T04179

Toezegging Infomeren van slachtoffers over voorkeur voor zitting of strafbeschikking (36.327 / 36.636)



De staatssecretaris Rechtsbescherming zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Janssen (SP), Nicolaï (PvdD) en Schalk (SGP) toe, dat in de informatie aan slachtoffers wordt meegenomen dat zij in de slachtofferverklaring kunnen aangeven of zij een zitting of een strafbeschikking wenselijk vinden.


Kerngegevens

Nummer T04179
Status openstaand
Datum toezegging 10 februari 2026
Deadline 1 juli 2027
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Kamerleden mr. R.A. Janssen (SP)
prof. mr. P. Nicolaï (PvdD)
P. Schalk (SGP)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen informatievoorziening
openbaar ministerie
slachtoffers
strafbeschikkingen
Kamerstukken Tweede vaststellingswet Wetboek van Strafvordering (36.636)
Nieuw Wetboek van Strafvordering (36.327)


Uit de stukken

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

De heer Janssen (SP):

“(…) Als slachtoffers gewezen worden op de mogelijkheid om een schriftelijke slachtofferverklaring af te leggen, kunnen zij dan ook gewezen worden op het feit dat slachtoffers daarin kunnen aangeven of zij een strafbeschikking of een zitting wenselijk vinden, als onderdeel van het hen daarop wijzen?”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

Staatssecretaris Rutte:

“Het slachtoffer kan in de slachtofferverklaring natuurlijk alles opnemen wat het slachtoffer zou willen. Het slachtoffer zou ook kunnen aangeven dat het zijn voorkeur heeft dat de zaak ter zitting komt. De officier kan dan een afweging maken, tenzij het om zwaardere feiten gaat, want dan móét de officier de zaak ter zitting aanbrengen.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

De heer Janssen (SP):

“Waar het mij om gaat, is dat er ook op gewezen wordt. Uiteindelijk is het de afweging van de officier of hij dat wel of niet doet. Als het slachtoffer zegt dat graag te willen en de officier zegt "ik vind het toch te dun, dus ik doe het niet", dan volgt de weg naar beklag et cetera. Dat zou ik prima vinden. Maar het gaat mij erom dat als een slachtoffer geïnformeerd wordt — een slachtoffer moet duidelijk geïnformeerd worden over waar het recht op heeft — dat ook zou kunnen zijn: in uw slachtofferverklaring kunt u aangeven of u behoefte heeft aan een zitting of dat u de zaak zou willen laten afdoen met een strafbeschikking.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

Staatssecretaris Rutte:

“Ik kijk even naar rechts, maar ik denk dat ik wel kan toezeggen dat we dat in ieder geval meenemen. Dat wordt dus meegenomen in de informatie die naar het slachtoffer toe gaat.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

De heer Schalk (SGP):

“(…) De meeste mensen weten echt niet wat ze moeten vragen. De staatssecretaris heeft voldoende kennis over een slachtofferverklaring, maar voor een leek geldt dat echt niet. Die kan ook nog eens een keer erg gekwetst zijn in zijn gevoelens en is natuurlijk wel met iets anders bezig. De staatssecretaris doet de toezegging dat dit expliciet opgenomen wordt. Mijn vraag is of dit dan in de eerste aanvullingswet wordt meegenomen of in de tweede, want het moet blijkbaar nog ingebracht worden.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

Staatssecretaris Rutte:

“Dit soort zaken hoeven niet wettelijk geregeld worden, maar kunnen gewoon meegenomen worden in de procedures van het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie is een redelijk zelfstandige organisatie, die daar eigen richtlijnen voor maakt. Als het daarin opgenomen wordt, is het daarmee ook geregeld.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

De heer Schalk (SGP):

“Dit is onderdeel van de wetgeschiedenis en daardoor zegt u toe dat het Openbaar Ministerie dat standaard gaat doen, begrijp ik.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

Staatssecretaris Rutte:

“Dat lijkt mij wel, tenzij de minister nu helemaal in de vlekken schiet, maar dat is niet zo, denk ik. We gaan ervoor zorgen dat slachtoffers goed worden geïnformeerd over hoe en welke informatie zij kunnen aanleveren en wat daarin speelt.”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

De heer Nicolaï (PvdD):

“Misschien ben ik een beetje achterdochtig. Ik wil echt heel goed horen wat er gevraagd is. De vraag moet zijn: heeft u er bezwaar tegen als in deze zaak afdoening geschiedt via een beschikking? Die vraag moet gesteld worden. Het gaat niet om informeren. De betrokkene moet de vraag horen: heeft u er bezwaar tegen als we het met een beschikking afdoen?”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p.63.

Staatssecretaris Rutte:

“Het OM heeft de opdracht om het slachtoffer de mogelijkheid te bieden om een slachtofferverklaring in te leveren. Ik hoor de heer Nicolaï en ook de heer Schalk en de heer Janssen zeggen dat het OM daar wel actief in moet zijn en er de juiste vragen in moet stellen, zodat een slachtoffer weet wat hij daarin moet verklaren. Daar zou deze vraag een plek in kunnen hebben, maar ik wil niet letterlijk voorschrijven aan het OM hoe dat moet. Dat vind ik niet onze rol. Maar laat duidelijk zijn dat wij het juiste doen als het de bedoeling heeft dat het slachtoffer helder weet "met die slachtofferverklaring kan ik ook dit soort zaken aangeven.”


Brondocumenten


Historie

  • 10 februari 2026
    toezegging gedaan