Plenair Van Rooijen bij behandeling Elektriciteits- en gaswet



Verslag van de vergadering van 22 december 2015 (2015/2016 nr. 15)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 12.04 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. Mijn fractie is blij met de instelling van de commissie-Balkenende, de Commissie Economische Structuurversterking en Werkgelegenheid Zeeland, die recentelijk werd bekendgemaakt. De structuurversterking en de bevordering van de werkgelegenheid in de provincie Zeeland zijn voor de toekomst van de provincie, maar vooral voor de Zeeuwen zelf van uitermate groot belang. Ik denk daarbij speciaal aan de verdere versterking van bijvoorbeeld het toerisme, dat een groot potentieel heeft. Op 21 december 1973 — gisteren precies 42 jaar geleden — werd ik beëdigd tot staatssecretaris van Financiën. De dag erna vertrok ik met ons heel jonge gezin naar Zeeland om daar de kerstvakantie door te brengen. Wij zijn daar tot vandaag graag blijven terugkomen en zullen dat blijven doen, met wat groter kroost.

Het gaat echter niet alleen om verdere ontwikkeling van de werkgelegenheid, maar ook om het behoud van bestaande werkgelegenheid in de provincie voor de mensen, voor de Zeeuwen. Bij de behandeling van het wetsontwerp dat wij vandaag bespreken, komt het behoud van bestaande werkgelegenheid prominent aan de orde, nu de splitsing van de bedrijven DELTA en Eneco aan de orde is. En dat moet ook. Wij hebben de afgelopen weken ervaren hoe dit onderwerp leeft bij de mensen die bij de bedrijven betrokken zijn: vele mails van individuen die hun zorgen over hun toekomst en die van hun gezinnen hebben geuit, vaak direct uit het hart, zo vlak voor kerst. Het gaat om de toekomst van deze twee bedrijven met elk hun eigen kansen en diversificatie. Bij DELTA staat de toekomst van het bedrijf op het spel. Na de splitsing lijkt er geen perspectief op continuïteit, merkte de heer Flierman eerder op. Bij Eneco geldt speciaal het behoud van de sterke positie op het gebied van duurzaamheid en de verdere realisatie van de ambities met grote investeringen in duurzame ontwikkeling. Wij kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor de gevolgen van de besloten splitsing.

De toekomst van dit dossier heeft een lang verleden. In antwoord op vragen van de D66-fractie heeft de minister in de memorie van antwoord nog eens de lange voorgeschiedenis geschetst. De minister antwoordde dat geen sprake is van het doorzetten van de splitsing. Het groepsverbod geldt immers sinds 1 juli 2008 en blijft, aldus de minister, met dit voorstel in stand. D66 verwees naar de aangenomen motie-Doek/Sylvester van 21 november 2006, waarin werd gevraagd het groepsverbod niet in werking te laten treden, tenzij duidelijk zou zijn dat in de EU zou worden overgegaan tot volledige eigendomssplitsing of dat het publieke en onafhankelijke netbeheer in gevaar zou komen. De toenmalig minister heeft op 7 juni 2007 de Kamer geïnformeerd over het besluit om het groepsverbod op 1 juli 2008 in werking te doen treden.

In de inleiding op de memorie van antwoord heeft de minister nog eens de achtergrond van het groepsverbod geschetst. De 5OPLUS-fractie sluit zich aan bij de vele vragen die over het groepsverbod door de voorgaande sprekers zijn gesteld. De 5OPLUS-fractie heeft vooral één klemmende vraag: waarom de toekomst van DELTA en Eneco in de waagschaal stellen als daar op dit moment naar onze overtuiging geen dringende reden voor is? Kan de minister deze eenvoudige vraag beantwoorden?

Wil de minister zijn standpunt heroverwegen en alsnog een novelle toezeggen? Dan is de door de SP ingediende en door ons gesteunde motie overbodig, al biedt zij wel een goed alternatief voor een novelle. Gisteren is in deze Kamer een novelle behandeld die op 9 december bij de behandeling van het Belastingplan werd ingediend. Die novelle komt vandaag, dus binnen twee weken, in stemming; zij sluit aan bij het Belastingplan 2016 dat eveneens vandaag in stemming komt. Deze novelle is zo cruciaal dat het Belastingplan 2016 vanavond zou sneven als zij niet wordt aangenomen.

Ik houd de minister voor dat het kabinet bij de novelle voor het Belastingplan gehandeld heeft volgens het adagium "waar een wil is, is een weg". Geldt dat ook vandaag in dit dossier? De minister zou van de nood een deugd kunnen maken nu een meerderheid in de senaat hem vraagt de splitsing nu niet in werking te laten treden. Alleen zonder splitsing geldt voor DELTA "luctor et emergo" en voor Eneco een sterkere duurzame toekomst. Niet vechten tegen windmolens als het om de splitsing gaat.

Ik wacht met de collega's de antwoorden van de minister af.