T01828

Toezegging Begin 2014 informeren over evaluatie pilot "Kansloze aangiften" (33.309)



De minister van Veiligheid en Justitie zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van het lid Quik-Schuijt (SP) en het lid Strik (GroenLinks), toe de Kamer begin 2014 te informeren over de evaluatie van de pilot "Kansloze aangiften".   


Kerngegevens

Nummer T01828
Status voldaan
Datum toezegging 5 november 2013
Deadline 1 april 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Veiligheid en Justitie
Kamerleden mr. A.C. Quik-Schuijt (SP)
mr. dr. M.H.A. Strik (GroenLinks)
Commissie commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen bescherming
evaluatie
hulp
implementatie
kansloze aangiften
mensenhandel
pilots
richtlijnen
slachtoffers
Kamerstukken Implementatie richtlijn inzake voorkoming en bestrijding van mensenhandel en bescherming van de slachtoffers (33.309)


Uit de stukken

Handelingen I 2013-2014, nr. 6, item. 6- blz. 27-32

Blz. 29

Mevrouw  Quik-Schuijt (SP):

Ook zijn wij geïnteresseerd in de resultaten van de pilot "Kansloze aangiften B9". Deze pilot heeft tot doel om aangiften van mensenhandel met geen tot weinig opsporingsindicaties van vreemdelingen met een B9-vergunning sneller dan voorheen af te handelen. Ik weet dat het tegenwoordig een B8-vergunning heet, maar toen was het een B9-vergunning. Dit lijkt in tegenspraak met de bevindingen van het onderzoek van INTERVICT, dat juist ervoor pleit om meer tijd te nemen waardoor ook meer bruikbare opsporingsindicaties zouden kunnen worden gegenereerd. Graag krijg ik hier een reactie op.

Daarnaast doet de casus van de Soedanese asielzoekster – ook die is al genoemd – waarvoor de Nationale ombudsman aandacht vroeg in zijn nieuwsbrief vermoeden dat bij de politie en het Openbaar Ministerie beduchtheid voor misbruik van de toenmalige B9-regeling, thans B8-regeling, soms zwaarder weegt dan de vervolging van mensenhandel. Er was immers een klachtbehandeling nodig, zowel bij de politie als bij het Openbaar Ministerie, om de aangifte opgenomen te krijgen. Daarnaast werd het strafbare feit ten onrechte als huiselijk geweld omschreven, met het gevolg dat mevrouw geen aanspraak kon maken op een tijdelijke verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling. Ook het feit dat een WODC-onderzoek is gevraagd naar onder andere misbruik van die verblijfsregeling wijst in dezelfde richting. Dit onderzoek door Regioplan zou na de zomer afgerond worden. Graag zouden wij over de uitkomsten van de pilot "Kansloze aangiften" en over het WODC-onderzoek naar misbruik van de B9-regeling geïnformeerd worden.

Handelingen I 2013-2014, nr. 6, item. 8- blz. 44-53

Blz. 48

Minister Opstelten:

Hoe verhoudt de pilot kansloze aangiften zich tot de uitkomst van het rapport van INTERVICT? Ik zal het kort samenvatten. De pilot kansloze aangiften is op 1 september 2012 van start gegaan in de regio's Rotterdam-Rijnmond, Friesland, Groningen en Drenthe. Deze pilot loopt tot 1 januari 2014 en heeft tot doel om aangiften van mensenhandel met geen tot weinig opsporingsindicaties sneller dan voorheen af te handelen; dit alles uiteraard wel met behoud van de noodzakelijke zorgvuldigheid. Indien de mensenhandelzaak wordt geseponeerd, houden de betrokken vreemdelingen het recht om een aanvraag voor voortgezet verblijf te doen.

Ik verwijs ook naar het beschermingsregime van de nieuwe jeugdwet die nog bij u in behandeling is. Iedere gemeente zal voldoen aan de vereisten die de richtlijn stelt. In het gedecentraliseerde stelsel geven gemeenten inderdaad zelf vorm aan een beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Op grond van artikel 2.5, eerste lid van de voorgestelde jeugdwet hebben gemeenten de plicht te voorzien in een kwantitatief en kwalitatief toereikend aanbod. Het artikel schrijft voor dat gemeenten die ondersteuning, hulp en aanbod inkopen of contracteren die jeugdigen en ouders in die gemeenten nodig hebben. Die voorwaarde staat in de wet. Gemeenten moeten daaraan voldoen.

(...)

Blz. 51

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Zullen wij ook geïnformeerd worden over de evaluatie van de pilot inzake kansloze aangiften? Ik begrijp dat die pilot nog in de voltooiingsfase zit. Er zijn vergelijkende onderzoeken geweest, ook in andere landen, over de vraag hoe elders wordt omgegaan met misbruik van procedures. Het valt mij op dat dit onderwerp in andere landen niet zozeer aandacht krijgt of aan de orde is. Daar wordt dus geen misbruik geconstateerd. Ik hoop dat wij ons niet te veel concentreren op versnelling, in de hoop misbruik tegen te gaan, maar dat wij ons vooral concentreren op zorgvuldigheid. Ik hoop dat de nadruk zal blijven liggen op zorgvuldigheid.

(...)

Blz. 53

Minister Opstelten:

Ik heb tegen mevrouw Strik al gezegd dat de evaluatie begin volgend jaar komt.


Brondocumenten


Historie