23.470

Herziening stelsel bestuurlijke boeten en fiscaal strafrecht



Dit wetsvoorstel herziet het bestuurlijke boetestelsel en het fiscale strafrecht ondermeer inzake de bevoegdheden van de belastingadministratie.

Dit onder andere om het stelsel aan te passen aan de eisen van internationale verdragen en de in de internationale en nationale rechtspraak ontwikkelde opvattingen over de reikwijdte van de administratieve boete.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Tweede Kamer
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is op 28 maart 1996 zonder stemming door de Tweede Kamer aangenomen. Op 10 september 1996 vond de plenaire behandeling in de Eerste Kamer plaats. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 16 december 1997 zonder stemming aangenomen.

De wet is opgenomen in Staatsblad 738 van 29 december 1997.


Kerngegevens

ingediend

2 november 1993

titel

Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht.

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.


Hoofdlijnen

  • Het fiscale boetestelsel wordt verder aangepast aan de eisen van internationale verdragen en nieuwe opvattingen in (inter)nationale rechtspraak.
  • De begrippen 'ordeboete' en 'niet-ordeboete' worden vervangen door 'verzuimboete' en 'vergrijpboete'.
  • De rechter mag ook boetes verhogen ('reformatio in peius'). Dit kan het beroep op de rechter beperken.
  • Zowel verzuimboeten als vergrijpboeten worden door een afzonderlijke boete-inspecteur en niet meer door de aanslagregelende ambtenaar opgelegd.
  • Belastingplichtigen hebben een zwijgrecht bij vragen van de boete-inspecteur, die uitsluitend met het oog op boete-oplegging zijn gesteld.
    • De medewerkingsverplichting in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) ten behoeve van belastingheffing blijft onverkort gelden.
    • De verhorende ambtenaar heeft een cautieplicht, dat wil zeggen dat hij betrokkene moet meedelen dat deze wordt verdacht van een feit dat tot sancties kan leiden en dat deze zwijgrecht heeft.
  • De inkeerregeling houdt in dat geen vergrijpboete maar wel een verzuimboete kan worden opgelegd bij vrijwillige verbetering.
  • Bijzondere waarborgen voor de vergrijpboete zijn onder andere recht op bijstand van een tolk en recht op gefinancierde rechtsbijstand van een advocaat.
  • Enkele strafbepalingen worden aangepast:
    • Het 'una via'-beginsel wordt gehanteerd dat wil zeggen dat men voor eenzelfde feit niet zowel een administratieve boete als een strafvervolging kan krijgen.
    • Strafvervolging vindt plaats 'indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven'.
    • Vervolging op grond van artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht is uitgesloten indien het feit tevens valt onder de fiscale misdrijven als in artikel 69 lid 1 en 2 AWR.
  • Invordering van vergrijpboetes is alleen verboden als de belastingplichtige de boete aanvecht en om uitstel van betaling verzoekt.

Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Er zijn geen documenten gevonden.

Sociale media menu


Volg via