Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01769

Toezegging Vergelijkend onderzoek kindregelingen (33.525)



De minister van SZW zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Hoekstra, toe te laten onderzoeken hoe de maatregelen ter ondersteuning van gezinnen met kinderen zich verhouden tot die van aangrenzende en Scandinavische landen.


Kerngegevens

Nummer T01769
Status voldaan
Datum toezegging 25 juni 2013
Deadline 1 januari 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden Mr. W.B. Hoekstra (CDA)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen buitenland
kinderbijslag
kindregelingen
onderzoek
Kamerstukken Niet indexeren basiskinderbijslagbedrag per 1 juli 2013 (33.525)


Uit de stukken

Handelingen I 2012-2013, nr. 32-5- blz. 9

De heer Hoekstra (CDA):

Mijn fractie zou ook graag van de minister vernemen hoe ondersteuning van gezinnen door de overheid in Nederland zich precies verhoudt tot overheidsondersteuning van gezinnen met kinderen in bijvoorbeeld ons omringende landen en ook de Scandinavische landen. Daar heeft recent het een en ander over in de pers gestaan. Zonder daar nu uitsluitend op af te willen gaan, roept dat toch de vraag op of andere overheden in tijden van bezuinigingen de families met kinderen meer ondersteunen dan de Nederlandse overheid doet. Kan de minister daarom toezeggen dat hij de Eerste Kamer hierover bericht? Wij zouden ook graag van hem horen op welk moment hij denkt dat het mogelijk is om een dergelijk onderzoek te voltooien, vooral omdat hij vast nog meer met de kindregelingen van plan is.

Handelingen I 2012-2013, nr. 32-10 - blz. 40-41

De heer Hoekstra (CDA):

Ik neem graag van de minister aan dat een vergelijking tussen verschillende landen ingewikkeld is. We hebben allemaal de bijlage gezien die in de beantwoording is meegenomen. Kan de minister een onderzoek toezeggen om dat toch te doen? Voor het debat van vandaag, en zeker voor het debat dat nog komen gaat, is het namelijk van groot belang om te begrijpen of de dingen die we ook uit de media opmaken, dat het bijvoorbeeld in Duitsland en bijvoorbeeld in België veel beter is gesteld met de positie van gezinnen met kinderen dan in Nederland, juist of onjuist zijn. Is de minister bereid om dat toe te zeggen?

Minister Asscher:

Tegen een zo redelijk gestelde vraag om een onderzoek zeg ik "ja", zij het met de disclaimer erbij die ik net heb verwoord: je blijft hoe dan ook zitten met problemen in de vergelijkbaarheid. Maar ik ga mijn best doen om bij de voorbereiding van het wetsvoorstel kwalitatief wat te zeggen over de vergelijking tussen de landen om ons heen, en Nederland.

De heer Hoekstra (CDA):

Dat helpt enorm. Ik denk dat het nuttig kan zijn om een paar elementen te benoemen die de minister daarin kan meenemen. Dat gaat natuurlijk om de kinderbijslag en equivalenten daarvan. Ik kan me voorstellen dat veel fracties geïnteresseerd zijn in de kinderopvang en de toeslagen die men daarvoor in de verschillende landen al dan niet kan verkrijgen. Maar de minister noemde nog een aantal andere elementen die daarvoor misschien in aanmerking komen.

Minister Asscher:

Ik dank de heer Hoekstra voor de suggesties. Bij de uitwerking van deze toezegging, op weg naar het wetsvoorstel dat later dit jaar langskomt, zal ik proberen haar op een goede manier gestand te doen.


Brondocumenten


Historie