Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Plenair Schouwenaar bij behandeling Bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek



Verslag van de vergadering van 8 april 2014 (2013/2014 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.36 uur


De heer Schouwenaar (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Het voorstel tot wijziging van de Rotterdamwet is door mijn fractie positief ontvangen. Dat was niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, want de start was bijzonder ongelukkig. Plotseling bleek dat er vóór 15 april een beslissing over dit voorstel moest vallen. Dat betekende een zeer korte voorbereidingstijd voor de Eerste Kamer. De minister heeft hiervoor zijn excuses aangeboden. Hij heeft een verklaring gegeven en hij heeft maatregelen getroffen. Voor de VVD-fractie is dat voldoende en is de zaak klaar. Gelukkig zijn alle fracties bereid om zo snel te werken dat we tijdig een besluit kunnen nemen. Mijn fractie sluit zich daar graag bij aan.

Qua inhoud heeft dit wetsvoorstel een beperkte strekking. Het gaat niet om een nieuwe wet. Het gaat om een beperkte uitbreiding van de bestaande Rotterdamwet, namelijk het verlengen van de gebiedsaanwijzing van één keer vier jaar naar vier keer vier jaar, ozb-verlaging voor winkeliers — dat kan in alle gemeenten — en een vergunningsvereiste voor woonvorming. Deze uitbreidingen ontmoeten bij mijn fractie geen overwegend bezwaar.

De wet heeft tot dusver zijn nut bewezen, maar het doel is nog lang niet bereikt. De wijken waar het om gaat, zijn nog niet in balans. Daarvoor heeft Rotterdam méér tijd gevraagd. Wij zien geen redenen om dat te weigeren. De vraag is wel of we niet met dor hout, met een bijna dode letter of met symboolwetgeving bezig zijn, want deze wet wordt alleen in Rotterdam toegepast. De VVD-fractie meent dat deze vragen ontkennend kunnen worden beantwoord. Sommige wetten worden rechtstreeks en op grote schaal toegepast. Andere wetten dienen alleen om bevoegdheden toe te kennen aan decentrale overheden, omdat die bevoegdheden op een formele grondslag moeten berusten en omdat decentrale overheden soms beter tot uitvoering in staat zijn dan het Rijk.

Dat is wat zich hier voordoet. Er is een ernstige en ingewikkelde opeenstapeling van problemen. De gemeente, in dit geval Rotterdam, staat er het dichtst bij. De gemeente is de meest gerede partij om deze problemen aan te pakken. En er is behoefte aan langduriger bevoegdheden als ultimum remedium. Dat vraagt Rotterdam zelf. Andere gemeenten geven aan dat zij deze regels graag ook ter beschikking houden, voor het geval dat. Dit rechtvaardigt volgens mijn fractie een beperkte uitbreiding van de Rotterdamwet, zoals neergelegd in dit voorstel.

De vraag is ook: kan het juridisch allemaal? Er zijn grondrechten in het geding, met name het recht van vrije vestiging. In de stukken heeft de regering uitvoerig weergegeven dat het wetsvoorstel voldoet aan de eisen van het EVRM en het IVBPR. Mijn fractie stemt hiermee in.

Al met al, er is een ernstige problematiek. Dit wetsvoorstel is niet de enige oplossing, maar het kan wel een bijdrage leveren tot verbetering. Om die redenen beoordeelt de VVD-fractie dit wetsvoorstel positief.