T02618

Toezegging De Kamer schriftelijk informeren over het comparatieve voordeel van financiële dienstverleners om verscherpt cliëntenonderzoek te doen (34.808)



De Minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Sent (PvdA), toe een brief te sturen waarin hij ingaat op de vraag in hoeverre financiële dienstverleners toegerust zijn om zelf verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten en in hoeverre zij een comparatief voordeel hebben om deze onderzoeken uit te voeren.


Kerngegevens

Nummer T02618
Status voldaan
Datum toezegging 10 juli 2018
Deadline 1 oktober 2018
Verantwoordelijke(n) Minister van Financiën
Kamerleden Prof.dr. E.M. Sent (PvdA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen cliëntenonderzoek
comparatief voordeel
financiële dienstverlening
Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn
uitvoerbaarheid
Kamerstukken Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn (34.808)


Uit de stukken

Handelingen I, 2017-2018, nr. 37, item 3, blz. 3

Mevrouw Sent (PvdA):

(...) Zoals in de memorie van antwoord is aangegeven, moeten instellingen in alle gevallen waarin sprake is van een verhoogd risico op witwassen of het financieren van terrorisme verscherpt cliëntenonderzoek verrichten. Daartoe hebben de toezichthoudende autoriteiten in Nederland onder meer leidraden gepubliceerd, die na het in werking treden van het voorliggende wetsvoorstel zullen worden geactualiseerd. In hoeverre zijn financiële dienstverleners geëquipeerd om verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten, zo vraag ik de minister.

Handelingen I, 2017-2018, nr. 38, item 3, blz. 5, 7, 11, 13

Minister Hoekstra:

(...) Ik kan daarbij misschien ook nog een vraag meenemen van mevrouw Sent en de heer Knip, namelijk wie er binnen de bank beslist. Degene die beslist, is de bestuurder of degene een laag onder de bestuurder. Dat is een buitengewoon senior positie binnen de bank. In de praktijk zal dat als je naar een grote Nederlandse bank kijkt, bijvoorbeeld het hoofd particulier zijn. Dat is iemand die rapporteert aan de raad van bestuur en hij zal die dossiers ... Het lijkt een heel grote groep, maar het is niet zo dat er van die paar duizend mensen iedere maand bij elke bank tientallen voorbijkomen. Integendeel. Dus het aantal zal beperkt zijn en zij komen via dat bureau van die mevrouw of mijnheer.

Mevrouw Sent (PvdA):

De vraag die ik aan de minister heb, is in hoeverre banken het comparatieve voordeel hebben om dit soort beoordelingen uit te voeren.

Minister Hoekstra:

Dat is een goede vraag. Ik zou bijna een wedervraag willen stellen, want wie zou het anders moeten doen?

Mevrouw Sent (PvdA):

Het is heel vervelend, maar ik leg dit toch graag bij de minister neer om daarop te reflecteren.

Minister Hoekstra:

Laat ik dan antwoord geven op een van de andere vragen van mevrouw Sent waar ik nog op wil antwoorden. Zij vroeg namelijk ook naar de uitvoerbaarheid. (...) Over de uitvoerbaarheid durf ik veel stelliger te zijn, want de banken hebben jarenlang ervaring met een heel brede casuïstiek. Denk aan de ambassadeurs die ik net noemde. In dit debat zijn verder de politici uit allerlei landen opgevoerd die in Nederland een rekening kwamen openen. De banken zeggen ook dat zij daartoe uitstekend in staat zijn qua uitvoering.

(...)

Voorzitter. Mevrouw Sent vroeg of de financiële dienstverleners geëquipeerd zijn. Die vraag heb ik volgens mij grotendeels beantwoord. Het antwoord is ja. Natuurlijk ziet men daar ook dat de lasten toenemen, maar men is evident in staat tot uitvoering.

(...)

Mevrouw Sent (PvdA);

Voorzitter. Graag dank ik de minister voor de buitengewoon heldere antwoorden op de vragen die wij in eerste termijn hebben gesteld. Laat ik de drie punten uit die termijn bespreken. Ten eerste hebben wij gevraagd in hoeverre financiële dienstverleners geëquipeerd zijn om verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten. De minister meent dat dit uitvoerbaar is door financiële dienstverleners, maar kon geen antwoord geven op de vraag of banken hier het comparatieve voordeel hebben. Is de minister bereid om schriftelijk terug te komen met mogelijke antwoorden op de vraag waar dat verscherpte onderzoek het beste kan worden neergelegd?

(...)

Minister Hoekstra:

Mevrouw Sent dacht ik tevreden gesteld te hebben ten aanzien van de uitvoerbaarheid, maar zij wilde nog meer weten over het comparatieve voordeel. Zij vroeg aan mij of ik dat in een brief wil doen. Vanzelfsprekend wil ik haar dat toezeggen, waarbij ik echt wil markeren dat de uitvoerbaarheid geen probleem is, zeg ik overigens ook in de richting van mevrouw Vos.


Brondocumenten


Historie