Plenair Van Ballekom bij behandeling Ondersteunen opgave windenergie op zee



Verslag van de vergadering van 22 juni 2021 (2020/2021 nr. 42)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.30 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter. Een warm welkom aan onze staatssecretaris namens mijn fractie en natuurlijk ook namens mijn fractievoorzitter Annemarie Jorritsma. Ik hoop dat de staatssecretaris ons ook vele malen zal opzoeken in ons nieuwe huis aan het Voorhout. Ik wil op geen enkele zaak vooruitlopen, maar ik hoop het wel.

Voorzitter. Windenergie is een noodzakelijk onderdeel van de door ons voorgestane energiemix. Mag het, als het even kan, subsidievrij worden? De VVD is voorstander van zo veel mogelijk wind op zee, zonnepanelen op daken en geluidsschermen en zo min mogelijk op het vasteland, omdat wij onze schaarse ruimte beter kunnen gebruiken, weide en natuurlandschappen koesteren en zo veel mogelijk overlast willen voorkomen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik was heel erg geïntegreerd toen de heer Van Ballekom van de VVD begon over de energiemix van de VVD. Hoe ziet die energiemix er dan uit? Is daar ook plek voor kernenergie?

De heer Van Ballekom (VVD):

Meneer Otten heeft het goede gebruik om mij niet te laten uitspreken. Ik kom namelijk nog op die energiemix. Als hij even wat geduld heeft, dan zal hij zijn vraag beantwoord zien.

De voorzitter:

Dan zou ik zeggen: vervolgt u uw betoog.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat dacht ik ook, voorzitter.

Dit laat overigens onverlet dat er ook nadelen verbonden zijn aan windenergie op zee. Collega Berkhout heeft daar namens de fractie-Nanninga pertinente vragen over gesteld, ook met de bedoeling zo veel mogelijk te koersen op circulaire windmolenparken. Dat is terecht. Maar ik heb begrepen dat 85% tot 90% al recyclebaar is. Ik kan me vergissen, maar ik zou daar graag een bevestiging van hebben van de staatssecretaris. Als dat zo is, zou ik zeggen: op naar de 100% recyclebaarheid. Dit alles neemt niet weg dat de energie-intensiteit van windmolens op zee relatief laag blijft en de levensduur van deze parken relatief beperkt is, mede door corrosie. Wat dat betreft is het dus niet dé oplossing, maar, zoals gezegd, een noodzakelijk onderdeel van onze energiemix.

Voorzitter. De ruimte is schaars, niet alleen op land maar ook op zee. Ook daar speelt natuurbescherming, het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van schade aan de vogelstand en het stimuleren van de aquacultuur. Ook is er ruimte nodig voor de scheepvaart, voor olie- en gaswinning. Ook proberen vissers nog een boterham te verdienen. Met instemming mogen de VVD- en de CDA-fractie vaststellen dat de regering de nodige aandacht besteed aan het vinden van een verantwoorde balans. Onze fracties willen onderstrepen de belangen van de visserijsector niet uit het oog te verliezen. Dat is een sector die het toch al niet gemakkelijk heeft en een steuntje in de rug zal verwelkomen.

Voorzitter. Dit alles geeft ook aan — om met een voormalig minister van Economische Zaken, de heer Wiebes, te spreken — dat elke vorm van het produceren van energie zijn voor- en nadelen kent. Een ideale manier bestaat nog niet, hoewel een pas opgestart project van General Fusion uit Canada, te realiseren in Culham, veelbelovend is. Ik raad iedereen aan daarvan kennis te nemen, ook onze staatssecretaris.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik wil een klein stukje terug. De heer Van Ballekom gaf aan ook aandacht te houden voor de visserijsector. Is hij het met de fractie van GroenLinks eens dat het, wanneer de windparken ook bijdragen aan de ecologische ontwikkeling, ook voordelen zal hebben voor de visserijsector? Je krijgt dan namelijk bijvoorbeeld kweekkamers waarin jonge vissen kunnen opgroeien, zodat ze wellicht later als volwassen vis echt gevangen kunnen worden.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat zou kunnen. Vandaar dat ik ook aquacultuur heb genoemd.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Aquacultuur klinkt ook als kweekvis, maar ik bedoel dat het in een natuurlijke omstandigheid kan gebeuren. Ik bedoel dus dat je de hele biodiversiteit omhoogtilt, omdat je plekken hebt waar je windenergie hebt, maar ook daardoor wat rust hebt op zee, waar dingen tot wasdom kunnen komen. Is de heer Van Ballekom het dan ook met mij eens dat de focus niet per se op subsidievrij zou moeten liggen, maar dat de vraag is: hoe draagt een windpark bij in de breedte? Ik bedoel niet alleen aan de energieopgave, maar bijvoorbeeld ook hoe dat bijdraagt aan de biodiversiteit in de zee.

De heer Van Ballekom (VVD):

De VVD is überhaupt tegen elke subsidie. Dat is alleen maar een manier om iets in het begin te stimuleren, maar dat is niet houdbaar op lange termijn.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Mijn punt is eigenlijk een andere. Ik wilde toe naar het volgende. Je kunt eisen stellen. Je kunt voor de energieopwekking subsidie krijgen wanneer dat niet rendabel kan. Maar je kunt ook criteria stellen aan een windpark voor wat het verder nog moet bijdragen aan de omgeving. Als dat nou betekent dat het meer natuurinclusief is, waardoor dat wellicht niet meer subsidievrij kan, is de heer Van Ballekom het dan met mij eens dat je in die criteria ook zou moeten vragen naar andere dingen dan alleen de energieopwekking?

De heer Van Ballekom (VVD):

Nou, als er een windenergiepark op zee wordt gebouwd, dan gaat het om de energieopwekking. Als er bijkomende voor- en nadelen zijn, dan zal de regering daar wel een oog op houden en daar zullen wij dan in de discussies ook rekening mee houden. Maar om daar nu een ja of nee op te zeggen, zonder dat ik precies weet welke voor- en nadelen daar nog bij komen, is voor mij onmogelijk.

De voorzitter:

Mevrouw Kluit, tot slot.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Dan zou het goed zijn als de VVD-fractie zich daar misschien eens in verdiept, want die windparken op zee kunnen veel meer functies krijgen dan alleen maar energieopwekking.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat zou prachtig zijn. Het staat in de visie van de VVD ...

De voorzitter:

De heer Otten.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ah, de heer Otten. Ik ben nog niet bij de energiemix, meneer Otten. Dat komt nog.

De voorzitter:

Maar ik heb de heer Otten al het woord gegeven. Gaat uw gang.

De heer Otten (Fractie-Otten):

De heer Van Ballekom begrijpt misschien niet het idee van de Eerste Kamer, waarbij je ook dialoog hebt en reageert op wat er gezegd wordt. Ik hoor net: de VVD is wars van subsidie. Dat hoorde ik de heer Van Ballekom zeggen. Er wordt dit jaar alleen al 5 miljard aan de SDE-subsidie uitgegeven, om die windmolens op zee te bouwen. Wat is er aan de hand bij de VVD? Heeft u een vlaag van verstandsverbijstering, of heeft u GroenLinks definitief langs de kant van de weg gezet? Ik begrijp er helemaal niks meer van.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik weet niet waaraan het ligt dat de heer Otten mij niet begrijpt, maar ik heb gezegd dat een permanente subsidie geen houdbare weg voort is. Je kan wel subsidie verlenen om bijvoorbeeld bepaalde initiatieven van de grond te krijgen, maar dat wil niet zeggen dat je generatieslang iets met subsidie overeind kunt houden. Dat is niet de weg die wij op willen in ieder geval. Ik weet niet hoe Fractie-Otten daarover denkt, maar dat wil de fractie van de VVD dus niet.

Voorzitter. Het staat in de visie van de VVD vast dat bij een verantwoorde energiemix — ik kom nu op de energiemix, meneer Otten — een goede balans moet worden gevonden tussen de reguleerbare en niet-reguleerbare energie. Niet-reguleerbare bronnen moeten worden aangevuld met reguleerbare bronnen, zoals kernfusie of kernenergie. Waarom kernenergie? Niet omdat er geen nadelen zouden zijn verbonden aan kernenergie. Zoals gezegd, aan alle energieproductie kleven nadelen. Nee, dat is om de elektriciteitsproductie CO2-neutraal op te kunnen voeren in een samenleving die meer en meer afhankelijk wordt van elektriciteit. En het is absoluut onmisbaar als we de waterstofeconomie van de grond willen krijgen en belang hechten aan een zekere onafhankelijkheid wanneer het onze energievoorziening betreft. Kortom: een noodzakelijke aanvulling en, gelet op de beheersbaarheid van de nadelen die aan kernenergie verbonden zijn, toch verantwoord.

Ik ben ervan overtuigd dat de staatssecretaris deze uitgangspunten van harte onderschrijft en het beleid in die richting zal willen sturen voor zover daartoe nog de gelegenheid bestaat in deze kabinetsperiode. Zo niet, dan hoor ik dat graag van de staatssecretaris. In elk geval kan ze bij een eventuele portefeuilleoverdracht wijzen op het belang van de genoemde punten.

Voorzitter. Tot zover mijn inbreng, die ik zoals u al begrepen hebt ook heb uitgesproken namens de CDA-fractie. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ballekom. Dan is het woord aan de heer Dessing namens de fractie van Forum voor Democratie.