32.128

Belastingplan 2010



Dit wetsvoorstel treft maatregelen in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2010 en maakt deel uit van het fiscaal pakket Belastingplan 2010. Het is het derde belastingplan van het Kabinet Balkenende IV. Dit belastingplan zet verdere stappen ter verwezenlijking van de ambities van het kabinet uit het Coalitieakkoord en het Beleidsprogramma.

Dit belastingplan is onderverdeeld in enkele thematische clusters: ondernemerschap, vergroening, inkomensbeleid, maatregelen in en om het huis en het boetebeleid. Naast deze clusters zijn in dit belastingplan maatregelen opgenomen met betrekking tot de omzetbelasting, banksparen, box 3 en heffingsrente op successierechtschulden en -vorderingen.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (EK 32.128, A) is op 19 november 2009 aangenomen door de Tweede Kamer. PvdA, GroenLinks, D66, PvdD, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA en het lid Verdonk stemden voor. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 22 december 2009 zonder stemming aangenomen. De fractie van de SP is daarbij aantekening verleend.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft bij brief van 16 december 2009 de staatssecretaris van Financiën gevraagd te reageren op een aantal brieven van derden en op een artikel in de vakliteratuur. De staatssecretaris heeft hierop bij brief van 18 december 2009 gereageerd. Beide brieven zijn opgenomen in een verslag van een schriftelijk overleg dat de commissie op 18 december 2009 heeft uitgebracht. (EK 32.128, 32.129, 32.130, 32.132, 32.133, H) .

De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft op 9 februari 2010 gesproken over de brief van de minister van Financiën van 2 februari 2010 (TK 31.066, nr. 85) over het beleid over het toekennen van tipgelden. Naar aanleiding daarvan heeft de commissie de minister van Financien bij brief van 25 februari 2010 geïnformeerd.  De minister van Financien heeft hierop bij brief van 15 maart 2010 gereageerd. Beide brieven zijn opgenomen in een verslag van een schriftelijk overleg dat de commissie op 16 maart 2010 heeft uitgebracht. (EK 32.128, 32.129, 32.130, 32.132, 32.133, I).


Kerngegevens

ingediend

14 september 2009

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2010)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat:
  • artikel I, onderdelen B, C, H, S, T, U, V en X, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2010 is toegepast;
  • artikel III, onderdelen D, E, G en H, eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2010 is toegepast;
  • de wijzigingen ingevolge artikel VII, onderdelen D en E, terugwerken tot en met 1 januari 2009 en slechts toepassing vinden met betrekking tot verliezen van jaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2009;
  • de wijziging ingevolge artikel IX toepassing vindt met betrekking tot verliezen van jaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2011;
  • de wijzigingen ingevolge artikel XXV, onderdelen C, D en E, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2010;
  • het in artikel XXV, onderdeel F, opgenomen artikel 67ca van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geen toepassing vindt met betrekking tot verzuimen begaan vóór 1 januari 2010, indien ter zake een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
  • de wijziging ingevolge artikel XXVI, onderdeel D, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2011.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen F en G, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met 1 januari 2010.
  • 3. 
    Artikel I, onderdeel O, werkt terug tot en met 30 december 2009.
  • 4. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIXA in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met 1 januari 2010.

Documenten


Sociale media menu


Volg via