T01684

Toezegging Landelijk toezicht op lokaal niveau (32.752)



De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Koole (PvdA), toe te overwegen of de landelijke commissie die toezicht houdt op de financiering van landelijke politieke partijen ook toezicht kan houden op de naleving van de nog vast te stellen wetgeving voor het lokale niveau.


Kerngegevens

Nummer T01684
Status voldaan
Datum toezegging 26 februari 2013
Deadline 1 januari 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden prof. dr. R.A. Koole (PvdA)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koningin (BZK/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen financiering
politieke partijen
toezicht
Kamerstukken Wet financiering politieke partijen (32.752)


Uit de stukken

Handelingen I 2012/2013, nr. 18, item 5, blz. 27

Minister Plasterk: Een ander onderdeel van de financiering van politieke partijen op lokaal niveau is het toezicht daarop. In het regeerakkoord is het voornemen opgenomen om daarvoor met een wet te komen. Ik wil dat voor het einde van dit jaar doen, zodat zij per januari 2015 kan ingaan. Dat is niet op tijd voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen, maar er komt ook redelijk veel bij kijken. Allereerst komt de vraag over het toezicht aan de orde. Zojuist hebben wij al geconstateerd dat dit ook landelijk geen simpele zaak is. Na veel hangen en wurgen is er gekozen voor een commissie van onafhankelijken die de minister adviseert. Als je dat op lokaal niveau ook zou moeten doen, is in de eerste plaats de vraag aan de orde wie in de plaats treedt van de minister die de commissie samenstelt en in de tweede plaats of het acceptabel is dat er dan ook beoordelingsverschillen ontstaan tussen verschillende gemeenten. Vanuit de logica van de gecentraliseerde eenheidsstaat zou er geen enkel bezwaar tegen zijn wanneer er in Amsterdam anders mee wordt omgegaan dan in Rotterdam, maar toch zou het rechtsgevoel van mensen naar mijn mening niet accepteren dat er een serieus andere weging ontstaat in de ene gemeente ten opzichte van de andere.

(...)

De heer Koole (PvdA): Ik heb er alle begrip voor dat het even duurt, maar ik hoor toch heel goed dat er geprobeerd wordt het voorstel voor het einde van 2013 in te dienen, zodat het inderdaad in het voorjaar van 2014 besproken kan worden.

Hier wreekt zich misschien toch dat in één wet twee zaken worden behandeld. De heer Holdijk wees daar al op, namelijk subsidie en transparantie en toezicht. Ik heb wellicht goed begrepen dat de minister ervoor pleit dat de subsidie door de subnationale overheid zelf moet worden verleend. De vraag is echter of dat ook voor het toezicht per se geldt. Je zou namelijk kunnen zeggen dat dit een andersoortige zaak is. De landelijke commissie die toezicht houdt, kan ook toezicht houden op de transparantievereisten op lokaal niveau. Zou de minister dat kunnen overwegen?

Minister Plasterk: Ik zeg toe dat te overwegen. Ik sta het hier nu te overwegen. Dat overwegende, denk ik wel dat de vraag die men stelt aan de drie te benoemen leden van zo'n commissie een heel andere wordt dan wanneer het lidmaatschap met zich zou brengen dat men toezicht moet houden op 408 gemeenten. Je moet dan wel even nadenken over het equiperen, het toerusten en het ondersteunen van zo'n commissie, maar goed, dat is allemaal te overwegen. Ik zeg dus toe, dat te overwegen.

(...)

Handelingen I 2012/2013, nr. 18, item 5, blz. 39

Minister Plasterk: Ik heb toegezegd te overwegen om, als wij het wetsvoorstel gaan invullen – dat is precies het punt dat ik net in reactie op de vragen van mevrouw Van Bijsterveld maakte – bijvoorbeeld na te gaan of het toezicht landelijk in plaats van lokaal geregeld zou kunnen worden. Daarover moet ik vervolgens natuurlijk weer overleg plegen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten et cetera. Ik zie zowel voor- als nadelen. Ik zeg toe dit te overwegen.


Brondocumenten


Historie