Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01121

Toezegging Flitsenregeling (31.876)



De minister van OCW zegt de Kamer toe met het Commissariaat voor de Media te overleggen of de flitsenregeling voldoende houvast biedt om het beperkte gebruik dat Kamer en regering voorstaan te realiseren. Als de conclusie van het overleg is dat dat niet zo is, dan zullen bij AMvB nadere regels worden gesteld.


Kerngegevens

Nummer T01121
Status voldaan
Datum toezegging 8 december 2009
Deadline 15 oktober 2010
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden prof.mr.drs. A.H.M. Dölle (CDA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschapsbeleid (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Mediawet
Kamerstukken Implementatie richtlijn Audiovisuele mediadiensten (31.876)


Uit de stukken

Handelingen I 2009-2010, nr. 12 – blz. 392

De heer Dölle:

[…]

Een tweede punt betreft de flitsen. Daar komt iets meer trechtervorming in. De minister zegt dat het bij flitsen – althans zo vertaal ik het – eigenlijk moet gaan om massasporten, sporten waar men de volgende dag over praat. Dat is niet basketbal, maar bijvoorbeeld wel voetbal. Bij wielrennen en schaatsen wordt het dubieus. Een tweede beperking is, zo hoor ik hem zeggen, dat het technisch niet mogelijk moet zijn om die wedstrijdbepalende

dimensie in 90 seconden bij de consument te brengen. Heb ik dat goed begrepen, dat het ook gaat om het criterium dat het technisch niet mogelijk is om de essentie van die bijzondere gebeurtenis – vier Nederlanders winnen een onderdeel van de Olympische spelen – naar de huiskamer te brengen, al zou dat best in 90 seconden kunnen? Waar zit hem dat in? Ik weet dat dit casuïstiek is, mijnheer Asscher. Wij moeten echter wel, omdat wij er anders gedonder over krijgen. Dat is althans vrij waarschijnlijk. De vraag betreft ook de nieuwswaarde: rellen hebben nieuwswaarde, gemiste strafschoppen weer niet. Ik geloof dat de minister het zelf ook zo aanvoelt, als ik zo vrij mag zijn. Daarom is de vraag of het niet beter is – ik weet overigens niet of dat mogelijk is – dat het commissariaat of de minister in een beleidsregel aangeeft wat zo’n beetje de grenzen zijn van dit in onze ogen gevaarlijke amendement uit de Tweede Kamer.

Blz. 394

Minister Plasterk: Voorzitter. Dank voor de opmerkingen, gemaakt in tweede termijn.

Ik wil allereerst het onderwerp van de flitsregeling aansnijden, want ik herken de zorg van de heer Dölle, de heer Asscher en anderen op het punt van die flitsregeling. Dat was voor mij overigens aanvankelijk ook de reden om in het wetsvoorstel überhaupt die flitsen te

beperken tot 90 seconden. Ik heb in eerste termijn al geprobeerd aan te geven dat het nadrukkelijk de bedoeling is om het hier te laten gaan om nieuwsflitsen en om te voorkomen dat men op het glijdende vlak komt naar het, onder het motto van nieuws, geleidelijk construeren van wat in feite een op sportamusement gerichte uitzending is. Laat ik hierover allereerst een paar inhoudelijke opmerkingen maken. Ik ben het met de heer Dölle eens dat het dus moet gaan om zaken die dusdanig nieuws zijn dat het inderdaad in een 90-secondenflits en eventueel bij uitzondering een 180-secondenflits gaat om zo groot nieuws dat men er in het land de volgende dag over praat. Dus dat beperkt het al tot een kleine categorie van sporten.

De heer Dölle vroeg of het technisch onmogelijk moet zijn om dit in 90 seconden uit te zenden. Dat heb ik niet gezegd en ik denk ook niet dat dat hanteerbaar is, want je kunt natuurlijk altijd heel korte momenten pakken, zoals het finishmoment of het moment dat de bal over de lijn gaat, waardoor het technisch wel zou kunnen. Ik denk dat het verstandig is om het zeer uitzonderlijke karakter daarvan te benadrukken. Ik denk dat het, ook gegeven de zorg die hier in de Kamer leeft, misschien toch verstandig is dat ik met het commissariaat bespreek of men denkt voldoende houvast te hebben om die restrictie die u en ik wensen, dus om het werkelijk tot uitzonderlijke gevallen te blijven beperken, ook in de praktijk te hanteren. Mocht het tot de conclusie komen dat een en ander te vaag is om dat te kunnen doen, dan moet daar een nadere invulling aan worden gegeven. Dat zal ik dan doen in de vorm van een AMvB. Die mogelijkheid wordt ook geboden met artikel 5.4, lid 7. Op die manier kunnen wij dat beperken.


Brondocumenten


Historie