Plenair Vogels bij behandeling Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond



Verslag van de vergadering van 12 mei 2026 (2025/2026 nr. 28)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.39 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Vogels i (VVD):

Voorzitter. Het voorliggende wetsvoorstel bestaat na behandeling in de Tweede Kamer uit twee componenten: enerzijds de organisatie van de infrastructuur van ons binnenlandse chartale betalingsverkeer en anderzijds een wijziging van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen, afgekort tot Wbfo. Over de Wet chartaal betalingsverkeer kan ik namens mijn fractie kort zijn. Onze vragen hebben we schriftelijk gesteld. Die zijn door de minister zeer verhelderend beantwoord in de nota naar aanleiding van het verslag, waarvoor hierbij onze dank aan de minister. Deze wet beoogt een wettelijke basis voor de inrichting en de bekostiging van de chartale keten zo te organiseren dat het chartale geld als betaalmiddel bruikbaar, bereikbaar en betaalbaar blijft. Dat steunt de VVD-fractie van harte.

Dan de wijziging van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen, aangenomen in de Tweede Kamer via een amendement van het CDA, D66 en de VVD. Inmiddels heb ik begrepen dat dit amendement zijn oorsprong vindt in een commissievergadering van september 2025, bij een bespreking van het rapport van SEO uit oktober 2024 over de nadere evaluatie van deze wet. De evaluatie laat zien dat het door Nederland ingestelde bonusplafond het aantrekken en behouden van talent in de financiële sector belemmert, met name voor posities boven in het functiegebouw, met schaarse kennis en/of in sterke commerciële rollen. Dit remt het concurrentievermogen van de sector en straalt negatief af op het vestigingsklimaat. Dit bleek al na de brexit; internationale grootbanken meden Amsterdam vanwege het bonusplafond. Tot zover de evaluatie.

Voorzitter. Mijn fractie hecht eraan in dit debat allereerst stil te staan bij de inhoud van deze wet en de wijziging, om ons vervolgens te buigen over vragen als die over uitvoerbaarheid en handhaving. De Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen verplicht ondernemingen in de financiële sector tot het voeren van een beheerst beloningsbeleid. Aanleiding daarvoor was de financiële crisis van eind jaren nul, waardoor nationaal en internationaal veel aandacht ontstond voor de wijze van belonen door banken. Met name werden zorgen geuit over de perverse prikkels als gevolg van de variabele beloning, de bonussen; mijn collega van GroenLinks-PvdA noemde het al. Dit heeft geleid tot beloningsregels, neergelegd in de richtlijn kapitaalvereisten, waarbij werd afgesproken dat de maximale variabele beloning voor identified staff van banken en grote beleggingsondernemingen 100% van de vaste beloning op jaarbasis bedraagt. De maximale variabele beloning in de EU bedraagt dus 100% en geldt alleen voor de zogenoemde identified staff van bepaalde financiële ondernemingen.

Dat begrip "identified staff" is gedefinieerd in artikel 92 van de genoemde richtlijn en omvat categorieën van medewerkers wier werkzaamheden — ik citeer — "het risicoprofiel van de instelling wezenlijk beïnvloeden". Dan hebben we het niet alleen over de mt- en directieleden, maar ook over wat ik maar aanduid als de laag eronder, die van leidinggevenden van essentiële bedrijfsonderdelen of die van controlefuncties als die op het gebied van risk, compliance en control en, aan de commerciële kant, die van bijvoorbeeld traders die grote posities in kunnen nemen. Ook medewerkers met salarissen van €500.000 en meer kunnen, als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan, onder de definitie van "identified staff" vallen.

Terug naar onze nationale wetgeving. De 2015 in werking getreden Wbfo bevat strengere regels dan de Europese beloningsregels. Het Wbfo-element dat het meest in het oog springt, is de maximale variabele beloning voor, één, alle werknemers, twee, uit de hele financiële sector, en nummer drie, met een max van 20% van de vaste beloning van die werknemer op jaarbasis. Zo is het vermeld in artikel 1:121 van de Wet financieel toezicht. Nederland is dus op drie fronten strenger.

Met de voorliggende wetswijziging wordt de Nederlandse regelgeving meer in lijn gebracht met de Europese. Ik zeg duidelijk "meer in lijn gebracht" en niet "geheel", want er blijven Nederlandse koppen op de Europese regels. Met de voorliggende wetswijziging wordt enkel het toepassingsbereik van de bonus aangepast. Het bonusplafond van 20% geldt niet meer voor álle werknemers, maar alleen nog voor de identified staff. De reikwijdte, dus alle financiële ondernemingen, en de hoogte, dus 20%, blijven ongewijzigd en dus strenger dan de Europese richtlijn. Van geheel afschaffen, zoals mijn collega van GroenLinks-PvdA schetste, is dus geen sprake.

De VVD-fractie in de Eerste Kamer staat positief tegenover deze wetswijziging. Die verbetert namelijk onze concurrentie en het vestigingsklimaat, en is een stap in de richting van harmonisatie van Europese regels onderweg naar die Europese kapitaalmarktunie. Ook het coalitieakkoord ziet deze aanpassing als een versterking van de Nederlandse economie. En ook al heette het destijds een lidstaatoptie, de VVD is verheugd dat er met deze wetswijziging ten minste één Nederlandse kop op dat Europese beleid sneuvelt. Wel vraagt mijn fractie zich in dit verband af of het genoeg is, minister. Daarom een vraag aan u. Ziet u nog redenen voor zorg met het oog op een vertrek van bepaalde financiële ondernemingen uit Nederland? Graag een reactie.

Wat betreft de uitvoerbaarheid en de handhaving is de impact voor de financiële ondernemingen en hun toezichthouders AFM, DNB en de Europese Centrale Bank beperkt. Banken zijn nu al gewoon om jaarlijks aan hun toezichthouders te laten weten wie de identified staff van de instelling is. AFM en DNB hebben dan ook laten weten geen problemen te zien met betrekking tot de handhaafbaarheid voor banken en grote beleggingsondernemingen, zo hebben wij in de nota naar aanleiding van het verslag kunnen lezen. Aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond sluit immers aan bij voor hen reeds in Europa geldende beloningsregels, wat harmonisatie, en daarmee een gelijk speelveld binnen Europa, bevordert. Andere financiële ondernemingen hebben geen bonusplafond op grond van deze Europese richtlijn, want die geldt, zoals gezegd, alleen voor banken en grote beleggingsondernemingen. Wel hebben zij sectorale EU-beloningsregels. DNB en AFM adviseren ten behoeve van de handhaafbaarheid om voor deze andere financiële ondernemingen aan te sluiten bij de definitie van "identified staff" in de voor hen geldende Europese sectorale regels. Dat begrip sluit namelijk het beste aan bij het risicoprofiel van de betreffende ondernemingen.

Voor de groep ondernemingen zonder "identified staff"-begrip in hun Europese sectorale wetgeving — dan denk ik aan betaalinstellingen, financieel adviseurs, bemiddelaars of gevolmachtigd agenten; we hebben het over in totaal 6.100 vergunninghouders — zien AFM en DNB wel risico's ten aanzien van de handhaafbaarheid. Deze sector opereert namelijk overwegend nationaal en kent specifieke kwetsbaarheden vanwege het directe contact met consumenten en de verkoop van financiële producten.

Daarover heeft mijn fractie nog wel enkele vragen. Welke risico's ziet de minister in dit verband? Wat betekent dit voor het toezicht van de AFM op de sector? Overweegt de minister beleid om invulling te geven aan het "identified staff"-begrip, zoals onder andere genoemd in artikel 1:121 van de Wet op het financieel toezicht, zodanig dat het recht doet aan het risicoprofiel van hun eigen type financiële onderneming? Ziet de minister ook de noodzaak van een werkbaar "identified staff"-kader? Tot slot: kan de minister toezeggen dat daar met de sector aan gewerkt gaat worden? Wij zien uit naar de antwoorden van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik zie de heer Martens een beweging maken alsof hij nog een interruptie wil plaatsen. Ik geef hem graag de gelegenheid daartoe.

De heer Martens i (GroenLinks-PvdA):

Goede vragen. Ik grijp graag terug op iets wat daarvoor gezegd werd. Daar reageer ik graag op. De Wbfo moet misschien niet gezien worden als een Europese kop. Dat is echt een heel andere wet, zou je ook kunnen zeggen. Zoals de spreker ook schetst, heeft die namelijk een heel ander werkingsbereik. Die is echt strenger. Als ik het me goed herinner, noemde u net de evaluatie van SEO. Daar is ook wat mee. We zien vaker, ook bij fiscale wetgeving, dat er interviews worden gehouden en dat dan uit die interviews blijkt dat de begunstigden zeggen: die regeling kan wel verruimd worden. De partij die daaronder zit, zegt dan: die regelgeving is niet nodig, want dat kunnen we zelf. Ik kijk er niet van op dat dat eruit komt. Dat ten eerste.

Ten tweede: uit de evaluatie komen smalle knelpunten naar voren. U noemde IT'ers. Ik noemde zelf start-ups. Die Wbfo is breed. Als we smalle knelpunten noemen — u noemt ook alleen die punten — moeten we de minister dan niet vragen om een wetsvoorstel te maken dat daar specifiek op ziet, in plaats van het tapijt onder het hele Nederlandse bonusbeleid weg te trekken?

Mevrouw Vogels (VVD):

Zoals ik al aangaf in mijn eerdere beantwoording, wordt het tapijt onder het bonusbeleid niet weggetrokken, want we houden nog strenger bonusbeleid dan op dit moment in de Europese regelgeving is opgenomen. Het signaal dat deze wetswijziging afgeeft — daar hecht de VVD aan — is dat de concurrentiepositie van onze financiële sector wordt verbeterd. Die komt namelijk meer in lijn met de EU. Er komt een gelijk speelveld. Dat zijn positieve effecten voor ons vestigingsklimaat.

De heer Martens (GroenLinks-PvdA):

Nog één interruptie. Wij zien niet dat het concurrentievermogen zo geschaad wordt. Het argument is: als wij meer mogen in de beloningssfeer, dan kunnen we dit en dat soort werknemers beter werven. Dat argument begrijp ik, maar als wij kijken naar de cijfers over en de onderzoeken naar hoe de Nederlandse financiële sector het doet, dan zien we gewoon niet dat de sector hier wegkwijnt of iets wat daar ook maar in de verte op lijkt. Waar baseert mevrouw Vogels dat oordeel op?

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Vogels.

Mevrouw Vogels (VVD):

Dat baseren wij op die evaluatie van SEO. De sector geeft zelf aan dat het aantrekken en behouden van talent lastig is, zeker in bepaalde onderdelen. Met deze wetswijziging worden die regels, die als knellend worden ervaren, weggenomen en wordt dus het concurrentievermogen verbeterd.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage van mevrouw Vogels, waarvoor nogmaals dank. Dan geef ik het woord aan de heer Kroon. Hij spreekt namens de fractie van de BBB, mede namens Fractie-Van Gasteren.