T02523

Toezegging Studie aanbieden over benutten van investeringsruimte in de begroting (34.775/34.700)



De Minister van Financiën zegt de Kamer, mede naar aanleiding van vragen van het lid Van Rij (CDA), toe nadere studie te verrichten naar de opties die de Raad van State heeft geschetst inzake het omgaan met investeringsruimte in de begroting en de Kamer te zullen informeren over de uitkomsten van deze studie.


Kerngegevens

Nummer T02523
Status voldaan
Datum toezegging 12 december 2017
Deadline 1 juli 2018
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden mr. M.L.A. van Rij (CDA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen begrotingsbeleid
investeringsruimte
Raad van State
Kamerstukken Miljoenennota 2018 (34.775)
Kabinetsformatie 2017 (34.700)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 12, item 7 -  blz. 68

De heer Van Rij (CDA):

Ik had nog een klein punt, waar ik en ook anderen naar hadden gevraagd en dat betrof eigenlijk het advies van de Raad van State. De minister is wel ingegaan op de Raad van State: dat heeft toch te maken met het houdbaarheidssaldo en met het feit dat, als het even tegenzit, er bijgestuurd zal moeten worden. Maar de Raad van State heeft ook een aantal hele concrete suggesties gedaan. Daar is hij niet op ingegaan. Wellicht dat hij dat in tweede termijn toch nog kort wil doen. Dat betreft dan met name hoe hij omgaat met de investeringsruimte die er nu in de begroting zit. Er zijn eigenlijk drie technieken door de Raad van State daarvoor aangegeven: een voorlopige investeringsreserve, een begrotingsreserve of een enveloppe. Hij zal daar ongetwijfeld over nagedacht hebben.

Handelingen I 2017-2018, nr. 12, item 7 -  blz. 77

Minister Hoekstra:

Dan de vraag over de buffers en de Raad van State. Volgens mij schaart de heer Van Rij zich helemaal achter het punt dat de heren De Grave, Rinnooy Kan en Ester en vele anderen hebben gemaakt over prudent beleid en zuinigheid, als ik het zo mag noemen. Hij gaf in overweging om nog eens te studeren op de drie opties die de Raad van State biedt. Dat ga ik doen. Ik heb daar in mijn optiek net nog wat meer tijd voor omdat er geen mogelijkheid meer is om dat op zo korte termijn al in de praktijk te brengen. Ik stel dus voor dat ik daar verder op studeer en de heer Van Rij en anderen op enig moment deelgenoot maak van het resultaat van die studie.


Brondocumenten


Historie