Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02816

Toezegging Verduidelijking opnemen over informatieplicht college van B&W aan gemeenteraad (35.334)



De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Koole (PvdA) en Nicolaï (PvdD), toe te verduidelijken dat het college van B&W de gemeenteraad in ieder geval in kennis moet stellen wanneer het besluit om de verkorte voorbereidingsprocedure te doorlopen die moet worden gevolgd voor het nemen van besluiten tot vaststelling van een gebiedsspecifiek toetsingskader voor het toepassen van grond of baggerspecie die is verontreinigd met PFAS, en dat er dan nog een week zit tussen het moment dat de gemeenteraad daarvan in kennis wordt gesteld en het moment waarop de nota ingaat. Dit geldt ook voor waterschappen. Tevens zal een openbare kennisgevingsverplichting gekoppeld worden aan het voornemen om te besluiten de verkorte voorbereidingsprocedure te doorlopen.


Kerngegevens

Nummer T02816
Status voldaan
Datum toezegging 3 december 2019
Deadline 1 januari 2020
Verantwoordelijke(n) Minister voor Milieu en Wonen
Kamerleden Prof.dr. R.A. Koole (PvdA)
Prof.mr. P. Nicolaï (PvdD)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
Soort activiteit Mondeling overleg
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen College van B&W
gemeenteraad
informatieplicht
PFAS
Kamerstukken Problematiek rondom stikstof en PFAS (35.334)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2019/20, 35 334, I, blz. 7-15

De heer Nicolaï (PvdD): Wat u zegt over die tussenstap, begrijp ik niet. U zegt namelijk zelf dat er overleg moet zijn. Dat is toch ook een tussenstap? Of gaat u ervan uit dat B en W een dag nadat er ja is gezegd tegen het besluit en het besluit van kracht is geworden, een besluit kan nemen zonder daarbij de raad te betrekken? Dat mag ook, hoor, maar dat wil ik dan wel graag weten. (…)

Minister Van Veldhoven: Dat kan inderdaad op basis van de procedure. Maar zoals ik net ook al aangaf, lijkt het me wel heel erg logisch dat ze daar de raad over informeren. Het lijkt me ook heel logisch dat ik, ook naar aanleiding van het overleg hier en het punt dat u heeft gemaakt, bij de VNG echt onder de aandacht breng dat dat in ieder geval zou moeten worden gedaan om te voorkomen dat iemand later verrast wordt door het feit dat die procedure is gebruikt. Elk raadslid kan dan natuurlijk zeggen: ho, we willen hier toch een debat over, want daar hebben wij behoefte aan. Maar wij bepalen dan dus niet van tevoren dat die behoefte aan een debat er is. Maar het lijkt me dus wel logisch dat ze de raad daarover informeren.

De heer Nicolaï (PvdD): Voorzitter, mag ik? Dan krijg je dus de situatie dat B en W het zo meteen zo gaan doen en dat er daarna een discussie komt. Hoe helder is dat? Vervolgens wordt er dan dus gezegd: we hadden eigenlijk liever gezien dat u daarover eerst met ons had overlegd, enzovoort, enzovoort.

Minister Van Veldhoven: Het is natuurlijk aan de raad om aan te geven of hij wil dat B en W geen onomkeerbare stappen nemen, totdat het debat heeft plaatsgevonden. Nogmaals, dat is dan aan de raad zelf. De AMvB biedt B en W inderdaad de mogelijkheid om het per direct te doen. Ik vind het heel erg logisch dat ze de raad daarover informeert. De raad kan dan altijd zelf een besluit nemen. Wat vinden wij, ook gezien de situatie die er nu ligt en ook gezien de situatie zoals wij die economisch inschatten voor onze bedrijven? Vinden wij de onderbouwing wel reëel?

De heer Koole (PvdA): Toch even over dit punt. Het college zal de raad zeker informeren. Ik ga er althans van uit dat een college dat doet. Maar er staat in de regeling dat er in onderling overleg kan worden besloten dat het college die bevoegdheid krijgt. Over dat onderlinge overleg probeer ik nu duidelijkheid te krijgen. Het hoeft dus niet via een formeel raadsbesluit te gaan. Je hebt dan de raad geïnformeerd en de raad komt desnoods de volgende dag bijeen. Wij worden ook weleens gevraagd desnoods in de nacht, zoals afgelopen woensdag, inbreng voor vragen te leveren en je mag van zo’n raad dus ook wel wat vragen! Als de raad dan de volgende dag bijeenkomt, kan de raad tegen het college zeggen: u heeft ons vooraf geïnformeerd en u heeft volgens deze regeling inderdaad de bevoegdheid om dat te doen. Maar als dat nou niet plaatsvindt – het college informeert wel, maar er komt geen overleg, want het college praat alleen maar met de fractievoorzitters van de coalitiepartijen – dan gaat er toch iets mis met die lokale democratie? Dan is niet de hele raad geïnformeerd en hebben de oppositiepartijen niet eens een vraag kunnen stellen aan de hand van de informatie die ze krijgen van het college. Wie nemen er deel aan dat overleg? Je kunt niet alleen maar zeggen «het college kan dat doen en die informeert dan», want er moet iets zijn van een tweezijdige relatie. Wie nemen er dan aan dat tweezijdige overleg deel?

Minister Van Veldhoven: We opereren hier op een lijn, waarbij er aan de ene kant hele uitgebreide procedures zijn met heel veel waarborgen die veel tijd kosten en aan de andere kant kortere procedures met ook minder waarborgen op alle punten die u noemt. Wij hebben dit voorstel gedaan, omdat we door alle metingen die er zijn gedaan, zien dat er situaties zijn waarin de Bodemkwaliteitskaart nog niet is aangepast. Daardoor staan er nu bedrijven op omvallen en moeten bedrijven mensen ontslaan, ook al zijn er geen risico’s voor mens en milieu. De urgentie van de situatie maakt dit een bijzondere casus. Alle argumenten en punten die u noemt, zijn heel reëel, maar we zitten wel in een unieke crisissituatie. Dat is de reden waarom we voorstellen om een net iets andere afweging te maken. Blijft staan dat het natuurlijk een afweging is van de gemeenten, ook in het normale verkeer tussen burgemeester en wethouders en de raad, hoe ze hiermee op een nette manier kunnen omgaan. Ook B en W zal natuurlijk gewoon echt moeten beargumenteren waarom ze dat zo hebben gedaan in de context van die situatie.

De heer Koole (PvdA): B en W kunnen toch niet, aangezien er onderling overleg is, eenzijdig besluiten om het zo te doen? Wat is dan het onderlinge overleg?

Minister Van Veldhoven: B en W zullen zich natuurlijk altijd moeten verantwoorden voor het feit dat ze besloten hebben om deze...

De voorzitter: Ik hoor wat rumoer, maar ik stel toch voor dat de Minister nu eerst haar beantwoording afmaakt en dat we daarna nog even een tweede termijn doen. Het is wat onrustig om de Minister van drie kanten tegelijk te interrumperen.

Minister Van Veldhoven: Ik hoor dat dit punt voor u nog een openstaand vraagpunt is. Misschien moeten we daar inderdaad in tweede termijn nog even op terugkomen. (…)

Minister Van Veldhoven: (…) Ik wil graag dat we zo snel mogelijk ruimte bieden als op basis van metingen duidelijk is dat er geen gevaar is voor mens en milieu. Ik wil daarom eigenlijk het volgende voorstellen. Als wij nu in de verduidelijking opnemen dat B en W de raad in ieder geval in kennis moeten stellen wanneer B en W besluiten om het via de korte procedure te doen en dat er dan nog een week zit tussen het moment dat de raad daarvan in kennis wordt gesteld en het moment waarop de nota ingaat. Dan hebben we nog steeds een grote versnelling ten opzichte van de huidige procedure, maar zorgen we er ook voor dat niemand verrast kan worden door een kaart die al is ingegaan, voordat er gelegenheid was voor de raad om daar een debat over aan te vragen. Eventueel kan de raad dan vragen om te wachten met onomkeerbare stappen totdat dat debat er is geweest. Ik denk dat we daarmee daar waar het kan de ruimte kunnen benutten, zonder dat we eraan voorbijgaan dat er misschien situaties zijn waarin de raad zegt: nee, we willen hier toch een debat met u over. Dat kan dus ook als de raad wil bespreken hoever de mandatering gaat. Al die mogelijkheden kunnen dan in die week worden besproken. Ik zeg u graag toe dat ik dat punt wil meenemen. (…)

Mevrouw Moonen (D66): Ja, dat is een vraag die daar direct mee te maken heeft. De Minister doet nu een toezegging over die extra week. Dat gaat over B en W en de gemeenteraad, maar geldt dat ook voor de relatie tussen het dagelijks bestuur van de waterschappen en het algemeen bestuur van de waterschappen? Dat lijkt me ongewenst, want incongruent, hè.

Minister Van Veldhoven: Absoluut, zeker. Het lijkt me heel logisch dat dat overal geldt, want het moet inderdaad congruent zijn. (…)

De heer Nicolaï (PvdD): (…) Mijn enige vraag is dan nog: ik ben zo benieuwd hoe burgers daar dan kennis van nemen. De afdeling 3.4 Awb regelt dat het allemaal moet worden gepubliceerd en dat iedereen er dus kennis van kan nemen. Nu lijkt het even alsof B en W het alleen maar aan de raad meedelen. Zou je niet ook kunnen zeggen dat B en W dan ook verplicht worden om dat algemeen bekend te maken? Dan kan iedereen bij wijze van spreken nog zijn raadsleden bewerken. Iedereen heeft er dan kennis van kunnen nemen en weet dan wanneer het... In kleine gemeentes zal dat zeker spelen. Iedereen weet dan dat het besluit eraan komt en kan dan dus alert zijn dat op dat moment maatregelen genomen moeten worden. (…)

Minister Van Veldhoven: (…) Ik vind het inderdaad heel logisch om daaraan ook de kennisgeving te koppelen, zodat inderdaad niet alleen maar een paar mensen ermee bekend zijn. Het wordt dan gewoon aan iedereen bekendgemaakt en dat vind ik een nuttige stap. Dat kunnen we zeker doen.


Brondocumenten


Historie