T01174

Toezegging Evaluatie kleinebanenregeling en op nul stellen loonbelasting (32.128)



De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Essers, Biermans en Ten Hoeve toe dat de kleinebanenregeling niet tot extra uitvoeringsproblemen zal leiden. Medio volgend jaar zal de kleinebanenregeling en de vrijstelling van heffing van loonbelasting door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden geëvalueerd. De staatssecretaris van Financiën zal de minister van SZW verzoeken om de Kamer op de hoogte te stellen van de uitkomst van de evaluatie.


Kerngegevens

Nummer T01174
Status voldaan
Datum toezegging 22 december 2009
Deadline 1 juli 2012
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden mr. G.J.J. Biermans (VVD)
prof.dr. P.H.J. Essers (CDA)
drs. H. ten Hoeve (OSF)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen evaluatie
kleinebanenregeling
loonbelasting
Kamerstukken Belastingplan 2010 (32.128)


Uit de stukken

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 485

De heer Biermans (VVD): […] Bij de maatregelen rond het arbeids- en inkomensbeleid vallen de kleine banen op. Als daarmee 50.000 jongeren aan een baantje worden geholpen, is dat heel mooi. Wij nemen aan dat die regeling snel op de effectiviteit wordt geëvalueerd.

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 490

De heer Essers (CDA): [...] Toch ontvangen wij nogal wat klachten over de voorgestelde kleinebanenregeling die ertoe moet leiden dat de werkgevers- en werknemerslasten voor kleine banen voor jongeren worden verminderd. Deze zou in de praktijk tot de nodige uitvoeringsproblemen leiden. Deze manifesteren zich bijvoorbeeld wanneer een werknemer het ene loontijdvak wel en het andere loontijdvak niet onder deze regeling valt. Ook de werkkostenregeling blijkt vele praktische afbakeningsproblemen te veroorzaken. Wat is de visie van de staatssecretaris hierop?

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 494

De Heer Ten Hoeve (OSF): De vereenvoudiging is vooral te vinden in de kleinebanenregeling voor jongeren, in de werkkostenregeling en in de uniformering van het partnerbegrip. Bij heel kleine banen, zoals die bij nog studerende of startende jongeren veel voorkomen, is voor de schatkist en de sociale fonds in wezen maar weinig te halen. Vrijstelling van de premieheffing en van de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet lijkt dus aantrekkelijk. Het oorspronkelijke idee om ook de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen met ingang van 2011 achterwege te laten, leek ons ook aantrekkelijk. Ook al meldt de staatssecretaris uitdrukkelijk dat het hier gaat om een crisismaatregel tegen de jeugdwerkloosheid, ons lijkt het motief van vereenvoudiging hier net zo goed op zijn plaats, want ook die werkt natuurlijk gunstig uit voor de werkgelegenheid voor jongeren. De uitbreiding van de maatregel, die in het oorspronkelijke voorstel volgend jaar zou gaan gelden, mag wat ons betreft opnieuw in discussie gebracht worden. De vraag is alleen of realisatie in 2011 nog wel mogelijk is, nu er eerst nog een eventueel nieuw besluit over genomen moet worden. Daar hoor ik graag het commentaar van de staatssecretaris op. Want, is de staatssecretaris van plan met deze regeling verder te gaan of geeft hij het op? Voor de duidelijkheid, het is niet onze bedoeling om voor de betreffende jongeren de nu geldende verplichte collectieve verzekeringen om te zetten in een keuzeaanbod om vrijwillig deel te nemen. Nee, het is uitsluitend de bedoeling om overbodige, nauwelijks iets opleverende rompslomp te vermijden en deze categorie jongeren een extra concurrentievoordeel op de arbeidsmarkt te geven.

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 511

Staatssecretaris De Jager: Er is een aantal vragen gesteld over de kleinebanenregeling. De heer Leijnse vraagt zelfs of het niet beter was geweest om de hele regeling terug te nemen. De premievrijstelling voor werknemers met een kleine baan is opgenomen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid. We hadden ook nog een tweede, heel belangrijk doel, namelijk het fors verminderen van de administratieve lasten, zowel voor de burger als voor het bedrijfsleven, de inhoudingsplichtige. De burger, de jongere, moet nu vaak de ingehouden belasting via een Tj-biljet terugvragen. Het is een beetje het rondpompen van geld. Wij hadden het liefst dat circus kleiner gemaakt, maar dat kan pas per 1 januari 2011, omdat daarvoor een fundamentele wijziging van de wetgeving nodig is. Na de behandeling in de Tweede Kamer is ervoor gekozen om de regeling slechts voor één jaar in te voeren. Wij gaan een jaar ervaring hiermee opdoen. Wij gaan na hoe de regeling werkt. De Tweede Kamer is een evaluatie toegezegd. Indien gewenst, zal ook deze Kamer van de resultaten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik zou het erg mooi vinden als de regeling een positief resultaat blijkt te hebben.

Ik zeg tegen de heer Reuten dat ik niet verwacht dat de regeling zal leiden tot het opknippen van baantjes. Aan kleine baantjes zijn voor de werkgever ook nog allerlei andere kosten verbonden. Alleen het premievoordeel is over het algemeen niet zo groot dat men de extra kosten voor die baantjes voor lief neemt. Ik begrijp de vraag van de heer Reuten overigens heel goed. Wij zullen op dit punt de vinger aan de pols houden en dit meenemen in de evaluatie. Ik betwijfel echter dat dit massaal zal voorkomen. Maar goed, wij zullen bezien hoe de regeling volgend jaar werkt. Als de regeling positief blijkt te werken, dan kunnen wij de volgende stap van verlichting van de administratieve lasten zetten. De premievrijstelling voor kleine baantjes moet een impuls geven aan het verminderen van de jeugdwerkloosheid. Of en, zo ja, wanneer wij de volgende stap van verlichting van de administratieve lasten zetten, moet uit de evaluatie blijken. Ik zal ook deze Kamer daarvan op de hoogte houden.

De heer Essers vraagt of de regeling niet tot extra uitvoeringsproblemen leidt. De regeling is zo op de praktijk toegesneden dat zij eenvoudig kan worden uitgevoerd door de werkgever. Zij kan op eenvoudige wijze in het loonaangifteprogramma worden verwerkt. Met dat in ons achterhoofd hebben wij de regeling ook opgesteld. Er zijn twee grenzen: een simpele, objectieve leeftijdsgrens en een loongrens. Beide gegevens zijn opgenomen in de kleinebanentabel. De werkgever beoordeelt per loontijdvak of de kleinebanenregeling van toepassing is. Is dat het geval, dan geldt er een premievrijstelling. Is dat niet het geval, dan moeten er wel premies worden geheven. Het oordeel kan verschillen per loontijdvak. In de geautomatiseerde salarisverwerking behoeft dat geen problemen op te leveren.

De door de heren Ten Hoeve en Biermans gevraagde evaluatie kan ik dus toezeggen. Ik heb in de Tweede Kamer aangeven dat de regeling medio volgend jaar door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal worden geëvalueerd. Ik kan de minister van SZW verzoeken om ook deze Kamer op de hoogte te stellen van de uitkomst van de evaluatie.

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 519

De heer Ten Hoeve (OSF): Met de staatssecretaris zagen wij de kleinebanenregeling niet alleen als een crisismaatregel, maar ook als een vereenvoudiging die zo belangrijk is. Wij vinden het jammer dat slechts de helft kan worden ingevoerd, zodat van dat vereenvoudigingsaspect niet alles terechtkomt. Ik neem aan dat de evaluatie die in de loop van dit jaar plaats zal vinden, zich richt op het aspect van de crisismaatregel, dus op de vraag wat het bijdraagt aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Ik hoop echter dat de evaluatie zich ook richt op vereenvoudiging van procedures, ook al is dit nog niet helemaal te overzien, omdat nog maar de helft van de voorgenomen maatregelen is ingevoerd. Mijn vraag hierover is nog niet beantwoord. De vrijstelling van heffing van loonbelasting is voor komend jaar uitgesteld. Als wij eventueel tot de conclusie komen dat dit toch nuttig is, kunnen wij die maatregel dan per 1 januari 2011 invoeren of schuift dat dan nog een jaar op omdat de noodzakelijke voorbereidingen niet getroffen zijn?

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 522

Staatssecretaris De Jager: Verder vraagt de heer Ten Hoeve naar de evaluatie van het op nul stellen van de loonbelasting als dit per 2011 wordt ingevoerd. Medio 2010 zal door de minister van Sociale Zaken een en ander worden geëvalueerd. Afhankelijk van de conclusies wordt gekeken naar de vereenvoudiging. Als voor 1 juni 2010 tot het op nul stellen van de loonbelasting wordt besloten, kan dit nog op 1 januari 2011 in werking treden.


Brondocumenten


Historie