Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E150002
  ruit icoon
Laatste revisie: 20-10-2015

E150002 - Voorstel voor een verordening betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013



Vijftig dagen na de aankondiging haar ambitieus investeringsplan voor Europa ter bevordering van groei en werkgelegenheid heeft de Europese Commissie op 13 januari 2015 het wetgevingsvoorstel betreffende het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) goedgekeurd. Dit fonds zal worden opgezet in nauw partnerschap met de Europese Investeringsbank (EIB). Het fonds vormt de hoeksteen van het investeringsoffensief van Europees Commissievoorzitter Juncker.  


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

nationaal

De commissie Economische Zaken heeft op 7 juli 2015 besloten de brief van 22 juni 2015 van de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken voor kennisgeving aan te nemen. In de brief werd de Eerste Kamer geïnformeerd over een voorlopig akkoord tussen de Raad van Ministers en vertegenwoordigers van het Europees Parlement over de verordening voor het EFSI. 

Europees

De verordening werd op 25 juni 2015 ondertekend door het Europees Parlement en de Raad. Op 1 juli 2015 werd de verordening gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. 


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2015)10PDF-document, d.d. 13 januari 2015

rechtsgrondslag

artikel 172, 173, 175, lid 3, en artikel 182, lid 1, VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwant dossier


Implementatie

Verordening (EU) Nr. 2015/1017PDF-document werd op 25 juni 2015 ondertekend door het Europees Parlement en de Raad. Op 1 juli 2015 werd de verordening gepubliceerd in Pb EU L169. De verordening is op 4 juli 2015 in werking getreden.


Behandeling Eerste Kamer

De commissie Economische Zaken heeft op 7 juli 2015 besloten de brief van 22 juni 2015 van de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken voor kennisgeving aan te nemen. 

De commissie Economische Zaken heeft op 30 juni 2015 besloten inbreng te leveren voor schriftelijk overleg op 7 juli 2015 naar aanleiding van de brief van 22 juni 2015 van de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken. 

De minister van Financiën en de minister van Economische Zaken hebben op 22 juni 2015 een brief gestuurd aan de Eerste Kamer. In deze brief informeren zij de Eerste Kamer over een voorlopig akkoord tussen de Raad van Ministers en vertegenwoordigers van het Europees Parlement over de verordening voor het EFSI. De commissie Economische Zaken zal op 30 juni 2015  de brief behandelen. 

De minister van Economische Zaken heeft op 21 mei 2015 per brief gereageerd op de vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks. De brief werd besproken en voor kennisgeving aangenomen tijdens de vergadering van de commissie Economische Zaken op 26 mei 2015

De fracties van PvdA en GroenLinks in de commissie Economische Zaken hebben op 21 april 2015 inbreng geleverd voor nader schriftelijk overleg met de minister na bespreking van de reactie op de vragen van 3 maart 2015. Zo vraagt de fractie van de PvdA zich onder andere af of de minister voorbeelden kan geven van projecten op het gebied van onderzoek, onderwijs en innovatie die in aanmerking komen voor financiering door het EFSI. De fractie van GroenLinks vraagt zich onder andere af welke criteria worden gehanteerd bij het indienen van projecten voor de EFSI-lijst. De brief werd op 24 april 2015 verzonden.  

De commissie Economische Zaken heeft op 7 april 2015 de reactie op de vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks van 3 maart 2015 besproken en besloten dat zij inbreng zal leveren voor nader schriftelijk overleg met de regering. 

De minister van Economische Zaken heeft op 2 april 2015 per brief gereageerd op de vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks. 

Een brief aan de minister van Economische Zaken met vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks werd op 3 maart 2015 verzonden. De fractie van PvdA vraagt onder andere naar de verhouding tussen het EFSI en reeds bestaande instrumenten om investeringen in Europa te bevorderen, omdat de regering hier niet op ingaat in het BNC-fiche. De fractie van GroenLinks vraagt onder andere naar de alternatieven om het fonds te vullen, omdat de Nederlandse regering heeft aangegeven niet bereid te zijn een extra investeringen in het fonds te willen doen. 

Op 24 februari 2015 werd inbreng geleverd voor schriftelijk overleg met de regering door de fracties van de PvdA en GroenLinks.

De commissie Economische Zaken besloot op 3 februari 2015 dit voorstel uit het Werkprogramma 2015 van de Europese Commissie als prioritair te selecteren en besloot tevens hierover op 24 februari 2015 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering. 


Behandeling Tweede Kamer

Tijdens de procedurevergadering van de Commissie Financiën op 17 juni 2015 is besloten de brief van de ministers Financiën en Economische Zaken van 9 juni 2015 te betrekken bij een gesprek met de heer Hoyer, president van de Europese Investeringsbank (EIB), over de EIB en over het EFSI. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 23 september 2015. Van dit gesprek is geen verslag gemaakt.

De minister van Financiën en de minister van Economische Zaken hebben op 9 juni 2015 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. In deze brief informeren zij de Tweede Kamer over het bereikte akkoord van 28 mei 2015. Daarbij doen zij de toezegging gestand uit het algemeen overleg van 5 maart 2015 om, zodra de besluitvorming afgerond lijkt te zijn, toelichting te geven op de werking van het EFSI. Als laatste informeren zij de Kamer over de oprichting van het Netherlands EFSI Investment Agency (NEIA). Met de oprichting van het NEIA speelt Nederland tijdig in op de openstelling van het EFSI, door het aanbieden van een centraal loket en ondersteunend bureau dat moet garanderen dat het EFSI optimaal kan worden benut voor de financiering van Nederlandse projecten. Het kabinet voorziet daarmee in een behoefte bij stakeholders, te weten medeoverheden, bedrijfsleven en financiële instellingen. 

Op 26 mei 2015 hebben de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin zij ingaan op kritiek verwoord door wetenschappers over het onttrekken van 2,7 miljard euro voor het Europese onderzoeksprogramma Horizon2020 ten behoeve van het EFSI. Dit geld zal worden toegevoegd aan een EU-garantiefonds. Nederland heeft in de onderhandelingen in de Raad benadrukt het wenselijk te achten dat een belangrijk deel van de investeringen vanuit het EFSI ten goede komt aan toekomstgerichte sectoren met groeipotentieel, zoals onderzoek, onderwijs en innovatie, mede omdat de EU-begrotingsmiddelen voor dit doel in Horizon2020 worden gekort ten behoeve van de dekking van het EU Garantiefonds. 

Tijdens een algemeen overleg op 23 april 2015 over de Eurogroep/ Ecofinraad is gesproken over het investeringsplan van de Europese Commissievoorzitter Juncker en over het EFSI. Er zijn onder andere vragen gesteld over de financiering van het fonds, de punten van kritiek geventileerd door het Europees Parlement en de benoemingen bij het investeringscomité van het EFSI.  

Op 14 april 2015 vond in de Tweede Kamer een gesprek plaats met de Eurocommissaris voor Banen, Groei, Investeringen en Concurrentievermogen over het Europees Investeringsfonds. 

Ter voorbereiding op de Transportraad van 13 maart 2015 hebben de fracties van de PvdA en de SP vragen gesteld over het investeringsplan van de Europese Commissie. Er zijn onder andere vragen gesteld over de verhouding tussen het investeringsfonds en de TEN-T ('Trans-European Transport Networks') gelden en of de garantstelling zoals die wordt voorgesteld met het fonds in Nederland bij een lage bancaire rente wel meerwaarde biedt. 

De Commissie Financiën heeft tijdens de procedurevergadering op 12 februari 2015 gesproken over het BNC-fiche bij dit voorstel en besloten dit te betrekken bij het algemeen overleg voorafgaand aan de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) op 5 maart 2015

Op 20 januari 2015 heeft de Commissie Financiën tijdens een algemeen overleg over de Eurogroep/ Ecofinraad gesproken over het EFSI. Verschillende fracties hebben vragen gesteld over het investeringsplan, onder meer over de deelname van Nederland aan het plan, de verhouding tussen het bestuur van het EFSI ten opzichte van het onafhankelijk investeringscomité dat moet toezien op de projectselectie en waarom het EFSI buiten het Stabiliteits- en Groeipact is geplaatst. 

Voorafgaand aan de publicatie van het wetgevende voorstel over het Europees investeringsplan is tijdens een algemeen overleg met de minister van Buitenlandse Zaken op 10 december 2014 voorafgaand aan de Raad Algemene Zaken van 16 december 2014 gesproken over het investeringsplan. 


Standpunt Nederlandse regering

In het BNC-fiche dat op 6 februari 2015 werd aangeboden aan het parlement valt te lezen dat het kabinet positief is ten aanzien van de subsidiariteit van dit voorstel. Voor het aanjagen van investeringen in de EU en om te voorzien in de investeringsbehoeften in Europa ligt een Europese aanpak in de rede. Het creëren van een investeringsfonds dat in staat is om binnen heel Europa grensoverschrijdende of meer risicovolle projecten te financieren dient dan ook op EU-niveau te worden georganiseerd. Optreden door de EU/EIB creëert schaalvoordelen en voorkomt hiermee landenspecifieke belemmeringen. Ook het inrichten van een investeringsadvieshub heeft meerwaarde als dit op Europees niveau gebeurt, omdat op die wijze vraag naar en aanbod van investeringskapitaal op Europees niveau bij elkaar kunnen worden gebracht.

Ook de proportionaliteit beoordeelt het kabinet positief. Een investeringsplan, gericht op het mobiliseren van financiering voor investeringen alsmede het waarborgen dat deze investeringen in de reële economie belanden, dient, mede met het oog op rechtszekerheid, op een eenduidige wijze op Europees niveau te worden vormgegeven. Een verordening is hiervoor het geschikte instrument. Het kabinet ziet de verordening als onderdeel van een bredere Europese investeringsagenda, waarin ook aandacht is voor het creëren van een beter groei- en investeringsklimaat via onder meer structurele hervormingen op arbeids- en productmarkten, aanpak van regelgeving, het opzetten van een kapitaalmarktunie en verdieping van de interne markt. Het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) kan daarbij aanvullend zijn door met behulp van een relatief beperkte publieke bijdrage privaat kapitaal te mobiliseren. Ook door het EFSI onder te brengen binnen de EIB Groep is het voorstel proportioneel.

Het kabinet heeft in de kabinetsreactie van 26 november 2014 op de mededeling van de Europese Commissie 'Een investeringsplan voor Europa' reeds de hoofdlijnen van het Nederlands beleid ten aanzien van het stimuleren van investeringen in Europa gegeven.

Het kabinet heeft daarin benadrukt dat beleid in Europa dat specifiek gericht is op investeringen van waarde is, mits het ingebed is in een algehele verbetering van het investerings- en vestigingsklimaat en gericht is op het wegnemen van belemmeringen voor investeringen. 


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Vijftig dagen na de aankondiging van het investeringsplan voor Europa ter bevordering van groei en werkgelegenheid heeft de Europese Commissie op 13 januari 2015 het wetgevingsvoorstel betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen goedgekeurd. Dit fonds zal worden opgezet in nauw partnerschap met de Europese Investeringsbank (EIB). 

Het plan bestaat uit drie elkaar versterkende onderdelen.

Ten eerste, de beschikbaarstelling van ten minste 315 miljard euro aan particuliere en openbare middelen voor het verrichten van extra investeringen gedurende de komende drie jaar. Er zullen vooral strategische investeringen worden ondersteund, zoals investeringen in breedband- en energienetwerken, als ook investeringen in ondernemingen met minder dan 3000 werknemers. Het voorstel voorziet tevens in de oprichting van een Europees investeringsadviescentrum, dat moet helpen bij de identificatie, voorbereiding en ontwikkeling van projecten overal in de EU. Tot slot zal een Europese investeringsprojectenpijplijn ervoor zorgen dat investeerders beter op de hoogte zijn van bestaande en toekomstige projecten.

Ten tweede, gerichte initiatieven om te waarborgen dat deze extra investeringen in de behoeften van de reële economie voorzien.

En ten derde maatregelen om de voorspelbaarheid van de regelgeving te vergroten en investeringsbelemmeringen weg te nemen, waardoor Europa aantrekkelijker wordt en van het plan een multiplicatoreffect uitgaat.

Het Commissievoorstel omvat de volgende verschillende elementen als uitwerking van de samenhangende onderdelen:

Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

Het EFSI is de voornaamste manier om de komende drie jaar ten minste 315 miljard euro aan extra investeringen in de reële economie te mobiliseren. Het zal projecten met een hoger risicoprofiel financieren en daarmee het effect van de overheidsuitgaven maximaliseren en particuliere investeringen aanboren. Het Fonds zal worden opgezet binnen de Europese Investeringsbank (EIB), die als strategische partner met de Commissie zal samenwerken.

Lidstaten kunnen aan het EFSI deelnemen. Het EFSI staat ook open voor deelname door derden, mits de bestaande contribuanten daarmee instemmen.

Het EFSI zal worden aangestuurd door een bestuur dat beslist over de algemene oriëntatie, het risicoprofiel, het strategische beleid en de allocatie van activa van het Fonds, met inachtneming van de politieke beleidslijnen van de Commissie. Een investeringscomité is verantwoording verschuldigd aan het bestuur. Het comité zal zijn fiat geven voor concrete projecten en beslissen welke projecten EFSI-steun zullen ontvangen, zonder dat er van geografische of sectorale quota sprake is.

Een Europees investeringsadviescentrum (EIAC)

Gebruikmakend van de bestaande deskundigheid zal het EIAC fungeren als EU-breed centraal loket voor het helpen identificeren, voorbereiden, ontwikkelen en financieren van projecten. Het zal ook advies verlenen over het gebruik van innovatieve financiële instrumenten en publiek-private partnerschappen.

Een transparante Europese projectenpijplijn

Een transparante Europese projectenpijplijn zal investeerders informeren over bestaande lopende en potentiële toekomstige projecten. Vandaag vormt een   gebrek aan informatie immers een belangrijke hinderpaal voor het doen van investeringen.

Een EU-garantiefonds en gevolgen voor de EU-begroting 

Het voorstel voorziet in de instelling van een EU-garantiefonds dat bedoeld is als liquiditeitsbuffer voor de Uniebegroting tegen de mogelijke verliezen die door het EFSI worden geleden bij het ondersteunen van projecten.


Behandeling Raad

Op 25 juni 2015 heeft de Raad de verordening voor het EFSI aangenomen. Halverwege 2015 zullen de eerste investeringen uit het fonds worden gedaan. 

Tijdens de Ecofinraad van 18 en 19 juni 2015 heeft het Letse Voorzitterschap de Raad bijgepraat over het onderhandelingsakkoord, zoals gesloten op 28 mei 2015. Formele besluitvorming vindt eind juni schriftelijk plaats, nadat het Europees Parlement over het onderhandelingsakkoord heeft gestemd. 

Het Letse Voorzitterschap en het Europees Parlement hebben op 28 mei 2015 een voorlopig akkoord bereikt over het EFSI. De Raad moet de tekst wel nog vaststellen en dan gaat deze in eerste lezing terug naar het Europees Parlement. Daarna kan de Raad deze definitief vaststellen. Dit alles zal in juni worden afgerond zodat de eerste investeringen uit het fonds aan het begin van de zomer gerealiseerd kunnen worden.

Het Letse Voorzitterschap heeft de Ecofinraad op 11-12 mei 2015 bijgepraat over de vorderingen in de triloog over de onderhavige verordening. Op 10 maart 2015 is reeds unaniem een algemene oriëntatie bereikt. Op het moment van de Ecofinraad hadden drie trilogen plaatsgevonden, waarbij de governance en de financiering van de EU-garantie de grootste openstaande punten waren. De wens om aan de Raadspositie vast te houden werd breed gedeeld en deze is dan ook niet gewijzigd. Tegelijkertijd heeft een aantal lidstaten, waaronder Nederland, aangedrongen op snelle afronding van de onderhandelingen met het Europees Parlement.

Tijdens de Transportraad op 13 maart 2015 werd gedebatteerd over de meest geschikte aanpak om vanuit de EU juist die projecten in de lidstaten te ondersteunen, van zowel private als publieke partijen, die het meest aan groei en banen bijdragen. 

De Europese Commissie wil met het EFSI via gunstige leningen, garantstellingen en andere financiële instrumenten (met een zogeheten hefboomwerking), in het bijzonder private partijen stimuleren, om investeringen te doen in onder meer transportinfrastructuur. Op deze wijze dient een bijdrage geleverd te worden aan concurrentievermogen, groei en banen in Europa. Volgens het voorstel verloopt de voeding van dit fonds uit verschillende bestaande EU budgetten, waaronder 3,3 miljard uit de Faciliteit Europese Verbindingen (CEF). Hierdoor zullen er mogelijk minder middelen beschikbaar blijven voor «traditionele» ondersteuning van projecten via TEN-T subsidies. Eind 2014 werd in de Transportraad een overzicht gegeven van projecten die een bijdrage kunnen leveren aan groei en banen in Europa. Mogelijk komen deze ook in aanmerking voor ondersteuning vanuit het EFSI.

Tijdens de Ecofinraad op 10 maart 2015 is een algemene oriëntatie bereikt over het voorstel voor een verordening betreffende het EFSI. Dit maakt de weg vrij voor onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement zodra die laatste haar standpunt heeft bepaald. Het doel is een akkoord in juni zodat nieuwe investeringen al mogelijk worden rond het midden van 2015. 

Aan de door Nederland geformuleerde inzet is voldaan aldus het verslag van het ministerie van Financiën. Nederland heeft dan ook aangegeven het voorstel te steunen. Tevens heeft Nederland aangegeven dat de werking van het Fonds niet gepolitiseerd dient te worden in onderhandelingen met het Europees Parlement. Dit werd breed gesteund. Enkele lidstaten verzochten om de naam van het investment committee te wijzigen in guarantee committee , omdat dit beter de functie van dit comité zou weerspiegelen en herkenbaarder zou zijn voor private investeerders. Op voorstel van het Letse voorzitterschap blijft de tekst ongewijzigd en wordt dit punt indien nodig opnieuw tijdens de triloog tussen Raad, Europees Parlement, en Commissie bekeken. Tijdens de Ecofinraad is tevens de additionaliteit van het Fonds benadrukt, alsmede het belang van een correcte toepassing van staatssteunregels bij EFSI-projecten. Enkele lidstaten benadrukten ook het belang van een gedecentraliseerde hub . Hongarije, Polen, Kroatië, Bulgarije, Roemenië en Tsjechië hebben hierover een verklaring uitgegeven.  

Op 16-17 februari 2015 heeft de Ecofinraad een tweede discussie gehouden over onderhavig voorstel. De Nederlandse regering kan in grote lijnen instemmen met het huidige voorstel (zie paragraaf standpunt Nederandse regering), maar heeft tijdens de Raadsvergadering wel enkele zorgpunten aangekaart aldus het verslag van het ministerie van Financiën. De belangrijkste hiervan betreft de governance van het EFSI. In het voorstel staat dat derde partijen die een bijdrage leveren aan het EFSI ook zeggenschap krijgen in het Steering board , wat de onafhankelijkheid van investeringsbeslissingen zou kunnen ondermijnen volgens de regering.

De Ecofinraad van 26 en 27 januari 2015 sprak over de uitwerking van het Europees investeringsplan door onderhavig voorstel. Tijdens de Raad is benadrukt dat het investeringsplan additioneel moet zijn aan al bestaande financieringsmogelijkheden, bijvoorbeeld van de EIB. Er is ook gesproken over de pijler die focust op het verbeteren van het investeringsklimaat en het verminderen van regelgeving. Het belang hiervan werd breed gedeeld. Er was discussie over de wijze waarop bepaald wordt welke projecten voor financiering vanuit het EFSI in aanmerking komen en de vraag in hoeverre mee moet spelen welke gebieden het meeste baat hebben bij investeringen. Tevens is er gediscussieerd over de vraag of en in hoeverre investeerders (indirecte) invloed krijgen op de projectselectie.

De Nederlandse regering Nederland heeft in deze discussie aangegeven de governance van groot belang te vinden, zodat er geborgd wordt dat de investeringsbeslissingen niet politiek gemotiveerd zijn, maar louter gebaseerd zijn op de kwaliteit en economische toegevoegde waarde van de projecten. Nederland heeft daarom vragen gesteld over de inrichting van de governance met een aparte steering board en investment commitee en de mate waarin derde partijen, zoals lidstaten en private investeerders, via deze gremia invloed kunnen uitoefenen op het investeringsbeleid. Bij de volgende Ecofinraad in februari zal er opnieuw over het Europees investeringsplan worden gesproken.

Tijdens de Europese Raad van 18 en 19 december 2014 is gesproken over het investeringsplan van Voorzitter Juncker van de Europese Commissie. Het investeringplan stond ook op de agenda van de Raad Algemene Zaken van 16 december 2015. De Ecofinraad heeft eveneens op 8 en 9 december 2014 gesproken over de mededeling van de Europese Commissie. De Europese Raad riep op tot het opzetten van het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) dat tot doel heeft 315 miljard euro aan nieuwe investeringen te genereren in de periode 2015-2017. Het fonds zal worden opgezet binnen de EIB groep. Lidstaten kunnen bijdragen doen aan het EFSI. De Europese Raad heeft kennisgenomen van de wijze waarop de Commissie zulke kapitaalbijdragen zal beoordelen in het kader van het SGP. Een dergelijke beoordeling zal plaatsvinden binnen de bestaande flexibiliteit in de regels van het SGP. 

Namens Nederland heeft minister-president Bettel van Luxemburg benadrukt dat het EFSI onderdeel dient te vormen van een bredere benadering bestaande uit investeringen, structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën. Het mobiliseren van investeringen vergt een verbetering van het investeringsklimaat door het wegnemen van obstakels en het versterken van de interne markt. Dit vraagt ook om een ambitieuze inzet op het verbeteren van regelgeving en het verminderen van administratieve lasten, een notie die ook in de conclusies is opgenomen. Tevens heeft hij benadrukt dat investeringen plaats dienen te vinden in toekomstgerichte sectoren met groeipotentieel zoals onderzoek, onderwijs en innovatie. 

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 24 juni 2015 heeft het Europees Parlement ingestemd met EFSI. Het plan is met 464 stemmen voor, 131 tegen en 19 onthoudingen aangenomen. 

Het Letse Voorzitterschap en het Europees Parlement hebben op 28 mei 2015 een voorlopig akkoord bereikt over het EFSI. De Raad moet de tekst wel nog vaststellen en dan gaat deze in eerste lezing terug naar het Europees Parlement waarna de Raad deze definitief kan vaststellen. Dit alles zal in juni afgerond zijn zodat de eerste investeringen uit het fonds al aan het begin van de zomer gerealiseerd kunnen worden. 

De commissies voor Begroting en Economische Zaken hebben op 20 april 2015 het rapport over onderhavig voorstel besproken en de resolutie hierover aangenomen. Daarnaast gaven zij groen licht voor het opnenen van de onderhandelingen met de Raad. Deze zullen naar verwachting starten op 23 april 2015 met als doel een plenaire behandeling in juni zodat het fonds vanaf half 2015 operationeel wordt. 

  • de financiering van het investeringsfonds (geen EU-geld dat nu bestemd is voor onderzoek en transport)
  • projectcriteria (projecten die gefinancierd worden door het EFSI moeten onder andere economisch levensvatbaar zijn)
  • meer controle over de leiding van nieuwe organen
  • stemrecht in het bestuur van het EFSI (geen gegarandeerd lidmaatschap van het bestuur voor financierders van het fonds)
  • parlementaire controle op de acriviteiten van het EFSI (onder andere door middel van een scorebord).

Op 12 maart 2015 hebben rapporteurs van de begrotingscommissie en de commissie voor economische en monetaire zaken hun ontwerprapport gepresenteerd. Zij hebben een drietal wijzigingen voorgesteld zoals parlementaire supervisie over operaties van het EFSI, grotere controle over het leiderschap van het fonds door het Europees Parlement en de financiering van het fonds moet via de reguliere behandeling van de jaarlijkse EU-begroting verlopen. 

De commissie voor economische en monetaire zaken van het Europees Parlement heeft op 2 maart 2015 gesproken over het onderhavige voorstel. Diverse voor- en tegenstanders van het Juncker-plan gingen met elkaar in discussie over nut en noodzaak. 

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De commissie voor Europese Zaken van de Oostenrijkse Bondsraad heeft op 8 april 2015 een standpunt over dit voorstel vastgesteld waarin zij onder andere aangeeft uitdrukkelijk tegen het financieren van kernenergieprojecten door het EFSI te zijn. 

De parlementen van Cyprus, Kroatië, Hongarije, Italië, Litouwen, Portugal, Roemenië, Slowakije en het Verenig Koninkrijk hebben dit dossier ook als prioritair aangemerkt. 

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via