Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02272

Toezegging Lijst van maatregelen voor Tunesië in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid (34.166)



Algemene Europese Beschouwingen 8 maart 2016 - De Minister van Buitenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS) toe, de Kamer een lijst van maatregelen voor Tunesië vanuit Europa, en eventueel aanvullend vanuit Nederland, aan de Kamer te doen toekomen. 


Kerngegevens

Nummer T02272
Status voldaan
Datum toezegging 8 maart 2016
Deadline 1 januari 2017
Verantwoordelijke(n) Minister van Buitenlandse Zaken
Kamerleden Drs. M.J. van Rooijen (50PLUS)
Commissie commissie voor Europese Zaken (EUZA)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Algemene Europese Beschouwingen
Tunesië
Kamerstukken Staat van de Europese Unie 2015 en Voorzitterschapseditie voor het jaar 2016 (34.166)


Uit de stukken

Handelingen I 2015-2016, nr 22, item 10 - blz. 22

Minister Koenders: (...) Dan een kwestie van een heel andere orde, namelijk Tunesië. Je kunt als Europa tekortschieten in een heleboel zaken, maar het is mijn diepe overtuiging dat, ook al wordt dat al jaren gezegd, de versterking van het Europese gemeenschappelijke vredes- en veiligheidsbeleid, maar ook het defensiebeleid prioritair is. Nederland is daar historisch niet altijd voor geweest, maar gelukkig is dat in de loop van de jaren veranderd. Wij zijn er nu eerder de voorlopers van. We willen ook dat dit aan het eind van ons voorzitterschap, niet alleen op het terrein van veiligheid, maar ook op het terrein van defensie, in samenwerking met de NAVO-top in Warschau in juni, veel meer handen en voeten krijgt. Preventie blijft echter het meest belangrijk. Tunesië is eigenlijk het enige land waar tussen seculier en religieus, tussen democratisch en de hoop van de Arabische Lente, een beweging ten positieve valt te ontwaren, maar dat proces is wel in groot gevaar. Lees de kranten van vandaag maar over de aanvallen van IS in het zuiden van Tunesië. Dat is buitengewoon ernstig. Vorige week was de Tunesische premier hier op bezoek. We hebben ook als voorzitter naar die kwestie gekeken, maar af en toe gaat het gewoon te traag. Dan wordt gezegd dat men het land gaat helpen, maar hoe lang duurt dat? Het probleem doet zich nu voor. Het gaat dan over zaken als handelspreferenties en economische maatregelen, maar ook over samenwerking op het terrein van grensbewaking, terreurbestrijding en deradicalisering. Het moeilijkste besluit dat ik in tijden heb genomen — gek genoeg lijkt het heel simpel — was het reisadvies voor Tunesië. We hebben dat negatief gemaakt, vanwege de veiligheidssituatie. Het kon niet anders, omdat wij een verantwoordelijkheid hebben voor de Nederlandse burgers, maar het betekent wel dat, omdat andere landen dat ook doen, een hele sector met heel veel mensen weg is. Vervolgens leidt het tot werkloosheid.

We doen daar een aantal zaken. We gaven in 2015 financiële steun. Er is ook sprake van een aantal projecten. Ik kan de Kamer daar eventueel ook schriftelijk over informeren. We geven ook macrofinanciële steun. De Europese Investeringsbank heeft 500 miljoen verstrekt voor projecten, gericht op investeringen. Er kan nog meer gebeuren aan de handel, maar soms is het ook het trainen van mensen. Dat klinkt  misschien gek, want het gaat uiteraard om belangen, maar de onderhandelingen over handel zijn heel ingewikkeld geworden. De Tunesiërs worden hierop in Nederland getraind.

Ten slotte nog iets over onderzoek en innovatie. De Europese Unie heeft Tunesië een voorrangsregeling gegeven als het gaat om Horizon 2020. Dat lijkt mij een goed element om te komen tot een betere preventie, maar het kan beter.

Handelingen I 2015-2016, nr 22, item 10 - blz. 33

De heer Van Rooijen (50PLUS): Is de minister bereid om een lijst van maatregelen voor Tunesië vanuit Europa, en eventueel aanvullend vanuit Nederland, aan de Kamer te doen toekomen? Hij zei dat hij daar al over dacht en dat was eigenlijk een hint. Een tweede korte vraag is of hij toch nog iets wil zeggen over Libië en de bedreiging die dat land niet alleen voor Tunesië is, maar voor heel Europa.

Minister Koenders: Wat betreft het eerste: daar ben ik zeer toe bereid. Dat zullen we doen. (...)


Brondocumenten


Historie