leden moties kunnen indienen naar aanleiding van het mondeling overleg dat gisterenavond met de minister is gehouden. Dat indienen zou dan al in eerste termijn kunnen gebeuren, zodat een tweede termijn overbodig is. Overeenkomstig artikel 66, vierde lid, van het Reglement van Orde is voor het indienen van moties in de eerste termijn verlof nodig van de Kamer. Ik stel de Kamer voor dit verlof op voorhand te verlenen, zodat het niet bij elke motie apart hoeft te gebeuren. Ik zie dat de Kamer daarmee instemt.
Dan open ik de beraadslaging en geef ik het woord aan mevrouw Thijssen. Zij spreekt namens PRO en ook namens de fractie OPNL. O, dat was de hamer. Geen idee waarom ik dat deed. Ik wou het aantal minuten aankaarten. Gaat uw gang, mevrouw Thijssen.
Mevrouw Thijssen i (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vijf minuten spreektijd, maar ik zal het beperken tot een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State adviseert om, indien blijkt dat overschrijding niet met stuurmaatregelen kan worden voorkomen, te voorzien in de mogelijkheid het maximumaantal toegestane vliegtuigbewegingen naar beneden bij te stellen;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe in een dergelijk mechanisme kan worden voorzien en de Kamers daarover te informeren binnen zes maanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen, Nicolaï, Van Aelst-den Uijl en Van der Goot.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CG (31956).
Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Langen-Visbeek en zij spreekt namens de fractie van BBB. O, het is mevrouw Van Wijk geworden. Die is ook zeer welkom achter het spreekgestoelte.
Mevrouw Van Wijk i (BBB):
Dank u voorzitter. Ook ik zal alleen een motie indienen, zoals afgesproken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet bij de besluitvorming rondom de herziening van het LVB Schiphol gebruikmaakt van een Balanced Approach waarbij de economische en maatschappelijke waarde van de luchthaven expliciet wordt afgewogen tegen de leefomgevingskwaliteit;
overwegende dat in het stikstof- en landbouwbeleid, zoals neergelegd in de Kamerbrief "Weer ruimte voor boer, natuur en bouw", de maatschappelijke en sociaal-economische waarde van de agrarische sector voor voedselzekerheid, plattelandsontwikkeling en de economie onvoldoende op een gelijkwaardige manier wordt gewogen tegenover de milieunormen;
overwegende dat de agrarische sector een topsector is die van groot belang is voor Nederland, omdat het totale Nederlandse agrocomplex een toegevoegde waarde levert van circa 77 miljard euro aan de economie, zorgt voor veel banen in de regio en bijdraagt aan voedselzekerheid voor de gehele wereld;
overwegende dat er een ongewenste dubbele maatstaf ontstaat wanneer commerciële partijen via externe saldering agrarische stikstofrechten kunnen benutten, terwijl PAS-melders en agrarische gezinsbedrijven worden geconfronteerd met dwingende restricties en aanhoudende onzekerheid op de vergunningen;
constaterende dat een rechtvaardige belangenafweging vereist dat ook in het agrarisch stikstof- en leefomgevingsbeleid de principes van haalbaarheid, sociaal-economische continuïteit en maatschappelijke waarde geborgd zijn;
verzoekt de regering:
-
-in het stikstof- en landbouwbeleid een gelijkwaardige "eerlijke balans" (naar uitgangspunt van de Balanced Approach) te hanteren, waarbij de maatschappelijke waarde van de agrarische sector (voedselzekerheid, leefbaarheid van het platteland en ketenwaarde) expliciet en toetsbaar wordt meegewogen bij de vaststelling van emissienormen en zoneringsmaatregelen;
-
-te waarborgen dat de vergunningverlening en legalisatie van PAS-melders prioriteit krijgt boven het afstaan van agrarische stikstofruimte via externe saldering aan niet-agrarische sectoren;
-
-bij verdere uitwerking van het stikstofbeleid een uitgewerkte sociaal-economische effectenrapportage te sturen waarin de impact van het voorgestelde stikstofpakket op het bnp, agrarische gezinsbedrijven en de plattelandseconomie op eenzelfde wijze in beeld worden gebracht als bij grote infrastructurele projecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Wijk en Lagas.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CH (31936).
De heer Hartog i (Volt):
Ik heb een hele korte vraag aan mevrouw Van Wijk. De minister heeft gisteren uitgelegd dat de Balanced Approach voor de luchthaven volgt uit EU-wetgeving. U vraagt nu om een parallel proces. Mijn vraag is dan: stelt u dan ook voor dat er op dit vlak ook weer nieuwe EU-wetgeving komt voor landbouw, met een Balanced Approach erin?
Mevrouw Van Wijk (BBB):
Ik weet niet of die wetgeving er komt. De geluiden uit Brussel zijn dat men daaraan werkt. Maar de strekking van deze motie is dat wij juist een oproep doen aan het Nederlandse kabinet, omdat het stikstofbeleid juist een ontzettend Nederlands issue is.
De heer Hartog (Volt):
Bedoelt u daarmee dat u vindt dat Nederland de Europese Balanced Approach ook in andere wetgeving, waaronder deze, moet overnemen?
Mevrouw Van Wijk (BBB):
Zeker, dat is de strekking. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Nicolaï. Hij spreekt namens de Partij voor de Dieren.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga drie moties indienen. De eerste motie luidt aldus.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat artikel 8 EVRM ruimte laat voor een afweging waarin gewicht wordt toegekend aan enerzijds de belangen van omwonenden bij bescherming tegen ernstige hinder en slaapverstoring en anderzijds de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
overwegende dat de minister erkent dat die afweging dient te getuigen van een "fair balance", dat een "ondergrens" geldt "dat uiteindelijk iedereen aanspraak houdt op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat" en dat "alleen binnen deze ondergrens ruimte is voor een afweging over de verdeling van de geluidsbelasting";
overwegende dat uitvoering van het voorliggende LVB volgens gegevens van de minister kan leiden tot 30.800 ernstig slaapgestoorden en meer dan 100.000 ernstig gehinderden;
overwegende dat bij inachtneming van de door de minister bedoelde "ondergrens" het onaanvaardbaar moet worden geoordeeld dat zo veel omwonenden ernstige hinder en slaapverstoring zullen ondervinden omdat voorrang wordt gegeven aan de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
overwegende dat de regering het in haar macht heeft om zulke hinder te voorkomen door maatregelen te treffen die zien op onder meer vluchtvermindering, een nachtvluchtregeling en een versneld isolatieprogramma;
verzoekt de regering door aanpassing van het LVB en versnelling van het isolatieprogramma het aantal te verwachten slaapgestoorden en ernstig gehinderden substantieel te verminderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nicolaï en Van Aelst-den Uijl.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CI (31936).
De heer Nicolaï (PvdD):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Staat praktische en effectieve rechtsbescherming moet bieden die toegankelijk is voor alle ernstig gehinderden en slaapverstoorden en waarbij de belangen van het individu voldoende geïndividualiseerd en gemotiveerd worden meegewogen;
constaterende dat de regering heeft bevestigd dat ernstige individuele geluidhinder of slaapverstoring op zichzelf geen grond voor handhaving vormt zolang de toepasselijke Lden- en Lnight-grenswaarden van het LVB worden nageleefd;
constaterende dat de individuele rechtsbescherming volgens de regering daarmee in hoofdzaak bestaat uit de mogelijkheid naleving van de juridisch bindende grenswaarden af te dwingen;
constaterende dat de inspecteur-generaal van de ILT in de deskundigenbijeenkomst van de Kamer over de nieuwe handhavingspunten heeft verklaard dat deze "best heel ruim zijn vastgesteld" en dat "de kans heel klein is dat deze handhavingspunten in de praktijk van invloed zijn op keuzes die daar gemaakt worden" en dat de minister in het mondeling overleg met de Kamer heeft erkend dat bij het vaststellen van de grenswaarden een ruime marge is aangehouden;
overwegende dat het enkele bestaan van juridisch handhaafbare grenswaarden nog geen praktische en effectieve rechtsbescherming oplevert indien die grenswaarden zo ruim zijn vastgesteld dat zij onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden nauwelijks een daadwerkelijke begrenzing van de geluidbelasting vormen of in de praktijk geen of nauwelijks aanknopingspunten voor handhaving bieden;
verzoekt de regering het ontwerp-LVB en, voor zover nodig, de daarmee samenhangende regelgeving zodanig aan te passen dat voor ernstig gehinderde en slaapverstoorde omwonenden praktische en effectieve rechtsbescherming wordt gewaarborgd die voldoet aan wat de rechtbank heeft verlangd;
verzoekt de regering daarbij ervoor zorg te dragen dat deze rechtsbescherming niet uitsluitend afhankelijk is van de overschrijding van de thans voorgestelde jaarlijkse Lden- en Lnight-grenswaarden indien deze grenswaarden in de praktijk geen of nauwelijks aanknopingspunten voor handhaving blijken te bieden, maar dat wordt voorzien in juridisch afdwingbare normen of andere concrete voorzieningen waarmee de belangen van ernstig gehinderde en slaapverstoorde omwonenden daadwerkelijk en, waar nodig, geïndividualiseerd kunnen worden beschermd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nicolaï.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CJ (31936).
De heer Nicolaï (PvdD):
De laatste motie is een procesmotie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Evaluatie NNHS concludeert dat "omwonenden niet goed genoeg beschermd (zijn) tegen vliegtuighinder";
overwegende dat de rechtbank Den Haag op 20 maart 2024 heeft geoordeeld dat de Staat bij het Schipholbeleid geen passende belangenafweging heeft gemaakt tussen de belangen van omwonenden enerzijds en die van de luchtvaart en de luchthaven anderzijds;
overwegende dat bij de keuze tussen verschillende beschermingsscenario's inzichtelijk en controleerbaar moet worden gemaakt welk gewicht wordt toegekend aan enerzijds de belangen van omwonenden bij bescherming tegen ernstige hinder en slaapverstoring en anderzijds de publieke en economische belangen die met de exploitatie, bereikbaarheid en netwerkkwaliteit van Schiphol zijn gemoeid;
verzoekt de regering:
-
-het concept-LVB te beschouwen als een tijdelijke regeling en bij vaststelling onverwijld de voorbereiding van een vervangend LVB ter hand te nemen;
-
-uiterlijk 1 maart 2027 een helder en afrekenbaar beschermingsdoel voor de geluidhinder vast te stellen en aan de Kamer voor te leggen, dat niet is afgeleid van een vooraf vastgesteld aantal vliegtuigbewegingen maar grenswaarden hanteert die gericht zijn op bescherming van omwonenden, waarbij de WHO-advieswaarden als gezondheidskundige referentie worden betrokken, de actuele blootstelling-responsrelaties van het RIVM worden gebruikt en daarnaast rekening wordt gehouden met piekgeluid, frequentie van vliegtuigpassages en voldoende aaneengesloten rustperioden;
-
-daarbij verschillende uitvoerbare scenario's voor dag, avond en nacht uit te werken, waaronder scenario's met een aanzienlijke vermindering van het aantal vliegtuigbewegingen en voor ieder scenario inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor enerzijds het aantal ernstig gehinderden en ernstig slaapverstoorden en anderzijds de publieke en economische belangen;
-
-bij de keuze tussen de scenario's te motiveren waarom de gekozen uitkomst proportioneel is en een fair balance in de zin van artikel 8 EVRM oplevert en waarom niet voor een scenario met een hoger beschermingsniveau voor omwonenden wordt gekozen;
-
-uiterlijk binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van het concept-LVB een vervangend LVB vast te stellen dat is gebaseerd op het nieuwe beschermingsdoel en op de onder punt 3 en punt 4 bedoelde belangenafweging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nicolaï, Thijssen, Van Aelst-den Uijl en Van der Goot.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CK (31936).
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Aelst. Zij spreekt namens de fractie Visseren-Hamakers, omdat mevrouw Visseren vastzit in het openbaar vervoer.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):
Dank, voorzitter. In andere landen zitten politici langdurig opgesloten op het toilet. Vandaag is bij ons een politica opgesloten in het ov, terwijl ze een debat had moeten hebben met de minister. De minister maakt hier excuses voor. Terecht. Dank daarvoor. Ik zal ze zo meteen overbrengen.
Voorzitter. Ik zal alleen de moties voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de belangen van omwonenden, de natuur, het klimaat en het milieu onvoldoende worden beschermd in het LVB;
verzoekt de regering het LVB zodanig aan te passen dat de bescherming van omwonenden, de natuur, het klimaat en het milieu juridisch houdbaar wordt vastgelegd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl en Visseren-Hamakers.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CL (31936).
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er verschillende beleidstrajecten bestaan die invloed hebben op de toekomst van Schiphol, waaronder het LVB en de natuurvergunning;
overwegende dat het risico dat de beoogde juridische helderheid rondom Schiphol niet op korte termijn wordt bewerkstelligd wordt verhoogd als deze trajecten niet qua timing en inhoud op elkaar worden afgestemd;
spreekt uit dat het beleid ten aanzien van Schiphol integraal dient te worden ontwikkeld en geïmplementeerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl en Visseren-Hamakers.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CM (31936).
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de LVB de mogelijkheid biedt voor gedifferentieerde inwerkingtreding;
overwegende dat het LVB gefaseerde groei naar 500.000 vliegbewegingen per jaar mogelijk maakt;
overwegende dat groei in het aantal vliegbewegingen negatieve gevolgen kan hebben;
verzoekt de regering de gedeeltes van het LVB die betrekking hebben op eventuele groei pas in werking te laten treden nadat Schiphol een geldige natuurvergunning verkregen heeft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl en Visseren-Hamakers.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CN (31936).
Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is het geval. Het woord is aan de heer Van Kesteren van de PVV.
De heer Van Kesteren i (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De doelstelling van het gewijzigde LVB Schiphol behelst 20% vermindering van geluid voor gehinderden in een etmaal en 15% vermindering van bovenmatig geluid voor ernstig slaapgehinderden tijdens de nacht. Dat kan worden bereikt door bijvoorbeeld innovatieve ontwikkeling van stillere vliegtuigen en het in overleg met Schiphol creëren van een overloopfunctie voor regionale luchthavens, te weten Maastricht Aachen Airport en Lelystad Airport voor de vrachtvluchten en het groothandelsverkeer, en Groningen Airport Eelde, die binnen de vergunning over extra ruimte beschikt om meer vluchten af te kunnen handelen. Ook zijn regionale luchthavens vanwege de strategische ligging en het nationaal belang interessant voor Defensie. Voorwaarde daarbij is wel dat de hoge Nederlandse vliegtaks wordt geneutraliseerd ten opzichte van die in de ons omringende buurlanden.
Mijn motie is een praktische motie, die bijdraagt aan de uitvoerbaarheid van het beleid van de minister. De motie is op verzoek van de minister aangepast. Ik heb die aanpassing erbij geschreven. Mijn medewerker heb ik opdracht gegeven om de tekst een beetje leesbaar te maken. De motie op schrift volgt dus nog.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de algehele wijziging van het LVB onder andere toeziet op het maximumaantal vliegtuigbewegingen en de verdeling tussen etmaal- en nachtvluchten, met als doel een reductie van geluidshinder;
constaterende dat de regering met het gewijzigde LVB Schiphol een reële balans wil bereiken tussen het economische belang van de internationale luchthaven Schiphol en de kwaliteit van de leefomgeving voor omwonenden;
constaterende dat het zowel voor Schiphol als voor het Rijk niet mogelijk is om luchtvaartmaatschappijen te dwingen om vluchten over te plaatsen naar regionale luchthavens, maar dat Schiphol wel in overleg met de luchtvaartmaatschappijen kan bekijken of er vluchten op andere regionale luchthavens kunnen worden uitgevoerd, waaronder Maastricht Aachen Airport (MAA), Lelystad Airport en Groningen Airport Eelde (GAE);
overwegende dat de hoge vliegbelasting als gevolg van nationale regelgeving een groot nadeel betekent voor de concurrentiepositie tegenover regionale luchthavens in de aangrenzende buurlanden;
overwegende dat regionale luchthavens door geopolitieke ontwikkelingen en vanwege hun strategische ligging belangrijk zijn geworden voor met name Defensie, die steeds meer gebruik zal gaan maken van de civiele regionale luchthavens;
verzoekt de regering om beleidsopties in kaart te brengen om het negatieve (financiële) effect van de vliegbelasting voor met name de regionale luchthavens te neutraliseren en aan te geven welke budgettaire impact harmonisatie met de grenslanden heeft, opdat een eventuele overloopfunctie van regionale luchthavens voor Schiphol een reële optie wordt;
verzoekt de regering om er goed op te letten dat de belangrijke infrastructuur van met name de regionale luchthavens voor de Nederlandse defensie behouden blijft;
verzoekt de regering om deze Kamer driejaarlijks inzicht te geven in de daadwerkelijke effecten en consequenties van de genomen maatregelen van zowel het kabinet als van Schiphol,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kesteren.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter CO (31936).
De heer Van Kesteren (PVV):
Ik teken hierbij aan dat wat ik bij de motie geschreven heb, onleesbaar is.
De voorzitter:
Gelukkig hebben wij een Dienst Verslag en Redactie. Die heeft alles goed genoteerd. U heeft duidelijk gesproken, dus alles is genoteerd.
Dan zijn we nu toe aan het antwoord van de regering in de eerste termijn. Heeft de minister nog enkele minuten nodig? Steekt u even het aantal vingers op voor het aantal minuten dat u nodig heeft. U geeft aan dat u tien minuten nodig heeft. Dan schors ik voor tien minuten, tot ongeveer 10.05 uur.
De vergadering wordt van 9.53 uur tot 10.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Minister Karremans i:
Dank, voorzitter. Ook dank voor het wat mij betreft zeer constructieve en goede mondeling overleg dat wij gisteravond met elkaar hadden. Dat uitte zich vervolgens in een aantal ingediende moties. Ik zal proberen die zo goed mogelijk van een appreciatie te voorzien.
Ik begin bij de motie-Thijssen c.s. over de mogelijkheden om een mechanisme op te nemen om te voorzien in een daling van het aantal vliegbewegingen.
De voorzitter:
Minister, er is nog een korte interruptie van mevrouw Visseren, die hier gelukkig is aangekomen.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank aan iedereen voor de flexibiliteit, vooral aan mevrouw Van Aelst. We hebben deze moties nu samen ingediend. Ik had zo'n leuke woordgrap verzonnen voor bij het indienen van mijn moties. Daarom wil ik toch interrumperen. Ik wilde die moties echt indienen, omdat de minister gister "geen krimp heeft gegeven".
Minister Karremans:
Kijk. Die krimp komt er; dat kan ik beloven. Dat is op 1 november.
Volgens mij ben ik nog steeds bij de motie-Thijssen c.s., letter CG. Die motie vroeg naar dat mechanisme. Daar hebben we het gisteren natuurlijk over gehad. Bij een dreigende overschrijding moeten er maatregelen worden genomen om dit te voorkomen. Ultimo kan dit leiden tot minder vliegtuigbewegingen. Dat is dan voor het betreffende gebruiksjaar en niet structureel. Daarom is een mechanisme in het LVB niet nodig. Er zitten al mechanismen in om dat te doen. Voor een structurele aanpassing van het aantal vliegtuigbewegingen moet er altijd een Balanced Approachprocedure worden doorlopen. Daar kunnen wij geen nationaal mechanisme voor gaan ontwerpen.
Dan …
De voorzitter:
Wat is de appreciatie?
Minister Karremans:
Dat is: ontraden. Sorry, excuus, dat hoort er natuurlijk bij.
Dan de motie-Van Wijk c.s., namens mevrouw Van Langen-Visbeek, letter CH, over de eerlijke behandeling van de boeren. Daar hebben we het gisteren ook uitgebreid over gehad. Ik heb gezegd dat ik het begrijp. Ik heb ook gezegd dat de agrifoodsector en Schiphol partners zijn. Er wordt vanuit de agrifoodsector heel veel geëxporteerd naar de rest van de wereld. Denk aan de bloementeelt. Denk aan zaadveredeling. Wat er via Schiphol allemaal verkocht wordt in het buitenland, is natuurlijk heel breed. Deze motie zit volledig op het beleidsterrein van LVVN. Het verzoek is misschien of ik de motie kan doorgeleiden of dat de motie wordt aangehouden. Die gaat namelijk voor honderd procent over het beleidsterrein van mijn collega. Daarom kan ik de motie niet op die manier beoordelen. Als u erop staat dat ik dat wel doe, dan moet ik 'm helaas ontraden. Ik kijk even naar de Kamer om te zien wat wijs is om hier nu mee te doen. Ik zeg hierbij dat luchthavens geen aanspraak kunnen maken op de stikstofruimte in de stikstofbank. Dat concurreert niet met bijvoorbeeld PAS-melders.
Mevrouw Van Wijk i (BBB):
Dan willen wij de motie graag aanhouden.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Karremans:
Dan kom ik bij de motie-Nicolaï, letter CI. Ik vind dat wij gisteren samen een kleurrijk debat hebben gevoerd. De gegeven inbreng wordt ook zeer gewaardeerd. De motie die ik hier voor me heb, verzoekt de regering het LVB aan te passen en verzoekt om een nieuwe ronde voor de isolatie van woningen. Gisteren hebben we het daar uitgebreid over gehad, ook over de brede belangenafweging die het kabinet heeft gemaakt en waar het kabinet voor staat. Ik heb al eerder gezegd dat we met het LVB een einde maken aan de jarenlange gedoogsituatie rondom Schiphol, de rechtsbescherming voor omwonenden herstellen, het bereiken van geluidsreductie borgen en zorgen voor juridische duidelijkheid voor alle partijen, ook voor de luchtvaartsector. Wij zijn niet voornemens het LVB daar verder op aan te passen. Een nieuwe ronde van isolatie van woningen loopt al. Daar is al in voorzien. Om die redenen moet ik de motie ontraden.
Dan de motie, ook van de heer Nicolaï, letter CJ, over de rechtsbescherming. Dat betreft eigenlijk het punt van de grenswaarden, waar we het gisteravond ook over hebben gehad. De kern van de discussie is de vraag hoe knellend die grenswaarden zijn. Er zijn meningen dat het te knellend is. Die hebben we bijvoorbeeld eerder gehoord van LVNL. Aan de andere kant waren er natuurlijk meningen dat het te ruim was. Uiteindelijk is met een second opinion bevestigd dat we een goede afweging hebben gemaakt wat betreft de grenswaarden. Eigenlijk is het niet eens een afweging, maar gewoon een technische invulling. De Balanced Approachprocedure is namelijk doorlopen, met een geluidsdoel als input. Vervolgens ging het om een aantal vliegtuigbewegingen. Er moet natuurlijk wel mogelijk worden gemaakt dat er binnen die operatie gevlogen kan worden. Je moet die grenswaarden daar wel op aanpassen, gegeven alle omstandigheden waar Schiphol mee te maken kan krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan windrichtingen. De historische gegevens daarover zijn er allemaal in meegenomen. Daarom zal ik deze motie ontraden. Wij zijn namelijk van mening dat het op deze manier goed geborgd is, dat die operatie mogelijk moet zijn, maar dat er wel degelijk rechtsbescherming is voor alle omwonenden.
Dan de motie met letters CK, ook van de heer Nicolaï, over het opnieuw bepalen van de grenswaarden op basis van andere scenario's en over het motiveren waarom niet gekozen is voor een hoger beschermingsniveau. Er wordt onder andere aangehaald dat de WHO-advieswaarde zou kunnen worden gebruikt. Daarvan heb ik ook al gezegd: als we dat echt in een dichtbevolkt land als Nederland gaan doen, dan kan er geen spoorlijn, metrolijn, tramlijn of snelweg meer worden aangelegd. Dan zet je Nederland volledig op slot. Ik geef wel even mee aan de Kamer dat dat wel de gevolgen zijn als je dat zou doen. Ik heb net ook gezegd dat de grenswaarden in het LVB zorgvuldig zijn bepaald op basis van hinderbeperkende maatregelen van de Balanced Approachprocedure. Daaraan is een zorgvuldige afweging voorafgegaan. De grenswaarden passen dus bij de operatie die uit de Balanced Approachprocedure is gekomen en bieden niet meer ruimte dan nodig. Dat wordt weleens gezegd, maar dat is niet het geval. Daarom zal ik deze motie ook ontraden.
Ik kom nu bij de motie met letters CL, die voor de notulen met een woordgrap is ingediend door mevrouw Visseren-Hamakers. Die motie verzoekt de regering tot aanpassing van het LVB zodat de bescherming van omwonenden, natuur, klimaat en milieu juridisch houdbaar wordt vastgelegd. Dat doet dit LVB. We gaan het LVB niet aanpassen, maar de bescherming is hier goed in geborgd. Er is een uitgebreide belangenafweging aan voorafgegaan en er zit een driedubbel slot op de deur. Dat heb ik gisteren ook toegelicht in het mondelinge overleg. Daarom zal ik deze ook ontraden.
Ik heb hier voor me de motie met letters CM, van mevrouw Visseren-Hamakers en mevrouw Van Aelst-Den Uijl. Dat is een spreekt-uitmotie. Ik kan die motie natuurlijk niet van een appreciatie voorzien. Dat is aan de Kamer zelf.
Ik kom bij de motie met letters CN, van mevrouw Visseren-Hamakers. Zij zegt: geen 500.000 vliegbewegingen zonder natuurvergunning. Daar hebben we het gisteren ook uitgebreid over gehad. Het zal mevrouw Visseren-Hamakers niet verbazen dat ik die motie zal ontraden, omdat ik het er niet mee eens ben. De gedoogbeschikking die er nu is, voorziet overigens in 500.000 vluchten. Het kabinet is voortvarend bezig met dat stikstofpakket om er uiteindelijk ook voor te zorgen dat Schiphol een natuurvergunning kan krijgen. Dat is ook allemaal opgenomen in de toelichting bij het LVB.
Tot slot de motie met letters CO, van de heer Van Kesteren, over het in kaart brengen van de beleidsopties. Tenminste, dat staat er als we het handschrift goed hebben kunnen lezen. Die motie gaat over het financiële effect van vliegbelasting. Ik zie het belang van deze luchthavens en ook de relatie met defensie, zoals benoemd. Het eerste tarief van de vliegbelasting wordt niet met de aanstaande differentiatie aangepast. Hierin zit ongeveer 80% van de vluchten. Daarin iets aanpassen kent naar verwachting een stevige budgettaire impact, want wij zijn in vijf jaar tijd van €0 vliegbelasting naar 1,1 miljard vliegbelasting gegaan in Nederland. Daarom heeft het kabinet het verstandig geacht om op Prinsjesdag de plannen bekend te maken om in ieder geval het hoogste tarief van de vliegbelasting gelijk te stellen aan het niveau in Duitsland, ook in het kader van het level playing field. Maar verdere aanpassingen kennen naar verwachting een zeer stevige budgettaire impact.
Niettemin werken met name de grenshavens in een zeer competitieve omgeving met de Belgische en Duitse luchthavens. Dat beseffen we ons ook. Ik denk dan inderdaad aan Maastricht en Groningen. Wij zullen samen met Financiën beleidsopties en budgettaire effecten in beeld brengen. Dat zullen we doen. Die kunnen we ook naar de Eerste Kamer sturen. Volgens mij was dat het verzoek. Er was ook een verzoek om jaarlijks een monitor te sturen. We laten het KiM eens in de drie jaar het effect onderzoeken. Die onderzoeken kunnen we ook naar de Eerste Kamer sturen. Als we dat kunnen afspreken met elkaar, als ik het zo mag interpreteren, kan ik de motie met die opmerking oordeel Kamer geven.
Dat waren ze.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik heb begrepen dat er vooral behoefte was aan het indienen van moties en geen behoefte aan een tweede termijn. Daar wil ik dan ook in verband met de tijd toe concluderen.
Ik wil de Kamer nog vragen of zij instemt met het aanhouden van de motie met letters CH van mevrouw Van Wijk van de BBB.
Op verzoek van mevrouw Van Wijk stel ik voor haar motie (31936, letter CH) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
In principe gaan wij volgende week stemmen over de moties, maar ik heb begrepen dat daar nog een verzoek voor ligt. Mevrouw Thijssen.
Mevrouw Thijssen i (PRO):
Ja, dat klopt inderdaad, want we vinden het toch wel prettig als eerst de Tweede Kamer aan zet is. Het verzoek is dus om de stemmingen een week uit te stellen, tot 13 oktober.
De voorzitter:
Ja. Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Kamer en schors de vergadering voor een paar minuten, tot 10.15 uur ongeveer, waarna we verdergaan met de Algemene Europese Beschouwingen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.