Plenair Kox bij behandeling Goedkeuring Associatieovereenkomst Moldavië, Georgië en Oekraïne



Verslag van de vergadering van 30 juni 2015 (2014/2015 nr. 37)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 15.25 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Kox i (SP):

Mevrouw de voorzitter. Om te beginnen de felicitaties van de SP-fractie aan onze nieuwe collega's Ben Knapen en Herman Schaper. Ik ben ervan overtuigd dat beiden een grote aanwinst voor deze Kamer zullen zijn, wat niet wil zeggen dat ik het op voorhand met hen eens ben, om maar meteen een informele vraag van de collega van D66 te beantwoorden.

Dit weekeinde is het een jaar geleden dat de associatieovereenkomsten van de Europese Unie met Moldavië, Georgië en Oekraïne in Brussel werden getekend. Vandaag ligt hier de vraag voor of Nederland deze getekende verdragen op dit moment zou moeten ratificeren. Om te beginnen is er de vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken: welke landen hebben de verdragen net als Nederland nog niet geratificeerd en waarom niet? Wat betekent dat voor de uitvoering van de verdragen? Is die, ondanks het ontbreken van ratificatie, al in gang gezet en, zo nee, wanneer zal die, na ratificatie, gaan plaatsvinden? En welke concrete politieke, economische en financiële gevolgen heeft dat voor de Nederlandse relatie met de drie partnerlanden?

Mijn fractie heeft erop aangedrongen deze verdragen niet als hamerstuk af te doen maar onderwerp van een plenaire behandeling in dit huis te laten zijn. Ik ben blij dat een groot aantal collega's deelneemt aan dit in mijn ogen wezenlijke debat en dat de minister tijd heeft kunnen vinden in zijn drukke agenda om hierover met deze Kamer te spreken. De verdragen worden in de drie partnerlanden historisch genoemd. Dat is al reden genoeg om er ook hier aandacht aan te besteden. Deelt de minister de opvatting dat het hier ook werkelijk om historische stappen gaat?

Verder betreft het hier ratificatie van verregaande samenwerkingsakkoorden met voormalige sovjetrepublieken, die in Rusland tot grote weerstand hebben geleid en tot ernstige verslechtering van de relatie tussen Rusland en de Europese Unie. Ik neem aan dat de minister ook die constatering met mijn fractie deelt en dit ook een goede reden vindt om er terdege over te spreken vooraleer te beslissen. Her en der wordt al gesproken over een nieuwe Koude Oorlog, mede in gang gezet door grote onenigheid over deze verdragen. Ik hoop dat de minister ons zijn visie op de samenhang van de associatieverdragen en de verslechterde relatie met Rusland zal willen geven. Collega Knapen vroeg er ook om. We zouden alles moeten doen om een nieuwe Koude Oorlog te voorkomen, de vorige ligt pas een kwart eeuw achter ons immers.

In Oekraïne is het associatieverdrag rechtstreeks gerelateerd aan de omverwerping in februari 2014 van de regering van de voormalige president Janoekovitsj, die te elfder ure besloten had het associatieverdrag vooralsnog niet te tekenen en daarmee de woede van een deel van de bevolking opriep en daar in februari vorig jaar voor op de vlucht sloeg. De EU en Nederland, doorgaans niet dol op onconstitutionele revoluties, accepteerden opmerkelijk genoeg die omverwerping vrijwel onmiddellijk en sloten vervolgens een associatieverdrag met een democratisch op zijn minst gebrekkig gelegitimeerde nieuwe regering. Ik ga ervan uit dat de minister dit met mijn fractie een reden te meer vindt om er plenair over te spreken, zeker ook omdat de omverwerping van de regering in Kiev een van de aanleidingen was om in het oosten van het land per referendum het nieuwe gezag in Kiev de zeggenschap over de Krim en Donbas te ontzeggen, waarna de bevolking van de Krim zich zelfs, in een weliswaar illegaal maar weinig aan duidelijkheid te wensen overlatend referendum, uitsprak voor onafhankelijkheid en zich daarna liet annexeren door Rusland. In het Oosten van het land barstte niet lang daarna een bloedige burgeroorlog uit, die tot vandaag voortduurt.

Het associatieverdrag wordt gesloten met landen die allemaal slechts gedeeltelijke controle over hun grondgebied hebben. Het werd al genoemd. In Moldavië heeft Transnistrië zich aan het centraal gezag onttrokken, in Georgië geldt dat voor Abchazië en Zuid-Ossetië en in Oekraïne geldt dat voor de Donbasregio, terwijl een ander deel van Oekraïne, de Krim, inmiddels illegaal door Rusland is geannexeerd. In Transnistrië bevinden zich enkele duizenden militairen — een restant uit de sovjettijd — alsmede een flink aantal Russische en Oekraïense militaire waarnemers van het bestand tussen het opstandige gebied en Moldavië. In Zuid-Ossetië en Abchazië bevinden zich Russische militairen, officieel als waarnemers, maar ze worden door Georgië gezien als deel van een bezettingsmacht van deze twee afgescheiden gebieden. Verdragen sluiten met landen die van doen hebben met dit soort gevaarlijke conflicten, lijkt op zich ook meer dan voldoende reden voor plenaire behandeling, zeker ook omdat de bewoners van de afgescheiden gebieden in theorie wel, maar de facto niet zullen profiteren van de associatieverdragen, zoals de minister in zijn memorie van antwoord uitlegt.

Ten slotte noem ik het gegeven dat het sluiten van deze associatieverdragen in de partnerlanden gezien wordt als stap op weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Ik neem aan dat de minister op de hoogte is van de reeks niet mis te verstane uitspraken van de partnerlanden hierover en ook daarom met mijn fractie van mening is dat het goed is deze verdragen niet als hamerstuk af te doen maar plenair te bespreken. Wekken wij, hoewel we dat niet willen, met ratificatie van deze verdragen de hoop bij onze nieuwe partners dat lidmaatschap van de EU in het verschiet ligt?

Moldavië gaat ervan uit EU-lid te worden in 2019, als buurland Roemenië het EU-voorzitterschap heeft. Georgië laat geen twijfel bestaan over zijn EU-aspiraties. En president Poroshenko van Oekraïne zei eind april nog tegen zijn EU-partners in Kiev dat zijn land binnen vijf jaar aan alle voorwaarden voldoet om het lidmaatschap aan te vragen. En hoewel Nederland dat niet zo ziet, weet de Oekraïense president zich gesteund door meerdere lidstaten van de EU, waaronder buurland Polen. Kan de minister ons vertellen hoeveel lidstaten het niet met de Nederlandse regering eens zijn dat een EU-lidmaatschap voor deze landen slechts een theoretische mogelijkheid is?

Afgelopen week was ik namens deze Kamer in Straatsburg voor de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Dat stelde me in de gelegenheid om me opnieuw te laten bijpraten over de ontwikkelingen in de drie landen, die onze speciale partners worden als we vandaag deze overeenkomsten met hen ratificeren. Het resultaat van die gesprekken is dat ik nog meer overtuigd ben dat het op dit moment ratificeren van deze verdragen wellicht niet erg verstandig is. Waarom? De verregaande samenwerking met Moldavië, Georgië en Oekraïne is, zo zegt de minister in zijn memorie van antwoord, gericht op verdieping van de politieke samenwerking en de stapsgewijze integratie van hun economieën in de Europese markt. De minister verduidelijkt dat door te zeggen dat het hier gaat om een verregaande toenadering van de drie landen tot de normen en standaarden van de EU op tal van terreinen, variërend van rechtsstaat en mensenrechten tot markttoegang en duurzame ontwikkeling.

Als principes die ten grondslag liggen aan de associatieovereenkomsten, noemt hij eerbiediging van de democratische beginselen, de fundamentele rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de beginselen van de rechtsstaat. Die moeten, zo schrijft de minister in zijn memorie, als uitgangspunt dienen van het binnenlands en buitenlands beleid van partijen en leidend zijn in de overeenkomst. Daarnaast noemt hij markteconomie en respect voor de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit als leidende uitgangspunten. Keurige uitgangspunten, zo vindt mijn fractie, en een mooie basis voor samenwerking. Mijn vraag aan de minister is echter: hoe staat het daarmee, in de drie partnerlanden? In Straatsburg hoorde ik deze week dat in Georgië een groot aantal leden van de vorige regering momenteel juridisch vervolgd wordt en een aanzienlijk aantal voormalige bewindslieden zelfs in de gevangenis zit.

Mevrouw Faber-van de Klashorst i (PVV):

De heer Kox zegt dat de SP-fractie het op dit moment niet raadzaam vindt, de verdragen te ondertekenen. Denkt hij dat er in de toekomst wel een moment kan zijn dat er ondertekend kan worden?

De heer Kox (SP):

Ja, ik zou niet weten waarom niet. Associatieverdragen sluit je met landen waarmee je je wilt associëren. Nederland is geen eiland, zoals uw partij soms schijnt te denken, dus wij willen ons graag associëren met like-mindedlanden, maar de voorwaarden moeten voldoende zijn. Als die er niet zijn, moet je je niet associëren. Maar als ze er wel zijn, moet je je niet op grond van een soort principe van "wij doen geen zaken over de grens" daarvan distantiëren.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Dan kan ik dus concluderen dat u niet tegen uitbreiding van de EU bent. Is dat juist?

De heer Kox (SP):

Nee, dan moet u uw huiswerk even overdoen. Je kunt een associatieverdrag met de EU tekenen, maar het is geen automatisme dat dit leidt tot het lidmaatschap van de EU. Over het idee dat je met het sluiten van een associatieverdrag lid wordt van de EU is de minister duidelijk en mijn partij ook.

De voorzitter:

Mevrouw Faber, tot slot.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Het is nog maar de vraag of je, als je een associatieakkoord ondertekent, het EU-lidmaatschap niet kunt krijgen. Maar daar gaat de minister straks waarschijnlijk nog enige duidelijkheid over verschaffen. Daar hoeven wij het nu dus niet te hebben.

De heer Kox (SP):

Zoals u zeker zult hebben gehoord, heb ik dat juist aan de minister gevraagd. Wij zeggen dat dit niet tot het lidmaatschap van de EU leidt, maar als je in die landen komt, hoor je dat ze iets totaal anders zeggen. Toen ik een tijd terug met president Poroshenko sprak, zei deze: natuurlijk worden we lid van de EU. Toen zei ik: Natuurlijk, maar onze minister zegt dat dat natuurlijk niet gebeurt. Dat gaat er bij Poroshenko niet in. Hij is ervan overtuigd dat hij belangrijke bondgenoten heeft, bijvoorbeeld in Polen, maar zelfs ook in het Europees Parlement, die hem zullen steunen bij dat lidmaatschap. In die drie associatielanden wordt het verdrag inderdaad gezien als een voorportaal. Dat is het niet, maar tussen wat het niet is en wat mensen geloven dat het wel is, zit vaak een groot verschil. De minister zal ons daar zeker antwoord op geven.

In Straatsburg hoorde ik deze week dat in Georgië een groot aantal leden van de vorige regering momenteel juridisch vervolgd wordt en een aanzienlijk aantal voormalige bewindslieden zelfs in de gevangenis zit. De Georgische oppositie spreekt er schande van. De voormalige president Saakasjvili is er op de most-wantedlist gezet. Hoe verdraagt zich dit alles met de beginselen van de rechtsstaat? Ik hoorde ook dat het met name superrijke oligarchen zijn die nu, net als onder de vorige president, vooral aan de touwtjes van de staat en de economie trekken. Heeft de minister daar weet van?

In Straatsburg kreeg ik ook te horen dat Moldavië opnieuw in een diepe crisis zit, nadat eerder dit jaar een kolossaal bankschandaal uitlekte, dat het armste land van Europa weer een miljard armer heeft gemaakt en waarbij de namen van invloedrijke figuren worden genoemd. Corruptie doordesemt de Moldavische samenleving en lijkt vrijwel niet te bestrijden, zeker niet door de regeringen die we de afgelopen jaren zagen aan- en aftreden. De minister-president, de zoveelste op rij, is enkele dagen terug ook alweer afgetreden. Volgens een opinieonderzoek is een meerderheid van de Moldavische bevolking niet meer enthousiast over het associatieverdrag. De door de minister genoemde pro-Europese partijen hebben de parlementsverkiezingen verloren en worden nu alleen nog in het zadel gehouden door nota bene de Communistische Partij, die zelf tegen het associatieverdrag is. Bij de afgelopen verkiezingen werd een partij die volstrekt tegen het associatieverdrag is, in een klap de grootste van het land en een andere kansrijke partij die zich tegen het verdrag keert, werd twee dagen voor de stembusgang van de kieslijst gehaald, tot verbazing van de waarnemers van de Raad van Europa en de OVSE. De minister weet van dit alles, maar ziet hij er wellicht een reden in het ratificatieproces aan te houden? Waar ziet hij de vooruitgang in Moldavië als het gaat om de door hem benoemde principes?

In Straatsburg beheerste het bloedige conflict in Oekraïne opnieuw de agenda van de Parlementaire Assemblee. Meer dan 6.000 doden — onder wie bijna 200 Nederlandse burgers die in de MH17 zaten — nog veel meer gewonden en honderdduizenden vluchtelingen zijn het resultaat van deze burgeroorlog, waarin het Oekraïense leger en zwaarbewapende opstandelingen elkaar en vooral de burgerbevolking bestoken. De opstandelingen lijken een deel van hun wapens te betrekken uit Rusland en volgens de Oekraïense regering vechten er zelfs duizenden Russische soldaten mee aan de kant van de opstandelingen, die overigens steevast "terroristen" worden genoemd omdat zij het gezag van Kiev weigeren te erkennen. Dat is opmerkelijk, omdat de Maidan-opstand ongeveer dezelfde achtergrond had: opstandelingen die het gezag niet erkenden. Het Oekraïense leger maakt op haar beurt gebruik van Amerikaanse militaire adviseurs. Het Huis van Afgevaardigden in Amerika dringt, met grote meerderheid, aan bij president Obama op het leveren van zware wapensystemen, zogezegd ter verdediging tegen de Russische agressie. Het Oekraïense leger werkt ook samen met rechtsextremistische strijdgroepen, die zich geïnspireerd noemen door Adolf Hitler en diens Oekraïense collaborateurs in de Tweede Wereldoorlog, daarmee openlijk te koop lopen en die door niets en niemand gehinderd hun terreur, met name in het oosten van het land, maar daar niet alleen, mogen uitoefenen. Het Minsk II-verdrag verplicht beide strijdende partijen tot een wapenstilstand, maar die wordt aan de lopende band geschonden, door beide partijen, zoals de OVSE onlangs weer eens meldde.

Eind mei rapporteerde Amnesty International dat er in Oekraïne door beide partijen gruwelijke martelmethodes worden gebruikt en dat bijna dagelijks standrechtelijke executies plaatsvinden. De minister kent dat rapport vanzelfsprekend. Hoe beoordeelt hij de voortgang in Oekraïne waar het gaat om de gewenste democratisering, het functioneren van de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten? Enkele weken terug ondertekende president Poroshenko een wet die een algeheel verbod van het uiten van "communistische opvattingen" en het vertonen van "communistische symbolen" oplegt en de facto tot het verbod van de communistische partij van het land leidt en mogelijk ook nog andere partijen. Een soortgelijke wet werd enige tijd terug in Moldavië ingetrokken nadat de commissie van Venetië van de Raad van Europa er zijn negatieve oordeel over had uitgesproken.

Wat vindt de minister daarvan? Denkt hij dat er voldoende voortgang wordt gemaakt met de noodzakelijke constitutionele hervormingen waartoe het land zich verplicht heeft? Half juli gaat het parlement in Kiev anderhalve maand dicht en als dan de eerste lezing van de grondwettelijke hervormingen niet is gepasseerd, worden tal van andere hervormingsprocessen gefrustreerd.

Hoe beoordeelt de minister de door hem noodzakelijk genoemde hervormingen die de rechterlijke macht onafhankelijk moeten maken van de uitvoerende macht? In het Oekraïense parlement beschuldigt nota bene de partij van Julia Timosjenko de president ervan dat hij zijn voorgangers navolgt met het benoemen van aan hem gerelateerde figuren in de rechterlijke macht. Een speciaal internationaal panel van de Raad van Europa heeft het juridisch onderzoek naar de gang van zaken rondom de Maidan-opstand als volstrekt onvoldoende gekwalificeerd. En van de door de minister genoemde noodzaak een einde te maken aan de endemische corruptie lijkt tot op vandaag bitter weinig terecht te komen. Oekraïne doet het wat dat betreft nog slechter dan Rusland, volgens Transparancy International.

Ondertussen heeft het parlement een zuiveringswet aangenomen die volgens de Commissie van Venetië ernstige gebreken vertoont. Dat ook zal de minister bekend zijn. Hij weet natuurlijk ook dat nog maar enkele dagen terug de Oekraïense regering aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa heeft laten weten dat delen van het voor Oekraïne ook bindende Europese mensenrechtenverdrag tot nader order niet of in mindere mate van toepassing zullen zijn in dat land met het oog op het voortgaande gewapende conflict. Kunnen we nu werkelijk zeggen dat het de goede kant op gaat met de rechtsstaat Oekraïne of is dat vooral toch wishful thinking?

De heer Schrijver i (PvdA):

Wij delen met collega Kox de inzet voor meer respect voor de mensenrechten, vrijheid en democratie in Oekraïne, maar denkt hij dat het niet sluiten van het Associatieakkoord tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne die Europese waarden beter naderbij kunnen brengen dat het wel sluiten van dit akkoord?

De heer Kox (SP):

Nee, daar ben ik ook niet van overtuigd, zo durf ik te zeggen. Ik heb het zojuist eigenlijk ook al tegen mevrouw Faber gezegd. Het sluiten van associatieovereenkomsten op basis van de waarden en principes die de minister aangeeft, is volgens mij buitengewoon in orde als je dat rond kunt krijgen. Het is dus niet de vraag of wij ons met die landen moeten associëren, maar of dit het moment is om dat te doen. Zijn de voorwaarden nu vervuld of zou het rustiger aan doen met die associatieverdragen wat meer mogelijkheden geven om die landen de goede kant op te krijgen? Ik zie namelijk in het laatste jaar, nadat we de associatieverdragen getekend hebben, in geen van de drie landen een beweging de goede kant op. Dat zou ons zorgen moeten baren.

De heer Schrijver (PvdA):

Begrijp ik collega Kox dan goed dat zijn zorgen vooral de wijze van toepassing en tenuitvoerlegging van het associatieakkoord betreffen en niet zozeer het wel of niet sluiten? Hij zegt in feite dat het niet sluiten van het associatieakkoord de democratie, de rechtsstaat en de volledige aansluiting bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens niet naderbij brengt. Over de uitvoering van het associatieakkoord delen wij heel veel van zijn zorgen, maar ik zou het wel prettig vinden om dat te kunnen vaststellen.

De heer Kox (SP):

De aansluiting bij de Europese mensenrechtenconventie is, zoals collega Schrijver ongetwijfeld weet, al formeel geborgd omdat het allemaal lidstaten van de Raad van Europa zijn. Dat kunnen ze alleen maar zijn als ze die mensenrechtenconventie onderschrijven. Tussen het formeel onderschrijven en daar in de praktijk iets mee doen, zit een wereld van verschil. Tussen het nu ratificeren en het niet-ratificeren zit ook een wereld, namelijk het ratificeren onder voorwaarden: wij willen dit doen, maar dan moet u van uw kant die beweging inzetten. Toen we Roemenië en Bulgarije bij de Europese Unie haalden, heeft mijn fractie ook gevraagd of we dat niet te snel deden. Daarna hebben we gezien dat het inderdaad te snel was, want zodra deze landen lid werden, was het gedaan met de goede voornemens. Hier zou ik zeggen dat die landen eerst moeten laten zien dat zij de goede kant op willen en ook op kunnen. Het is niet alleen onwil, maar het is soms ook de onmogelijkheid. Als zij dat laten zien, dan kunnen wij erover praten.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Schrijver!

De heer Schrijver (PvdA):

Er staan maar liefst 500 artikelen in het associatieakkoord en het is de heer Kox vast wel opgevallen dat er heel veel staat over constitutionele hervorming, versterking van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Wat dat betreft, wordt hij op papier wel op zijn wenken bediend. Krijgen wij de volgende week een voorstem van de SP voor dit associatieakkoord te horen?

De heer Kox (SP):

Misschien is dat een verschil tussen uw stroming en de mijne. Wij zijn praktisch; je kunt alles op papier zetten, maar het is de vraag of het in de praktijk ook wordt waargemaakt. Ik heb gezegd dat er voor de zomer nog twee weken zijn te gaan, voordat ze in Oekraïne de eerste lezing van de grondwetshervorming goedgekeurd moeten hebben. Lukt dat niet, dan valt alles in duigen en komt er ook van het associatieverdrag niet heel veel terecht. Dan valt ook Minsk II eigenlijk in duigen, want de kans dat er dan lokale verkiezingen worden georganiseerd, is ook buitengewoon gering. Ik help het de heer Schrijver dus hopen, maar niet alles wat in Oekraïne op papier wordt gezet, gebeurt ook. Ik ben een aantal keren gaan kijken, maar er is niemand in Oekraïne die zegt dat het ook gebeurt omdat het op papier staat. Het staat op papier, dus het gebeurt nog lang niet. Eerst de praktijk, dat is de belangrijkste leermeester. Althans, dat heb ik in mijn eenvoud altijd geleerd. Ik zou het mooi vinden als we met deze drie partnerlanden het moment konden bereiken waarop we aan beide kanten kunnen zeggen dat we ons naar eer en geweten kunnen associëren, omdat nu realiseerbaar is wat beide partijen willen. Als het niet realiseerbaar is, denk ik dat we het, zeker in de buitenlandse politiek, niet moeten doen. Bij gevaar moet je niet inhalen en geen verdragen sluiten. Het is maar een mening.

Mijn fractie vindt het van groot belang dat de voormalige Sovjetrepublieken de kans wordt gegund op een zelfstandige ontwikkeling. Dat betekent dat Rusland hen niet mag behandelen alsof hun soevereiniteit gelimiteerd wordt door Russische belangen. Maar het betekent ook dat de Europese Unie met grote voorzichtigheid in dit deel van ons continent dient te opereren. Mijn fractie heeft de overtuiging dat dat niet gebeurd is en dat overhaast op het sluiten van deze associatieverdragen is aangestuurd. Met meer tact had veel meer bereikt kunnen worden. Ik heb dat van veel mensen gehoord die zich hiermee bezighouden. Dat gebeurde in beslotenheid, want in de openbaarheid kan dat nu eenmaal niet gezegd worden. Iedereen weet echter dat ook door de Europese Unie scheve schaatsen zijn gereden toen we zo overhaast tot dit associatieverdrag wilden komen. Pas na het tekenen van de associatieakkoorden — en dat is typerend — is de EU in onderhandeling getreden met Rusland over de mogelijk negatieve gevolgen van de akkoorden voor Rusland. Kunnen we, in ieder geval met de kennis van vandaag, hier concluderen dat wederom bewezen is dat haastige spoed zelden goed is in de internationale politiek?

Ik heb het voorrecht gehad alle partnerlanden te bezoeken en ik onderhoud contacten met vertegenwoordigers van de verschillende politieke kampen in deze landen, rechts-extremisten uitgezonderd. Ik wijs hen steeds op hun eigen verantwoordelijkheid voor de toekomst van hun land, maar ik kan er niet onderuit dat wij ook een zekere verantwoordelijkheid dragen. Juist daarom zegt mijn fractie hier: bezint eer ge begint. Kan de minister daarom aangeven wat de gevolgen zijn van het uitstellen van de besluitvorming over de ratificatie van de associatieverdragen? Leidt zoiets tot onherstelbare schade of creëert het wellicht juist ruimte om alsnog te doen wat eerder over het hoofd gezien werd: het sluiten van verdragen die goed zijn voor de partners, goed zijn voor ons, en in Rusland niet ervaren worden als een regelrechte aantasting van zijn positie in Europa?

Natuurlijk kunnen we volharden in een aanpak die zegt dat we geen boodschap aan de Russen hebben en zelf bepalen wat wij met anderen doen. Dat kan, maar wijs lijkt het ons niet. En juist in deze gevaarlijke tijden, waarin veel in Europa aan het schuiven is, lijkt wijsheid ons de voornaamste deugd te zijn. Bovenal lijkt het ons belangrijk dat we ons in ons handelen vooral laten leiden door wat werkelijk goed is voor de mensen in Moldavië, Georgië en Oekraïne. Zij hebben al te lang te weinig gekregen en teveel geleden.

Mijn fractie ziet daarom met grote belangstelling uit naar de antwoorden van de minister en de reacties van de fracties en zal haar stemgedrag aan het einde van het debat bepalen.