Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T00661

Toezegging Taakopdracht commissie-Nijpels (30862 - 30867)



De minister van LNV zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van verschillende woordvoerders, toe dat de commissie-Nijpels carte blanche krijgt bij het onderzoeken van alternatieven (binnen de door de Vogel- en Habitatrichtlijn geboden kaders) voor de ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder. De commissie-Nijpels zal worden verzocht de samenleving tot 1 augustus 2008 de tijd te geven om reacties in te dienen, om vervolgens voor 1 november 2008 advies uit te brengen.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2007-2008, nr. 36 – pag. 1508

Minister Verburg: (…) Verschillenden van u hebben gevraagd hoe ruim de opdracht is. Ik heb er bewust voor gekozen daar geen nieuwe grenzen voor te trekken. Ik heb de heer Nijpels alleen nog maar gebeld, zonder hem een nieuwe opdracht te geven. Ik heb hem gevraagd of hij met zijn commissie kans zag een ruimer zoekgebied te aanvaarden en te kijken welke alternatieven er zouden kunnen zijn. Ik kan vanavond niet vooruitlopen op de uitkomsten daarvan en dat wil ik ook niet. Ik ga na de afronding van dit debat in de Kamer natuurlijk bellen met de heer Nijpels. Ik zal hem ook schriftelijk op de hoogte brengen. Op voorhand heeft de heer Nijpels echter gezegd dat hij graag wil kijken waar nog extra  ruimte is, waarbij hij alle middelen wilde benutten. Ik geloof dat het nog op de dag was dat ik hem belde, dat er op elke Zeeuwse deurmat een brief viel van de commissie-Nijpels met de vraag: hebt u alternatieven, ideeën of suggesties? Kom er dan mee!

De heer Slager (SP): Mag ik hieruit concluderen dat u hem carte blanche geeft en dat hij zoveel als hij wil mag zoeken? Of krijgt hij nog een beperking?

Minister Verburg: Ik zal maar zeggen dat hij carte blanche heeft.

De heer Slager (SP): Mag bijvoorbeeld het Haringvliet er dus ook bij betrokken worden?

Minister Verburg: Zijn ruimte wordt wel bepaald door datgene wat wij hebben afgesproken aan herstel en wat wij ook verplicht zijn in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn in de richting van Brussel. Wij hebben afspraken gemaakt. Als er alternatieven zijn die hetzelfde resultaat opleveren, zijn die zeer welkom.

(…)

Pag. 1514

De heer Ten Hoeve (OSF): (…) Mijn tweede vraag betreft de sluitingsdatum voor alternatieven. De commissie-Nijpels heeft voor zover ik weet in het algemeen aan het publiek gemeld dat tot 1 juli alternatieven aangedragen kunnen worden. Zou het niet verstandig zijn om die termijn op te rekken en het publiek langer die gelegenheid te geven nu het zoekgebied is vergroot? Misschien interpreteer ik de minister echter wel juist, als ik nu zeg dat het helemaal niet gaat om uitbreiding van het zoekgebied en er dus ook geen reden zal zijn om die termijn op te rekken. Zie ik dat goed?

Minister Verburg: Daar interpreteert de heer Ten Hoeve mij absoluut niet goed. Ik heb de commissie-Nijpels gevraagd om mij voor 1 november te adviseren, omdat er natuurlijk de nodige spanning staat op dit proces. Nu is de zoekopdracht uitgebreid. Ik wil wel aan de heer Nijpels vragen of hij bereid is er nog een maandje aan toe te voegen. De heer Ten Hoeve moet er echter ook begrip voor hebben dat als er alternatieven of voorstellen komen, deze ook nog gewogen moeten worden en dat er in november een zorgvuldig voorstel moet liggen. Ik ben bereid te vragen of de heer Nijpels de mogelijkheid om met voorstellen te komen wil verlengen tot 1 augustus, op voorwaarde dat dit hem niet belemmert om per 1 november zijn advies uit te brengen. Op dat advies zijn namelijk aller ogen gericht. Het moet dus wel mogelijk zijn. Het gaat mij om de mogelijkheden en de kansen. Zo kent de heer Ten Hoeve mij ook, als hij mij enigszins gadeslaat in dit geheel.


Brondocumenten


Historie