Europees Semester 2014



Op deze themapagina treft u diverse kerndocumenten aan in het kader van het Europees Semester 2014. Relevante kamerstukken treft u tevens in dossier CVII aan.

Europa 2020 is de groeistrategie van de Europese Unie (EU) voor de komende 10 jaar. De EU moet een slimme, duurzame en inclusieve economie worden in een snel veranderende wereld. Dit betekent dat de EU en de EU-landen samen moeten werken aan meer werkgelegenheid, hogere productiviteit en meer sociale samenhang.

Alle EU-lidstaten hebben beloofd mee te werken aan Europa 2020 en de doelstellingen vertaald in nationale doelen en beleid. Maar alleen als de maatregelen van alle landen doelgericht en goed op elkaar afgestemd zijn, zullen zij leiden tot de gewenste groei.

Daarom heeft de Europese Commissie besloten tot een jaarlijkse cyclus van economische beleidscoördinatie: het Europees Semester. Elk jaar maakt de Europese Commissie een gedetailleerde analyse van de economische en structurele hervormingen in de EU-landen en doet zij aanbevelingen voor de komende 12-18 maanden.

Het Europees Semester begint wanneer de Commissie, meestal tegen het einde van het jaar, met haar jaarlijkse groeianalyse komt. Daarin staan de EU-prioriteiten voor economische groei en werkgelegenheid voor het komende jaar.

bron: website Europese Commissie


Eerste Kamer

De correspondentie over de Nederlandse vermogensverdeling werd betrokken bij de plenaire behandeling van het Belastingplan 2015 op 15 en 16 december 2014. Op 18 december 2014 werden nog nadere vragen gesteld. 

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën hebben op 17 november 2014 per brief gereageerd op de brief van de fracties van VVD, PvdA, en SP over vermogensongelijkheid. Het verslag schriftelijk overleg is vervolgens meegenomen in de Algemene Financiële Beschouwingen die plaatsvonden op 18 november 2014.

De minister van Financiën heeft op 6 november 2014 gereageerd op de vragen van de fractie va de SP d.d. 17 oktober 2014. Deze werden besproken tijdens de commissievergadering Financiën op 11 november 2014 en voor kennisgeving aangenomen.

De fractie van de SP heeft in een brief aan de minister van Financiën van 17 oktober 2014 enkele vragen gesteld over het Nederlandse Ontwerpbegrotingsplan 2015 met het verzoek deze te beantwoorden voor de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer die gepland zijn voor 18 november 2014

De commissie Financiën besloot op 30 september 2014 dat zij op 7 oktober 2014 inbreng zal leveren voor schriftelijk overleg met de regering over het Nederlandse Ontwerpbegrotingsplan 2015. De fractie van de SP leverde inbreng voor schriftelijk overleg. 

De fracties van VVD, PvdA, en SP leverden op 30 september 2014 inbreng voor schriftelijk overleg met de regering over de vermogensongelijkheid in Nederland in internationaal perspectief. Het kabinet wordt verzocht om ruim vóór de Algemene financiële beschouwingen, gepland op 18 november 2014, te reageren. Deze brief werd op 15 oktober 2014 verzonden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Onder de regels van het 'Two-pack' (zie E110091 en E110092) dient de regering jaarlijks aan de Europese Commissie te rapporteren over de stand van zaken rond de overheidsfinanciën. Het Nederlandse Ontwerpbegrotingsplan 2015 vertaalt de Miljoenennota naar deze rapportagevereisten. Dit ontwerpbegrotingsplan zal op 30 september 2014 worden besproken in de commissie Financiën. 

Tijdens het debat over het Nationale Hervormingsprogramma en het Stabiliteitsprogramma op 23 april jongstleden heeft de minister van Financiën een toezegging (T01954) gedaan in het kader van vermogensongelijkheid in Nederland in internationaal perspectief. Op 16 september 2014 hebben de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris van Financiën een brief naar het parlement gestuurd over deze toezegging. Na bespreking door de commissies FIN, EZ, SZW en EUZA op 23 september 2014 werd besloten dat er op 30 september 2014 inbreng geleverd zal worden voor schriftelijk overleg met de regering over de brief. 

Op 9 juli 2014 werd namens de brief van de commissie Financiën een brief verstuurd aan de minister van Financiën met vragen naar aanleiding van de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland en de kabinetsappreciatie daarvan. De minister van Financiën heeft op 29 augustus 2014 per brief gereageerd en het verslag schriftelijk overleg werd op 23 september 2014 besproken. De commissies besloten deze voor kennisgeving aan te nemen en de inhoud te betrekken bij de Algemene Financiële Beschouwingen op 18 november 2014

De commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken hebben op 17 juni 2014 de kabinetsappreciatie van de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland besproken. De commissies besloten in schriftelijk overleg te treden met de regering. Inbreng hiervoor werd op 1 juli 2014 geleverd. 

Tijdens een gezamenlijke vergadering op 13 mei 2014 hebben de commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken de antwoorden van 2 mei 2014 besproken. De commissies besluiten de eind mei te verschijnen lidstaatspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie af te wachten alvorens te besluiten over de wijze van behandeling.  

De ministers van Financiën en Economische Zaken hebben op 2 mei 2014 een brief naar de Eerste Kamer waarin zij de vragen zoals gesteld tijdens het mondeling overleg op 15 april 2014 schriftelijk beantwoorden zoals afgesproken. 

Op 15 april 2014 hebben de commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken in een mondeling overleg gesproken over het Nationaal Hervormingsprogramma en het Stabiliteitsprogramma in het kader van het Europees Semester 2014. 

De ministers van Financiën en Economische Zaken hebben op 5 maart 2014 per brief (zie CVII, B) gereageerd op de vragen over de geplande behandeling van het Europees Semester in de Eerste Kamer. Deze brief werd voor kennisgeving aangenomen in een gezamenlijke commissievergadering van de commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken op 11 maart 2014.

Op 11 februari 2014 hebben de commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken een brief aan de regering vastgesteld over de geplande behandeling van het Europees Semester in de Eerste Kamer.

De commissies voor Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Europese Zaken hebben op 4 februari 2014 gesproken over de behandeling van het Europees Semester in de Eerste Kamer. 

Via de Kamervoorzitter hebben zij van de regering vernomen dat de beoogde datum om het nationale hervormingsprogramma en het nationale stabiliteits- en convergentieprogramma vast te stellen 25 april 2014 is. In dat geval is een debat over deze programma's voor het moment van inzenden bij de Europese Commissie (1 mei 2014) niet mogelijk. De commissies besloten vervolgens een brief te schrijven over de timing van deze stukken in het licht van de controlerende rol van de Kamer en te informeren of hiervoor een oplossing denkbaar is.

Van 20 tot en met 22 januari 2014 vond in het Europees Parlement te Brussel een interparlementaire conferentie, de 'Europese Week', plaats over onder andere het Europees Semester. Het tweede gedeelte van deze week was gewijd aan de bespreking van de implementatie van de cyclus van het Europees Semester 2013 en van de prioriteiten voor het Europees Semester voor 2014:


Tweede Kamer

Op 19 maart 2015 heeft de commissie Europese Zaken gesproken over het rapport en de daarin opgenomen aanbevelingen van rapporteur Schut-Welkzijn. De commissie besloot de drie aanbevelingen als volgt over te nemen: 

  • 1. 
    De relevante Kamercommissies zullen actief worden betrokken bij de totstandkoming van de landenspeicifieke aanbevelingen en de implememntatie ervan in nationaal beleid, vooral in die gevallen waar een landenspecifieke aanbeveling van toepassing is. Zo nodig zullen betrokken commissies langs ambtelijke of politieke weg gewezen worden op relevante ontwikkelingen.
  • 2. 
    Voor het Europees Semester van 2015 wordt geen rapporteur aangesteld.
  • 3. 
    De commissie zal te zijner tijd besluiten over de aanstelling van een rapporteur Mid-Term Review Europa 2020.

De commissie voor Economische Zaken heeft op 17 juni 2014 de kabinetsappreciatie van de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland voor kennisgeving aangenomen. 

De commissie voor Economische Zaken besloot op 9 april 2014 dat het Nationaal Hervormingsprogramma 2014 zou worden betrokken bij het plenair debat over het Stabiliteitsprogramma en Nationaal Hervormingsprogramma dat plaatsvond op 23 april 2014. De handelingen van dit debat treft u hier.

De agenda voor de Europese Raad van maart 2014 werd besproken in een algemeen overleg op 13 maart 2014

Op 12 februari 2014 hebben de commissies voor Europese Zaken, Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een algemeen overleg met de minister van Economische Zaken gesproken over de jaarlijkse groeistrategie 2014 (E130052) en de kabinetsreactie daarop. 

De Tweede Kamer heeft het lid Schut-Welkzijn (VVD) als rapporteur voor het Europees Semester 2014. Zij zal een coördinerende rol spelen tussen de verschillende Kamercommissies die bij onderdelen van het Europees Semester betrokken zijn. Verder zal de rapporteur faciliteren dat Nederlandse parlementariërs over de landenaanbevelingen in gesprek kunnen met collega-parlementariërs in andere EU-lidstaten. 


Nederlandse regering

De Europese Raad van 26-27 juni 2014 heeft de landenspecifieke aanbevelingen bekrachtigd. De Europese Raad verwelkomde het feit dat de buitensporigtekortprocedure voor een aantal lidstaten, waaronder Nederland, wordt beëindigd. Deze lidstaten hebben in 2013 een tekort gerealiseerd onder de 3%. Daarnaast geeft de meest recente raming van de Commissie aan dat het tekort ook voor de jaren 2014 en 2015 onder deze norm blijft. Dit is voorwaarde voor beëindiging van de procedure.

Er heeft ook een discussie plaatsgevonden over het Stabiliteit en Groei Pact (SGP). Door sommige lidstaten werd betoogd dat een beter evenwicht gevonden moet worden tussen begrotingsdiscipline enerzijds en de behoefte aan flexibiliteit bij het toepassen van de regels van het SGP anderzijds. Nederland heeft, samen met een aantal gelijkgezinde lidstaten, betoogd dat de regels van het SGP volledig gerespecteerd dienen te worden. Die notie is uitdrukkelijk opgenomen in de Strategische Agenda. Voorts is door deze groep gelijkgezinde landen benadrukt dat de bestaande regels van het SGP al ruimte laten voor het toepassen van flexibiliteit, teneinde de juiste omstandigheden te creëren voor het doorvoeren van structurele hervormingen. Deze flexibiliteit kan waar nodig worden gebruikt, onder de bestaande strikte voorwaarden, waarbij voor het kabinet voorop blijft staan dat de enige duurzame weg naar economische groei gelegen is in het op orde brengen van de overheidsfinanciën en het doorvoeren van structurele economische hervormingen. Dit standpunt is op adequate wijze gereflecteerd in de conclusies van de Europese Raad en de Strategische Agenda.

Tijdens de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (WSBVC) op 19 juni 2014 vond een oriënterend debat plaats over de bijdrage aan de Europese Raad als het gaat om de relevante aspecten in het nationaal hervormingsprogramma Nederland, het stabiliteitsprogramma en de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland. 

In het kader van het Europese semester zal de Raad Economische en Financiële Zaken (ECOFIN) van 19-20 juni 2014 op voorstel van de Europese Commissie de lidstaatspecifieke aanbevelingen aannemen. Ook de besluitvorming over de aanbevelingen aan de Eurozone, die worden besproken tijdens de Eurogroep, zal plaatsvinden in de Ecofin.  

Op 6 juni 2014 werd de kabinetsappreciatie van de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland aangeboden aan het parlement.

De ministers van Financiën en Economiche Zaken stuurden op 14 mei 2014 een brief naar het Parlement met de definitieve versies van het Nationaal Hervormings en Stabiliteitsprogramma.

Raad Algemene Zaken van 13 mei 2014 heeft de Europese Raad van eind juni voorbesproken en hier kwam ook het Europees Semester aan bod:

Na het Nationaal Hervormingsprogramma 2014 stuurde de minister van Financiën op 11 april 2014 per brief het Nederlandse Stabiliteitsprogramma 2014PDF-document naar het parlement. Ook dit document zal worden betrokken bij het geplande mondeling overleg op 15 april 2014.

Op 1 april 2014 heeft de minister van Economische Zaken per brief het Nationaal Hervormingsprogramma 2014PDF-document aangeboden aan het parlement. Deze zal worden betrokken bij het geplande mondeling overleg met de ministers van Economische Zaken en Financiën op 15 april 2014. 

In het kader van het Europees Semester heeft de Europese Raad van 20-21 maart 2014 op basis van de Annual Growth Survey (AGS) en de bijdragen van de verschillende vakraden algemene EU-brede aanbevelingen voor groei vaststgesteld. Lidstaten worden geacht deze aanbevelingen mee te nemen bij het opstellen van de Nationale Hervormingsprogramma's en de Stabiliteits- en Convergentieprogramma's.

Europese Raad op 20-21 maart 2014: de Europese Raad zal richtsnoeren vaststellen voor de uitovering van de economische prioriteiten zoals overeengekomen tijdens de Europese Raad van december 2013. Daarnaast zal worden gesproken over de voortgang in de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen voor 2013 (zie themapagina Europees Semester 2013).

Raad Algemene Zaken van 18 maart 2014:

Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 10 maart 2014:

Eurogroep en Raad Economische en Financiële Zaken van 18 februari 2014:

Raad Algemene Zaken van 11 februari 2014: hier vond een voorbespreking van de Europese Raad van maart 2014 plaats. 

Europese Raad van 19 en 20 december 2013:

Raad Algemene Zaken op 17 december 2013:

Raad Economische en Financiële Zaken/Eurogroep 10 december 2013:

Tijdens de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (WSBVC), onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 9 december 2013 komen de recent gepubliceerde documenten in het kader van het Europees Semester 2014 aan bod. 

Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 5-6 december 2013:

Raad voor Concurrentievermogen op 2-3 december 2013:

Op 19 november 2013 stuurde de minister van Economische Zaken en Financiën haar appreciatie van de jaarlijkse groeistrategie, het alert mechanism report en de draft budgetary plans, buitensporige tekortprocedure en Economic Partnership Programme naar het parlement. In de Eerste Kamer word deze brief besproken in een vergadering met de commissies voor Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 


Europese Commissie 

De Europese Commissie heeft op 2 juni 2014 goedkeuring gegeven aan de landenspecifieke aanbevelingen voor het economische beleid, die erop gericht zijn het herstel te versterken dat een jaar geleden is ingezet. De aanbevelingen zijn gebaseerd op een gedetailleerde analyse van de situatie in elk land en verstrekken leidraden voor het stimuleren van de groei, het bevorderen van het concurrentievermogen en het scheppen van banen in 2014-2015. 

Volgens de Europese Commissie blijven de overheidsfinanciën verbeteren. In 2014 zal het totale begrotingstekort van de EU-landen naar verwachting voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis dalen tot onder de grenswaarde van 3 % van het Bruto Binnelands Product (BBP). De Europese Commissie beveelt aan de buitensporigtekortprocedure (btp) ten aanzien van Oostenrijk, België, Tsjechië, Denemarken, Slowakije en Nederland stop te zetten, waardoor het aantal landen waartegen een buitensporigtekortprocedure loopt, afneemt tot 11 (van 24 in 2011).

De landenspecifieke aanbevelingen zullen in juni door de EU-leiders en EU-ministers worden besproken. Zij zullen op 8 juli 2014 officieel door de Raad van ministers van Financiën van de EU worden aangenomen. Daarna zal het aan de lidstaten zijn om aan de aanbevelingen uitvoering te geven door deze in aanmerking te nemen bij de opstelling van hun nationale begrotingen en bij de uitwerking van andere beleidsmaatregelen voor 2015. De in het kader van het stabiliteits- en groeipact gedane aanbevelingen zullen worden besproken en goedgekeurd tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Financiën van de EU op 20 juni 2014

De grootste uitdaging waarvoor Europa's economie nu staat is hoe het nu aan de gang zijnde herstel kan worden aangehouden. Dit is de hoofdboodschap van de op 13 november 2013 door de Europese Commissie aangenomen jaarlijkse groeianalyse (JGA) van dit jaar. Met de aanneming ervan wordt het startschot gegeven voor het vierde Europees semester van economische beleidscoördinatie in een omgeving waar de groei begint terug te keren en de lidstaten voortgang maken in het corrigeren van de onevenwichtigheden die zich vóór de crisis hebben ontwikkeld.

Dat is waarom de Commissie haar evenwichtige strategie voor groei en banen en de focus ervan op vijf hoofdprioriteiten aanhoudt het komende jaar:

  • 1. 
    Een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van begrotingsconsolidatie
  • 2. 
    Herstel van de kredietverschaffing aan de economie
  • 3. 
    Groei en concurrentievermogen bevorderen, nu en voor de toekomst
  • 4. 
    Werkloosheid en de sociale gevolgen van de crisis aanpakken
  • 5. 
    Het overheidsapparaat moderniseren

bron: Europese Commissie


Raad van de Europese Unie

De Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken heeft op 10 maart 2014 de volgende conclusies aangenomen:

Tijdens de Raad Economische en Financiële Zaken op 18 februari 2014 werden de volgende conclusies aangenomen:

De Europese Raad van 19-20 december 2013 nam conclusiesPDF-document aan ten aanzien van onder andere de jaarlijkse groeistrategie.

Het Europees Semester zal in verschillende raadsformaties besproken worden te beginnen met de presentatie van de Jaarlijkse Groeistrategie 2014 tijdens de Raad Algemene Zaken op 19 november 2013.

Daarbij werd ook besproken:


Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 22 oktober 2014 een resolutiePDF-document aangenomen naar aanleiding van het initiatiefrapportPDF-document van de commissie Economische en Monetaire Zaken. Dit rapport bevat suggesties ter verbetering van het Europees Semester en een oproep van de parlementariërs aan de lidstaten om meer aandacht te geven aan de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen. 

Op 25 februari 2014 werden tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement gedebatteerd over drie verslagen met betrekking tot het Europees Semester 2014.

De volgende resoluties zijn aangenomen door het Europees Parlement:


Alle bronnen