Debat Spoedreparatie fiscale eenheid



16 april 2019

Dinsdag 16 april debatteerde de Eerste Kamer over de Wet spoedreparatie fiscale eenheid van staatssecretaris Snel (Financiën). Dit voorstel wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met enkele spoedreparaties inzake de fiscale eenheid als gevolg van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Tijdens het debat werd een motie ingediend door senator Van Rij (CDA) waarin hij de regering verzoekt een beleidsnotitie op te stellen met heldere en duidelijke criteria waaraan fiscale maatregelen met terugwerkende kracht worden getoetst. Over de motie en het wetsvoorstel wordt dinsdag 23 april gestemd.

Senator Van Rij (CDA)
Meer afbeeldingen

Tijdens het debat sprak senator Van Rij zijn zorgen uit over de bekendheid van de terugwerkende kracht van de wet (tot 1 januari 2018) en op elementen bij de uitvoering van het wetsvoorstel. Senator Reuten (SP) sprak daarentegen zijn volledige steun uit voor het wetsvoorstel. Volgens de SP-senator heeft de staatssecretaris voldoende onderbouwd waarom er voor deze maatregelen terugwerkende kracht kan gelden. Senator Van Rij deelde deze mening echter niet en pleitte voor een novelle voor een enkel artikel uit het wetsvoorstel (artikel 13l).

Staatssecretaris Snel van Financiën antwoordde in reactie op de kritiek van Van Rij dat de terugwerkende kracht van de maatregelen naar de mening van het kabinet voldoende kenbaar is gemaakt aan de belastingplichtigen. Wat betreft het indienen van een novelle zei Snel dat het een principiële keuze is van het kabinet om dat niet te doen, omdat hij van mening is dat een jaar langer wachten leidt tot grondslaguitholling. Snel ontraadde de motie omdat de regering heel bewust heeft gekozen voor dit pad en daarmee een beleidsnotitie niet nodig is.

Over het wetsvoorstel

De aanleiding voor de spoedreparaties is de gezamenlijke uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 22 februari 2018 in twee Nederlandse zaken. Het EU-Hof heeft in de ene zaak geoordeeld dat de toepassing van de renteaftrekbeperking ter voorkoming van winstdrainage en de toepassing van het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting leidt tot een verschil in behandeling dat in strijd is met het recht van de Europese Unie (EU-recht). In de andere zaak (behandeling van valutaresultaten) heeft het EU-Hof geoordeeld dat de Nederlandse regeling wel in overeenstemming met het EU-recht is. Tot deze gezamenlijke uitspraak kwam het Hof naar aanleiding van door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen.

De uitspraak van het EU-Hof zou - zonder reparatie - tot gevolg hebben dat internationaal opererende bedrijven de Nederlandse belastinggrondslag gemakkelijker kunnen uithollen. De structurele derving van belastinginkomsten zou daardoor kunnen oplopen tot enkele honderden miljoenen euro's per jaar, stelt de regering. Met dit wetsvoorstel worden de door het HvJ EU geconstateerde strijdigheden met het EU-recht wat betreft de onderhavige spoedreparatiemaatregelen weggenomen.


Sociale media menu


Deel dit item:
Senator Van Rij (CDA)
Senator Van Rij (CDA)
Senator Reuten (SP)
Senator Reuten (SP)
Staatssecretaris Snel van Financiën tijdens het debat op 16 april 2019
Staatssecretaris Snel van Financiën tijdens het debat op 16 april 2019
Vooruit
Terug