Plenair Bikker bij behandeling Experiment gesloten coffeeshopketen



Verslag van de vergadering van 5 november 2019 (2019/2020 nr. 5)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 11.55 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bikker i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst felicitaties aan u als maiden-voorzitter deze dag! Veel plezier erbij. En natuurlijk felicitaties aan de collega's Van Wely, Dittrich, Janssen en straks vast ook aan de heren Meijer en Recourt, en natuurlijk aan de herintreder in ons midden, mevrouw De Boer. Mooi om op dit moment dit debat met elkaar te voeren, een debat dat er nogal toe doet. Want dagelijks rollen de nieuwsberichten van opgerolde wietplantages, van drugsdumpingen en de heftige effecten van ondermijnende drugscriminaliteit over ons heen. Daarachter ligt een donkere wereld van zware criminaliteit, van verslavingen, van burgers die ongevraagd met drugsafval te maken krijgen en van onterecht genormaliseerd drugsgebruik.

Waar 40 jaar geleden wietgebruik vooral iets was voor linksige hippies, is de wereld van softdrugs stevig veranderd. Wereldwijd wordt er grof geld mee verdiend door criminelen. De sterkte van de beschikbare cannabis is alleen maar toegenomen. Duidelijk is dat er inmiddels al een groot veelkoppig probleem is als het gaat om de beschikbaarheid van softdrugs en harddrugs in onze samenleving.

Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, de Wet experimenten gesloten coffeeshopketen, is daarin geen veelomvattende oplossing. De regering presenteert dit experiment als een poging om te bezien of het realiseren van een gedecriminaliseerde keten mogelijk is en tevens wat de effecten daarvan zijn. Want ja, er is een groot probleem in onze samenleving door de aanwezigheid van softdrugs. Het huidige gedoogbeleid blijkt daarin nog steeds niet het recept om dat te verminderen. Wat te doen?

De vraag die vandaag voorligt is of het voorgestelde experiment bouwstenen geeft die tot verbetering van het beleid leiden. Vervolgens is de vraag of het experiment uitvoerbaar, handhaafbaar en rechtmatig is. Daarnaast is er de vraag met welke neveneffecten het voorstel gepaard gaat. De fractie van de ChristenUnie mist op een heel aantal van deze punten nog overtuigende antwoorden, maar juist daarin kan dit debat ook behulpzaam zijn.

De bouwstenen van het experiment zullen namelijk moeten liggen in gezondheidswinst, in vermindering van criminaliteit en in het terugdringen van ondermijning. De regering wil zich echter op voorhand niet uitspreken wanneer het experiment geslaagd is. Voor vijf jaar — zes maanden voorbereiding, vier jaar experiment, zes maanden afbouw — is het experiment echter wel het antwoord op de zoektocht naar een beter beleid. Klopt die stellingname, zo vraag ik de ministers.

Wie vijf jaar de tijd neemt, moet dat wel met recht en rede doen. Wat als het gebruik intussen toeneemt, als nog duidelijker wordt hoe groot de gezondheidsrisico's zijn of als de criminaliteit desondanks niet afneemt? Wat is dan de winst van deze tussentijd? Laat de minister die vijf jaar lang liggen? Welke vinger houdt de minister aan de pols?

Als gedurende het experiment blijkt dat er absoluut geen bouwstenen worden verzameld of dat er op het terrein van de gezondheidsrisico's of de zware drugscriminaliteit stevige veranderingen optreden, is er dan ruimte om te handelen? Ik vraag op dit punt heldere uitspraken.

Is overwogen om een volgend kabinet zeggenschap te geven halverwege het experiment of er voldoende bouwstenen worden verzameld om het door te zetten? Ik zie uit naar het antwoord van de minister.

Alvorens toe te komen aan de toets op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en rechtmatigheid wil de ChristenUniefractie haar grote zorgen neerleggen die zij heeft in ethisch opzicht. Ook aan op kwaliteit gecontroleerde en legaal geteelde cannabis kleven gezondheidsrisico's. Aan cannabis kun je verslaafd raken. Je kunt er psychische problemen mee verergeren en uitlokken als je daar gevoelig voor bent. Je geheugen en leerprestaties kunnen afnemen. En bovenal: roken van cannabis is ongezond. Er zitten minstens zo veel schadelijke stoffen in cannabisrook als in tabaksrook. Dat kan problemen als hoesten, bronchitis en andere longklachten geven. Bedenk dat de meeste gebruikers hierbij ook nog roken, aldus de site van het Trimbos-instituut. Een experiment met door de Staat goedgekeurde drugs heeft het grote gevaar in zich dat de boodschap impliciet wordt "deze drugs deugen wel", in die zin dat er ook geen criminaliteit mee wordt gesponsord. Maar ook is er nu goed gekeken naar de samenstelling. Echter, de gezondheidsrisico's blijven even groot.

Cannabisgebruik kan volgens een groeiend aantal onderzoeken psychoses veroorzaken, een risico waarvoor snel meer aandacht moet komen volgens vooraanstaande psychiaters. Welke gevolgen heeft deze bevinding voor dit experiment? Waarom wordt niet stevig ingezet op het verminderen van het aantal jonge gebruikers en het aantal startende gebruikers, juist als duidelijk is dat jonge mensen een vergroot risico lopen? Of is die vermindering wel het doel van de meegeleverde preventieve aanpak bij dit experiment?

De hoogte van het THC-gehalte — voor de luisteraar: de sterkte van de gebruikte wiet — is in de afgelopen decennia enorm toegenomen. Ambtsvoorgangers van deze ministers hebben hun zorgen geuit dat cannabisgebruik daarmee steeds meer op harddrugsgebruik gaat lijken. De adviseringscommissie heeft de minister echter afgeraden om eisen te stellen aan het THC-gehalte, omdat wetenschappelijk gezien de bewijzen niet onomstotelijk zijn. Dat is ook lastig, want het is simpelweg ethisch onverantwoord om een gerandomiseerd klinisch onderzoek te doen, waarbij één groep mensen wel en een andere groep mensen geen cannabis gebruikt, met als doel om te kijken of in die eerste groep psychoses optreden. Zo'n type onderzoek wordt in de wetenschap ethisch onverantwoord geacht. De negatieve gevolgen voor de deelnemers zijn te groot.

Ik ben in dit opzicht echter wel benieuwd hoe de minister het experiment nader vorm wil geven. Er komen controlegemeenten. Komen er ook controledoelgroepen? En wat betekent dat in ethisch opzicht? Hoe komt de minister tot onomstotelijke bevindingen als het om de gezondheidswinst gaat? Kan hij toezeggen dat hij ook de ethische vraagstukken in wetenschappelijk opzicht laat wegen? Is hij bereid tot toetsing door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek? Wil hij die aan deze Kamer laten toekomen? Dit was trouwens ook een advies van de commissie-Knottnerus.

Maar ook als het bewijs voor gezondheidsschade niet 100% is, maar de aanwijzingen wel zo groot dat er een enorm risico is, wil de ChristenUniefractie niet op haar handen zitten. Wat is er voor de minister nodig om stappen te ondernemen? Wanneer durft hij het aan om het THC-gehalte toch te beperken? Kan hij hier duidelijk maken dat er geen beleidsmoratorium geldt voor het softdrugsbeleid? Het is goed dat er een preventieve aanpak wordt voorbereid, maar dan moet ook wel alles uit de kast worden gehaald.

Het experiment gaat bovendien uit van de oude kanalisatiegedachte, die we in Nederland vaak hebben bij dergelijke zaken. Niet alleen het gedoogbeleid is daar een voorbeeld van. Ook bij de onlangs in deze Kamer besproken legalisering van het onlinegokken was het bijvoorbeeld de ratio: kanaliseer wat slecht is en er zal minder gebruik van worden gemaakt. Maar is dat waar? Het omgekeerde geldt namelijk ook. Veel aanbod stimuleert de vraag. Dat begint nu ook duidelijk te worden uit de legalisering van cannabis in de Verenigde Staten, waar een commerciële markt is ontstaan die nieuwe gebruikers trekt. Welke lessen durft de minister daaruit te trekken? En kan dat ook terwijl het experiment loopt?

Uit het veld van alcoholpreventie en tabaksontmoediging weten wij dat het inperken van het aanbod in termen van aantal verkooppunten of zichtbaarheid van het product kan helpen het gebruik terug te dringen samen met dat eerdergenoemde sterke preventiebeleid. Ik vraag de minister om de heldere toezegging dat in de betrokken gemeenten het aantal verkooppunten ten minste niet zal toenemen. Ik vraag hem ook hoe hij wil monitoren welk effect dit experiment heeft op de normalisering van drugs. Voor mijn fractie is dat een belangrijke bevinding bij de beoordeling van dit experiment. Ik vraag hem ook om de toezegging dat de voorgestelde preventieaanpak, inclusief het onderzoek dat nodig is voor kwetsbare doelgroepen, helemaal klaarligt en van start gaat voordat het experiment begint. De ChristenUnie vindt namelijk dat met hoofdletters boven het drugsbeleid moet staan: BEGIN ER NIET AAN. Deelt de minister dat? Wat is de boodschap die de overheid met dit experiment afgeeft? Hoe doet de minister dat?

Voorzitter. Dan kom ik toch op die toets op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en rechtmatigheid. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid geven de belangrijkste actoren, Openbaar Ministerie, politie en rechterlijke macht, aan dat het voorgestelde experiment uitvoerbaar is. Ik vraag de minister daarnaast welke verwachtingen hij heeft van de verbeterde voorlichting en preventie in de betrokken coffeeshops. Verwacht hij een toenemende vraag naar hulpverlening in de betreffende regio's? Heeft hij daar middelen voor?

Mijn fractie heeft een aantal vragen gesteld over de handhaafbaarheid. De zorgen daarover zijn nog niet weggenomen. Hoe wordt de veiligheid van betrokkenen gegarandeerd zonder extra inzet van de politie? Het Openbaar Ministerie rekent in zijn advies voor dat het nettobedrijfsresultaat van een gemiddeld glasgroentebedrijf €12 per m2 is. Voor een hennepkwekerij gaat men bij binnenteelt uit van €7.000 per m2. Simpelweg dat gegeven vraagt al om handhavingsinzet. Uit de financiële bijlage wordt mij onvoldoende duidelijk hoe het kabinet deze bekostigt, met name waar het gaat om de politie.

Ten aanzien van de rechtmatigheid wringt het wetsvoorstel allermeest. Duidelijk is dat het voorgestelde experiment niet in lijn is met de verdragen waar Nederland partij in is. De Raad van State schetst dit dilemma ook. Maar tegelijkertijd ligt er wel een cannabisproblematiek en zijn alternatieven voor het huidige, weinig effectieve beleid nodig. Juist dan, in dat opzicht, is het echter van belang om goed na te gaan of dit experiment voldoende zinvol, geloofwaardig en wetenschappelijk verantwoord is. Alleen dat billijkt een Nederlandse afwijking van de verdragen. Heeft de minister ten aanzien van deze eisen voorwerk verricht bij de Europese landen en de Verenigde Naties? Geeft dit hem het vertrouwen dat de resultaten van dit experiment in de internationale en Europese context ook zeggingskracht zullen hebben? Kan hij dat onderbouwen? Ik ben daar zeer benieuwd naar.

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie vindt deze spanning met de verdragen — en dan formuleer ik het vriendelijk — een uitzondering die absoluut tijdelijk van aard moet zijn. Ze heeft daarom met instemming kennisgenomen van de antwoorden van de minister in de schriftelijke inbreng dat juist daarom de tijdelijkheid en de termijn van die vier jaar zo belangrijk zijn. Op deze plek onderstreep ik dat.

Voorzitter. U heeft gemerkt dat de fractie van de ChristenUnie ziet dat het huidige beleid ineffectief is, maar we hebben echt een groot aantal zorgen over de keuze voor dit experiment. Die liggen op het gebied van de normalisatie, van de gezondheidsrisico's, van de nodige politie-inzet en van de spanning met de internationale verdragen. Als de overheid zich dieper mengt in de regulering van een markt die tot in zijn vezels verbonden is met de criminaliteit, begeeft zij zich op glad ijs. Je kunt iets doen met de tijdelijkheid. Je kunt aanvullende eisen stellen aan de sterkte van de aangeboden middelen en eisen stellen voor het weren van kwetsbare doelgroepen en andere doelgroepen, zoals jongeren. Het kan allemaal, maar het blijft ingewikkeld. Ik ken deze minister — en dan heb ik het over de minister van Justitie; het spijt me voor minister Bruins — als iemand die zich met volle inzet geeft in de strijd tegen zware criminaliteit, en dus ook de drugscriminaliteit. Dat is keihard nodig. De ChristenUnie steunt hem daar van harte in. We zullen de zware drugscriminaliteit echter niet de genadeslag toebrengen met dit experiment. Daar is veel meer voor nodig. Ik vraag de minister om in het vervolg van de kabinetsperiode juist op dat punt de volle inzet te blijven geven en met een structurele aanpak te komen ter bestrijding van de vele ellende die drugs veroorzaken in ons land.

Dank u wel.

De heer Van Dijk i (SGP):

Een buitengewoon pittige en kritische speech van mijn gewaardeerde collega, zoals we dat gewend zijn. Toch nog even de volgende vraag. Ik weet natuurlijk dat de ChristenUnie een zekere binding heeft aan dit regeerakkoord. Welke ruimte ziet uw fractie nog, welke route ziet u nog om deze draak van een wetsvoorstel, zoals u het ook heeft neergezet, om te leggen?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dank u wel voor uw op zijn minst ook pittige vraag. Maar het is wel een goede vraag, denk ik. Laten we de verhoudingen schetsen. Onze Tweede Kamerfractie heeft een coalitieakkoord gesloten. Daar staat een handtekening onder. Dat geldt niet voor onze Eerste Kamerfractie. Wij horen natuurlijk wel bij een coalitie. Dat heeft u zeer terecht opgemerkt. Dat is zo en dat blijft hopelijk ook zo. Maar ik wil opmerken dat wij als senaatsfractie gewoon wel onze toets hebben te doen, namelijk of die wet goed in elkaar zit. Daarover heb ik een aantal zorgen neergelegd bij de minister. Ik weet ook welke gevoeligheid er hierover leeft in de coalitie. Ik zal daar natuurlijk met zorg mee omgaan, anders zou ik geen knip voor de neus waard zijn. Maar het belangrijkste vind ik dat wij stappen zetten op het gebied van het drugsbeleid. Op dit moment faalt dit. We zoeken naar een oplossing. Het kabinet zegt: dit zou een oplossing kunnen zijn. Dan zeg ik dat ik een aantal dingen belangrijk vind. Dan gaat het om preventie, namelijk dat duidelijk is dat je hier eigenlijk niet aan moet beginnen. Het tweede is toch ook wel dat een kabinet kan handelen op het moment dat de bouwstenen uit zo'n experiment niet geleverd worden.

De heer Van Dijk (SGP):

Dank voor het hele heldere antwoord. Ik zie met heel veel belangstelling uit naar de eindafweging die de ChristenUnie gaat maken.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Maar niet te snel, niet te snel, meneer Van Dijk! Eerst de minister horen en goede dingen meemaken. Dat lijkt me prachtig.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Rombouts.