Een strategisch plan voor voedselzekerheid in Afrika



2 oktober 2002

Op verzoek van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft de Inter Academy Council (de overkoepelende organisatie van alle Academies van Wetenschap in de wereld) een internationale werkgroep (panel) ingesteld die onder mijn co-voorzitterschap binnen een jaar een strategisch plan moet opstellen om de voedselproductie en de voedselzekerheid in Afrika drastisch te verbeteren.

De reden van dit verzoek is gelegen in het achterblijven van de productiviteitsontwikkeling bij de bevolkingsgroei, waardoor structurele tekorten ontstaan en op veel plaatsen sprake is van een schrijnende honger, gepaard gaande met omvangrijke kindersterfte en teruglopende levensverwachting. Het laatste wordt ook sterk beïnvloed door het endemisch en epidemiologische karakter van Aids in Afrika, maar laat onverlet dat met name de landbouwkundige productiviteit grote zorgen baart. Elders in de wereld is de voedselsituatie per hoofd van de bevolking het laatste decennium aanmerkelijk verbeterd (ongeveer 10-30%) maar in Afrika is het gemiddeld met zo'n 7% afgenomen, waardoor de toch al niet florissante situatie nog verder is verslechterd.

Dat gegeven heeft de Secretaris-Generaal van de VN, dhr. Kofi Annan, tot zijn verzoek aan de Inter Academy Council gebracht.

Bij de werkzaamheden van het panel zal uitgebreid gebruik kunnen worden gemaakt van de kennis en inzichten van de FAO (Food and Agricultural Organization of the United Nations), de verschillende regionale organisaties in Afrika en de ervaring van verschillende andere organisaties.

Het schrijven van een dergelijk plan heeft alleen zin als van te voren enige garantie kan worden gegeven voor de acceptatie, introductie en realisatie van de aanbevelingen en voorstellen.

Daarom is de afgelopen maanden veel werk gemaakt van de mobilisatie en de betrokkenheid van de politieke en wetenschappelijke wereld. Zo is zowel van NEPAD (New Partnership for African Development) als de vele regionale organisaties maximale medewerking verkregen en is geïnventariseerd en geanalyseerd wat de belangrijkste oorzaken van de deprimerende situatie zijn.

Ook is vastgesteld dat er een aantal successen zijn geboekt die kunnen worden benut om te zien hoe de voorwaarden voor dergelijke successen kunnen worden gecreëerd.

De factoren die nu zijn geïnventariseerd en regionaal verder worden bekeken hebben betrekking op het volgende:

  • 1. 
    De bodems in Afrika worden in grote mate gekenmerkt door schrijnende tekorten aan de belangrijkste nutriënten. Die bodemarmoede is het gevolg van de dominantie van de typische oude sterk verweerde en uitgeloogde gronden en de afwezigheid van een grote hoeveelheid jonge alluviale en vulkanische gronden die doorgaans beschikken over een goede structuur en een behoorlijke rijkdom aan met name micronutriënten. Langjarige investering in de bodemvruchtbaarheid is nodig om dat probleem op te lossen.
  • 2. 
    Een tweede factor betreft de afwezigheid van grote kustvlakten of rivierdelta 's waar via geëigende geïrrigeerde landbouwsystemen goede opbrengsten kunnen worden gerealiseerd. Behoudens de Nijldelta, waar de opbrengsten dan ook zeer indrukwekkend zijn, is dat elders in Afrika niet, of nauwelijks het geval. Daar kan evenwel door precisie en maatwerk wel veel aan gedaan worden.

Van belang voor beide biofysische problemen is een goed sociaal-economisch beleid. Bereidheid om met publieke middelen in de voorwaarden voor landbouw te investeren gedurende lange tijd, is daartoe vereist. Dat vergt van de overheden een behoorlijke inzet, die vaak niet overeenkomt met de aanbevelingen van diverse externe adviseurs.

Zolang de mogelijkheden voor de markt te produceren in Afrika en Europa niet gelijk zijn, is dit evenwel nodig.

Een kg. kunstmest is als gevolg van diverse oorzaken in Kampala (Oeganda) 7x zo duur als in Deventer. Daarom is enige correctie nodig. In Afrika bestaat een zeer groot aantal verschillende gewassystemen omdat de variatie in

diëten in de verschillende gebieden zeer groot is. In Azië zijn tarwe en rijst voor meer dan 80% verantwoordelijk voor de voedselvoorziening; in Afrika is dat minder dan 20% en bestaan er vele gewassystemen waarin knol- en wortelgewassen een dominante rol spelen.

Er bestaan nog verschillende andere oorzaken voor de achterblijvende productiviteit. Daar zal d.m.v. verschillende analyses die in samenwerking met regionale, boeren- en vrouwenorganisaties worden gedaan, meer inzicht in worden verkregen.

Die analyses worden benut om de belemmerende factoren voor productiviteitsontwikkeling te identificeren, maar ook om aan te geven waar wetenschap en technologie een belangrijke rol kunnen spelen. Dat zal er toe moeten leiden dat na leniging van de ergste noden via voedselhulp, er aan structurele verbetering van de voedselproductie en voedselzekerheid wordt gewerkt.

De mogelijkheden zijn er, hoop is gerechtvaardigd. Verbetering van de voedselsituatie is, aldus co-voorzitter en vice-president van Oeganda mevr. Speciosa Kazibwe, de belangrijkste voorwaarde voor waardigheid en zelfrespect.

Daarom alleen al moet, en zal onze opdracht lukken.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven