Plenair Gerkens bij behandeling Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen



Verslag van de vergadering van 7 juni 2016 (2015/2016 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.32 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Gerkens i (SP):

Voorzitter. Nog niet zo lang geleden waren er acties bij het Maagdenhuis, dat bezet was door studenten. Het leek niet alsof mijn jeugd herleefde, maar voor sommigen hier denk ik wel. Ik was op zich heel blij met het feit dat studenten op die manier weer lieten horen dat ze meer inspraak wilden hebben. Het was voor mij overigens een logische reactie op wat er met name op hbo's en universiteiten is gebeurd. We hoorden van scholen die investeerden in vastgoed met geld wat eigenlijk bedoeld was voor opleidingen. We hoorden van onterecht gegeven diploma's. Dat waren incidenten, in die zin dat het echt uitwassen waren, zeg ik ook nog even tegen de woordvoerder van het CDA, maar tegelijkertijd is de tendens in het hele onderwijs dat de macht van de bestuurders erg groot is en dat die meer teruggebracht moet worden naar degenen die het meest betrokken zijn bij het onderwijs, namelijk de leerkracht, de onderwijzer en de student of leerling.

In toenemende mate heeft het rendementsdenken toegeslagen. Daardoor hebben steeds meer universiteiten en hogescholen meer oog voor de financiële opbrengsten en voor het feit dat een student snel door de opleiding heen gaat, dan voor de kwaliteit van het onderwijs. Opleidingen lijken soms een beetje op fabrieken waar de output het aantal afgestudeerden is, in plaats van dat ze broedplaatsen zijn voor kennis en ontwikkeling. Met het leenstelsel is de student nog meer een klant geworden die een product afneemt, want een opleiding wordt steeds duurder betaald met een lening die om zijn nek blijft hangen. Wanneer het onderwijs dan niet goed is of niet ingericht is op de student, loopt hij het risico dat zijn studie onnodig vertraagt of dat hij met een waardeloos diploma thuiskomt.

Die druk op de student is toegenomen. De maatschappij klaagt dat de student zo weinig maatschappelijk betrokken is. Ik denk dat deze jeugd weinig tijd heeft om zich te betrekken. Falen in de studietijd is immers geen optie meer. Dat kost tijd en geld en herkansingen zijn haast niet mogelijk. Uiteindelijk is het de vraag welk rendement dit werkelijk oplevert. Heeft de maatschappij niet meer aan een student die naast zijn studie de ruimte en tijd heeft om buitenschoolse activiteiten te ontplooien en daarmee ook zichzelf te ontplooien? Wij hebben net de discussie gehad over het feit dat die student helemaal geen interesse heeft in de democratie of inspraak, afgezien van een handjevol — ik denk wel wat meer — studenten bij het Maagdenhuis. Ik vind dat bijna een logisch voortvloeisel uit het beleid dat is gevoerd. Naast het gebrek aan tijd is er immers ook een gebrek aan mogelijkheden. Pas wanneer je mee kunt denken, kun je mensen enthousiasmeren om mee te denken. Aan dat meedenken en meebeslissen schort het behoorlijk.

Dat was voor de minister aanleiding om met een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te komen. Dat was — ik zeg het eerlijk — een mager wetsvoorstel. Zij wilde niet echt tegemoetkomen aan de wens van meer invloed van docenten, leerlingen en studenten. Besturen, zo zei de minister, hoort bij de bestuurders, laten wij de verantwoordelijkheid daar laten. Gelukkig zag de Tweede Kamer dit anders. Meer inspraak versterkt inderdaad de bestuurskracht en bij uitstek weten docenten, leerlingen en studenten heel goed wat goed onderwijs inhoudt. In tegenstelling tot wat sommigen denken, heeft die student, de leerling maar ook de ouder, wel degelijk een groot belang bij de kwaliteit van de opleiding. Ik ben er niet zo bang voor dat studenten, als zij inspraak hebben op de einddoelen, het daarmee allemaal ineens heel makkelijk gaan maken. Die student zit bij uitstek op school om iets te leren, om iets mee te krijgen. Het is zelfs zo dat als er ontoereikend onderwijs is, dat verveling en uitval geeft. Hoewel het aantal jaren op een leven beperkt is — als het goed is voor de studie vier jaar — is de impact van de studie enorm groot op de rest van het leven. De student heeft alle belang bij de opleiding, niet alleen kortetermijnbelang maar juist ook een langetermijnbelang, al brengt hij maar een paar jaar effectief op die opleiding door.

De Tweede Kamer diende maar liefst 41 amendementen en moties in. Zo kwam er openheid over de benoeming …

De heer Rinnooy Kan i (D66):

Even om een misverstand te vermijden. Ik heb niet willen beweren dat studenten geen belang hebben bij kwalitatief goed onderwijs. Natuurlijk, maar de vraag is wel of studenten, die juist nog een leerproces moeten meemaken, in staat zijn om goed te wegen wat het einddoel van het onderwijs moet zijn. Niet voor niets is dat een verantwoordelijkheid van in de eerste plaats de docent en daarna van de instelling zelf. Voor zover ik twijfels had, heb ik het vooral over die combinatie. Juist als je kwalitatief onderwijs definieert als onderwijs dat kennis en ervaring toevoegt aan wat er nog niet is, stel je jezelf met recht en reden die vraag, dunkt mij.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik ben het met u eens dat het niet iets is wat je alleen aan studenten moet overlaten. Maar ik denk dat zij wel degelijk kunnen weten wat hun eindtermen zijn. Ik heb zelf kinderen die straks gaan studeren. Ik merk dat zij enorm bezig zijn met wat zij willen leren, wat zij willen meenemen en wat zij willen kunnen aan het einde van hun opleiding. Dat is precies de vraag die studenten bezighoudt. Ik ben daar veel minder somber over. Ik denk dat het juist in samenspraak en soms ook in tegenspraak een verbetering kan zijn voor de eindtermen.

Ik zei het al: de Tweede Kamer diende maar liefst 41 amendementen en moties in. Zo kwam er openheid over de benoeming van bestuurders en adviesrecht van de gmr. Mijn fractie had liever gezien dat het instemmingsrecht was, maar ik ben verheugd dat nu het werven in achterkamertjes via headhunters verleden tijd zal zijn. Dat scheelt een hoop geld. Ook heel mooi is het aannemen van een amendement dat ervoor zorgt dat docent, leerling en student in de toekomst zullen plaatsnemen in de sollicitatiecommissie. Goede medezeggenschap heeft ook ondersteuning nodig. Juist voor ouders en studenten is die ondersteuning van groot belang. Gelukkig wordt deze ondersteuning niet alleen uitgebreid, maar ook onafhankelijker van de instelling gemaakt. Heel blij is mijn fractie met de aanname van het amendement dat ervoor zorgt dat tentamens geldig blijven wanneer deze de toets des tijds kunnen doorstaan. Studiepunten kunnen zo bewaard blijven.

Blijft er iets te wensen over? Jazeker. Onze fractie heeft nog steeds wensen. Zo kijken de medezeggenschapsorganen nog steeds toe wanneer er sprake is van wanbeheer door bestuurders en kunnen zij geen invloed uitoefenen op de hoogte van de vergoeding van de bestuurders. Ook krijgen medezeggenschapsorganen geen instemmingsrecht bij benoeming van nieuwe bestuurders. Op een ingrijpende wijziging op het gebied van de huisvesting of het fuseren van de opleidingen heeft het medezeggenschapsorgaan ook geen instemmingsrecht. Er komt geen instemmingsrecht van de medezeggenschapsraad op de begroting van het po en vo. De medezeggenschapsraad krijgt niet de mogelijkheid om een bindend referendum uit te schrijven en bestuurders kunnen nog steeds zonder instemming van de medezeggenschapsorganen beslissingen over vastgoedprojecten nemen.

De heer Schalk i (SGP):

Ik heb een vraag aan mevrouw Gerkens. Als zij zou willen dat er instemmingsrecht zou zijn om te benoemen, realiseert zij zich dan ook dat leerlingen of studenten waarschijnlijk datzelfde instemmingsrecht zouden moeten hebben bij ontslag of schorsing? Is dat een wenselijke situatie? Dat geldt natuurlijk ook voor docenten, die dan hun eigen bevoegd gezag zouden moeten ontslaan.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik was bijna verder gegaan met mijn tekst, want ik realiseer mij dat wel degelijk. Ik hoor mensen hier zeggen: moeten wij dat wel willen? Volgens mij is dat vanuit angst ingegeven. Men gaat uit van de veronderstelling dat een leerling, student of bijna iedereen onder de 21 jaar niet op verstandige wijze met die verantwoordelijkheid zou kunnen omgaan. Daar geloof ik niets van. Ik denk dat zij dat wel degelijk kunnen.

De heer Schalk (SGP):

Ik hoop niet dat ik er bang of angstig uitzie rondom dit thema. Binnen zo'n instelling heb je gezagsverhoudingen, de positie van het bevoegd gezag, docenten en er zijn ook studenten van boven de 21 in dit land. Moet je die in een positie manoeuvreren dat zij moeten oordelen over de arbeidsovereenkomst van degenen die over hen gesteld zijn binnen de onderwijssituatie?

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik heb daar geen angst voor, u kennelijk wel. Het gaat over instemmingsrecht. Het is niet zo dat zij het zelf gaan voorstellen. Er ligt een voorstel voor instemmingsrecht. Ik heb daar geen moeite mee. Ik denk dat mensen heel goed in staat zijn om daar op een zorgvuldige wijze over mee te praten en mee te denken. Dat is ook wat ik zou zeggen ten aanzien van die voorstellen. Die voorstellen zouden de kwaliteit van het onderwijs echt kunnen verbeteren.

Mevrouw Martens i (CDA):

Ik begrijp dat mevrouw Gerkens medezeggenschap een heel goede zaak vindt. Het versterkt de bestuurskracht, zo zegt zij. Ik deel een aantal aarzelingen die eerder verwoord zijn door mijzelf en door D66. Zij zegt: ik vind het een goed middel, maar tegelijkertijd zegt zij dat er geen interesse, tijd en mogelijkheden zijn. Hoe kan zij dit als middel zien om te bevorderen als zij tegelijkertijd zegt dat studenten geen tijd, interesse en mogelijkheden zien?

Mevrouw Gerkens (SP):

Mevrouw Martens haalt mijn woorden een beetje door elkaar. Ik zal haar zeggen hoe ik het zie. Aan de ene kant horen we dat er te weinig interesse is, zoals de Volkskrant schrijft. Aan de andere kant staan de studenten bij het Maagdenhuis om het te bezetten en te schreeuwen om meer inspraak. Volgens mij zijn er dus sowieso mensen te vinden die dat willen. Er is een mooie zin van Frank Boeijen in een liedje: je mag demonstreren maar met je rug tegen de muur. De afgelopen jaren is de medezeggenschap enorm uitgehold. Dat maakt dat de interesse bij studenten terugloopt in een tijd waarin zij steeds meer onder druk worden gezet om binnen beperkte tijd hun studie af te krijgen, wetende dat, als zij zich zouden inzetten voor dat besturen, zij er weinig mee zouden bereiken. Dat denk ik zeker. Het is ook een verantwoordelijkheid van de politiek, waarbij wij gelukkig met dit wetsvoorstel een stap in de goede richting zetten naar meer mogelijkheden om echt inspraak en medezeggenschap te hebben. Dat kan studenten meer motiveren en interesseren. Ik noemde zojuist dat voorbeeld. Ik vind het een schandaal dat een school met 1.400 leerlingen geen leerlingenraad heeft en ook geen leerlingvereniging. Dan doe je als school dus iets fout. Ik vind dat bij docenten en schoolbesturen de verplichting ligt om mensen te enthousiasmeren hun verantwoordelijkheid te nemen en die taak op zich te nemen. Vervolgens zijn die mensen zeker te vinden.

Uit het niet aannemen van het andere voorstel spreekt angst, namelijk de angst dat er dwars wordt gelegen bij het besturen van een onderwijsinstelling. Ik meende deze angst ook een beetje terug te lezen in de schriftelijke inbreng van sommige fracties, namelijk dat het besturen van een instelling onmogelijk zou kunnen worden door de wet. De premisse dat per definitie alleen een bestuurder weet wat goed is voor een onderwijsinstelling en dat de afnemer van het onderwijs of de onderwijsgever geen goed beeld van het bestuur zou kunnen hebben, is in de ogen van mijn fractie onjuist; niet alleen dat, het druist ook in tegen de principes van de democratie en het onderwijs zelf. Een mens wordt geboren met de intrinsieke behoefte om te leren. Hieraan gehoor geven, is een mens nog leergieriger maken. Geen leerling, noch student wil jaren op een onderwijsinstelling vertoeven zonder daar letterlijk wijzer van te worden. Zij hebben bij uitstek behoefte aan goed onderwijs. De docent kan dat goede onderwijs geven en de studenten begeleiden bij hun zoektocht naar hoe dat goede onderwijs er zou moeten uitzien. Het is een samenspel waar de bestuurder slechts een regierol in zou moeten hebben.

Mevrouw Martens (CDA):

Voor de helderheid. Mevrouw Gerkens is er niet van overtuigd dat studenten geen zicht hebben op en geen betrokkenheid hebben bij een onderwijsinstelling. Zij laat zich daarbij niet uit over de bestuurder. Gaat zij er impliciet van uit dat de bestuurder dat wel zou hebben?

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik reageer in mijn tekst op wat ik teruglees, namelijk de angst dat meer medezeggenschap niet goed zou zijn voor studenten en docenten en dat je het besturen bij de bestuurders moet laten, zoals de minister ook stelt. Ik denk dat studenten en docenten daar wel degelijk een goede slag in kunnen maken. Ik zeg niet dat bestuurders dat niet kunnen. Ik denk wel dat de cultuur te veel heeft bestaan uit alleen maar bestuurders. Daardoor zijn er onwenselijke situaties ontstaan die hebben geleid tot excessen — mevrouw Martens noemde die zojuist ook — zoals het financieel wanbeheer bij hogescholen en het bijna weggeven van diploma's.

Mevrouw Martens (CDA):

De oorzaak daarvan is vooral gelegen in de bestaande wetgeving volgens mevrouw Gerkens.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ja, en misschien in de manier waarop het onderwijs op dit moment wordt aangevlogen, in het rendementsdenken.

Ten slotte. Ik vind het jammer dat deze minister niet met een ambitieuzer plan naar de Kamer is gekomen. Per saldo is dit wetsvoorstel door de behandeling in de Tweede Kamer beter geworden, beter dan wat er anders had voorgelegen. Wij zijn blij met de aanneming van een groot aantal amendementen en moties. Daardoor heeft het wetsvoorstel toch nog wat inhoud gekregen. De balans opmakend, vinden wij het wetsvoorstel een stap in de goede richting, al zijn we er nog niet. Ik vraag de minister nog wel wat haar ervan heeft weerhouden om ambitieuzer in te zetten. Wij wachten haar antwoord met belangstelling af.