Plenair De Vries-Leggedoor bij voortzetting behandeling Afschaffing van de verplichte maatschappelijke stage



Verslag van de vergadering van 10 juni 2014 (2013/2014 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.13 uur


Mevrouw De Vries-Leggedoor i (CDA):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris. Hij heeft alle registers opengetrokken om te proberen goede antwoorden te geven. Ik heb eerlijk gezegd moeten constateren dat, als er geen goede argumenten zijn die meer zijn dan wat in de schriftelijke beantwoording al naar voren is gekomen, er moeilijk antwoord te geven is. Eigenlijk is het centrale antwoord van de staatssecretaris: ruimte. Die ruimte zal geboden kunnen worden door de maatschappelijke stage flexibeler te laten zijn. Prima, dat zou best kunnen. Daar is geen afschaffing van de verplichting voor nodig. Die ruimte zou gevonden kunnen worden door scholen zelf hun gang te laten gaan met maatschappelijke stages. Dat doen veel scholen al volgens de staatssecretaris. Prima, daar is ook geen afschaffing van de verplichting voor nodig. De staatssecretaris zegt dat wij niet teruggaan naar de oude situatie, want in de oude situatie had je ook al maatschappelijke stages. Dan denk ik: we gaan dus precies terug naar de oude situatie. In de oude situatie had je inderdaad ook al een maatschappelijke stage, maar die was niet verplicht en straks is die ook niet meer verplicht.

Wat mij vooral steekt, is het feit dat het voor al die scholen waar het zo goed gaat en waarvoor je zo veel goede dingen zou kunnen doen, niet zo erg is. Daar gaat de maatschappelijke stage misschien straks ook wel door. Op scholen waar het niet zo goed gaat, zitten echter misschien wel jongeren die ontzettend gebaat zouden zijn bij een maatschappelijke stage. Die scholen zullen er uitgerekend niet meer voor kiezen, omdat het gemakkelijker is om de stage te laten vervallen. Dan kom ik weer bij een van mijn vragen aan de staatssecretaris. Waar gaat het nu om, om het instituut of om het kind? Wij vinden dat het om de jongere gaat. Wij hebben het gevoel dat de jongere, zeker nu er geen enkel argument en geen enkele evaluatie is, niet gebaat is bij het opheffen van de verplichting.

De voorzitter:

De heer Ganzevoort wil graag een vraag stellen.

De heer Ganzevoort i (GroenLinks):

Dat is een goede vergelijking. Gaat het om het instituut of gaat het om het kind? Ik vraag mevrouw De Vries: gaat het om de vorm of gaat het om het kind?

Mevrouw De Vries-Leggedoor (CDA):

Het gaat om het kind. Wij hebben er drie jaar geleden bewust voor gekozen om het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage ongedaan te maken en die stage juist verplicht te stellen. Die stage werd al aangeboden. Mijn dochter van 32 liep die op de middelbare school al. Zij bestaat dus allang. Ik heb geen enkel argument gehoord om de verplichting eraf te halen. Zelf heb ik het woord financiering bewust niet gebruikt, omdat financiën volgens mij hierbij geen rol spelen. Scholen krijgen immers geld voor die stages en kunnen daar iets mee doen. Mijn probleem is dat er in deze wet meer dingen dan alleen die maatschappelijke stage worden geregeld. In die zin heeft de staatssecretaris gelijk: de bundeling heeft het hem alleen maar lastiger gemaakt. Mijn fractie moet een afweging maken, maar mijn advies zal zijn om tegen dit wetsvoorstel te stemmen, hoezeer ik het ook eens ben met de andere punten in dit wetsvoorstel. Mevrouw Gerkens had gelijk met haar stelling dat een en ander penny wise, maar pound foolish was.