Stemming motie Grondgebonden groei melkveehouderij



Verslag van de vergadering van 19 mei 2015 (2014/2015 nr. 31)

Aanvang: 14.09 uur

Status: gecorrigeerd


Stemming motie Grondgebonden groei melkveehouderij

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het debat over het voorgehangen ontwerpbesluit grondgebonden groei melkveehouderij,

te weten:

de motie-Koffeman c.s. over het stellen van een wettelijk kader waarin grondgebondenheid een duidelijke relatie kent met weidegang (33979, letter Q).

(Zie vergadering van 28 april 2015.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.


De heer Holdijk (SGP):

Voorzitter. Aan het debat op 28 april jongstleden in deze Kamer over de voorgehangen AMvB inzake een grondgebonden groei van de melkveehouderij heb ik niet deelgenomen. Maar ik heb het debat wel bijgewoond. Ofschoon de Kamer uiteraard gerechtigd was dit debat te voeren, vond ik in het feit dat dit debat werd gehouden enkele dagen na een debat over dezelfde aangelegenheid in de Tweede Kamer een argument om me van deelname aan dit debat te onthouden. Gegeven echter het feit dat het debat een motie heeft opgeleverd, meen ik dat een stemverklaring op haar plaats is.

Bij het debat over het wetsvoorstel in deze Kamer op 15 december vorig jaar liet ik reeds weten dat ik een wettelijk kader voor een grondgebonden groei wenselijk achtte. De staatssecretaris heeft op 28 april jongstleden toegezegd de wens van de Kamer op dit punt te zullen honoreren. Tijdens het debat over het wetsvoorstel gaf ik reeds te kennen geen voorstander van een wettelijke verplichting tot weidegang te zijn. Dat ben ik ook thans niet. Een regeling op dit punt is in mijn opvatting geen taak voor de wetgever, voornamelijk omdat niet te voorzien is, in elk geval niet in dit stadium, tot welke complexe problemen een verplichting op bedrijfsniveau kan leiden.


De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Koffeman c.s. (33979, letter Q).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV, GroenLinks, de SP, 50PLUS, de PvdD en De Lange voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, de ChristenUnie, de SGP en D66 ertegen, zodat zij is verworpen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.