Dit wetsvoorstel wijzigt in de Wet Luchtvaart de bevoegdheidsverdeling tussen de ministers van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en van Defensie. Hiermee krijgt de minister van Defensie, al dan niet in overeenstemming met de minister van I&W, de bevoegd besluiten te nemen als deze een buitenlandse militaire luchthaven betreffen.
Hierbij moet gedacht worden aan de luchthavens in het buitenland dichtbij de Nederlandse grens, bijvoorbeeld luchthaven Weeze en militaire luchthaven Geilenkirchen, beide in Duitsland. Het gaat om beperkingengebieden in verband met de geluidbelasting, het externe veiligheidsrisico en de vliegveiligheid vanwege het gebruik van buitenlandse luchthavens, voor zover deze beperkingengebieden op Nederlands grondgebied liggen.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer heeft het voorstel (TK, 2) op 19 maart 2026 als hamerstuk afgedaan.
Het voorstel is in behandeling bij de Eerste Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO). Tenzij een van de leden uiterlijk 31 maart 2026 kenbaar maakt schriftelijke voorbereiding te wensen, zal de commissie blanco verslag uitbrengen. Het voorstel wordt dan op 7 april 2026 als hamerstuk afgedaan.
ingediend
15 augustus 2025titel
Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavensschriftelijke voorbereiding
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Er zijn geen documenten gevonden.