Plenair Nooren bij voortzetting behandeling (zonder stemming aangenomen)



Verslag van de vergadering van 1 december 2020 (2020/2021 nr. 12)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.09 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Nooren (PvdA):

Voorzitter, het glanst weer van alle kanten. Mooi dat de griffie en de staf dat iedere keer weer voor ons schoonmaken.

Dank, minister. Een lerend stelsel met een gemotiveerde minister en een stelsel dat opgebouwd is vanuit de praktijk. Mooier kunnen we het volgens mij vandaag niet hebben. Ik merk dat de minister heel goed nagedacht heeft en er goed in zit. Hij is echt bereid om er, ook het komend jaar, wat van te maken. Ik hoop dat de tijd in de eerste maanden benut wordt om het goed te verankeren en dat het niet wegvliegt in de tweede helft van het jaar. Dat is een van de redenen waarom onze partij en ook anderen hebben gezegd: oei, best spannend als het 20.. is en niet 2022.

De minister sprak zo mooi over waar hij straks trots op wil zijn. Ik had gevraagd naar de ijkpunten van de minister als hij in 2025 in de zomer in de zon zit. Dat zeg ik omdat de voorzitter het af en toe koud heeft. Waar zou hij trots op zijn als hij dan terugkijkt, als het stelsel drie jaar werkt? Dan weten we wat zijn ijkpunten zijn voor succes.

Dan even over de pilot. Alle begrip dat de minister het heel druk heeft. Ik verwees naar de pilots van Divosa die gedaan zijn ter voorbereiding op de invoering van de nieuwe wet. De knelpunten die — ik zal de minister helpen — achter in het rapport staan op bladzijde 35, zijn kinderopvang, integratie taal en werk, taal, leren, werk en leven, niveau en leerbaarheid van deelnemers en het ontbreken van digitale vaardigheden. Bij de pilots staat letterlijk dat er zorg is van degenen die de pilots doen over de vraag of deze knelpunten in het uiteindelijke stelsel opgelost zouden kunnen zijn. Ik zou de minister willen vragen of het komende jaar misschien benut kan worden om echt werk te maken van die zaken, want anders lopen we daar nog jaren tegenaan en gaan we in 2025 een evaluatie doen en concluderen we dat het niet helemaal goed is gegaan.

Ik voel in het stelsel spanning tussen de eisen voor maatwerk en normstelling. Dat zit er nu eenmaal bij. Daar zitten we allemaal mee, want B1 moet de norm zijn en tegelijkertijd willen we maatwerk. Ik zou de minister willen vragen om in de monitoring het thema van de normstelling die we willen, omdat B1 nu eenmaal leidt tot kans op werk, versus maatwerk, omdat we niemand willen uitsluiten, aandacht te geven.

De kwestie met gezinsmigranten blijft voor ons allemaal een worsteling, zal ik maar eerlijk zeggen. Wij, in ieder geval degenen die vandaag gesproken hebben, gunnen ze allemaal een gelijkwaardige positie aan andere inburgeraars. Ik voel bij de minister weinig ruimte om dat te doen. Als er nou komend jaar nog wat geld over is en er kan wat gedaan worden om gemeenten, die iets willen doen met gezinsmigranten, te belonen, om met de woorden van de heer Van Gurp te spreken, dan hoop ik dat het een van de opties zou mogen zijn voor de minister om het geld dat niet wordt gebruikt door de latere invoering van de wet, te benutten.

Ik vermoed dat we het wat betreft onderwijs niet helemaal met elkaar eens zijn geworden. Ik vind het goed dat mbo's concurrentie hebben van andere aanbieders, maar ik vind het ook goed om continu te zoeken naar momenten waar je elkaar kunt tegenkomen. Ik hoop dat de minister wat dat betreft naast ons staat.

Een lerend stelsel met monitoring voor invoering, tijdens invoering en na invoering en met, zoals ik begrijp, genoeg mogelijkheden om bij te stellen. Ik hoop dat we het nu niet doen na tien of vijftien jaar. Als over vijf jaar mocht blijken dat we niet de goede keuze hebben gemaakt, of na drie jaar, nog beter, dan hoop ik dat we met elkaar stappen zetten om de inburgering wel voor elkaar te krijgen. Daar draait het uiteindelijk om: dat we met elkaar een context creëren waar iedereen die in Nederland mag zijn, omdat hij arbeids- of gezinsmigrant is of een asielstatus heeft, Nederlands gaat leren en echt mee gaat doen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Nooren. Dan is het woord aan mevrouw Stienen namens de fractie van D66.