E100040
  ruit icoon
Laatste revisie: 27-01-2017

E100040 - Voorstel voor een richtlijn voor tijdelijke overplaatsing binnen een onderneming van werknemers uit derde landen



Deze nieuwe richtlijn moet het voor multinationale ondernemingen gemakkelijker maken om hoogopgeleide werknemers uit derde landen tijdelijk over te plaatsen van een buiten de EU gevestigde onderneming naar filialen of dochterondernemingen in EU-lidstaten. In de richtlijn worden voorwaarden bepaald voor de toegang en het verblijf - op het grondgebied van lidstaten voor langer dan drie maanden - van onderdanen van derde landen en hun gezinsleden in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming. Ook worden er voorwaarden opgesteld voor als de onderdaan die een verblijfsvergunning heeft verkregen op basis van deze richtlijn, zich binnen de EU wil verplaatsen van de ene lidstaat naar de andere.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

nationaal

Op 1 februari 2011 hebben de commissies de brief van de minister van Immigratie en Asiel van 27 januari 2011 voor kennisgeving aangenomen.


Kerngegevens

volledige titel

Richtlijnvoorstel betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming

document Europese Commissie

COM(2010)378PDF-document, d.d. 13 juli 2010

rechtsgrondslag

WVEU artikel 79 paragraaf 2

commissies Eerste Kamer

beleidsterreinen


Implementatie

Richtlijn 2014/66/EUPDF-document werd op 15 mei 2014 ondertekend door de Raad en het Europees Parlement en werd op 27 mei 2014 gepubliceerd in Pb EU L157. Deze dient uiterlijk 29 november 2016 geïmplementeerd te zijn.

Implementatie is geschied door een Wijziging Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met richtlijn toelating voor overplaatsing binnen een onderneming (richtlijn intra corporate transferees/ICT-richtlijn).

Bron: Kwartaaloverzicht omzetting EG-Richtlijnen, stand per  1 januari 2017 .


Behandeling Eerste Kamer

Tijdens de commissievergadering van 14 september 2010 hebben de commissies JBZ en Justitie besloten de procedure aan te houden tot 28 september 2010.

Op 28 september 2010 besloten de commissies het voorstel in behandeling te nemen. Inbreng voor overleg met de regering en/of de Europese Commissie kan worden geleverd in de vergadering van 12 oktober 2010. 

Op 12 oktober 2010 is er inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering. De reeds op 28 september 2010 geleverde mondelinge inbreng van de fractie van de SP wordt in het schriftelijk overleg meegenomen.

Op 26 oktober 2010 is de brief namens de commissies Justitie en JBZ verstuurd aan de minister van Immigratie en Asiel. De commissies vragen zich onder meer af met welke argumenten de Nederlandse regering zal komen om te onderbouwen dat er in het voorstel ten onrechte een vrije toegang ontbreekt voor gezinsleden tot de arbeidsmarkt.

De commissie heeft op 27 januari 2011 een antwoord ontvangen. De minister geeft drie argumenten waarmee het pleidooi voor een vrije arbeidsmarkttoegang van gezinsleden van intra corporate transferees (ict's) wordt onderbouwd; 

  • 1. 
    Bij ict's gaat het om hooggekwalificeerde migranten. Wanneer gezinsleden geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt kan dit een reden zijn om af te zien van migratie.
  • 2. 
    Werken is belangrijk bij het opbouwen van een sociaal netwerk en voor de integratie.
  • 3. 
    Gezinsleden van een houder van de Europese blauwe kaart hebben vrije arbeidsmarkttoegang.

De commissies bespreken deze brief op 1 februari 2011.

Op 1 februari 2011 hebben de commissies de brief van de minister voor kennisgeving aangenomen.


Behandeling Tweede Kamer


Standpunt Nederlandse regering

In het Stockholm Programma dat in december 2009 door de Europese Raad is aangenomen, wordt erkend dat arbeidsmigratie kan bijdragen aan meer concurrentievermogen en economische vitaliteit en dat een flexibel immigratiebeleid een belangrijke bijdrage kan leveren aan de economische ontwikkeling en prestaties van de EU op lange termijn.

Het voorstel past ook goed in het Nederlandse beleid om meer hooggekwalificeerde arbeidsmigranten/kennismigranten aan te trekken en de intra-EU mobiliteit voor hen te vergroten. Ten opzichte van de EU Blauwe Kaartrichtlijn is dit voorstel op het punt van intra-EU mobiliteit ambitieuzer. Nederland beoordeelt dit positief en zal zich in de onderhandelingen voor dit punt hard blijven maken. Immers, juist in deze intra EU-mobiliteit laat het voorstel zijn meerwaarde zien voor de internationale concerns in de EU als geheel en in Nederland, waar relatief veel internationale concerns zijn gevestigd, in het bijzonder. Wel is het van belang dat de procedure voor intra EU mobiliteit duidelijker wordt weergegeven.

De versoepeling van de richtlijn inzake gezinshereniging (2003/86/EG), zoals in artikel 15 van dit voorstel staan opgesomd, verhoogt de aantrekkelijkheid van de regeling. Een vrije toegang voor gezinsleden tot de arbeidsmarkt, zoals de nationale kennismigrantenregeling en de EU Blauwe Kaartregeling kent, mist Nederland daarentegen in dit voorstel. Nederland zal zich hiervoor dan ook inzetten bij de onderhandelingen.

Onderhavig voorstel laat overigens het bestaan van de nationale kennismigrantenregeling en de Europese Blauwe Kaartregeling onverlet.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

In deze richtlijn worden voorwaarden bepaald voor de toegang en het verblijf - op het grondgebied van lidstaten voor langer dan drie maanden - van onderdanen van derde landen en hun gezinsleden in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming. Ook worden er voorwaarden opgesteld voor als de onderdaan die een verblijfsvergunning heeft verkregen op basis van deze richtlijn, zich binnen de EU wil verplaatsen van de ene lidstaat naar de andere. Binnen een onderneming overgeplaatste personen die zijn toegelaten, krijgen een specifieke verblijfsvergunning (=met de vermelding "binnen een onderneming overgeplaatste persoon. Op grond van deze vergunning zouden voor deze overgeplaatste personen in de eerste lidstaat ook gunstige voorwaarden voor gezinshereniging gelden.

Lees meer: Uitgebreide samenvattingPDF-document


Behandeling Raad

De richtlijn is aangenomen tijdens de Raad Algemene Zaken op 13 mei 2014.

JBZ-Raad 3-4 maart 2014 (agendapunt I.2)

Tijdens de Raad informeerde het Voorzitterschap de Raad over het akkoordPDF-document tussen het Europees Parlement en de Raad over de richtlijn.

JBZ-Raad van 6 en 7 juni 2013 (agendapunt I.6)

Tijdens de Raad is de laatste stand van zaken met betrekking tot het richtlijnvoorstel besproken. Uit het verslag van de Raad blijkt dat de onderhandelingen zich bevinden in de triloog (onderhandelingen tussen het Parlement, de Raad en de Europese Commissie) en dat een akkoord in eerste lezing binnen bereik is.

JBZ-Raad van 7 en 8 maart 2013 (agendapunt diversen)

Tijdens de Raad bleek dat het Voorzitterschap een akkoord in eerste lezing wil bereiken op basis van de door de Raad in 2012 vastgestelde mandaten. 

JBZ-Raad 25 en 26 oktober 2012

Het voorzitterschap gaf de stand van zaken ten aanzien van de besprekingen over de richtlijn Intra Corporate Transferees (ICT). Op 30 mei 2012 is in Coreper een gezamenlijk standpunt bereikt over het ICT-voorstel. Er lopen nu contacten met het EP op technisch niveau. De eerste triloog zal plaatsvinden op 13 november 2012.

JBZ-raad 13 en 14 december 2011 (agendapunt 5)

Tijdens de Raad zou het voorzitterschap de stand van zaken van de onderhandelingen over dit voorstel presenteren, maar dit onderwerp is tijdens de Raad niet aan bod gekomen.

UIt de geannoteerde agenda blijkt dat Nederland zich er in de onderhandelingen hard voor heeft gemaakt dat derdelanders die binnen een onderneming worden overgeplaatst en niet voldoen aan de voorwaarden van de richtlijn niet bij voorbaat worden uitgesloten van toelating tot een lidstaat. Als een lidstaat vindt dat de desbetreffende vreemdeling toch een toegevoegde waarde heeft voor de economie en/of samenleving, dient de lidstaat de mogelijkheid te houden om hem via een nationale regeling toe te laten. Uiteraard geniet de vreemdeling dan niet precies dezelfde rechten, zoals het recht op intra-EU-mobiliteit. Dit Nederlandse voorstel is in de meest recente onderhandelingstekst opgenomen.

JBZ-raad 9-10 juni 2011 (agendapunt 4)

Naar verwachting wordt er een stand van zaken besproken.

JBZ-Raad 11-12 april 2011 (agendapunt 3)

Uit de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad 11-12 april blijkt dat tijdens de ambtelijke besprekingen lidstaten, waaronder Nederland, hebben opgemerkt wel enige controle te willen houden op de toe te laten intra-corporate transferees . Zoals ook aangegeven in het BNC-fiche over dit voorstel, maakt Nederland zich sterk voor een soepele toelating in het kader van intra-EU mobiliteit.

JBZ-Raad 7-8 oktober 2010 (agendapunt 3)

De Commissie heeft op 13 juli 2010 een voorstel gepresenteerd voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming en zal dit tijdens de JBZ-Raad presenteren.

Het kabinet heeft zijn standpunt ten aanzien van dit fiche recent, zoals gebruikelijk, in een BNC-fiche neergelegd (zie paragraaf standpunt regering). 

De Commissie gaf in haar presentatie aan dat het voorstel een belangrijke stap vormt in de vorming van een gemeenschappelijk migratiebeleid en bijdraagt aan de versteviging van de economie en de concurrentiepositie van de EU. De Commissie benadrukte dat het voorstel ertoe dient om bureaucratische regelgeving en red tape te verminderen, een constante klacht vanuit het bedrijfsleven. Doet de EU dit niet, dan zullen kennismigranten naar elders trekken, zoals de VS. De meeste lidstaten reageerden positief op dit voorstel. Minister Hirsch Ballin gaf eveneens aan positief te staan tegenover de ICT richtlijn, omdat het goed past in het Nederlandse beleid om meer hooggekwalificeerde arbeids- en kennismigranten aan te trekken en de intra-EU mobiliteit voor hen te vergroten. Het voorstel kan bijdragen aan het concurrentievermogen en de economische vitaliteit en een flexibel immigratiebeleid kan een belangrijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling en prestaties van Nederland en van de EU op lange termijn. 

JBZ-Raad 2 en 3 december 2010 (agendapunt 3)

Met betrekking tot legale migratie heeft het Belgische Voorzitterschap vooral ingezet op drie voorstellen voor richtlijnen op het gebied van arbeidsmigratie: het voorstel voor de single permit richtlijn (één aanvraag-procedure en één vergunning bij arbeidsmigratie), het voorstel voor de seizoenswerkersrichtlijn en het voorstel voor de intra corporate transfereesrichtlijn. De laatste twee voorstellen zijn vanaf september 2010 voor het eerst in de raadswerkgroep besproken.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement stelde op 15 april 2014 haar standpunt in eerste lezing vast.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via