25.621

Elektriciteitswet 19..



Dit wetsvoorstel regelt dat de afnemers van elektriciteit vrij zijn in de keuze van hun leverancier en dat iedereen elektriciteit mag produceren.

Zo wordt de Europese richtlijn voor de interne markt voor de elektriciteit geïmplementeerd, waarin voor een stapsgewijze openstelling van de elektriciteitsmarkten in Europa is gekozen Het voorstel sluit tevens aan bij de toenemende liberalisering van deze markten.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 24 maart 1998 door de Tweede Kamer aangenomen. De fracties GroenLinks, SP en CD stemden tegen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 30 juni 1998 zonder stemming aangenomen. De fractie van GroenLinks werd daarbij aantekening verleend.

De wet is opgenomen in Staatsblad 427 van 16 juli 1998.


Kerngegevens

ingediend

18 september 1997

titel

Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet 19..)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Economische Zaken

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

De artikelen 28 tot en met 32 vervallen op 19 februari 2006 dan wel op een bij koninlijk besluit te bepalen eerder tijdstip.


Hoofdlijnen

  • De volgende categorieën afnemers worden achtereenvolgens vrij in de keuze van leverancier van elektriciteit:
    • Grootverbruikers: grote industriële verbruikers met een totale afname van ongeveer 33%
    • Tussengroep: middelgrote industriële bedrijven met ongeveer 29%
    • Kleinverbruikers: midden- en kleinbedrijf, bouw, horeca en huishoudelijke gebruikers (ongeveer 38%)
  • De tweede categorie zijn tot en met 2001 en de derde tot en met 2006 als 'beschermde afnemers' aan hun vaste leverancier gebonden; dat wil zeggen dat andere leveranciers een vergunning nodig hebben om toch aan deze groepen te kunnen leveren.
  • Naast het recht om te leveren houdt deze vergunning ook een verbod in om hiervoor meer te laten betalen dan een vastgesteld maximum.
  • Grootverbruikers, handelaren, producenten en distributiebedrijven hebben wettelijk de vrijheid van afname. Daarmee hebben zij in beginsel ook vrijheid van invoer van elektriciteit uit het buitenland.
  • De huidige eigenaren van het elektriciteitsnet, de productie- en distributiebedrijven moeten het beheer van hun netten onderbrengen in afzonderlijke vennootschappen om te voorkomen dat van het natuurlijke monopolie dat elektriciteitsnetwerken zijn, misbruik kan worden gemaakt.

Documenten