T02995

Toezegging Hoofdlijnen uitvoeringswet (35.418)



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (ChristenUnie), toe haar voorafgaand aan de tweede lezing een brief toe te sturen over de hoofdlijnen van het voorstel voor de uitvoeringswet. De weging van de betrokken grondrechten wordt hierbij betrokken.


Kerngegevens

Nummer T02995
Status openstaand
Datum toezegging 6 oktober 2020
Deadline 1 juli 2021
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Mr. M.H. Bikker (ChristenUnie)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen kiescolleges
kiesrecht
Kamerstukken Door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer (35.418)


Uit de stukken

Handelingen I 2020-2021, nr. 4, item 8 - blz. 12

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Zoals gezegd, staat de fractie van de ChristenUnie positief tegenover de gedachte van het regeerakkoord, maar het advies van de Raad van State betekent huiswerk voor de minister. Ik zou heel graag de appreciatie van de minister horen en de vervolgroute die zij op dit punt in gedachten heeft. Want zonder heldere routekaart voor het vervolg van deze herziening worden het wetsvoorstel en de uitwerking ervan een ongewis avontuur. De uitwerkingswet moet wat betreft de fractie van de ChristenUnie dan ook klaarliggen bij de tweede lezing. Ik zie uit naar de beantwoording op dit punt.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 4, item 8 - blz. 22

Minister Ollongren: Mevrouw Bikker vroeg of het uitwerkingsvoorstel, dus de wijziging van de Kieswet, klaar kan zijn voordat de tweede lezing in de Tweede Kamer begint. Ik zei net bij interruptie eigenlijk al dat ik natuurlijk geen toezeggingen kan doen voor volgende coalities en kabinetten, maar ik denk wel dat het mogelijk zou moeten zijn om, voordat de tweede lezing aanvangt, de Kamer bijvoorbeeld bij brief te informeren over wat de hoofdlijnen van zo'n wetsvoorstel zouden kunnen zijn.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 4, item 8 - blz. 26

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik heb daarbij wel aangegeven wat voor mijn fractie belangrijk is bij de tweede lezing. Op dat punt zou ik de minister graag nog iets preciezer willen horen of eigenlijk gewoon een toezegging willen horen doen. Volgens mij kan dat helemaal geen kwaad en is dat niet over het graf heen regeren, maar een prachtige invulling van het ambt dat u hebt. Zoals u toezeggingen van uw voorgangers prachtig uitvoert, kan dat ook met grondwetsartikelen die wij hier behandelen en waar u toezeggingen over doet. Anders wordt het wel een heel ingewikkeld debat.

Wat ik de minister daarom zou willen vragen, ziet op de volgende punten. Eigenlijk gaat dat het allermeest om de uitvoeringswet waarover de heer Dittrich sprak en waarover eigenlijk alle collega's voor mij in verschillende toonaarden spraken. Voor mijn fractie is van belang dat in de weging van de verschillende grondrechten die hier aan de orde is en de staatsrechtelijke traditie, een hele zorgvuldige afweging wordt gemaakt, ook als we kiezen voor het maken van een uitzondering op de wijze van verkiezing van de Eerste Kamer, zoals die verder vanuit de Provinciale Staten gebruikelijk is. De minister heeft toegezegd om dat in een brief alvast te gaan verwoorden, maar wat wij betreft moet dat onderdeel zijn van de wetsgeschiedenis en gewoon van die uitvoeringswet zelf. Ik hecht daar zeer aan, omdat juist in die formele wet bepaald gaat worden hoe het grondwetsartikel waar we het vandaag in eerste lezing over hebben, eruit gaat zien. Daarom is dat voor mijn partij, voor de ChristenUniefractie, echt voorwaardelijk om die tweede lezing goed te kunnen doen. Ik moedig de minister dus aan om vrolijk in haar ambt te staan en daarin ook toezeggingen te durven doen die haar ambtsopvolger of zijzelf — je weet maar nooit — vervolgens in een nieuwe periode gestalte kan geven.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 4, item 8 - blz. 28

Minister Ollongren: Tot slot de andere opmerkingen van mevrouw Bikker. Zij steunt ook de procedurewijziging. Dat hoor ik natuurlijk heel graag en daar ben ik heel blij om. Ik heb al toezeggingen gedaan over hoe we bijvoorbeeld in die uitvoeringswet met de evenredige vertegenwoordiging zouden moeten omgaan. Dat heb ik in mijn eerste termijn al gezegd. De weging van de grondrechten, daar vroeg mevrouw Bikker volgens mij nadrukkelijk naar. Wat dat betreft zeg ik ook heel graag toe om dat daarbij te betrekken.


Brondocumenten


Historie

  • 6 oktober 2020
    toezegging gedaan