Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E130001
  ruit icoon
Laatste revisie: 21-07-2015

E130001 - Europese strategie voor schone energie voor het vervoer



De Europese Commissie heeft een pakket maatregelen gepresenteerd waarin een strategie wordt neergezet voor alternatieve, schone brandstoffen voor de vervoerssector. Dit pakket bestaat uit een mededeling over een strategie inzake alternatieve brandstoffen, een richtlijn over infrastructuur en normen en tot slot een begeleidend document met daarin een actieplan voor het stimuleren van vloeibaar aardgas in de scheepvaart. 


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

De commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft op 5 maart 2013 besloten het dossier voor kennisgeving aan te nemen. 

Europees

Tijdens de Transportraad op 14 maart 2014 gaf het voorzitterschap gaf aan dat er in de triloog na inhoudelijke overeenstemming nog een interinstitutioneel twistpunt was. Het ging om de verplichte raadpleging door de Commissie van nationale deskundigen bij uitvoeringsregelgeving (gedelegeerde handeling). De Europese Commissie en lidstaten werden opgeroepen het twistpunt op te lossen, hetgeen kort na de Raad is geslaagd. 


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2013)18PDF-document, d.d. 24 januari 2013

rechtsgrondslag

artikel 91, lid 1, onder d), van het VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Behandeling Eerste Kamer

De commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft op 5 maart 2013 besloten het dossier voor kennisgeving aan te nemen. 

De commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening besloot op 26 februari 2013 de procedure aan te houden tot na ontvangst van het BNC-fiche en tot na afronding van de behandeling van de geannoteerde agenda Transportraad van 11 maart 2013 door de Tweede Kamercommissie voor I&M. 


Behandeling Tweede Kamer

Er zijn vragen gesteld tijdens een schriftelijk overleg voorafgaand aan de Transportraad van maart 2013. De minister en staatssecretaris reageren op vragen over onder andere het dwingend opleggen van een minimum aantal te realiseren installaties (elektrische laadpalen) en de subsidiariteit van het voorstel. De regering bevestigd de positieve houding ten aanzien van dit laatste.

Op 13 februari 2013 heeft de Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu (I&M) besloten dat zij dit voorstel zal agenderen voor een schriftelijk overleg voorafgaand aan de Transportraad in maart 2013.

De Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu heeft in haar werkprogramma voor 2012 ook de strategie voor alternatieve brandstoffen als prioritair aangemerkt (TK 22112, nr. 1368). 


Standpunt Nederlandse regering

In het BNC-fiche van 1 maart 2013 laat de regering onder andere weten dat zij de voorstellen verwelkomt als een goede stap om het gebruik van alternatieve brandstoffen te bevorderen. Nederland vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk van deze alternatieve brandstoffen afkomstig zijn van duurzame hernieuwbare energiebronnen. De Europese alternatieve brandstofstrategie is een ondersteuning van het door Nederland ingezette brandstoffenbeleid. Nederland verwelkomt de cofinancieringsmogelijkheden,zoals TEN-T fondsen en Cohesie- en Structuurfondsen die de Commissie beschikbaar stelt om de infrastructuur uit te kunnen rollen.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie heeft een pakket maatregelen gepresenteerd waarin een strategie wordt neergezet voor alternatieve, schone brandstoffen voor de vervoerssector. Dit pakket bestaat uit een mededeling over een strategie inzake alternatieve brandstoffen, een richtlijn over infrastructuur en normen en tot slot een begeleidend document met daarin een actieplan voor het stimuleren van vloeibaar aardgas in de scheepvaart. Het pakket is onder meer een vervolg op het Witboek Transport: Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte - werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem. Dit witboek (E110018) is in het voorjaar van 2011 in behandeling geweest bij de commissie VenW en haar opvolger de commissie IMRO.

Doel van het pakket is volgens de Commissie om een beleidskader vast te stellen dat kan dienen als een "samenhangende en stabiele overkoepelende strategie met een investeringsvriendelijk regelgevingskader". In de mededeling worden vier prioriteitsgebieden vastgesteld waarop verschillende maatregelen worden voorgesteld die de ontwikkeling van de markt voor alternatieve brandstoffen zouden kunnen bevorderen:

  • bevorderen van de bouw van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen;
  • ontwikkelen van gemeenschappelijke technische specificaties;
  • bevorderen van de acceptatie door consumenten;
  • bevorderen van de technologische ontwikkeling.

In het richtlijnvoorstel wordt onder meer het volgende voorgesteld:

  • minimumvereisten waaraan infrastructuurvoorzieningen voor elektriciteit, aardgas en waterstof als alternatieve vervoersbrandstoffen moeten voldoen;
  • een verplichting voor de lidstaten om nationale beleidskaders vast te stellen voor het ontwikkelen van de markt voor alternatieve brandstoffen en de daarvoor benodigde infrastructuur, alsmede een rapportageplicht aan de Commissie hierover;
  • eisen voor wat betreft het minimumaantal oplaadpunten voor elektrische voertuigen in de lidstaten en voor de gemeenschappelijke technische specificaties waaraan de oplaadpunten moeten voldoen;
  • lidstaten, op wiens grondgebied zich reeds waterstoftankpunten bevinden, dienen erop toe te zien dat uiterlijk op 31 december 2020 een vereist minimumaantal operationeel dient te zijn;
  • lidstaten dienen er op toe te zien dat voldoende aardgastankpunten beschikbaar zijn in de zee- en binnenvaarthavens en langs de wegen van het kerngedeelte van het trans-Europees vervoersnet (TEN-T).


Behandeling Raad

Tijdens de Transportraad op 14 maart 2014 gaf het voorzitterschap gaf aan dat er in de triloog na inhoudelijke overeenstemming nog een interinstitutioneel twistpunt was. Het ging om de verplichte raadpleging door de Commissie van nationale deskundigen bij uitvoeringsregelgeving (gedelegeerde handeling). De Europese Commissie en lidstaten werden opgeroepen het twistpunt op te lossen, hetgeen kort na de Raad is geslaagd. 

De Transportraad op 5 december 2013 heeft een voorlopig standpunt geformuleerd over het richtlijnvoorstel voor schone energie voor het vervoer, in afwachting van het standpunt van het Europees Parlement (algemene oriëntatie). In de tekst van deze algemene oriëntatie is een aantal van de voor Nederland belangrijke punten goed opgenomen volgens het verslag van de minister I&M. Zo kunnen de lidstaten van de Europese Unie zelf beslissen over aantallen publieke en private laadpalen voor elektrisch vervoer en over maximale afstanden tussen tankpunten. 

Bovendien is vastgelegd dat elektrische voertuigen die al op de markt zijn voordat de laadpunten volgens de nieuwe Europese normen worden gerealiseerd gedurende hun levensduur van publieke laadpunten gebruik kunnen blijven maken. Tenslotte is erkend dat voor maritiem transport de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van Europese normen. Een meerderheid van de lidstaten bleek voorstander van een deadline van 2030 in plaats van 2020, waarbij overigens bekend is dat het Europees Parlement ook zeer hecht aan 2020. 

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu