T01196

Toezegging Evaluatie werkprogramma Benelux (31.585)



De minister van Buitenlandse Zaken zegt de Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Eigeman (PVdA), dat hij bereid is om de al eerder aangekondigde evaluatie als zodanig in het Beneluxparlement te bespreken. Indien het parlement daarbij punten ter evaluatie wil aandragen, neem de minister die mee.


Kerngegevens

Nummer T01196
Status voldaan
Datum toezegging 2 februari 2010
Deadline 1 januari 2013
Verantwoordelijke(n) Minister van Buitenlandse Zaken
Kamerleden drs. J.H. Eigeman (PvdA)
Commissie commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)
commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen Benelux
evaluatie
werkprogramma
Kamerstukken Goedkeuring Verdrag tot herziening van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (31.585)


Uit de stukken

Handelingen I 2009-2010, nr. 17 – blz. 722

Minister Verhagen: “De twijfels over de meerwaarde van de Benelux, die ook doorklonken in het debat aan de overzijde en die ik hier nu bij de heer Peters proef, deel ik niet. Ik deel wel het sentiment dat je altijd kritisch moet kijken naar wat je hebt, naar de vraag of de Benelux meerwaarde heeft, ook voor de toekomst, en naar de vraag of die meerwaarde ook onder het nieuwe verdrag behouden blijft. Om die reden zijn wij genegen om binnen vier jaar een serieuze evaluatie te laten uitvoeren.”

(…)

“Ik heb beide zaken ook nader toegelicht in de brief van 25 januari jongstleden. Hiervan heb ik ook een afschrift gestuurd naar de Eerste Kamer. Deze brief gaat juist in op die twee elementen, op de financiën en de werkwijze van het Beneluxparlement. Tegelijkertijd heb ik toegezegd dat wij in 2012 de evaluatie van de Benelux als zodanig zullen starten. Deze zal met name gericht zijn op het werkprogramma.”

Handelingen I 2009-2010, nr. 17 – blz. 724

De heer Eigeman (PvdA): “Het is mijns inziens goed dat er met een wat grotere regelmaat wordt geëvalueerd dan in het verleden. Dit is uitstekend. Ik wil wel aandringen op een rol hierin voor het parlementaire samenwerkingsverband dat er is. Ik wijs er op dat in de aanloop tot de herziening van het verdrag en in de aanloop tot de herziening van de modernisering van de overeenkomst betreffende het Beneluxparlement of de Interparlementaire Beneluxraad, er ook door deze raad zelf is teruggekeken. Er is een uitgebreid onderzoek gedaan door een commissie onder leiding van voormalig collega Doesburg. Van dat onderzoek zijn nu elementen terug te vinden in de evaluatie. Daarbij gaat het over de werking van het hof en het merkenbureau. Het onderzoek daarnaar heb ik zelf mogen doen. Het gaat daarbij ook om de werking van het secretariaat-generaal en het Comité van Ministers. Dit parlement is dus wel degelijk hiervoor te benutten.”

Handelingen I 2009-2010, nr. 17 – blz. 726

Minister Verhagen: “De heer Eigeman vroeg in hoeverre het parlement een rol kan hebben bij de aangekondigde evaluatie van het werkprogramma van de Benelux. Ik ben van harte bereid om de evaluatie als zodanig in het Beneluxparlement te bespreken. Indien het parlement daarbij punten ter evaluatie wil aandragen, neem ik die graag mee.”


Brondocumenten


Historie