Debat Wet aanpak schijnconstructies



27 mei 2015

De Eerste Kamer heeft dinsdag 26 mei gedebatteerd met minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) over de Wet aanpak schijnconstructies. Dit voorstel beoogt bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en aan een beloning voor werknemers, conform wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst. Op dinsdag 2 juni 2015 wordt over het wetsvoorstel gestemd.

Rechten van werknemers

Senator Terpstra (CDA) betoogde dat het voor het vrij verkeer van werknemers in Europa van groot belang is dat de rechten van zowel de immigranten als de reeds aanwezige werknemers worden gehandhaafd.  De senator steunde het idee om tijdens het Nederlandse Voorzitterschap van de EU aandacht te besteden aan het bestrijden van wantoestanden op de arbeidsmarkt. Terpstra stelde dat het verbod om de zorgpremie en huisvestingskosten op het minimumloon in te houden zou kunnen leiden tot minder belangstelling bij bonafide werkgevers om voor goede huisvesting te zorgen. Ook maakt het verbod het voor de vakbonden en de Inspectie erg moeilijk om na te gaan wat er gebeurt met de inhoudingen. Verder vroeg Terpstra of de minister mogelijkheden ziet om voor seizoensarbeid in de landbouwsector een aparte oplossing te vinden per cao.   

Noodzakelijke stap tegen misstanden

Senator Sent (PvdA) stelde dat het wetsvoorstel het makkelijker maakt om bij ingewikkelde constructies meer schakels dan alleen de directe werkgever aan te spreken. Ook worden bedrijven die bewust de fout ingaan met naam en toenaam bekend gemaakt. De senator noemde het wetsvoorstel een volgende noodzakelijke stap tegen misstanden. Zij sprak daarbij de hoop uit dat de fiscale prikkels die aanzetten tot schijnzelfstandigheid door de regering worden aangepakt.  Wel merkte de senator op dat de beoogde invoeringsdatum van 1 juli 2015 onvoldoende tijd biedt om een sectoraal keurmerk te ontwikkelen. Sent vroeg de minister welke consequenties hij hieraan verbindt. Ook vroeg de senator aan de minister om toe te zeggen dat de brief over de betalingsverplichtingen van de werknemer voor huisvesting en ziektekostenverzekering voor 2 juni 2015 aan de Eerste Kamer wordt gestuurd. Verder vroeg de senator of vervoer van personen en goederen ook onder het wetsvoorstel zou kunnen vallen en waarom er bij giraal betalen een uitzondering wordt gemaakt voor 'dienstverlening aan huis'. Tot slot vroeg Sent aan de minister hoe hij ongewenste concurrentie op arbeidsvoorwaarden op Europees niveau beoogt tegen te gaan.

Geen definitie van schijnconstructie

Senator Kneppers-Heijnert (VVD) merkte op dat het wetsvoorstel een omschrijving geeft van wat een schijnconstructie is. Zij stelde dat haar fractie het eens is met de verplichting om het verschuldigde minimumloon giraal te betalen en transparante loonstroken te verstrekken. Kneppers-Heijnert uitte echter wel zorgen over het inhouden van zorgpremies, aangezien het risico bestaat dat mensen straks niet meer verzekerd blijken te zijn voor de zorgverzekeringswet en er problemen komen in de huisvesting van arbeidsmigranten. De senator maakte bezwaar tegen de trend dat er 'lege' AMvB's worden voorgelegd, waarvan het parlement niet kan beoordelen wat er in staat. Verder vroeg de senator of het niet beter was geweest als de gehele wet per 1 januari 2016 in werking treedt en of de minister verwacht dat veel werknemers misstanden aan de kaak zullen stellen. Kneppers-Heijnert bekritiseerde dat het wetsvoorstel gericht is op werknemers, terwijl de meeste schijnconstructies  draaien om schijnzelfstandigen.

Betere bescherming tegen uitbuiting

Senator Strik (GroenLinks)  stelde dat het wetsvoorstel kan zorgen voor een betere bescherming van werknemers tegen uitbuiting. Zowel werknemers als werkzoekenden kunnen hiervan profiteren. Strik merkte op dat effectieve handhaving  een onmisbare en cruciale voorwaarde vormt om dit te laten slagen en vroeg of de minister hier extra op zal inzetten. De senator haalde aan dat de verantwoordelijkheid van werknemers om hun werkgever aansprakelijk te stellen groot is en vroeg hoe de overheid hen hierbij helpt. De overheid heeft volgens Strik ook een morele verantwoordelijkheid om het goede voorbeeld te geven. Tot slot vroeg de senator of de bestuursrechtelijke openbaarmaking niet moet worden gekwalificeerd als punitieve sanctie.

Hoog tijd

Senator Elzinga (SP) betoogde dat het hoog tijd is dat schijnconstructies stevig worden aangepakt. Het wetsvoorstel noemde hij een niet onbelangrijke, eerste stap in de aanpak van deze constructies. Het geeft werknemers een belangrijk instrument om ontduiking van beloningsafspraken tegen te gaan. Elzinga betoogde dat het wetsvoorstel de kern van het probleem echter niet aanpakt: de schijnzelfstandigheid. De senator vroeg de minister welke pogingen hij heeft ondernomen om dit tegen te gaan en hoe hij de ontduiking van het wettelijk minimumloon wil aanpakken. Volgens Elzinga leiden met name kostenvoordelen tot massaal misbruik via schijnconstructies.  

Oplossing

Senator Backer (D66)  stelde dat zijn fractie er niet van overtuigd is dat het wetgevingsoffensief dat de minister heeft ingezet met de WWZ, met de aanpassing van de wet minimumloon (WML) en met dit voorstel, de zegeningen gaat brengen die hij er van verwacht. Backer vroeg of wetgeving wel de oplossing is, of dat  handhaving met het bestaande de voorkeur heeft. De senator betoogde dat zowel dit wetsvoorstel als de WML is geschreven vanuit een bewogenheid om misstanden in de arbeidsmarkt te corrigeren. Volgens Backer proberen beide voorstellen een construct in te voeren waarbij in de contractsvrijheid tussen partijen een beperking wordt aangebracht te behoeve van een goede zaak. In dit voorstel krijgt de werknemer van rechtswege een recht dat hij al dan niet kan inroepen. Ook is er voor de opdrachtgever op wie verhaal wordt genomen geen richtsnoer voor de disculpatie, anders dan een open norm van verwijtbaarheid, die in het voordeel werkt van de werknemer, waarbij in elk geval helder is dat het geen risico aansprakelijkheid van de opdrachtnemer is. Het is volgens senator Backer dan ook de vraag of het wetsvoorstel in de praktijk veel zal bijdragen.

Loon waar werknemers recht op hebben

Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stelde dat de kern van het wetsvoorstel is dan werknemers het loon kunnen ontvangen waar zij recht op hebben. De inzet op het tegengaan van schijnconstructies ligt ook in handhaving, voorlichting en internationale samenwerking. Daarnaast heeft de aanpak van schijnconstructies de bijzondere aandacht van de regering. Door werkgevers te verplichten om het minimumloon giraal over te maken, kan dit makkelijker worden gecontroleerd.  Ook zijn werkgevers voortaan verplicht om bij meldingen van misstanden zoals schijnzelfstandigheid te onderzoeken in hoeverre dit klopt.

Volgens de minister wordt de slagkracht van de inspectie verbeterd om de pakkans te vergroten. Er wordt onverminderd hard ingezet op het handhaven van bestaande wetgeving. Dit wetsvoorstel is een aanvulling hierop. Het wetsvoorstel is volgens de minister in sommige gevallen ook toepasbaar op de transportsector. Omdat in de transportsector werknemers echter vaak voor meerdere werkgevers werken, is het wetsvoorstel niet gemakkelijk toe te passen. Mocht uit de evaluatie van de wet (na 3 jaar) blijken dat dit onvoldoende is, kan dit worden uitgebreid. Ook andere suggesties ten aanzien van aansprakelijkheid kunnen dan worden meegenomen.

De betekenis van het keurmerk van sectoren moet volgens de minister niet worden overdreven. Ook met dit keurmerk blijven er onduidelijkheden over de verplichtingen van werkgevers. Omdat het volgens de minister van belang is dat de wet zo snel mogelijk wordt ingevoerd, is er reeds begonnen met voorlichting.  Werkgevers en werknemers moeten zich voldoende kunnen voorbereiden, onder andere in de salarisadministraties. Om die reden zegde de minister toe dat de verplichtingen rond girale betalingen, inhoudingen en verrekeningen en de eisen aan de loonstrook, in het bijzonder de specificatie rond de onkostenvergoeding, pas per 1 januari 2016 in te laten gaan.

Ook zegde de minister toe om de Kamer voor 1 juni per brief te informeren over het verbod op inhouden op het minimumloon. Hierin wordt onder andere betrokken: het maximumbedrag, de kwaliteit van huisvesting, transparantie en toezicht. Het inhouden van vakantiegeld is volgens de minister niet in alle gevallen mogelijk. Hij betoogde dat er moet worden voorkomen dat werknemers feitelijk worden onderbetaald. Wel kunnen werkgevers via automatische incasso's bepaalde inkomsten zeker stellen. De openbaarmaking van de bestuurlijke boete is volgens Asscher geen punitief besluit. De boete zelf wel. Dit neemt niet weg dat de openbaarmaking wel als punitief kan worden ervaren.



Deel dit item: