Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01770

Toezegging Onderzoek maatschappelijke gevolgen gezinnen (33.525)



De minister van SZW zegt de Kamer, naar aanleiding van de door het lid Ester ingediende motie, toe de maatschappelijke effecten van de bezuinigingen voor gezinnen met kinderen te laten onderzoeken en de uitkomsten van dit onderzoek te betrekken bij het nog in te dienen wetsvoorstel over de hervorming van de kindregelingen.


Kerngegevens

Nummer T01770
Status voldaan
Datum toezegging 25 juni 2013
Deadline 1 januari 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden Dr. P. Ester (ChristenUnie)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen bezuinigingen
gezinnen
kindregelingen
onderzoek
Kamerstukken Niet indexeren basiskinderbijslagbedrag per 1 juli 2013 (33.525)


Uit de stukken

Handelingen I 2012-2013, nr. 32-10- blz. 43

Minister Asscher:

De ChristenUnie vroeg naar de maatschappelijke effecten en hoe we die in kaart zouden kunnen brengen. Dat is ook in het debat in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Ook daar heb ik aangegeven dat we zullen zorgen voor het in kaart brengen van niet alleen de inkomenseffecten, maar ook de maatschappelijke effecten van de veranderingen in de kindregelingen, zo goed en zo kwaad als dat gaat. We zullen andere partijen erbij betrekken om deze zaken goed in beeld te brengen. Ik hoop bij dit wetsvoorstel dus een wat rijker beeld te kunnen schetsen dan uitsluitend de berekening van inkomenseffecten. Zo zie je wat meer van de maatschappelijke effecten van deze – toegegeven – ingrijpende wijzigingen.

De heer Ester (ChristenUnie):

Ik zou u toch naar een wat preciezer antwoord willen geleiden. Ik heb ook gelezen wat u daarover gezegd heeft in de Tweede Kamer. Mijn fractie vraagt heel simpel of u bereid bent om het planbureau te vragen om de maatschappelijke effecten integraal in beeld te brengen. Terecht zegt u dat het niet alleen gaat om de financiële aspecten maar ook om de maatschappelijke effecten, die juist te maken hebben met participatie zoals deelnemen aan de samenleving, deelname aan sportverenigingen, vrijetijdsbesteding et cetera. Veel ingewikkelder is de vraag eigenlijk niet. Ik ken ook de studies van het SCP, maar die geven niet dat integrale beeld waarover ik het eigenlijk heb.

Minister Asscher:

Mijn antwoord was ook niet veel ingewikkelder. Ik heb aangegeven aan de overkant dat ik bereid ben om dat soort effecten mee te laten wegen en zo veel mogelijk in beeld te brengen bij het wetsvoorstel. Volgens mij is dat een antwoord. Wie ik daarvoor vraag, lijkt mij ook voor de heer Ester van ondergeschikt belang. Het gaat erom dat we een poging doen om die maatschappelijke effecten in beeld te brengen, met alle mitsen en maren die daarbij horen. Dat heb ik toegezegd en dat zeg ik hier opnieuw.

Handelingen I 2012-2013, nr. 32-10- blz. 44

De heer Ester (ChristenUnie):

Mijn fractie vond het antwoord op ons verzoek om een integraal beeld van vooral de maatschappelijke gevolgen van bezuinigingen en de stapeleffecten ervan voor gezinnen in ons land toch wat onbevredigend. Om deze reden dien ik een motie in.

Handelingen I 2012-2013, nr. 32-10- blz. 46-47

Minister Asscher:

Ik betreur het feit dat de heer Ester op dit moment niet kan meedoen in deze regeling, maar ik denk dat wij misschien het begin hebben gemaakt van een toenadering aan de hand van de filosofie voor het geheel. Daarbij moet inkomensondersteuning wat mij betreft zeker daar komen waar zij het hardst nodig is. Dat vind ik ook een bijkans principieel uitgangspunt van inkomensondersteuning. Op de motie die is ingediend, kan ik positief reageren

Minister Asscher:

Ik beschouw de motie als een codificatie van de toezegging die ik zonet aan de heer Ester heb gedaan in het interruptiedebat. Daarbij was begrepen dat ik de uitkomst van het onderzoek wil betrekken bij het wetsvoorstel en de behandeling daarvan. Ik ben voornemens om het wetsvoorstel in het najaar eerst aan de Tweede Kamer en vervolgens aan de Eerste Kamer toe te zenden. Dat geeft ook de tijdsplanning weer. Ik kan het nu niet verder preciseren omdat ik niet exact weet wanneer het wetsvoorstel rijp is om bij de Tweede Kamer in te dienen en omdat ik niet exact weet wanneer dat onderzoek gereed is. Het is de bedoeling om dat onderzoek bij de behandeling te betrekken. Zo heb ik de motie van de heer Ester begrepen.


Brondocumenten


Historie