T01178

Toezegging Toetsingskader tipgevers belastingdienst (32.128)



De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Essers, toe de Kamer een brief te sturen waarin het voorgestane beleid inzake tipgelden zal worden vastgelegd.


Kerngegevens

Nummer T01178
Status voldaan
Datum toezegging 22 december 2009
Deadline 1 juli 2010
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden prof.dr. P.H.J. Essers (CDA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Belastingdienst
tipgevers
toetsingskader
Kamerstukken Belastingplan 2010 (32.128)


Uit de stukken

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz.490

De heer Essers (CDA): Een ander aspect van de crisis is de versterkte aandacht voor de aanpak van zwart geld en belastingparadijzen. Op dat terrein is het afgelopen jaar meer vooruitgang geboekt dan in de twintig jaren daarvoor. Dat bleek ook uit de dit jaar door de commissie voor Financiën in deze Kamer georganiseerde spraakmakende conferentie over Tax Justice. De staatssecretaris heeft inmiddels meer dan 1 mld. aan zwart geld gelokaliseerd dankzij de inkeerregeling. Dat verdient alle lof. Maar deze jacht op zwart geld heeft ook een keerzijde. De overheid moet zich niet zodanig laten meesleuren in de strijd tegen zwart geld dat daarbij methoden worden gebruikt die in strijd kunnen komen met de integriteit en waardigheid van de overheid. Naar de mening van de leden van de CDA-fractie dreigt dit te gebeuren als de overheid tipgevers gaat belonen naar rato van de opbrengst die deze tips voor de Schatkist opleveren. Wij stemmen dan ook in met het in de memorie van antwoord gegeven antwoord op de door de CDA-fractie gestelde vraag dat naar de mening van de staatssecretaris het belonen van fiscale premiejagers op de wijze zoals dat in de Verenigde Staten plaatsvindt, in onze rechtscultuur geen structurele plaats dient te krijgen. Aan de andere kant wenst de staatssecretaris echter wel het in de toekomst toekennen van tipgelden te beschouwen als een discretionaire bevoegdheid van de Belastingdienst, zodat de Belastingdienst ervaring kan opdoen om interne richtlijnen te ontwikkelen. Naar de mening van de CDA-fractie dient eerst ten principale de vraag te worden beantwoord of en zo ja in hoeverre het belonen van tipgevers – anders dan schadeloosstellingen – wel past binnen de overheidstaak. Deze vraag dient met grote zorgvuldigheid te worden beantwoord. Het zonder de aanwezigheid van een toetskader uitvoeren van experimenten op dit vlak lijkt de CDA-fractie niet de juiste weg. Graag vernemen wij de mening van de staatssecretaris hieromtrent. Aan welk toetskader denkt hij in dit verband? Hoe wenst de staatssecretaris de discussie over dit onderwerp met het parlement vorm te geven?

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 514

Staatssecretaris De Jager: De heer Essers vraagt naar het toetsingskader voor tipgevers. Het betalen van tipgelden behoort al jaren tot het instrumentarium waarvan de overheid zich bedient bij het opsporen van misdrijven, maar ook van belastingontduiking. De fiscale tipgeldregeling bestaat sinds 1985, de justitiële tip- en toongeldregeling bestaat nog veel langer. Het belonen van tipgevers, mits zorgvuldig en terughoudend toegepast, past binnen de overheidstaak, zoals al vele jaren het uitgangspunt is. Ik ben het dan ook eens met de heer Essers dat het uitvoeren van experimenten zonder toetsingskader ongewenst is. Daar is echter ook geen sprake van, want in de Tweede Kamer heb ik toegezegd dat het door mij voorgestane beleid inzake tipgelden in een brief zal worden vastgelegd. Ik spreek dan over een toetsingskader en nog niet over het beleid dat wellicht ooit zal worden vastgesteld. De brief zal in januari aan de Tweede Kamer worden toegezonden. Ik zeg hierbij toe ook een brief met dezelfde inhoud aan deze Kamer te zullen sturen.

Handelingen I 2009-2010, nr. 14 – blz. 517

De heer Essers (CDA): Ook op de vraag over het toetsingskader van de tipgelden is een uitgebreid antwoord gegeven, dat veel verder gaat dan de memorie van antwoord. Daarin staat dat het kabinet het toetsingskader wil beperken tot het discretionaire kader van de Belastingdienst. Ik denk dat de toetsankers integriteit, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid goed als toetsingskader kunnen functioneren. Uiteraard wachten we af hoe hieraan precies invulling wordt gegeven in de brief die in januari wordt gestuurd. Wat ik er vandaag van de staatssecretaris over gehoord heb biedt wel vertrouwen. Maar het blijft materie waar we uitermate voorzichtig mee moeten zijn. Burgers kunnen geld gaan vragen voor iets wat ook als normale burgerplicht kan worden gezien. Een schadeloosstelling vind ik een andere zaak. Als iemand in de problemen komt doordat hij bepaalde informatie geeft en doordat hij moet onderduiken of wat dan ook, moet de staat voor hem opkomen. Maar als er een marktverhouding ontstaat waarbij voor waardevolle informatie een beloning gevraagd wordt, moet je heel voorzichtig zijn. De staatssecretaris heeft hierop echter zelf ook de nadruk gelegd.


Brondocumenten


Historie