Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.38 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Voorzitter, dank u wel.
Voorzitter. Ook van onze kant een woord van welkom aan de minister-president en alle bewindslieden die hier tegenover ons zitten. Ik wil beginnen met twee gebeurtenissen van het afgelopen jaar die veel indruk op mij gemaakt hebben, die mij hebben geraakt. Eén is van persoonlijke aard, de andere is meer politiek. Ze zijn onvergelijkbaar en toch is er samenhang. Ik zal dit toelichten.
Allereerst het persoonlijke. Afgelopen augustus overleed mijn vader, op 98-jarige leeftijd. Dat was een verdrietig moment. Omdat mijn moeder bijna vier jaar geleden overleed, ben ik sinds kort geen kind meer, maar wees. Doordat ik het voorrecht heb 70 jaar kind te zijn geweest, hebben mijn ouders veel tijd gehad mij van alles aan waarden, normen en levenservaring mee te geven. Wezenlijk daarin was dat zij beiden uit katholieke families kwamen en oorlogskinderen waren. Mijn moeder verloor een broer in het verzet. Als kind herinner ik mij de vierde mei als een emotionele dag. Mijn vader was 12 toen de oorlog uitbrak. Van zijn middelbareschooltijd bleef niet veel over. Ik ben opgegroeid onder het motto "wie goed doet, goed ontmoet". Omzien naar anderen en actieve betrokkenheid bij de maatschappij zijn mij met de paplepel ingegoten. Dat geldt a fortiori voor waarden als democratie en vrijheid als reactie op de ervaring van mijn ouders tijdens de Duitse bezetting. Mede daardoor was er in ons gezin geen plaats voor plat nationalisme, haat of discriminatie.
De laatste keer dat ik met mijn vader in Den Haag was, was in november vorig jaar. Dan ben ik bij de tweede gebeurtenis. Hij was gast bij de bijzondere verenigde vergadering van de Staten-Generaal ter gelegenheid van 80 jaar vrijheid, een buitengewoon indrukwekkende bijeenkomst, waarvan ik nog steeds blij ben dat die met een zetje van deze en gene toch is georganiseerd, zeg ik met dank aan mijn gewaardeerde collega Tanja Klip.
Voorzitter. Mijn vader genoot van de ambiance. Hij genoot van, zoals hij zei "jullie charmante Voorzitter". Hij genoot van de mogelijkheid Rob Jetten te kunnen feliciteren met zijn verkiezingsoverwinning. En hij genoot van de tijd die Henri Bontenbal na afloop nam om met hem een praatje te maken. Hij wilde de CDA-voorman graag vertellen waarom hij dacht nooit meer CDA te stemmen na de samenwerking van die partij met de PVV in Rutte I. Hij vond dat een onbeschrijfelijke blunder. Toch wist Bontenbal hem in de campagne voor zich te winnen.
Het meest indrukwekkend die ochtend vonden wij beiden de bijdrage van voormalig generaal Peter van Uhm. Hij verwees naar de bekende uitspraak van de Amerikaan James Freeman Clarke, die ooit zei: "Politici denken aan de volgende verkiezingen, staatslieden aan de volgende generaties." En het waren de staatslieden die vooropgingen in de wederopbouw. "Voor de komende generaties. (…) Met elkaar en met respect voor elkaar", zei Van Uhm. In deze wereld, die letterlijk en figuurlijk in brand staat, zegt Van Uhm dat er twee onderwerpen zijn die partijpolitieke visie overstijgen. Dat zijn onze veiligheid en het klimaat, omdat ze niet over bestaanszekerheid gaan, maar over de zekerheid van ons aller bestaan. Zijn les uit het leven is: "Nietsdoen is geen optie." Zijn pleidooi is: "Het is tijd om te handelen. De klok tikt." Zijn verzuchting is: "We hebben weer staatslieden nodig. Staatslieden die luisteren, verbinden en handelen."
Voorzitter. Ik noem deze twee voorbeelden omdat er een aantal thema's in samenkomen die ik tot diep in mijn vezels voel. Dat is de waarde van onze democratie, maar ook de zorg over de kwetsbaarheid ervan. Dat is de noodzaak om te handelen om die democratie te beschermen en de wereld op een veilig en kwalitatief hoogstaande manier door te geven aan de volgende generatie. Dat is een diep gekoesterde wens samen te werken, wetende dat partijen verschillende visies hebben. Dat is de overtuiging dat langdurige en intensieve samenwerking tussen progressieven, christendemocraten en liberalen nodig is om ons land in een woelige wereld vooruit te helpen. Dat is de hunkering naar staatsmanschap dat verbinding zoekt, daadkracht toont en vertrouwen herstelt.
Wij progressieven bedrijven politiek vanuit de overtuiging dat we ons land kunnen veranderen, kunnen verbeteren. We zien dat ons land, ons continent en de wereld zo veel eerlijker, rechtvaardiger en duurzamer kunnen, en daarmee sterker worden. Progressieven geloven in die vooruitgang en zijn bereid daarvoor te strijden. Wij zijn optimisten die willen werken aan een land waarin gelijke kansen de regel zijn in plaats van de uitzondering. Solidariteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Progressieven willen onze samenleving inrichten op basis van die solidariteit. Onze eigen zekerheid en veiligheid kunnen we alleen garanderen als we samen zorgen voor een zo goed mogelijk leven voor iedereen, in een vrije en democratische samenleving. Die solidariteit bepaalt ook hoe we naar de wereld kijken.
De idealen van progressieve politiek zijn bovendien geworteld in de geschiedenis. In haar mooie boek Hope in the Dark zegt Rebecca Solnit het zo: "Wie vooruit roeit, heeft de blik naar achteren gericht." Hoop hebben we hard nodig in deze onzekere tijd. We hebben lef nodig om hoop te houden. Hoop is de onontbeerlijke brandstof voor elke politieke beweging. Hoop hebben betekent dat de wereld van morgen anders kan zijn dan vandaag. In progressieve termen betekent dat eerlijker, groener en socialer. In die progressieve en sociale politiek past het om doorsnee werkende of niet-werkende inwoners van dit land te beschermen tegen de grillen van het lot door zekerheid, veiligheid en bescherming te bieden. Vandaar ons verzet, samen met de vakbeweging, tegen de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Het was inderdaad een feestje waard toen de regering besloot deze bezuiniging te schrappen. Complimenten daarvoor.
Het geeft PRO en Volt, die ook hier bij begrotingen en het Belastingplan samen optrekken, ruimte de SZW-begroting te steunen en het geeft ruimte aan de polder om tot een sociaal akkoord te komen. De arbeidsongeschiktheidsregeling zal daar zeker een plek in krijgen. Als we erin slagen de te hoge instroom in de WIA te laten dalen en de te lage instroom te laten stijgen, bevordert dat de participatie. Dat levert geld op en draagt bij aan een houdbaar sociaal stelsel.
Om een stap verder te komen in onze steun, heb ik een drietal vragen. Eén. Is het kabinet bereid die enorme belastingverhoging voor werkenden van bijna 8 miljard te herzien? Die lijkt hier namelijk kansloos. Wat ons betreft gebeurt dat door een verschuiving naar het belasten van winst en vermogen.
Twee. Kan de minister-president bevestigen dat als er wordt overgegaan tot een vermogenswinstbelasting in box 3, de dekking van de kosten wordt gevonden binnen datzelfde domein van winst en vermogen?
Drie. Is deze beleidswijziging eigenlijk niet wat omvangrijk voor een novelle? Hoe kijkt de regering naar de gevolgen voor de uitvoering, die voor de Eerste Kamer cruciaal is?
Voorzitter. In die progressieve politiek past het onze planeet gezond te maken en zo door te geven aan de volgende generatie. Ook dat is solidariteit. De natuur heeft waarde in zichzelf. Wij mensen maken onderdeel uit van de natuur. Wanneer de processen in ons klimaat verstoren, raakt niet alleen de natuur uit balans, maar ook de samenleving en onze economie. Die verstoorde relatie tussen mens en natuur moet worden hersteld. Het PBL luidt de noodklok. Onder verwijzing naar Van Uhm is staatsmanschap nodig om met een ambitieus programma de trend te keren en de afgesproken klimaatdoelen te halen. Ik vraag de premier om een reactie en ik vraag hem om leiderschap te tonen.
Die progressieve politiek mag ik hier bedrijven in een fantastische fractie van veertien. Dat doen wij vol passie, met veel plezier, maar ook met een gevoel van verantwoordelijkheid. Primair behandelen we hier wetten. We vellen daarbij een politiek oordeel over de vraag of de wet bijdraagt aan een eerlijker, rechtvaardiger, duurzamer en democratischer land. De premier heeft tijdens het debat over de regeringsverklaring toegezegd dat bij komende wetsvoorstellen inzicht wordt gegeven in de effecten voor de lange termijn. Hoe staat het daarmee, vraag ik hem.
Nu al toetsen we scherp op rechtsstatelijkheid, omdat rechten van burgers in een democratische rechtsstaat bescherming verdienen. We toetsen op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, omdat wetten en regels geen doel op zich zijn maar een geloofwaardige bijdrage moeten leveren aan de oplossing van problemen. En die problemen zijn gigantisch. Geopolitiek neemt de turbulentie alleen maar toe. Na de brute Russische inval in Oekraïne zit het conflict muurvast. Frontlijnen bevriezen, mensen sneuvelen. We blijven Oekraïne steunen. Solidariteit is ook hier welbegrepen eigenbelang, maar het conflict verbreedt zich naar buiten Oekraïne. Mark Rutte spreekt als NAVO-chef inmiddels openlijk over een Russische campagne van vijandige acties tegen NAVO-landen. Hoe beoordeelt de premier de verschuiving in dit conflict, vraag ik hem. Hoe beoordeelt hij het recente Russische dreigement nucleaire wapens in te zetten?
Met de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran speelt iets vergelijkbaars. Er zijn diplomatieke bewegingen, maar regionaal breidt het conflict zich uit. Het Iraanse regime geeft weinig om haar burgers en spint garen bij regionale escalatie. Wat voor Trump begon als een snelle klus, is na zeven maanden door de betrokkenheid van Hormuz, Jemen en de Golfstaten een groot conflictcomplex geworden. Met een hoge olieprijs raakt dit direct onze economie en de portemonnee van de mensen. Is er nog sprake van een Europese strategie richting Trump en Netanyahu om de foute oorlog te stoppen of is het lijdzaam toezien en afwachten?
Sprekend over Netanyahu moeten we de wrange conclusie trekken dat door Iran en andere conflicten Gaza minder aandacht krijgt. Maar minder aandacht is helaas niet minder ellende. Het aantal ontheemden is gigantisch, de humanitaire nood enorm en ook hier neemt de complexiteit toe. Gaza is steeds meer onderdeel geworden van een regionaal veiligheidsvraagstuk waarbij Israël, Iran, Jemen, de Golfstaten én de Verenigde Staten steeds verder met elkaar verweven raken. De ruimte die Israël jarenlang van westerse landen heeft gekregen om het bezettingsbeleid en de dehumanisering van de Palestijnen voort te zetten en de ruimte voor steeds extremer geweld van kolonisten hebben de conflicten op verschillende niveaus verdiept. En daar komt de genocide bij, na die afschuwelijke terroristische aanval van Hamas morgen drie jaar geleden. Ik zie de verschillen in reactie tussen dit en het vorige kabinet. Toch hebben wij drie vragen. Wordt het niet eens tijd om te stoppen met de aankoop van Israëlisch defensiemateriaal, vraag ik de premier. Wat is de strategie van het kabinet om tot een meerderheid in de EU te komen die het associatieverdrag met Israël opschort? Drie: welke vervolgactie nemen we tegen het Israëlische besluit onze diplomaten Ramallah uit te zetten?
Gaza is een testcase voor de geloofwaardigheid van het internationaal recht. Procedures bij het ICC en het Internationaal Gerechtshof, onderzoeken van VN-organen en discussies over burgerbescherming, humanitaire toegang, oorlogsmisdrijven en genocide leggen allemaal een diepere vraag bloot: worden dezelfde juridische normen werkelijk toegepast op tegenstanders én bondgenoten? Juridische instituties dreigen zelf onderdeel te worden van de geopolitieke machtsstrijd. Ik wil de minister-president complimenteren met zijn speech bij de VN als het gaat om het verdedigen van het Internationaal Strafhof. De vraag is of de Europese Unie, zoals de Raad van Europa vorige week unaniem bepleitte, klaarstaat om het zogenoemde Blocking Statute in te zetten als er nieuwe Amerikaanse sancties tegen het Strafhof komen.
Voorzitter. Als we iets meer uitzoomen: het was schokkend kennis te nemen van het meest recente democratierapport van de universiteit van Göteborg, waarin staat dat steeds minder mensen in een liberale democratie leven. Het gaat nog slechts om 7% van de wereldbevolking, terwijl 74% in een autocratie leeft. We zitten daarmee weer op het niveau van 50 jaar geleden.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de Rosenmöller van PRO hier grote woorden gebruiken over genocide, terwijl daar helemaal niets van bewezen en niets van waar is. Ondertussen ontfermt hij zich volledig over Gaza, terwijl daar juist de echte genocide gepleegd dreigde te worden — richting Israël, met de aanval van 7 oktober 2023. Het was de bedoeling om Israël van de kaart te vegen, net zoals ze eerder hebben geprobeerd in onder andere de Zesdaagse Oorlog. Daar gaat mijn vraag over. In Nederland zien we nu Hamasaanhangers op straat staan met spandoeken met steunbetuigingen aan Hamas en ondertussen is de Joodse bevolking in Nederland doods- en doodsbang aan het worden. Ze voelen zich niet meer veilig met zulk soort tuig op onze straten. Wat vindt de heer Rosenmöller er nou van dat zulk soort tuig hier op straat loopt met pro-Hamasspandoeken, openlijke steun voor terroristen die een genocide wilden plegen op de Israëlische bevolking?
De heer Rosenmöller (PRO):
Het aanloopje van de heer Van Hattem tot zijn vraag verdeelt ons enorm. Ik heb gesproken over de terroristische aanval van Hamas op 7 oktober, die afschuwelijk was, die verworpen is en verworpen moet blijven worden. Ik heb vervolgens gesproken over "de genocide". Immers, 70.000 à 80.000 dodelijke slachtoffers in Gaza: ik weet niet welk ander woord je daarvoor zou kunnen bedenken.
Twee, naar uw vraag over mensen die zich uiten met Hamasvlaggen of anderszins. Anders dan in vele, vele andere landen waar ik net over sprak, die autocratieën, kennen wij gelukkig demonstratievrijheid. Dat betekent dat op het Malieveld of op andere plekken mensen demonstreren die mijn sympathie soms wel hebben, maar vaak ook niet. Er is het recht om te demonstreren en dat is een fundamenteel recht dat we moeten blijven bewaken in onze democratische rechtsstaat — binnen de grenzen van die democratische rechtsstaat. Het is eenieder vrij om zijn gevoelens of opvattingen te uiten binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Wat ik er verder van vind? De ene keer ben ik het ermee eens, de andere keer ben ik het er niet mee eens. Mensen die zich tooien als Hamasaanhanger weten of kunnen weten, en anders zeg ik het ze nu, dat ik het daar niet mee eens ben. Dat laat onverlet de verontwaardiging die er is en kan zijn rondom de genocide van Israël in Gaza.
De heer Van Hattem (PVV):
Het is in ieder geval goed om te horen dat de heer Rosenmöller het niet eens is met degenen die zich tooien als Hamasaanhanger, maar is hij ook bereid om zich uit te spreken tegen de ontwikkelingen in zijn eigen achterban van PRO? Onder andere bij de jongerenorganisatie wordt gezegd dat er geen bestaansrecht is voor Israël en dat soort termen in de richting van Israël, waardoor Joden in Nederland zich onveilig voelen. Wanneer horen we PRO daar eens over? Wanneer spreekt PRO zich uit richting delen van de achterban waar echt antisemitische tendensen gaande zijn?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik vond het interessant om de eerste zin uit de tweede interruptie van de heer Van Hattem tot mij te laten doordringen. Hij zei: "Het is al winst dat de heer Rosenmöller zich daartegen teweerstelt." Dan heeft u toch jarenlang niet goed geluisterd? Ik heb gezegd dat het morgen drie jaar geleden is. Drie jaar lang hebben wij al stelling genomen tegen deze afschuwelijke, terroristische aanval van Hamas op Israël. Dus als het nu gaat om luisteren, dan zeg ik het u nog één keer, met terugwerkende kracht na drie jaar. Toen hebben we erbij gezegd: Israël heeft het recht zich te verdedigen. Dat was niet zonder discussie, maar natuurlijk heeft Israël het recht om zich te verdedigen. Maar dat is doorgeslagen op een manier die wij toen niet voor mogelijk hadden gehouden, waar we nu politieke oordelen over vellen. Dat is het. Zeker, antisemitisme moet en zal bestreden blijven worden, want ik begrijp de angst van de Joodse gemeenschap in Nederland als het gaat om de wijze waarop zij soms bejegend wordt. Daar moeten we met elkaar voor blijven strijden. Maar, zeg ik tot slot, doen alsof dat nieuw is als het gaat om Israël … Wij zijn voor een tweestatenoplossing. Dat staat in ons verkiezingsprogramma. Dat had u ook allang kunnen weten.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Tot slot, voorzitter. Ik hoor de heer Rosenmöller het zeggen. Ondertussen zie ik zijn achterban volop lopen met Palestijnse vlaggen. Er zijn demonstraties waar onder andere die Hamasspandoeken en -vlaggen getoond worden. Dat vind ik toch een veel zorgelijkere ontwikkeling. Dat is eigenlijk het ware gezicht van PRO, dat we op dit moment zien.
Dan kom ik tot mijn laatste vraag. Ik hoor de heer Rosenmöller zeggen dat we geen Israëlische defensieproducten meer moeten afnemen. Is de heer Rosenmöller vanwege deze fanatieke anti-Israëlreflex bereid om zo ver te gaan als het daarmee op het spel zetten van onze eigen veiligheid? Israëlische producten zijn namelijk essentieel voor onze veiligheid.
De heer Rosenmöller (PRO):
Het zijn weer heel veel dingen in één vraag. Ik heb die vraag aan de minister-president gesteld, dus ik krijg daar ongetwijfeld antwoord op. Dan kom ik op het overige. U noemt Palestijnse sjaals, Hamas et cetera. Wees nou één keer overtuigd van het feit en laat het tot u doordringen, als ik zo vriendelijk mag zijn om dat via de voorzitter te zeggen, dat wij niets hebben met Hamas, dat wij Hamas een terroristische organisatie vinden. Dat is nog wat anders dan mensen die zich solidair verklaren met al die honderdduizenden mensen die in Gaza wonen, die voor de Palestijnse zaak pleiten. Wij zijn voor een Palestijnse staat, maar democratisch bestuurd en niet bestuurd door Hamas. Dat onderscheid maken wij. U gooit het allemaal op één hoop en maakt het conflict daarmee nog ingewikkelder. Dit soort conflicten vragen precieze analyses, precieze bewoordingen. Woorden doen ertoe, meneer Van Hattem.
De heer Schalk i (SGP):
Laat ik beginnen met zeggen dat ik geraakt was door de openingsvoorbeelden die de heer Rosenmöller ons meegaf, zowel het persoonlijke als dat van wat we vorig jaar in november hebben meegemaakt. Dat was een prachtige bijeenkomst. De woorden die daar gesproken zijn, maar ook de woorden die hij zojuist sprak, namelijk "woorden doen ertoe", zijn dan van belang. Volgens mij hoeven wij hier niet de strijd te voeren over hoe we kijken naar de situatie rondom Israël op zich. Maar de zuiverheid vraagt nog wel dat ik aan de heer Rosenmöller vraag of hij niet bedoelt "ik ácht het genocide" in plaats van het "het ís genocide wat er in Israël gebeurt". Dat is namelijk niet internationaal vastgesteld. Ik denk dat het ook in deze Kamer van belang is om dit soort grote termen zorgvuldig te gebruiken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Het is niet de eerste keer dat ik het zeg. Ik ben politicus. Ik spreek hier namens een fractie. Wij vinden het een genocide.
De heer Schalk (SGP):
Dat is precies waar ik naar zocht. U vindt het genocide, maar dat is op dit moment in ieder geval nog niet internationaal vastgesteld, dus ik kijk daar persoonlijk anders naar. Dit is inderdaad de formulering waar ik PRO in herken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, kijk, er is een hele discussie over in hoeverre je dat begrip juridisch of politiek moet duiden. Juridisch is het niet vastgesteld. Het is natuurlijk wel in het kader van het Strafhof zo genoemd, maar niet vastgesteld. Dat moet nog vastgesteld worden, als dat het geval is. Dat zullen we dan verder zien. Mijn tegenvraag zou bijna zijn: als het wordt vastgesteld, vindt u het dan ook genocide?
De heer Schalk (SGP):
Dat is een hele goede tegenvraag. Ik vraag me af of u wilt dat we op dit moment die discussie gaan voeren. Op het moment dat het internationaal vastgesteld wordt, is het in ieder geval een begrip dat we hier op die manier kunnen gebruiken. Ik snap dat u vanuit de fractie van PRO zegt: ik vínd het genocide. Op het moment dat het vastgesteld is, kunnen we die discussie in ieder geval achter de rug laten. Dan is het vastgesteld en dan kunt u zeggen: internationaal gezien is het ook zo. Dan moet ik op dat moment inderdaad ook mijn mind opmaken.
De heer Rosenmöller (PRO):
Dat vind ik dan, eerlijk gezegd, best ingewikkeld. Dat moment gaat een keer komen. Dat moment gaat een keer komen, maar eigenlijk is dat natuurlijk het sluitstuk van de discussie. Als u dan nog uw mind moet opmaken over de vraag of dat zo is, is dat eerlijk gezegd toch een beetje laat. Internationale rechters stellen dan juridisch vast dat dit aan de hand is. Dat zou dan toch voor iedereen een kwalificatie moeten zijn die hij of zij tot de zijne of de hare neemt?
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Ik wil er toch even op voortborduren. Ik ben het volledig eens met wat collega Schalk u hier voorhoudt. PRO heeft altijd de mond vol van de rechtsstaat en vindt dat uitspraken van rechters op de juiste merites moeten worden beoordeeld. Nogmaals, de genocide is niet vastgesteld. Dat u dat vindt, dat mag. U mag een mening hebben, maar dat is iets anders dan dat internationaal is vastgesteld dat Israël genocide pleegt. Ik kom tot mijn vraag. Wat vindt u ervan dat een collega in uw fractie zegt dat datgene wat er van de week is gebeurd met het vliegtuig, een terroristische daad, als een incident moet worden beschouwd? We zien de problemen van het groeiende antisemitisme in Nederland. We zien de dreiging die er is jegens de Joodse bevolking. En dat wordt dan afgedaan als een incident, terwijl het gewoon een terreurdaad is. Wat vindt u daarvan?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik denk dat mevrouw Van Bijsterveld even moet preciseren wat zij bedoelt.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ik neem aan dat de heer Rosenmöller ook de krant heeft gelezen over wat er is gebeurd met het vliegtuig.
De heer Rosenmöller (PRO):
Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Er is een terroristische daad gepleegd waarbij iemand van plan was om een vliegtuig met 180 vooral Israëlische, Joodse, mensen te laten neerstorten op het vliegveld van Tel Aviv.
De heer Rosenmöller (PRO):
Absoluut. Zeker.
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Om dat dan af te doen als een incident: "Ja, we zijn een beetje geschrokken." Dat is toch gewoon een terroristische daad?
De heer Rosenmöller (PRO):
Ja. Ik dacht dat ik een splijtende interruptie zou krijgen over ons Israël-Gazastandpunt, maar het gaat dus over een tweet van vorige week van een collega? Is het dat?
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Ja. Ik vraag me af wat u ervan vindt dat dat wordt afgedaan als een incident. Als u het heeft over het gebruiken van woorden, dat woorden ertoe doen …
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou ja, ik zal u heel eerlijk zeggen wat ik daarvan vond. Dat is iets anders dan waar u naar vraagt. Het was ook een incident, want we wisten niet wat er aan de hand was. Er moest nog heel veel meer gebeuren. Nu weten we iets meer. Dat is één. Als het gaat om de feiten, doen woorden er inderdaad toe. Woorden doen er ook toe wanneer de NOS dan wordt bekritiseerd. Want dat vond ik eigenlijk een beetje onhandig. Daar kan je een collega dan gewoon op aanspreken. Dat is die tweet die u bedoelde, denk ik. Saskia Kluit is een collega van mij maar ook van u, dus spreek haar aan. Ze zit hier. Dan kun je het er met elkaar over hebben. Dan is het in mijn optiek direct uit de lucht.
De voorzitter:
Is dat zo voldoende, mevrouw Van Bijsterveld?
Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):
Dat was voldoende.
Mevrouw Lagas i (BBB):
Ik had bijna de neiging om weer te gaan zitten, want ik stond eigenlijk voor hetzelfde "incident". Maar ik ga de heer Rosenmöller hier toch een vraag over stellen. De heer Schalk zei al dat u een mooie intro had over hoe uw vader onze democratie beleefde, over de veiligheid van de wereld en over hoe we moeten samenwerken. De heer Rosenmöller gaf ook heel mooi aan: dat vindt mijn fractie. Ik haak even aan op uw opmerking over onze rol, het toetsen van rechtvaardigheid en doelmatigheid, en of het niet in strijd is met andere regelingen. Vindt de heer Rosenmöller zelf ook niet dat we vandaag even moeten stoppen met op deze manier onze rol te pakken in de Eerste Kamer door te pas en te onpas te shoppen in wat iemand wel of niet vindt? Wat wij vinden, is in onze rol niet zo interessant. Wij hebben als Eerste Kamer te toetsen. Wij hebben een rol. Ik zou daarop heel graag een reactie van de heer Rosenmöller op ontvangen.
De heer Rosenmöller (PRO):
Eerlijk gezegd, mevrouw Lagas — ik probeer uw vraag te begrijpen — kan ik niet iets toetsen zonder iets te vinden. Dat is het korte antwoord. Ik kan dat antwoord verder toelichten als u dat wilt, maar dit is wat ik vind. Wij zijn politici. Wij proberen ons werk in de Eerste Kamer te doen op een manier die de Eerste Kamer typeert. Dat gaat over de criteria, die we allemaal kennen, met betrekking tot het toetsen van wetsvoorstellen. Sterker, daar zal ik zo nog iets over zeggen. Maar dat gebeurt natuurlijk ook op basis van een politiek oordeel dat je hebt. Juist daarom zei ik richting collega Van Hattem, in de interruptie waarmee hij de vloer opende, om het maar zo te zeggen, dat het hier gaat over een ongelofelijk complex conflict en dat woorden ertoe doen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je woorden niet mag gebruiken, maar dat moet je goed kunnen uitleggen. Dat heb ik geprobeerd te doen.
Mevrouw Lagas (BBB):
Het spijt me dat ik de vraag voor de heer Rosenmöller misschien wat ingewikkeld heb gesteld. Ik probeerde het juist te vereenvoudigen. Ik sloot aan bij de opmerking van mijn collega van JA21. "Wij vinden dat", "wij vinden dat iets wel of niet zo is", merkte de heer Rosenmöller op naar aanleiding van het mooie voorbeeld dat de heer Schalk gaf over wel of geen genocide, waarover nog een uitspraak moet worden gedaan. Ik vind dat er een discrepantie zit tussen enerzijds de formele rol van de heer Rosenmöller en hoe hij altijd in de rechtsstatelijkheid zit, en anderzijds hoe hij gebruikmaakt van de woorden "dat vinden wij", "dat vind ik" en "ga eens met een collega in gesprek". Dat kan in de wandelgangen, maar ik duid juist op onze rol hier in de Eerste Kamer. Ik hoef daar verder geen antwoord meer op te hebben, want dat kost alleen maar tijd, maar deze cri de coeur wilde ik wel even meegeven. Verder sluit ik mij aan bij de vorige sprekers.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, dat is goed, maar dan ontlokt u me toch een reactie. Ik kan me niet helemaal van de indruk losmaken dat dit ook te maken heeft met wat u er zelf van vindt. Dat mag. Dat is uw goed recht. Maar wij vinden op een aantal punten iets anders. We vinden het allemaal afschuwelijk, maar we gebruiken daar wellicht verschillende kwalificaties voor. Daarover mag u mij en mijn fractie bekritiseren, maar ik vind dat er wel hoog van de toren wordt geblazen als wordt gezegd dat dit de Eerste Kamer onwaardig is en dat dit niet bij de Eerste Kamer past. Dit zijn de tweede of derde Algemene Beschouwingen en in het debat over de regeringsverklaring heb ik het ook gezegd, dus deze woorden gebruik ik niet voor de eerste keer. Het roept veel op. Dat zie ik dan maar als een feitelijkheid, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het iets met dat meningsverschil te maken heeft. Maar goed.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Nou, ik denk …
De voorzitter:
O, de heer Van Rooijen nog.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. 6 oktober 1973, de inval van Egypte en Syrië in Israël. Laten we niet vergeten dat Nederland toen pal achter Israël stond, met de PvdA-bewindslieden Den Uyl en Max van der Stoel voorop.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik vervolg mijn betoog.
Voorzitter. Ik was bij de democratieën en autocratieën. De democratieën worden minder liberaal omdat de rechtsstaat, de onafhankelijke instituties, de vrije media en de beperkingen op de macht van regeringen worden aangetast. Dat gaat vaak sluipenderwijs. Het is onze overtuiging dat de Eerste Kamer een baken moet zijn dat de waarden van de liberale democratie en de democratische rechtsstaat met zijn checks and balances dient te verdedigen en te versterken. Maar er is meer nodig om een land niet te laten afglijden zoals het ooit Hongarije of Polen overkwam. Wat er in de Verenigde Staten gebeurt, was tot voor kort ondenkbaar. De ontwikkelingen in Duitsland met de AfD en in Frankrijk met Rassemblement National zijn wat anders van aard, maar wel ronduit zorgelijk. Leiderschap om onze waarden actief uit te dragen en onze dagelijkse problemen op te lossen zijn dan cruciaal.
Voorzitter. Op het snijvlak van buiten- en binnenland ligt het Caribisch deel van ons Koninkrijk. Kan de minister-pre…
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoor nu dat er zorgen zijn over de rechtsstaat in onder andere Frankrijk. We zien dat daar scholen en mensen in brand worden gestoken door allerlei radicale jongeren, vaak van Noord-Afrikaanse, islamitische afkomst. Zij worden opgestookt door een partij daar, LFI, de radicaal-socialistische partij in Frankrijk. Is het niet veel zorgelijker dat op die manier de rechtsstaat onder druk komt te staan en dat er openlijk geweld is tegen scholen? Het Nelson Mandela Lyceum is helemaal tot de grond toe afgebrand in Frankrijk. Waarom horen we de heer Rosenmöller daar niet over?
De heer Rosenmöller (PRO):
U heeft al van alles en nog wat van mij gehoord; ik herhaal mezelf. Onze algemene lijn is: je mag in een democratie protesteren wat je wil — ik denk dat u dat anders ziet, want wij willen de vrijheid van meningsuiting veel ruimte geven en u niet, in uw opvatting — maar binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Daar past het niet bij om scholen in brand te steken, mensen op een of andere manier met geweld te bejegenen of allerlei andere dingen te doen die buiten de kaders vallen. Dat zullen wij altijd verwerpen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik wil juist de democratie en de vrijheid van meningsuiting alle ruimte geven, maar scholen in brand steken … Dat is wat er nu gebeurt in Frankrijk, onder aanmoediging van extreemlinks. Extreemlinkse burgemeesters lopen voorop bij dat soort acties. Ik hoor de heer Rosenmöller zeggen "ik maak me zorgen vanwege de presidentskandidaat van Rassemblement National in Frankrijk", terwijl dat gewoon de democratische keuze is van de Franse burgers. Zij geven gewoon op democratische wijze een voorkeur aan een bepaalde presidentskandidaat. Dus wie heeft er hier nou een probleem met de democratie? Dat zijn niet wij, dat zijn niet de patriottische partijen in Nederland of in Frankrijk, maar dat is de heer Rosenmöller en dat is extreemlinks, dat tot rellen en het in brand steken van scholen overgaat. Dat is wat er gebeurt. Als de heer Rosenmöller dat ziet als een normaal protest en vrijheid van meningsuiting — dat is namelijk het eerste waar hij mee kwam — dan vraag ik me af waar het misgaat met de rechtsstaat.
De heer Rosenmöller (PRO):
Ik kijk een beetje om mij heen naar de collega's en ik zie allerlei non-verbale reacties in de richting van de heer Van Hattem. Die gaan meer zijn kant op dan mijn kant op, zal ik maar zeggen. U herhaalt het zo vaak dat u er bijna in gaat geloven dat ik er op een of andere manier invloed op heb en dat ik kan bepalen wat er in Frankrijk gebeurt. Wij verwerpen geweld, wij verwerpen brandstichting, wij verwerpen die dingen die buiten de bandbreedte van de democratie gebeuren, in Frankrijk, in Nederland op het Malieveld, waar dan ook. Dat bestrijden wij; dat keuren wij niet goed. Misschien dat u dat voor eens en voor altijd kunt onthouden, want dat helpt ons in de snelheid van dit soort debatten. Het wordt een herhaling van zetten. Wij verschillen van mening over het politieke programma van Rassemblement National, omdat het programma in de kern mensen tegen elkaar opzet en niet verbindt. Dat is de kern van onze kritiek. Daar hebben wij zorgen over en die houden wij wellicht.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (PRO):
Voorzitter. Ik was bij het Caribische deel van ons Koninkrijk. Kan de minister-president iets meer zeggen over de concrete doelen van de eerste Koninkrijkstop? De grootste zorg is en blijft de armoede op de eilanden. De landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn daar primair zelf verantwoordelijk voor, maar voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn wij verantwoordelijk. In Europees Nederland dalen de armoedecijfers, ook voor kinderen, tot ruim onder de 5%, maar met de beste bedoelingen lukt dat in Caribisch Nederland niet. Daar praten we over 30%. De analyses zijn bekend en worden erkend. De terechte hartenkreet vanuit de eilanden is: "Kom in actie. Kom in actie om het economisch potentieel te versterken, de kosten van levensonderhoud te verlagen, de armoede te bestrijden en de levensstandaard van onze Caribische landgenoten te verhogen." Ik vraag de premier het initiatief te nemen om tot doorbraken te komen op dit terrein.
Als progressieve beweging zijn wij ervan overtuigd dat we een samenleving kunnen bouwen waar mensen vertrouwen in hebben. Dat we letterlijk en figuurlijk moeten bouwen en verbouwen, zijn we met elkaar eens. Iedereen kent de lijst: we moeten betaalbare woningen bouwen, we moeten de verouderde infrastructuur onderhouden, we moeten het stikstofprobleem oplossen, de natuur herstellen, het afgesproken klimaatbeleid uitvoeren en onze economie innoveren, en we moeten de veiligheid bevorderen en de migratie beheersen. Dan heb ik het nog niet over onze Europese en internationale ambities en de invloed van nieuwe technologie en AI op ons toekomstige leven. Die lijst wordt alleen maar langer, omdat we de laatste vijf jaar vooral stilstand hebben gezien.
Daarmee zijn we terug bij de lezing van Peter van Uhm: "Nietsdoen is geen optie." Maar eerlijk gezegd zien we tot nu toe een waardeloze vertoning. Sinds de start in februari is het minderheidskabinet vooral met zichzelf bezig in een eindeloos proces om tot een meerderheid te komen. Alsof we niks anders te doen hebben. Het wordt de hoogste tijd dat deze permanente formatie eindigt. Het kabinet zoekt terecht naar een stabiele meerderheid. Met in ieder geval de fracties van PRO en Volt ligt die voor het oprapen. Wij reiken de hand uit richting een totaalakkoord. Het kabinet heeft daartoe een eerste betekenisvolle, goede stap gezet. In zo'n totaalakkoord zitten vast elementen die wij minder aantrekkelijk vinden en die daarmee misschien breder gesteund zouden kunnen worden.
Mijn oproep aan het kabinet is om te stoppen met de poging om vanuit partijpolitieke belangen Jan en alleman op alles te verenigen. Sterker, mijn oproep is om de oplossing voor de begroting voor 2027 in een breder kader te plaatsen. De uitdagingen waar we nationaal en internationaal voor staan, zijn gigantisch. Ik heb de thema's genoemd. In die politieke context rest ons geen andere keus dan dat de democratische hoofdstromen in de politiek de handen ineenslaan om een langetermijnagenda te maken die wordt uitgevoerd. We moeten handelen. De klok tikt, om het met Van Uhm te zeggen. Dat betekent dat progressieven, christendemocraten en liberalen, met al hun onderlinge verschillen, duidelijk moeten maken wat hen bindt en een compromis zullen moeten vinden voor wat hen scheidt. Zo kunnen we samen met decentrale overheden, werknemers en werkgevers de enorme verbouwing waar we voor staan, realiseren en ons land sterker, eerlijker en duurzamer maken.
Dat vraagt om leiderschap. Meerdere adviseurs van het kabinet hebben het pleidooi voor rechtsstatelijk leiderschap gehouden. Ik noem de Raad van State, de Staatscommissie rechtsstaat en de Raad voor Cultuur. Hoe is het overigens mogelijk, zo vraag ik de premier tussendoor, dat kunst en cultuur, die Joop van den Ende "de ziel van de samenleving" noemt, geheel ontbraken in de troonrede?
Echt langdurig samenwerken is niet makkelijk. Het is wel uitdagend. Het vraagt om iets minder partijbelang en iets meer landsbelang. Mensen zitten daar echt op te wachten. Ik zie die bereidheid, of het begin daarvan, bij progressieven, christendemocraten en sociaalliberalen. Ik zie die nog wat minder bij conservatief-liberalen. Daar is nog huiswerk te doen. Misschien hebben we allemaal nog huiswerk te doen. Als we iets verder kijken dan naar vandaag of morgen, dan ben ik ervan overtuigd dat zij ook gebaat zijn bij deze manier van werken. Dat is ook omdat we weten dat elk alternatief zo veel slechter is en omdat we weten dat antidemocratische en giftige politieke stromingen altijd op de loer liggen om in het gat te springen van het failliet van het politieke midden.
Laat ons dat niet gebeuren. Laten we stoppen over samenwerking en leiderschap te praten. Laten we proberen te leveren als staatslieden, om het nog één keer met Van Uhm te zeggen, voor de huidige en de komende generatie, met elkaar en met respect voor elkaar. Mijn vader zou het toejuichen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Klip-Martin van de VVD.