Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 10.47 uur
De heer Van Ballekom i (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het kennismakingsgesprek met de minister zijn we eigenlijk de discussie al begonnen, maar er was onvoldoende tijd om de gedachtewisseling voort te zetten. Daarom beloofde ik de minister op mijn punten terug te komen tijdens de Algemene Europese Beschouwingen. Hij vertelde mij dat hij daarnaar uitkeek. Mijn verwachtingen zijn dus hooggespannen.
Sinds het kennismakingsgesprek hebben we de reactie van de regering ontvangen op de plannen van de Europese Commissie, neergelegd in de Staat van de Unie. Dat is de basis van ons jaarlijkse beleidsdebat. Die reactie geeft aan waar de regering zich sterk voor maakt in de komende tijd. Er zijn vele passages waar de VVD zich in kan vinden. Echter, we hadden de wat ronkende volzinnen graag aangevuld gezien met concrete maatregelen en initiatieven. In de loop van dit betoog zal ik daarvan enkele voorbeelden geven.
Overigens heeft de Commissievoorzitter, mevrouw Von der Leyen, twee weken geleden de plannen van de Commissie toegelicht voor het volgend jaar in haar Staat van de Unie. Daar komen heel veel thema's in terug. Dat betekent dus dat dit debat niet zinloos is, omdat die thema's terugkomen. Het geeft tevens aan dat de voortgang op vele dossiers traag is, veel te traag. Met een goed werkende Parijs-Berlijn-as kan daar, net als in het verleden, een verschil in gemaakt worden om die verandering te bewerkstelligen, maar met de ongewisse uitkomst van de Franse presidentsverkiezingen volgend jaar en de moeilijke positie waar de Bundeskanzler op dit moment in zit, blijft de situatie in onze ogen precair. Europa heeft daar last van en ook de Europese Commissie.
In dit debat zou ik namens de VVD vier punten aan de orde willen stellen: de versterking van de economie, het uitbreidingsdossier, het Meerjarig Financieel Kader en de nieuwe rechtsorde, te beginnen met de versterking van de economie.
Het versterken van de economische kracht van Europa is dringend noodzakelijk, lezen we in de brief van de regering. Dit vergt een hoog ambitieniveau in de uitvoering van de Draghi- en Lettarapporten, waarbij gepleit wordt voor een solide financieel-economisch beleid, inclusief de afbouw van publieke schulden.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de heer Van Ballekom van de VVD zeggen: er komen presidentsverkiezingen aan in Frankrijk en de situatie in Duitsland is aan het veranderen, omdat de positie van de Bundeskanzler onder druk staat door de uitkomst van de verkiezingen in een aantal deelstaten. Daarbij zegt hij: de Europese Commissie heeft hier last van. Er is sprake van een democratisch proces. Er vinden verkiezingen plaats in lidstaten, waarbij burgers kiezen voor een andere koers, tegen de gevestigde orde. Wat wil de heer Van Ballekom van de VVD hiermee zeggen? Wil hij zeggen dat de uitkomsten van de verkiezingen onwenselijk zijn voor de Europese Commissie en dat we met de Europese Commissie rekening moeten houden? Of moeten we rekening houden met de echte democratie, met de wens van burgers?
De heer Van Ballekom (VVD):
De uitkomst van de verkiezingen moet gerespecteerd worden. Het enige dat ik heb willen aangeven is dat er vooruitgang in de Europese Unie kan worden geboekt als er een goede band is, zoals in het verleden tussen meneer Mitterrand en meneer Kohl. Toen hebben we het Verdrag van Maastricht kunnen sluiten, alleen omdat de as Parijs-Berlijn goed was. Als dat niet het geval is, gaan veel veranderingsprocessen in Europa veel trager verlopen. Dat is het enige dat ik heb gezegd. Vandaar ook dat heel veel thema's die mevrouw Von der Leyen in haar State of the Union heeft genoemd, eigenlijk overeenkomen met de thema's die ze vorig jaar noemde. Dat had niet zo moeten zijn, we hadden meer vooruitgang kunnen boeken.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan vraag ik me af wat "vooruitgang boeken" dan concreet inhoudt. Misschien zijn heel veel burgers in Europese landen gewoon klaar met dat zogenaamde vooruitgang boeken door de Europese Commissie, klaar met wat destijds in dat Verdrag van Maastricht beklonken is over de ruggen van de Europese burgers. Misschien zeggen ze wel: we willen die zogenaamde vooruitgang waar de Europese Commissie steeds mee komt juist niet. Kan de heer Van Ballekom aangeven of daar misschien niet juist meer rekening mee gehouden moet worden, in plaats van die doordenderende trein van Brussel maar verder te laten gaan?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik zou de heer Van Hattem willen vragen om eens op bezoek te gaan in mijn geliefde land, het Verenigd Koninkrijk, en aan de Britten te vragen of ze spijt hebben dat ze Europa hebben verlaten. Ik denk dat de grote meerderheid van dat land erachter is gekomen dat ze een foute beslissing hebben genomen. De vooruitgang in het Verenigd Koninkrijk is allerbelabberdst. Daar wil ik als VVD niet aan meewerken.
De voorzitter:
Tot slot de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Dat is een ontwijkende reactie van de heer Van Ballekom. We moeten juist kijken naar wat de inwoners van onze lidstaten zelf willen. Er wordt niet eens gevraagd hoe ze erin staan, of ze vooruit willen met dit Europese project op deze manier, met een in zichzelf gekeerde Europese Commissie. Dan vraag ik de heer Van Ballekom wat hij de Europese burgers dan wil bieden, de burgers van onze lidstaten. Is dat alleen maar deze Europese Commissie die maar voortdendert? Of gaan we echt een keer naar hen luisteren en nemen we signalen, als ze die afgeven bij verkiezingen, ook serieus?
De heer Van Ballekom (VVD):
De besluitvorming in Europa, meneer Van Hattem, wordt weliswaar op initiatief van de Commissie geëntameerd, maar zoals u weet, is er ook nog een Europees Parlement en een Europese Raad, die uiteindelijk een beslissing nemen over de manier waarop in Europa voortgang moet worden geboekt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik was bij het sociaal- en financieel-economisch beleid. Dat moet solide zijn, met een afbouw van publieke schulden. Laten we daar even bij stilstaan. De voormalige premiers van Italië hadden er ook een begin mee kunnen maken, niet alleen om Italië te versterken, maar ook om de risico's voor enkele lidstaten te verminderen. De heren Draghi en Letta hebben het niet kunnen waarmaken. Ook in termen van hervormingen van de economie blijft er nog veel te wensen over, overigens niet alleen in Italië. Het schrijven van rapporten is duidelijk gemakkelijker dan het realiseren van beleid. Overigens zijn de aanbevelingen voor een belangrijk deel overlappend met de landspecifieke aanbevelingen waarvan er vele niet worden uitgevoerd, ondanks het feit dat deze op voorstel van de Commissie zijn aangenomen door het Europees Parlement en de Raad. Dat zijn overigens ook aanbevelingen die overlappen met wat in het rapport-Wennink staat.
Een vraag aan de minister over de financiële stabiliteit. Sinds de invoering van de euro is de Franse staatsschuld verdubbeld. De zorgen over de houdbaarheid zijn zeer serieus. Natuurlijk zal Christine Lagarde er alles aan doen om de gevolgen voor de economie van Europa zo veel mogelijk te beperken via het opkopen van zo veel mogelijk staatspapier in een poging de oplopende rente te drukken, alle inflatoire druk ten spijt. Het begrotingstekort is 6% van het bnp. Het pensioenstelsel in Frankrijk is moeilijk te hervormen. Uit een studie van het IMF blijkt dat de Bundesbank de afgelopen jaren 50 miljard euro verlies heeft geleden vanwege de opkoopprogramma's. Kan de minister ons informeren over hoe dat in Nederland zit en hoeveel de Nederlandse Staat mist aan niet-uitgekeerd dividend door De Nederlandsche Bank? Ik kan me vergissen, maar ik mis ook de corrigerende voorstellen voor de maatregelen van de Commissie gericht aan Frankrijk. Kan de minister ons op de hoogte stellen van de laatste stand van zaken?
De VVD onderschrijft in het kader van de versterking van de economie van harte de passages over de interne markt: meer snelheid, meer ambitie en meer actie, een aanmerkelijke vermindering van de regeldruk en geen koppen op Europese regelgeving. Maar we zouden, zoals eerder gezegd, wat enthousiaster worden als de regering met concrete maatregelen komt. We weten hoe moeilijk het is om de regeldruk te verminderen. In Nederland zou het moeten gaan over afschaffen van 500 regels per jaar. De voortgang is traag en we staan pas aan het begin van het proces. En dan hebben we het nog niet eens over het saldo. Koppen op regelgeving worden nog steeds doorgevoerd, maar dat wordt nu eufemistisch "lidstaatoptie" genoemd. Nou, volgens mij komt het op hetzelfde neer.
Hoe concreter de minister in zijn reactie op onze vragen en zorgen is, hoe gelukkiger wij worden en dan heb ik het natuurlijk niet over de voorstellen in het kader van het social package en ook niet over affordable housing. Natuurlijk zijn dat belangrijke onderwerpen waaraan aandacht moet worden besteed, maar de EU moet alleen voorstellen in behandeling nemen waarbij sprake is van een duidelijke toegevoegde waarde. Anders is het subsidiariteitsbeginsel leidend, hoewel dat nooit een effectief instrument is geweest en dat eigenlijk ook nooit zal worden denk ik. De situatie in de lidstaten van de Unie op het terrein van armoedebestrijding en woningbouw is dermate verschillend dat daar nauwelijks Europees beleid op kan worden losgelaten, laat staan dat er sprake is van toegevoegde waarde. Onderschrijft de minister deze mening?
Nog even terugkomend op het rapport-Draghi, waar zo veel enthousiasme over is. Hij schat in dat Europa jaarlijks 750 miljard extra moet investeren om de doelstellingen op het terrein van digitalisering, energietransitie, defensie en infrastructuur te realiseren. De onderbouwing is niet altijd even duidelijk. Het hoeft in ieder geval niet allemaal additioneel te zijn, maar voor een niet onbelangrijk deel moet het geld komen van de private sector of via gezamenlijke Europese financiering. Hoe overtuigen regeringen de private sector hieraan mee te werken? Is gezamenlijke financiering aangaan niet nog meer schulden maken, die dan weliswaar Europees gedekt worden? Dit nog afgezien van het feit dat we niet eens weten waar dat geld naartoe gaat. Ik denk dat dat haaks staat op het streven naar financiële stabiliteit. De VVD is benieuwd naar de visie van de minister en of hij kan aangeven in hoeverre de financiële inspanningen aanvullend of overlappend zijn op die uit het rapport-Wennink.
Dan kom ik bij de uitbreiding. Bij de discussie over de uitbreiding van de Europese Unie staan wat de VVD betreft de hervormingen centraal. Over de hervormingen werd door de minister gesteld dat er meer met een gekwalificeerde meerderheid dient te worden beslist om de Unie daadkrachtiger te maken in deze internationale turbulente tijden, waarin iedereen de mond vol heeft van strategische onafhankelijkheid. Op terrein van buitenland- en veiligheidsbeleid moeten we daar maar eens over spreken. Ik kom daar nog op terug.
Belangrijker in onze visie is dat de slagvaardigheid van de Unie enorm gebaat zou zijn bij een wijziging van artikel 7. Lidstaten die zich voortdurend niets aantrekken van Europese regelgeving en besluitvorming en die op oneigenlijke manieren blokkeren om elders een voordeeltje binnen te harken, kun je met unanimiteit niet onder druk zetten. Dat moet veranderen. Ik heb gelezen in de recent verschenen brief van de minister dat hij zich daar ook sterk voor wil maken, alleen zegt hij daarbij "op termijn". Ik zou heel graag van de minister willen weten wat "op termijn" betekent. Is dat na de uitbreiding? Dan is de druk van de ketel en als je dan met 37 lidstaten bent, is het nog veel moeilijker om artikel 7 te veranderen. Ik zou dus graag willen weten wat dat betekent. In mijn visie zou het verstandig zijn dat het verdrag wordt gewijzigd in deze zin voordat de uitbreiding is gerealiseerd. Ik hoop daar wat meer over te horen. Natuurlijk is de Unie van 27 lidstaten een totaal andere dan die van 37 lidstaten. Er valt überhaupt niet te ontkomen aan veranderingen in het verdrag. Er moet met meerdere snelheden worden gewerkt, zoals we dat nu ook al kennen van Schengen en de eurozone en wellicht straks ook van de kapitaalmarktunie. Zijn er nog meer voorbeelden van waar we zouden kunnen werken met meerdere snelheden om in ieder geval op onderdelen vooruitgang te boeken op terreinen die wij heel belangrijk vinden?
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Ik heb met belangstelling geluisterd naar het betoog van de heer Van Ballekom, met name toen het ging over de uitbreiding en over de risico's wat betreft de rechtsstatelijkheid. Hij zei dat er niet alleen vooraf moet worden voldaan aan de Kopenhagencriteria, maar ook na toetreding en dat daarvoor een hervorming van artikel 7 nodig is. Dat ondersteunt de SP-fractie van harte. Dat is een van de uitzonderingen op onze lijn dat je in principe het nationale veto zou moeten behouden. Hier is dat onmogelijk, omdat je, als lidstaten stelselmatig de regels van de rechtsstaat aan hun laars blijven lappen, de EU vanbinnen zou laten uithollen. Ik heb de heer Van Ballekom dat vaker horen bepleiten. Hij zegt nu heel duidelijk dat je eigenlijk een hervorming, en dus een verdragswijziging, zou moeten doorvoeren voor uitbreiding. Dan vraag ik me af in hoeverre dat een harde eis of voorwaarde is vanuit het perspectief van de VVD-fractie.
De heer Van Ballekom (VVD):
Eisen stelt de VVD niet. Wij stellen vast dat je, als je Europa sterk wil maken, in ieder geval dat verdrag moet wijzigen op artikel 7. We delen één ding met de minister en deze regering: we hebben een sterk Europa nodig. Zolang dat gechicaneer door kan gaan, gaat dat ten koste van de vooruitgang en de sterkte van Europa, niet alleen op nationaal terrein, maar ook op internationaal terrein. We zullen de regering bij voortduring stimuleren om die hervormingen zo veel mogelijk door te voeren voordat de uitbreiding een feit is.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Uiteindelijk is het een politieke keuze die je maakt: wat is de prioriteit? Die uitbreiding kan belangrijk zijn om allerlei redenen, ook geopolitiek. Maar uiteindelijk kun je de EU ook verzwakken als je uitbreidt zonder dat die hervormingen zijn doorgevoerd.
De heer Van Ballekom (VVD):
Absoluut. Dat ben ik met u eens.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Dat is het gevaar, denk ik. Deelt de heer Van Ballekom met mij dat de kabinetsinzet echt moet zijn dat die hervormingen moeten plaatsvinden voor uitbreiding en dat Nederland dat als keiharde eis op tafel moet leggen? Natuurlijk moet daar uiteindelijk een meerderheid voor komen. Dat is een ingewikkeld proces. Maar zou de inzet niet moeten zijn dat dat de lijn is?
De heer Van Ballekom (VVD):
De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want ik ben het volledig eens met de heer Van Apeldoorn op dit punt.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Dat is mooi om te constateren.
De voorzitter:
Dat is inderdaad mooi geconstateerd.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Hoor ik nou goed, collega Ballekom, dat u ook voor buitenlandbeleid het vetorecht van landen zou willen inperken? Geef u daarmee de soevereiniteit van Nederland op?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik heb gezegd dat we daar maar eens over moeten praten, mevrouw Bijsterveld. Waarom? Omdat ik het bijzonder irritant vond dat de heer Orbán de 90 miljard maandenlang heeft opgehouden, alleen om een klein voordeeltje voor Hongarije binnen te slapen. Dan denk ik: is dat nou de weg die we op moeten gaan? Ik zeg niets verkeerds over Malta; ik vind het een prachtig eiland, maar moet dat de snelheid van de besluitvorming in Europa bepalen? We moeten daar nog maar eens over praten met elkaar. Ik had nog iets over de gekwalificeerde meerderheid. Dat zal ik in antwoord op de vraag dan maar zeggen. De regering moet zich wel realiseren dat een gekwalificeerde meerderheid met 37 soms hele navrante of slechte uitkomsten kan hebben. Nu is een gekwalificeerde meerderheid moeilijk te bereiken zonder de grote lidstaten, maar als je met 37 bent kunnen ook lidstaten die niet altijd het beste voorhebben met de Europese Unie ook weleens een gekwalificeerde meerderheid vormen. Daar moeten we alert op zijn. Daarom heb ik gezegd dat we daar niet onconditioneel voorstander van zijn, maar dat we daarover moeten praten.
De voorzitter:
Mevrouw Van Bijsterveld.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Inderdaad, het is Van Bijsterveld. Ik constateer dus dat de VVD wil praten/bereid is om de soevereiniteit op buitenlandbeleid voor Nederland op te geven. Dat verbaast mij.
De voorzitter:
De heer Van Rooijen, van 50PLUS.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Vetorecht is in Europa natuurlijk een langlopende discussie. U ziet mijn vraag al aankomen: vindt u dat het vetorecht ook bediscussieerd moet worden ten aanzien van belastingen? Het antwoord van mijn fractie is dat dat niet moet gebeuren.
De heer Van Ballekom (VVD):
Nou, meneer Van Rooijen, dan kunnen we elkaar de hand geven. Ik vind — daar kom ik zo nog een keer op terug — dat een vereniging of een organisatie geen belasting heft maar contributie.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Laat ik het hier maar bij laten.
De heer Van Ballekom (VVD):
U begrijpt me goed, denk ik! Anders kunnen we er nog wel in de tweede termijn op terugkomen.
De voorzitter:
Ik waardeer deze puntige gedachtewisseling.
De heer Kemperman i (FVD):
Ik heb toch even een vraag aan de heer Van Ballekom. Die vraag desemt een beetje door naar het interruptiedebatje met de heer Van Hattem dat net speelde en uw opmerking over die gekwalificeerde meerderheid. We hebben het toch over een democratie als landen zeggen "we willen wat minder Europa; we willen iets anders dan Europa" of als een gekwalificeerde meerderheid van landen misschien een standpunt zou innemen waarvan u zegt "dat vind ik geen vooruitgang" of "dat haalt de vaart eruit"? Kunt u me er even in geruststellen dat u de democratische grondslagen die onder het complete construct van Europa liggen, als fundament, uiteindelijk belangrijker vindt dan de inhoudelijke verschillen tussen lidstaten, gekwalificeerde meerderheden of kiezersgroepen in landen, wat ze ook kiezen, ook al is het niet de weg die u op wil? Kunt u mij daar wat in geruststellen?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik begrijp eigenlijk niet waar u naartoe wil met deze vraag.
De heer Kemperman (FVD):
Ik herinner u even aan het interruptiedebatje met de heer Van Hattem, waarin hij stelde dat er landen zijn waarin kiezers nu aangeven dat ze misschien wat minder de weg van Europa op willen zoals u die voorstaat, wat u ons ook heeft verteld in uw debatbijdrage. U kwam net zelf met de gekwalificeerde meerderheid op de vraag of ons vetorecht al dan niet opgegeven moet worden. Toen zei u: ja, maar pas op, kijk uit, want er kan een gekwalificeerde meerderheid ontstaan van landen die een andere kant op willen of die iets anders willen. Mijn vraag is: bent u het er nog mee eens dat het nog altijd een democratisch systeem is waarbij de meerderheid van leden, kiezers of lidstaten uiteindelijk bepaalt, en niet gekozen wordt voor wat wenselijk is voor een kleinere groep?
De heer Van Ballekom (VVD):
Natuurlijk. Ik pleit er altijd voor dat de regels die we met elkaar overeengekomen zijn, moeten worden geïmplementeerd. Dat betekent dat als iets met gekwalificeerde meerderheid kan worden besloten en die gekwalificeerde meerderheid gevonden wordt, het moet worden uitgevoerd. Stel dat een lidstaat uiteindelijk zegt: ik kan me absoluut niet meer vinden in wat er in Brussel gebeurt. Er staat een artikel in het verdrag waarmee we kunnen bepalen dat zo'n lidstaat dan maar afscheid moet nemen. Nou ja, u weet hoe ik daarover denk. Dat is een hele domme beslissing. Dat hebben de Britten wel bewezen. Maar het staat elke lidstaat natuurlijk vrij.
De voorzitter:
De heer Kemperman, tot slot.
De heer Kemperman (FVD):
Ik heb geen vraag, maar dit is bijna uitlokking voor iemand van mijn partij. U weet wat ons standpunt is. Daar zullen we het wellicht later nog weleens over hebben.
De heer Hartog i (Volt):
Ik hoor de heer Van Ballekom opnieuw zeggen, net als vorig jaar, dat hij het verdrag wil wijzigen.
De heer Van Ballekom (VVD):
Dat ik?
De heer Hartog (Volt):
Het verdrag wil wijzigen, artikel 7.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ja.
De heer Hartog (Volt):
Daar hebben we het vorig jaar ook over gehad. Toen heb ik gezegd dat je daarvoor een intergouvernementele conferentie moet organiseren. Ik heb daar een motie voor voorgelegd en toen stemde de heer Van Ballekom tegen. Gaan we nog iets doen of gaat de heer Van Ballekom dit nog twintig jaar roepen en geen actie ondernemen?
De heer Van Ballekom (VVD):
De laatste intergouvernementele conferentie is niet twintig jaar geleden uitgeroepen, maar dat doet er niet toe. De vorige minister wilde de doos van Pandora niet openen, omdat er geen politiek draagvlak was. Toen heb ik tegen hem gezegd: een beetje politicus zorgt voor politiek draagvlak. Dat heeft Margaret Thatcher ook gedaan. Ik kan u verzekeren dat tijdens mijn eerste Europese Raad in 1984 in Fontainebleau er ook geen draagvlak was voor de UK rebate. Ze heeft het toen wel binnengesleept. Daarom ben ik er nu blij mee, meneer Hartog, dat de minister in zijn laatste brief, van vorige week, heeft gezegd dat artikel 7 moet worden aangepast. Ik ben blij dat hij dat opgeschreven heeft. Ik stel mijn vraag dus ook richting de minister. Ik zou willen weten op welke manier dat op een gegeven moment gerealiseerd gaat worden. Als de regering zegt dat ze pleit voor een intergouvernementele conferentie, is dat misschien een weg naar voren. Ik zie op dit punt graag het antwoord van de minister tegemoet.
De heer Hartog (Volt):
Je kunt altijd iemand anders iets vragen. Maar dan vraag ik aan de heer Van Ballekom: geeft u mij vandaag de gelegenheid om een motie van uw hand te ondersteunen waarin wordt opgeroepen tot een intergouvernementele conferentie?
De heer Van Ballekom (VVD):
Is het Verdrag van Maastricht tot stand gekomen door een intergouvernementele conferentie?
De heer Hartog (Volt):
Ja.
De heer Van Ballekom (VVD):
Maar niet bij de uiteindelijke onderhandelingen. Daar ben ik bij geweest. Dan zal ik wel iets vergeten zijn, maar dat ligt misschien ook aan mijn leeftijd.
De voorzitter:
De heer Van Ballekom vervolgt zijn betoog.
De heer Van Ballekom (VVD):
Vervolgens zou ik willen beginnen over het Meerjarig Financieel Kader. Hierbij zijn verschillende punten die onze aandacht vragen. Laten we beginnen met het doel om te voorkomen dat de EU opnieuw stappen zet richting een transferunie.
Met de hervorming van het fondsenbeleid, zoals voorgesteld door de Commissie in het kader van de nieuwe financiële perspectieven, wordt feitelijk alles op één hoop gegooid. De 850 miljard wordt door de Commissie onder de lidstaten herverdeeld. Dit voorstel wordt door de regering verwelkomd. Ik heb de minister eerder gevraagd aan te geven op basis van welke criteria die herverdeling plaatsvindt. In mijn ogen was dit een terechte vraag, maar de minister verklaarde destijds niet zo van de koude calculaties te zijn. Nou, ook de VVD is niet van de koude calculaties, maar we willen wel begrijpen waarom de regering dat voorstel verwelkomt. We willen ook graag weten wat de criteria zijn voor de herverdeling van die 850 miljard, waar Nederland nauwelijks van profiteert, en waarom er sprake is van een flagrante discrepantie in vergelijking met lidstaten met eenzelfde welvaartsniveau, zoals Zweden, Denemarken, Finland en België, om er maar enkele te noemen.
Het antwoord kan niet zijn dat Nederland disproportioneel profiteert van de interne markt, meer dan andere landen, want dat is niet zo. Evenmin kan het antwoord zijn dat wij disproportioneel profiteren van de research-and-developmentprogramma's, want ook dat is niet het geval in vergelijking met de landen die ik net genoemd heb. Bovendien is dat in financiële termen een doekje voor het bloeden.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoor de heer Van Ballekom een aantal terechte kritiekpunten uiten op het enorm uitgeduide Meerjarig Financieel Kader. Maar tegelijkertijd zegt hij ook dat we niet naar een transferunie toe moeten. Als ik hem zojuist goed beluisterd heb, wil hij tegelijkertijd het vetorecht van lidstaten gewoon afschaffen. Hoe staan de heer Van Ballekom en de VVD er dan tegenover om straks, als het voorstel er ligt, nog verder naar een transferunie te gaan, waardoor wij hier straks niks meer in finale zin over te zeggen hebben, omdat we dan ons veto kwijt zijn, juist door dit voorstel van de heer Van Ballekom om het vetorecht af te schaffen?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik heb niet gezegd dat het vetorecht afgeschaft moet worden. Ik heb gezegd dat we op het terrein van buitenlands beleid moeten overwegen wat de beste manier is. Ik heb in antwoord op de vraag van de heer Van Rooijen gezegd dat ik vind dat een vereniging met contributies werkt en geen belasting heft. De belastingen zullen altijd met unanimiteit worden vastgesteld, evenals de hoogte van het plafond. Dat komt straks hier in de Kamer terug bij het Eigenmiddelenbesluit. Dat moet worden geratificeerd. Dan kunnen we deze discussie nog aangaan met de minister. Ik heb er nooit voor gepleit om op het terrein van de financiën op dit punt het vetorecht op te geven. Dat is een misverstand.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar als ik de heer Van Ballekom goed beluister, zegt hij eigenlijk dat we steeds meer toe moeten naar gekwalificeerde meerderheden in plaats van unanimiteitsbesluiten. Je begeeft je dan op een glijdende schaal als je zegt dat dit ook met het buitenlands beleid moet gebeuren. Dat buitenlands beleid moet ook ergens uit gefinancierd worden, dus de koppeling met middelen is er altijd. Dan ga je toch, als je hierin één stap gaat zetten, ten finale als land je eigen rechten, je soevereiniteit, in ieder geval voor een stuk opgeven? Begeven we ons dan niet op een glijdende schaal, waarbij uiteindelijk de soevereiniteit van Nederland onder druk komt te staan als we het vetorecht gaan afschaffen en steeds meer met gekwalificeerde meerderheden gaan werken, ook op andere terreinen dan buitenlands beleid?
De heer Van Ballekom (VVD):
Dat geloof ik niet. We zijn daar natuurlijk zelf bij. Wil je dat afschaffen, dan zul je daarmee bij unanimiteit moeten instemmen. Als je spreekt over "een glijdende schaal", dan ben je daar zelf ook verantwoordelijk voor. Ik zie dat niet zo zitten en ik hoop niet dat de regering die kant op gaat.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
De heer Van Ballekom "hoopt dat de regering niet die kant op gaat". Kan hij duidelijk maken voor welke gevallen er wel of geen unanimiteit meer zou moeten bestaan?
De heer Van Ballekom (VVD):
Er wordt heel veel besloten bij gekwalificeerde meerderheid. Ik kan me nog herinneren dat we bij het Verdrag van Maastricht drie pijlers hadden: buitenlands beleid, veiligheids- en justitiebeleid en de normale EU, of wat we toen nog "de EEG" noemden. Bij justitie en veiligheid was het in het begin allemaal met unanimiteit. Dat is bij gekwalificeerde meerderheid geworden. Daar is dus een ontwikkeling. Op het terrein van de belastingen en de hoogte van de uitgaven vind ik dat dat niet moet gebeuren. Belastingen horen bij een staat en de Europese Unie is geen staat. Dat moet ook maar zo blijven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Ballekom (VVD):
We zijn benieuwd waarom deze regering de voorstellen van de Commissie op het punt van de 850 miljard verwelkomt. We hebben het hierbij alleen over het uitgavenkader. Hoe alles wordt gefinancierd, is een zaak van de minister van Financiën. Ik vind dat een beetje een gekunstelde taakverdeling. Inkomsten en uitgaven kunnen niet echt los van elkaar gezien worden. Bovendien vind ik het vreemd dat Europese Zaken valt onder Buitenlandse Zaken. Het betreft toch veelal binnenlands beleid. Zeker met de toegenomen rol van de minister van Algemene Zaken zou ervoor te pleiten zijn om het bij Algemene Zaken onder te brengen. De Europese Raad is namelijk als instelling belangrijker geworden dan hij voorheen was.
We moeten nog even kijken hoe die uitgaven gedekt worden. We hebben onlangs in de Miljoenennota gezien dat de afdrachten van 12 miljard naar 18 miljard gaan in verloop van termijnen. Ik vind dat wel een heel erg grote toename, zeker gezien het feit dat de vorige regering nog 1,6 miljard aan bezuinigingen had ingeboekt. Wat we ook afspreken, wij vinden bij de VVD dat het zo eerlijk, transparant en eenvoudig mogelijk moet gebeuren. Dat is op basis van de omvang van het bnp: hoe rijker je bent, hoe meer je afdraagt. De VVD is in ieder geval een tegenstander van de introductie van een veelheid aan zogenaamde belastingen en ingewikkelde heffingen via de EU.
Voorzitter, ik kom bij mijn laatste onderwerp. De VVD zou graag een reflectie van de minister krijgen op de nieuwe internationale rechtsorde. De op regels gebaseerde internationale rechtsorde heeft plaatsgemaakt voor een puur opportunistische machtspolitiek. Wat is in de visie van de regering het beste communautaire antwoord hierop? Is dat het opheffen van de External Action Service, zoals wordt bepleit door mevrouw Von der Leyen? Of valt dit in de categorie "armpjedrukken"? De onlangs benoemde sg van de External Action Service zal in ieder geval niet blij zijn geworden van die opmerking van mevrouw Von der Leyen. Is de regering een voorstander van de door mevrouw Von der Leyen aangekondigde Europese veiligheidsraad? Of is het beter om te streven naar het oprichten van een Europese pijler binnen de NATO, waar niet alleen EU-lidstaten aan deelnemen, maar ook landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Turkije? Graag een reactie.
Interessanter is, volgens mij, de suggestie van de Commissievoorzitter richting Canada. In de recente State of the Union heeft de Commissievoorzitter een associatieverdrag met Canada aangekondigd. Hoewel een associatieverdrag veelal een stap op weg naar het lidmaatschap betekent, is dat strikt juridisch niet het geval. Dat hoeft ook niet zo te zijn. Moeten we het voorstel van de Commissie uitleggen als een verdergaande integratie met de Unie zonder perspectief op een lidmaatschap? Dat betreft een zogenaamd geassocieerd lidmaatschap van de Unie. Wat is de inzet van de regering bij de precieze invulling van dit voorstel? Kan dit misschien ook een optie zijn voor landen in de wachtkamer, of voor andere derde landen? Dat zou toch misschien een goeie stap voorwaarts zijn.
Er wordt altijd beweerd dat de EU een economische grootmacht is. Dat mag ook zo zijn, maar wat is het beste antwoord op het ondoorzichtige tarievenbeleid van de Verenigde Staten, om maar één voorbeeld te noemen? Hoewel het economische beleid aan de overkant van de plas steeds moeilijker te begrijpen valt, verwacht je van een sterk handelsblok een gecoördineerde actie in samenwerking met andere partners. Het tarievenbeleid en de internationale onrust hebben er in elk geval voor gezorgd dat de inflatie al jaren boven de 2% ligt, de staatsschuld nog nooit zo hoog is geweest en het vertrouwen in de Amerikaanse economie op het spel staat, zodat de minister van Financiën in Amerika schuldpapieren uitgeeft om schulden te kunnen opkopen. Dat noemen wij bij de VVD paniekvoetbal.
Het is een uiterst verontrustende situatie. Daarmee zijn we weer aan het begin van mijn betoog. Dat is een reden te meer om in Europa de financiën zo snel mogelijk op orde te krijgen en in Nederland te houden — dat doen we bij de Financiële Beschouwingen dan wel weer — en zeer terughoudend te zijn met het verhogen van uitgaven, zoals de Commissie die meent te moeten voorstellen. Wat geldt voor de lidstaten, dient toch ook te gelden voor de Commissie?
We zien met belangstelling uit naar de reactie en de antwoorden van de minister.
Mevrouw Ramsodit i (PRO):
Ik wil even terugkomen op uw punt ten aanzien van Canada en een mogelijk associatieverdrag, omdat u daarbij ook andere landen als optie gaf. Ik ben benieuwd om welke landen het gaat. Aan de ene kant kwam bij de ambassadeursconferentie ook aan bod dat andere landen voor wat betreft de samenwerking met Europa zeggen: dat kan beter en anders, kunnen we dat doen? Dit geldt ook voor de landen in de wachtrij. Betekent dat dat voor u, net als voor ons, de rechtsstaatcondities en democratische condities onverminderd gelden, ook als we het middels die andere route doen? Wellicht hebben we hier iets gezamenlijks.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ja. Ik vind het een interessante optie die mevrouw Von der Leyen heeft geschetst. Dat zou misschien ook voor landen kunnen gelden die nu in de wachtkamer zitten, waardoor we toch kunnen profiteren van een betere samenwerking op economisch terrein en op veiligheidsterrein, zonder dat je dan ook intern de Europese Unie moet uitbreiden, met alle noodzakelijke veranderingen van het verdrag van dien. Maar ja, Hans van den Broek heeft in zijn tijd al een keer geprobeerd om via een B-lidmaatschap deze landen zover te krijgen. Dat is nooit enthousiast ontvangen. Onlangs is dat nog een keer geopperd door de Franse president. Dat werd ook niet ontvangen met heel veel enthousiasme. Maar als dat Canadese voorstel goed gaat lopen, dan geeft dat perspectief voor de andere lidstaten. Dan hoop ik dat u de problemen met het CETA-verdrag, waar u tegen was, ook laat varen. Dat is iets wat mij nog steeds dwarszit. Ik hoop dat het de fractie van PRO ook erg dwarszit, zeker in deze omstandigheden. Maar dat was maar een zijopmerking.
Mevrouw Ramsodit (PRO):
Misschien even vanuit die zijopmerking: dat ligt achter ons en we kijken nu met elkaar vooruit. Ik denk dat het wel kwetsbaar is om een soort tweelandenbeleid in te voeren via een associatieroute.
De heer Van Ballekom (VVD):
Dat ben ik niet helemaal met u eens, mevrouw. Ik heb ook gepleit voor een Europa met meerdere snelheden. Dat zijn ook meerdere routes. Er zijn lidstaten die de euro hebben, die daar profijt van hebben. Er zijn lidstaten die horen bij het Schengengebied en lidstaten waarvoor dat niet geldt. Er zijn straks lidstaten die met een kapitaalmarktunie aan de slag gaan en andere die dat misschien later ook willen. Ik vind dat dat soort processen voort moet kunnen gaan, ook in een gemeenschap van 37. Als het een succes is, zullen er meerdere lidstaten komen. Dat is een intern associatieverdrag, om het zo te zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Ramsodit, tot slot.
Mevrouw Ramsodit (PRO):
Ik denk dat het echt kwetsbaar is als je met verschillende snelheden gaat werken op de manier die u voorstelt. Ik vind het goed om dat even uitgesproken te hebben.
De heer Van Ballekom (VVD):
Laten we daar nog maar een keer over discussiëren. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kroon. Hij spreekt namens de BBB.