Plenair Vogels bij behandeling Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties



Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.20 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Vogels i (VVD):

Voorzitter. Bijna tien jaar na de eerste motie van de VVD-fractie in de Tweede Kamer om ongewenste financiering en beïnvloeding van organisaties aan te pakken omdat ze onze rechtsstaat ondermijnen, behandelen we nu wetgeving ter zake. Deze wetgeving is door de vele wijzigingen en amendementen in de Tweede Kamer in de ogen van mijn fractie meer proportioneel is geworden, niet in de laatste plaats op advies van de Raad van State, die erop aandrong een goed evenwicht te bereiken tussen het beschermen van de democratische rechtsstaat en de nationale veiligheid enerzijds en het voorkomen van vergaande inbreuken op grondrechten van individuen en rechtspersonen anderzijds. Proportioneel en effectief, aldus.

Ongewenste financiering en beïnvloeding van organisaties en ondermijning van onze rechtsstaat baren ook de VVD-fractie in de Eerste Kamer grote zorgen. Uit het eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen, POCOB, bleek al in 2020 dat die beïnvloeding plaatsvindt in ons land. Ook de Raad van State benoemde het risico ervan voor onze democratische rechtsstaat. Bij het beoordelen van dit wetsvoorstel is dit voor ons een relevant referentiekader. We hebben dan ook een positieve grondhouding ten opzichte van het wetsvoorstel, maar nog wel enkele vragen en aandachtspunten.

Bij de behandeling van wetsvoorstellen zijn we in dit huis vanzelfsprekend gericht op toetsing van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, maar het doel van de wet moeten we ook niet uit het oog verliezen. Daarom begin ik daar nu mee: handhaving van de openbare orde en het voorkomen van ondermijning van de Nederlandse democratische rechtsstaat door transparantie van geldstromen naar maatschappelijke organisaties, het tegengaan van ongewenste beïnvloeding in ons land. Dit gaat niet alleen over religieuze weekendscholen of sprekers uit het buitenland die hier worden uitgenodigd, maar mogelijk ook over beïnvloeding voorafgaand aan verkiezingen. De Commissie van Venetië van de Raad van Europa publiceerde over buitenlandse invloed en inmenging dat het fenomeen een reëel en structureel risico voor democratie is, dat ook via financiering kan plaatsvinden. Misbruik van onze goedbedoelende maatschappelijke organisaties, meestal stichtingen, verenigingen of kerkgenootschappen, moet worden voorkomen. Wellicht kan de minister de omvang van de problematiek nog eens duiden.

Om dat misbruik te voorkomen, worden met dit wetsvoorstel maatschappelijke organisaties allereerst verplicht inzicht te geven in binnenlandse en buitenlandse donaties, in beginsel vanaf €15.000, als een burgemeester, het Openbaar Ministerie of een andere specifiek aangewezen overheidsinstantie erom vraagt. Met die verkregen informatie kan bijvoorbeeld een burgmeester vervolgstappen zetten bij handhaving van de openbare orde. Ten tweede worden stichtingen verplicht om de balans en staat van baten en lasten, die ze al jaarlijks opmaken, te deponeren bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Die stukken worden niet openbaar toegankelijk, maar wel voor enkele overheidsinstanties. Mijn vraag aan de minister is om nog eens aan te geven welke organisaties of personen straks toegang hebben tot deze informatie en hoe dit zich verhoudt tot de Wet open overheid.

Mijn fractie waardeert overigens de waarborgen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen. Zo wordt de door de burgemeester of het Openbaar Ministerie verkregen informatie niet openbaargemaakt. Het blijft dus mogelijk om in stilte te doneren.

Ten tweede noem ik de inkadering van het informatieverzoek voor de burgemeester. In het kader van de handhaving van de openbare orde is vooraf overleg met het Openbaar Ministerie een vereiste. Veel zal in het reguliere driehoeksoverleg kunnen plaatsvinden.

Ten derde geldt er voor het opvragen van die donatiegegevens door het Openbaar Ministerie dat er ernstige twijfel moet zijn of het bestuur naar behoren wordt gevoerd dan wel of de wet en statuten te goeder trouw worden nageleefd. Dat zijn geen lichte vereisten. Met dit wetsvoorstel wordt op deze manier bestuurlijk instrumentarium aan het strafrechtelijke en civielrechtelijke instrumentarium toegevoegd om organisaties aan te kunnen pakken die activiteiten ontplooien die gericht zijn op dreigende ondermijning van de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag.

Voorzitter. Ik dank de minister in dat verband nog eens hartelijk voor de antwoorden op vragen van collega's bij de nota naar aanleiding van het verslag. Daaruit wordt namelijk in ieder geval duidelijk dat het voorgestelde instrumentarium naar verwachting slechts enkele keren per jaar gebruikt zal worden, maar niettemin een waardevolle aanvulling is op de bestaande mogelijkheden. Daar zit wat de VVD betreft de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel. Deze wet voorziet in een samenhangende regeling die een lacune opvult op het terrein van transparantie van geldstromen via inzage in donaties, voorzien van een set handhavingsmaatregelen. Let wel, dat laatste gebeurt pas na tussenkomst van de rechter. Graag horen we van de minister of we dat wel juist zien.

Voorzitter. Mijn fractie stelt bij de uitbreiding van bevoegdheden van de burgemeester ook altijd de vraag of dat het functioneren van de burgemeester in de breedte niet te veel beïnvloedt. Dat wordt ook wel de "sheriff of burgervader"-discussie genoemd. Het afwegingskader nieuwe burgemeestersbevoegdheden uit december 2023 is behulpzaam bij de beantwoording van die vraag. De brief uit januari 2022 van de VNG en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters ademt andere geluiden dan die we hebben gehoord tijdens de deskundigenbijeenkomst op 25 november. Ik vroeg mij af of de minister kan aangeven wat zijn bevindingen zijn uit de contacten die hij met deze organisaties heeft gehad.

Tot zover, voorzitter. Vanuit de positieve grondhouding ten aanzien van dit wetsvoorstel, waar ik bij aanvang op wees, ziet mijn fractie overigens ook uit naar de beantwoording door de minister.

De heer Dittrich i (D66):

Ik wil het nog even over de burgemeester en de polarisatie in de samenleving hebben. Stel dat er in een gemeente een azc moet komen, dat B en W dat vindt, de gemeenteraad daarover praat en er heel veel verzet tegen is. Hoe ziet de VVD-fractie dan de positie van de burgemeester, als die om dreigende, maatschappelijk ontwrichtende activiteiten tegen te gaan in de gemeente boeken op gaat vragen en gaat vragen door wie donaties worden gedaan aan die maatschappelijke organisaties?

Mevrouw Vogels (VVD):

Ik zie deze wet als een uitbreiding van de gereedschapskist van de burgemeester. In het voorbeeld dat u geeft, zie ik in beginsel, zonder het dossier te kennen, helemaal geen aanleiding om financiële informatie bij de betreffende maatschappelijke organisatie op te vragen, waarbij ik aanneem dat het dan gaat om de maatschappelijke organisatie die onrust veroorzaakt.

De heer Dittrich (D66):

Als we dan kijken naar artikel 4a van het wetsvoorstel, dan zien we dat het het Openbaar Ministerie is dat de rechter om een stakingsbevel kan verzoeken op basis van het feit dat er ondermijnende activiteiten in een bepaalde gemeenschap plaatsvinden door een maatschappelijke organisatie. Dan worden er ook allerlei financiële gegevens opgevraagd. Is de VVD dan niet van mening dat die bevoegdheid op lokaal niveau voor nog meer polarisatie zorgt en nog veel meer ontwrichtende situaties in die lokale samenleving kan veroorzaken?

Mevrouw Vogels (VVD):

Laat ik vooropstellen dat het natuurlijk van belang is, bijvoorbeeld bij de uitvoering van de Spreidingwet — dat is het voorbeeld dat u schetst — om met alle betrokkenen in gesprek te gaan. Daar moet de prioriteit van een gemeentebestuur, de gemeenteraad, op gericht zijn. Wanneer er op enig moment zodanige activiteiten plaatsvinden dat er stelselmatige ontwrichting van de samenleving plaatsvindt — in die mooie woorden heb ik de antwoorden van de minister eerder gelezen — kan er op enig moment mogelijk aanleiding zijn om een rechterlijk bevel te vragen, maar dat is natuurlijk een dossier dat opgebouwd moet worden en dat komt er niet van vandaag op morgen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Dittrich.

De heer Dittrich (D66):

Ik wil even aanhaken bij de woorden: we moeten een gesprek aangaan. Dat gesprek vindt bijvoorbeeld in de driehoek plaats tussen de burgemeester, het Openbaar Ministerie en de politie. Wat is volgens de VVD-fractie het karakter van dat gesprek als het OM bijvoorbeeld bepaalde gegevens geeft? Is dat dan een advies aan de burgemeester of moeten er beslissingen worden genomen? Hoe zit mevrouw Vogels dat?

Mevrouw Vogels (VVD):

Ik heb begrepen dat er in het driehoeksoverleg ook overleg plaatsvindt over de vraag wie wat doet en op basis van welke wettelijke bevoegdheid welk instituut wat doet. Ik zie dat het gesprek op die manier plaatsvindt. De informatie die beschikbaar is, zal gewogen worden en op basis van de beschikbare informatie zal er gehandeld worden.

De heer Talsma i (ChristenUnie):

Collega Vogels sprak over artikel 4: een informatieverzoek door het Openbaar Ministerie. Ze zei daarbij, zo heb ik uit haar mond opgetekend: daarvoor gelden geen lichte vereisten. Artikel 4 zegt dat het Openbaar Ministerie zo'n verzoek kan doen bij ernstige twijfel of de wet of de statuten te goeder trouw worden nageleefd dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd. Toen raakte ik even de draad van het betoog kwijt. Ik vraag mij in gemoede af hoe collega Vogels dat "geen lichte vereiste" kan noemen. Wat stelt collega Vogels zich dan voor? Hoe moet het Openbaar Ministerie nagaan of het bestuur naar behoren wordt gevoerd en of de statuten te goeder trouw worden nageleefd?

Mevrouw Vogels (VVD):

Dank voor de vraag. De vraag stellen is hem ook beantwoorden. Dat bedoelde ik inderdaad met mijn opmerking dat het geen lichte vereisten zijn. Dat heb je als OM niet zomaar bewezen of duidelijk voor het voetlicht gebracht.

De heer Talsma (ChristenUnie):

Dat stelt enorm gerust, want dat betekent dat daar bijna nooit sprake van zou kunnen zijn omdat het OM dat van zijn levensdagen niet kan bewijzen. Is dat wat de VVD betoogt? Vergeef mij de gniffel, maar dat is wel iets heel anders dan waar het wetsvoorstel voor bedoeld was.

Mevrouw Vogels (VVD):

Dit doet mij denken aan artikel 20 uit Boek 2 van ons Burgerlijk Wetboek. Op basis van dat artikel kunnen stichtingen en verenigingen op enig moment verboden worden. Daar moet ook een dossier voor worden opgebouwd enzovoorts enzovoorts. Dat zijn geen maatregelen die lichtvaardig worden genomen of verzoeken die lichtvaardig worden ingediend. Zo zie ik deze bevoegdheid ook. Het is een extra tool, maar ik hoop voor onze samenleving dat die niet heel vaak zal voorkomen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Talsma.

De heer Talsma (ChristenUnie):

Die link met 2:20 BW heb ik ook gelegd, maar als je het hebt over lichte vereisten: daar hangt een stevige drempel voor. Het gaat dan om een ernstige inbreuk op de openbare orde et cetera. Maar hier gaat het over het te goeder trouw naleven van de eigen statuten, wat dat dan ook moge zijn, en over het behoorlijk besturen van een rechtspersoon. Ik vraag toch nog een keer aan collega Vogels hoe zij dit voor zich ziet, qua bewijs maar ook inhoudelijk. Wanneer bestuurt de rechtspersoon niet naar behoren of wordt er niet te goeder trouw naar de statuten geleefd? Waar moet dat in vredesnaam over gaan?

Mevrouw Vogels (VVD):

Er moet in ieder geval gekeken worden naar de doelen van de organisatie die in de statuten zijn opgetekend. Ik kijk ondertussen naar de minister. Misschien kan hij daar zijn licht nog over laten schijnen.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ik haak even aan op het begin van het betoog van mevrouw Vogels, toen ze zei: deze wet is effectief. Het oorspronkelijke ontwerp had betrekking op alle donaties en giften. Vervolgens is er een drempel in gekomen met een amendement van de heer Van Dijk van de SGP. Hij zei: we hanteren €15.000 als drempel; dat wil ik in de wet. Hij zei: diezelfde drempel staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. In die wet staat dat het gaat om een transactie die verricht is ten behoeve van een cliënt van ten minste €15.000 — dat is de drempel — of om twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste €15.000. Dat heeft de heer Van Dijk helaas niet in het amendement opgenomen. Dat heeft tot gevolg dat organisaties tegen eventuele personen die een donatie willen verschaffen kunnen zeggen: doe dat altijd in etappes van minder dan €15.000. Dan is de hele wet niet van toepassing op die donaties. Is de VVD zich dat bewust? En brengt dat niet met zich mee dat we eigenlijk gewoon met een bizar ontwerp bezig zijn? Want als je dit weet, wanneer zal zich dan in feite een situatie voordoen waarin je boven dat drempelbedrag komt?

Mevrouw Vogels (VVD):

Het doet me denken aan het voorbeeld dat u eerder in een vraagstelling aanhaalde: als mensen partijen telkens €14.999 overmaken. Wat dat betreft kan het artikel helpen waarin is bepaald dat de jaarstukken van een stichting voortaan moeten worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Het wordt niet openbaar, maar wel toegankelijk voor de toezichthoudende instanties. Wellicht kunnen zij daarmee uit de voeten. Een belangrijk doel van de wet is om misbruik van onze goedbedoelende maatschappelijke organisaties tegen te gaan. Dat willen we uiteindelijk.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik heb niet het idee dat dat een antwoord op mijn vraag is. Mijn vraag is als volgt. Stel dat er verschillende donaties van onder het drempelbedrag worden gegeven. Als er in de wet niet is gezegd dat je die donaties bij elkaar moet optellen om boven een drempelbedrag te komen, dan houdt het gewoon op. Ook als er in het Handelsregister of waar dan ook gegevens zouden verschijnen, mag je die wet niet toepassen. Die bevoegdheden mag je namelijk alleen toepassen als het gaat om een donatie in de zin van de wet. Dat wil zeggen: een donatie van boven de €15.000. Die zal in de praktijk zeker niet meer voorkomen als men zich bewust wordt van datgene wat ik nu naar voren breng.

Mevrouw Vogels (VVD):

Nu we het er zo over hebben: misschien gaat het niet om een donatie van een organisatie of een persoon, maar om het totaal van alles wat die persoon of organisatie overmaakt. Die vraag wil ik bij de minister neerleggen.

De voorzitter:

Meneer Nicolaï, tot slot.

De heer Nicolaï (PvdD):

Die vraag wordt in de wet beantwoord, want daar gaat het niet over. Bovendien zou je dan kunnen zeggen ... Als je had gezegd "in een jaar niet meer dan €15.000", dan had je al ... Ik hoor mevrouw Vogels. Er zijn mensen die ieder jaar iets doneren. Na 30 jaar komen zij misschien toch ook wel boven, maar zo is het niet in de wet vormgegeven. Maar goed, de discussie is duidelijk. Ik neem aan dat mevrouw Vogels het met me eens is dat als mijn interpretatie juist is, we dan geen effectieve wet hebben.

Mevrouw Vogels (VVD):

Ik ben het in ieder geval met collega Nicolaï eens dat misbruik van goedbedoelende organisaties — ik noem stichtingen of kerkgenootschappen — moet worden voorkomen. Dat geldt ook als die plaatsvindt door het ontduiken van de grens van €15.000, in welke vorm dan ook.

Mevrouw Veldhoen i (GroenLinks-PvdA):

Collega Vogels stelde de minister de vraag met welke organisaties de burgemeester gegevens mag delen. Dat is wat mij betreft een beetje vragen naar de bekende weg, want het staat gewoon in de wet. In artikel 3, vierde lid, onderdeel c worden al die organisaties genoemd. Die organisaties noemde ik ook eerder, in mijn bijdrage. Dat zijn namelijk Justis, de politie, bureau Bibob, de Belastingdienst, de AIVD, de MIVD, DNB, de AFM, het BFT en de FIU. Daar zit voor mijn fractie een grote zorg. De overheid heeft namelijk niet zo'n goede trackrecord met het delen en ook het terughalen van informatie. Dat hebben we ook gezien in het toeslagenschandaal. Toen zijn gegevens gedeeld, bijvoorbeeld met de Belastingdienst, waar mensen tot op heden last van hebben, omdat die gegevens niet meer terug te halen zijn. Ze zijn namelijk niet geëarmarkt, zoals in sommige landen. Daar ziet mijn fractie een groot risico, namelijk dat als er door een organisatie eenmaal gegevens zijn gedeeld met de Belastingdienst, er tot in de eeuwigheid een vinkje achter die organisatie blijft staan. Hoe waardeert de fractie van mevrouw Vogels dat risico?

Mevrouw Vogels (VVD):

Al deze overheidsorganisaties hebben een wettelijke taak uit te voeren. Ik ben ervan overtuigd en heb er alle vertrouwen in dat dat op een goeie manier gebeurt, ook in de toekomst. We hebben geleerd van situaties waarin dat minder goed of zelfs helemaal niet goed is gegaan. Dan denk ik aan de voorbeelden die u zo-even noemde, mevrouw Veldhoen.

Mevrouw Veldhoen (GroenLinks-PvdA):

Kan mevrouw Vogels mij dan uitleggen wat we hebben geleerd en welke maatregelen we als overheid hebben genomen? Welke maatregelen heeft de overheid genomen om diezelfde fouten in de toekomst te voorkomen?

Mevrouw Vogels (VVD):

Het gaat mij te ver om hier een heel betoog over te houden, want we hebben dit debat gepland tot 17.45 uur. Er is al zoveel over gesproken dat ik ervan uitga dat alle instanties dat ter harte hebben genomen en daar het nodige voor doen.

De voorzitter:

Mevrouw Veldhoen, tot slot.

Mevrouw Veldhoen (GroenLinks-PvdA):

Dat was nog maar mijn tweede interruptie, dacht ik. Ik wil mevrouw Vogels aanraden om eens naar een podcast te luisteren of stukken te lezen waaruit blijkt dat dat nog helemaal niet goed is gekomen, zelfs niet bij de mensen die zo zwaar slachtoffer zijn geworden van de Belastingdienst. Bij mij zijn de maatregelen onbekend, en bij mevrouw Vogels blijkbaar ook, die moeten voorkomen dat dit nogmaals gebeurt. Ik constateer dat ik geen antwoord krijg van mevrouw Vogels op mijn vraag. Dan een andere vraag. Mevrouw Vogels zegt: dit is het instrumentarium dat we nodig hebben. Ik ga aan mevrouw Vogels de vraag stellen die ik ook heb gesteld aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21: zijn er zaken bekend waaruit blijkt dat het huidige instrumentarium tekortschiet? Met andere woorden: zijn er zaken bekend die voor de rechter zijn gekomen waarin de rechter heeft geoordeeld dat de drempel van 2:20 BW niet gehaald is en dat er onvoldoende feiten waren? Of heeft het OM weleens gezegd: we hebben zaken liggen maar we kunnen daar niet mee uit de voeten? Of hebben burgemeesters gevraagd: in deze situatie hebben we geen instrumentarium om te handhaven? Kan mevrouw Vogels voorbeelden daarvan geven?

Mevrouw Vogels (VVD):

We moeten niet vergeten dat, toen tien jaar geleden de discussie begon over de wens om hier wetgeving op te maken, er echt wel wat aan de hand was. Ik verwijs naar de situatie van toen. Ik noem de financiering van moskeeën. We kunnen de Handelingen van de Tweede Kamer erop nalezen. Toen is aangegeven dat er behoefte was aan een wet als deze, met de bevoegdheden die burgemeesters en het OM daarmee krijgen.

De voorzitter:

Dank u wel. U was aan het einde van uw betoog, begrijp ik. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van den Oetelaar van Forum voor Democratie.