33.754

Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit



Dit wetsvoorstel beoogt fraude in het stelsel van toeslagen en in de fiscaliteit te bestrijden door maatregelen te nemen om het toezicht te intensiveren, het boete- en strafrecht te verruimen en de invordering te versterken. Het voorstel is onder andere een reactie op de ‘Bulgarenfraude’ die eerder in 2013 aan het licht kwam.


Stand van zaken

Het voorstel (EK 33.754, A) is op 19 november 2013 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 17 december 2013 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen. Over vijf ingediende moties is ook op 17 december 2013 gestemd.

Voor de Eerste Kamercommissie voor Financiën werd op 26 november 2013 een technische briefing door medewerkers van het ministerie van Financiën gehouden.

Het voorstel werd gezamenlijk behandeld met de wetsvoorstellen 33.752, 33.753 en 33.755.


Kerngegevens

ingediend

17 september 2013

titel

Wijziging van enkele wetten met het oog op de bestrijding van fraude in de toeslagen en fiscaliteit (Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit)

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2014, met dien verstande dat:
  • de wijziging ingevolge artikel I, onderdeel B, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot vergrijpen die zijn begaan op of na 1 januari 2014;
  • de wijzigingen ingevolge artikel I, onderdeel Ba en artikel III, onderdelen I, J en K, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot verzuimen en vergrijpen die zijn begaan op of na 1 januari 2014. 
  • 2. 
    Artikel II, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 december 2013.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid treden het in artikel I, onderdeel A, opgenomen artikel 13, vijfde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel II, onderdelen D, F en G, het in artikel III, onderdeel B, opgenomen artikel 16, zevende lid, eerste volzin, onderdeel b, en tweede volzin, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel III, onderdeel C, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
  • 4. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel IV in werking op hetzelfde tijdstip dat artikel IV, onderdeel K, van het bij koninklijke boodschap van 30 augustus 2013 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagen en een regeling voor het elektronische berichtenverkeer (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) (Kamerstukken 33.714), nadat dat voorstel van wet tot wet is verheven, in werking treedt.

Documenten