Plenair Nooren bij voortzetting behandeling Invoeringswet Omgevingswet



Verslag van de vergadering van 28 januari 2020 (2019/2020 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.40 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Nooren (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst feliciteert de fractie van de PvdA de heer Verkerk met zijn prachtige maidenspeech. Hij is er niet? Of hij is er wel? Dat weet ik eigenlijk niet. We zien uit naar volgende debatten met hem, maar vooral ook naar de voortzetting van de fijne samenwerking.

We danken de minister voor de uitgebreide, gemotiveerde en deskundige antwoorden. We zijn blij met alle toezeggingen die gedaan zijn. Ik denk niet dat het op dit tijdstip handig is om die allemaal te herhalen, maar ik haal wel een paar punten naar voren die voor onze fractie van belang zijn. En ik heb nog een paar vragen ter verduidelijking.

Vooraf gesteld: een stem voor de invoeringswet en het invoeringsbesluit is geen instemming met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 2021. Overigens, die Omgevingswet is al eerder aanvaard in deze Kamer. Er is nog wel heel veel onduidelijk en er zal nog heel veel moeten gebeuren. We moeten erg optimistisch zijn met elkaar en hopen dat het gaat lukken, maar ik denk dat ik namens mijn hele fractie spreek als ik zeg dat we dan de positie innemen van beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Als nou blijkt in de zomer dat het niet lukt, moeten we niet in een fuik komen en moet geen discussie ontstaan van: hoe kan het nou zijn dat de Eerste Kamer in zo'n late fase van het proces op de rem gaat staan? Wat ons betreft spreken we hier pas over het inwerkingtredings-KB als een aantal zaken helder zijn. De minister heeft aangegeven wat daarvoor naar voren wordt gebracht. Wij danken haar ook voor de toezegging om een overzicht te geven van wat er klaar is als het klaar is.

Onze worsteling zit nog wel bij het tweede BIT-advies. Ik snap dat het een onafhankelijk advies is. Tegelijkertijd — de heer Janssen vroeg daar onder anderen om — is voor een advies wel belangrijk om te weten waar uiteindelijk het DSO eindigt. Een deel van de beloftes die we met elkaar doen over de maatschappelijke meerwaarde van het stelsel, worden namelijk pas van kracht als dat hele DSO werkt.

We zijn blij dat de minister vindt dat de Omgevingswet pas van kracht moet worden als alle waterschappen, provincies en gemeenten er klaar voor zijn en dat zij aangeeft hoe dat precies in elkaar zit. We zijn blij dat er een langdurig ondersteuningsplan voor alle partijen, op allerlei manieren, nu tot stand komt. Mijn fractie vindt dat de regering daarmee echt haar regierol neemt. Daar hebben wij een aantal vragen over gesteld. We zijn blij dat daarmee niet gewacht wordt tot decentrale overheden aan de bel trekken en dat, als ze niets laten horen, er een proactieve houding is van het hele ondersteuningsteam.

We zijn ook blij met de antwoorden over de NOVI. We zien wel uit naar de brief van februari en hopen van harte, maar dat is toegezegd, dat die inhoudelijker is dan het antwoord dat we nu hebben gehad. We hebben er nog wel een vraag over. Eerst werd gezegd dat die brief eind februari zou komen, maar ergens zei de minister dat die misschien niet eind februari zou komen. Wij willen weten wanneer die brief dan wel komt. Dus graag een antwoord daarop van de minister. Wij denken dat dat zich ook goed leent voor een schriftelijk of mondeling overleg met de minister. Ongetwijfeld krijgen we dan ook de vraag hoe de wetgeving van de NOVI, de aanvullingswetten en misschien ook andere wetgeving, bijvoorbeeld over klimaat en wonen, op elkaar inwerken. Wat moet dan landelijk geregeld worden en wat provinciaal en lokaal?

Wij hebben nog een belangrijk punt. Dat is de participatieplicht, inclusief de informatieplicht, want die twee zaken liggen in elkaars verlengde, plus de daarbij behorende rechtsbescherming. We zijn blij dat u goed naar de Nationale ombudsman heeft geluisterd, of anders gezegd samen de handen ineenslaat, om te kijken hoe je actieve, betrokken burgers krijgt, ook als mensen niet heel mondig of deskundig zijn. Misschien moeten die even verleid worden om mee te doen. We zijn blij dat er ook op gemonitord wordt. Wat betreft de participatie hebben we een overzicht uitgereikt gekregen van hoe het was, of is, of staat, waarin de motivering, de keuzevrijheid en vooral de kans staat. Het is, denk ik, uit het debat duidelijk geworden dat ons dat iets te mager is. In het eerste deel van het debat kwamen we er niet helemaal aan toe hoe het precies wordt.

Om een derde termijn te voorkomen, hebben wij een motie opgesteld die ik mede indien namens een aantal andere fracties, waaronder de ChristenUnie, 50PLUS, de SGP en GroenLinks.

De voorzitter:

Door de leden Nooren, Van Dijk, Crone, Baay-Timmerman, Verkerk en Kluit wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het adequaat vormgeven van participatie een essentieel onderdeel is van de Omgevingswet;

overwegende dat het voor zowel inwoners als initiatiefnemers van belang is om inzicht te hebben in de eisen die de lokale overheden stellen aan participatie;

constaterende dat de regering nog onvoldoende richtinggevende uitspraken heeft gedaan over de eisen die worden gesteld aan participatie;

verzoekt de regering om in het Invoeringsbesluit Omgevingswet de verplichting op te nemen voor gemeenten, provincies en waterschappen om voor 2021 een participatieverordening op te stellen waarin zij vastleggen hoe zij participatie gaan vormgeven en welke eisen daarbij gelden en deze participatieverordening vast te doen stellen in respectievelijk gemeenteraad, Provinciale Staten en het algemene bestuur van het waterschap,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter X (34986).

Mevrouw Nooren (PvdA):

Bewust hebben wij achter die twee punten geschreven dat het niet een bestuurlijk besluit is, maar een besluit van de lokale medezeggenschap. In ieder geval doen de gemeenteraden en de Provinciale Staten hieraan mee.

Dan kom ik op een stukje over de rol van de rechtspraak. De heer Nicolaï sprak daar uitgebreid over. Enerzijds gaat het over voldoende financiering en het vasthouden daarvan. Anderzijds gaat het over de gevolgen als de bestuursrechter niet breed toetst. Gaat de bestuursrechter procedureel of echt inhoudelijk toetsen? Volgens mij gaat dat echt alleen maar werken als er breder wordt gekeken of het procedureel op orde is. Ik denk dat de heer Nicolaï in zijn bijdrage in tweede termijn daarop zal ingaan. Hij heeft ook een motie die wij daarover ondersteunen. Ook is het belangrijk dat gemonitord wordt hoe het in de praktijk uitpakt. Ik ben blij dat dat punt wordt meegenomen in de evaluatie.

Ook is het fijn dat de minister toezeggingen gedaan heeft over de monitoring, ook wat betreft de MER, waar mevrouw Kluit nadrukkelijk om gevraagd heeft, en de onafhankelijke toetsing door het instellen van een onafhankelijke commissie. Daarbij hebben wij nog wel een vraag. Ik merk dat in heel veel beantwoording toegewerkt wordt naar de brief bij de inwerkingstredings-KB. Ik weet uit de vorige periode dat we met uw voorganger best hebben zitten worstelen over de vraag hoe onafhankelijk de onafhankelijke commissie is. Het verzoek aan de minister is dus: zou het niet wijs zijn om een aantal zaken die u aangeeft ons eerder ter kennis te stellen? Dan komen we niet op een punt, als we spreken over de inwerkingstredings-KB, dat heel veel punten nog uitgewerkt moeten worden. Dat zal allemaal rond de zomerperiode zijn. Het verzoek is dus om, als u een aantal zaken al eerder in gedachten heeft uitgewerkt, die eerder hier aan ons voor te leggen.

Het is ook fijn dat geïnvesteerd wordt in de invoeringsbegeleiding, de monitoring en het bij elkaar brengen van gegevens door monitoring. Dit was met name een reactie op vragen van mevrouw Klip, die eigenlijk breder in de Kamer werden gesteld. Op basis daarvan kunnen wijze besluiten worden genomen, ook na 2021.

Wel is er zorg bij ons over het vervolg, maar misschien kunnen wij dat vandaag niet afdoen. We hebben het steeds over een invoerings-KB rond de zomer. We hebben vrij vroeg reces en we kunnen dit alleen maar goed bespreken als we het op tijd hebben. Ik zou dus wel benieuwd zijn naar iets meer informatie over het vervolgtijdpad; misschien kan de minister dat toezeggen, en kunnen we dat via de commissie IWO krijgen. Want hoe ziet nou, gelet op de Kamertermijnen — dat hoeft niet vandaag, dat mag ook na dit debat toegezonden worden — het vervolgtraject er tot 1 januari uit? Wanneer moet welk besluit worden genomen om verantwoorde volgende stappen te zetten?

Wij zien uit naar de antwoorden van de minister op de vragen die wij nog gesteld hebben. Afhankelijk van die antwoorden, zal ik met mijn fractie bespreken wat wij doen met dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Nooren. Dan is het woord aan mevrouw Baay.