1.Vaststellen agenda
2.36865
Herindeling gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Beslispunt
De commissie bespreekt vandaag - na ontvangst van de nota naar aanleiding van het verslag - de nadere procedure. Hoe wenst uw commissie te besluiten?
-
1.het wetsvoorstel aanmelden voor plenaire afhandeling als hamerstuk?
-
2.het wetsvoorstel aanmelden voor plenaire afhandeling d.m.v. stemming?
-
3.het wetsvoorstel aanmelden voor plenair debat? *)
-
4.een datum bepalen voor inbreng voor het tweede verslag?*)**)
*) Aangezien de regering het wetsvoorstel als 'spoedeisend' wenst aan te merken, kan de commissie overwegen om - als nog nadere vragen leven - niet te besluiten tot inbreng voor een tweede verslag, maar het aan te melden voor een plenair debat, waarin deze vragen dan kunnen worden gesteld.
**) Mocht de commissie bij meerderheid besluiten tot een tweede schriftelijke vragenronde, dan zou de commissie - gelet op de door de regering gewenste spoed - ervoor kunnen kiezen de inbrengdatum voor het (tweede) verslag vast te stellen op 23 juni a.s. en in het tweede verslag het wetsvoorstel tevens aan te melden voor plenaire behandeling, onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag.
Toelichting
De minister van BZK heeft de Kamer bij brief (36865, A) verzocht het wetsvoorstel houdende herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren nog voor uw reces te behandelen. Dit houdt verband met termijnen die uit de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) voortvloeien. Uit artikel 2, tweede lid, van de Wet arhi, vloeit voort dat gedeputeerde staten uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling van een herindelingswet een grensbeschrijving op dienen te stellen. Uit artikel 2, derde lid, van de Wet arhi, volgt dat een herindelingswet pas in werking kan treden nadat de grensbeschrijving door gedeputeerde staten is vastgesteld. Dit betekent dat de herindelingswet volgens de minister van BZK in juli zou moeten worden vastgesteld.
Het is volgens de minister van BZK van het grootste belang dat de wet uiterlijk op 17 september 2026 in werking treedt, omdat ingevolge artikel 56d, eerste lid, van de Wet arhi, de herindelingsverkiezingen anders niet doorgaan. Dit zou betekenen dat de herindeling niet op 1 januari 2027 zou kunnen plaatsvinden, wat financiële, bestuurlijke en organisatorische gevolgen voor de betrokken gemeenten heeft.
Uw commissie heeft op 2 juni jl. als volgt besloten: "De commissie biedt op 9 juni 2026 gelegenheid tot het leveren van inbreng voor het verslag en spreekt in meerderheid het streven uit om het wetsvoorstel voor het Kamerreces plenair af te handelen." Het verslag is op 12 juni jl. vastgesteld en later die dag is de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen.
Nadere procedure
3.CLXXVI
Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
Beslispunt
De commissie bespreekt vandaag - na ontvangst van de nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging - de nadere procedure. Hoe wenst uw commissie te besluiten?
-
1.het wetsvoorstel aanmelden voor plenaire afhandeling als hamerstuk?
-
2.het wetsvoorstel aanmelden voor plenaire afhandeling d.m.v. stemming?
-
3.het wetsvoorstel aanmelden voor plenair debat?
-
4.een datum bepalen voor inbreng voor het tweede verslag?
Toelichting
Op vrijdag 12 juni 2026 heeft u de nota naar aanleiding van het verslag (CLXXVI, C) en een nota van wijziging (CLXXVI, D) van de voorstellers ontvangen. Vandaag bespreekt uw commissie de nadere procedure.
Het College van Voorzitter en Ondervoorzitters heeft in de vergadering van het College van fractievoorzitters van 2 juni jl. een advies omtrent een onderdeel van deze regeling in het vooruitzicht gesteld. Dit advies (CLXXVI, E) is - louter ter kennisneming *) - bij dit agendapunt gevoegd.
*) In het voorbereidend onderzoek van de voorgestelde Regeling 2026 kunnen in de commissie BIZA alleen vragen worden gesteld aan de voorstellers van de regeling.
Huidige regeling
De Kamer beschikt momenteel over de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2023. Bij de meest recente wijziging, door de Kamer aanvaard op 5 december 2023, werd het basisbedrag voor alle fracties verhoogd. Zie dossier: Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2023 (CLX)
Achtergrond voorstel
Naar aanleiding van de evaluatie van de vigerende Regeling hebben de leden Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD) en Van Meenen (D66) in het College van fractievoorzitters voorgesteld deze aan te passen zodat fracties in de toekomst doelmatiger en bestendiger zouden kunnen begroten. De hoofdlijnen van zo'n voorstel zijn door het lid Van Meenen op 24 februari 2026 toegelicht in het het College van fractievoorzitters en konden daar toen rekenen op brede steun. Vrijdag 5 juni jl. is het voorstel van de leden Rosenmöller, Klip-Martin en Van Meenen voor een nieuwe Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 formeel ingediend. Op 2 juni jl. was een conceptversie van dit voorstel reeds ter bespreking geagendeerd in de vergadering van het College van fractievoorzitters.
De nieuwe regeling moet het mogelijk maken om een egalisatiereserve op te bouwen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. Tevens wordt met de regeling d.m.v. overgangsrecht in artikel 19 voorgesteld de onbenutte bedragen uit 2024 alsnog in te kunnen zetten voor het lopende jaar (2026).
Besloten is conform artikel 133 van het Reglement van Orde het voorbereidend onderzoek van het voorstel voor deze Kamerregeling te beleggen bij de commissie voor Binnenlandse Zaken.
Voorbereidend onderzoek vergelijkbaar met dat van een wetsvoorstel
Voor wat het voorbereidend onderzoek van het voorstel in de commissie betreft, geldt dat het voorstel op de gewone wijze, als is het een wetsvoorstel, wordt behandeld. Artikel 136, lid 1 RvO bepaalt immers dat het voorstel ‘op dezelfde wijze [wordt behandeld] als een wetsvoorstel dat aan de commissie is toevertrouwd, waarbij de voorsteller in de plaats treedt van de minister.’ In het verslag kunnen derhalve vragen worden gesteld aan de voorstellers (Rosenmöller, Klip en Van Meenen) en dezen zullen schriftelijk antwoorden met een nota naar aanleiding van het verslag.
Nadere procedure
4.34.972 / 35.868, AG
Brief van de staatssecretarissen van EZ en van BZK over enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo); Wet digitale overheid
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering?
Toelichting
Aan de Kamer is, in de brief “Beantwoording vragen over de voortgang Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie en aankondiging nieuwe acties", toegezegd dat zij zal worden geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar een meldvoorziening, onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan en kenniscentrum in het kader van de Digitaledienstenverordening (DSA) (35295, BE). In de brief (34872, AG) d.d. 24 april 2026 gaan de staatssecretarissen van BZK en EZ hier onder punt 2 nader op in. Op 26 mei jl. heeft de commissie besloten heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering.
Inbreng voor schriftelijk overleg
5.36836, D
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over het voorgehangen ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit; Uitvoering maatregelen kabinetsreactie op rapport parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord? (NB ontwerpbesluit is voor advisering voorgelegd bij de Afdeling advisering van de Raad van State)
Toelichting
Op 13 februari 2026 heeft de toenmalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het ontwerpbesluit 'Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen' aan de Kamer aangeboden. De aanbieding geschiedde in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure voor het verruimen van de reikwijdte van de vergoeding voor rechtsbijstand en bijstand door andere deskundigen (artikel 13n, zesde lid, van de Tijdelijke wet Groningen; artikel I, onderdeel I, van het ontwerpbesluit) en bood de Kamer de mogelijkheid zich hierover uit te spreken voordat het ontwerpbesluit aan de Afdeling advisering van de Raad van State zou worden voorgelegd en vervolgens zou worden vastgesteld. De minister schrijft in de nu ontvangen brief dat hij het ontwerpbesluit voor advisering zal voorleggen bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Geschiedenis
Op 3 maart 2026 heeft de commissie op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB) besloten dit onderwerp in de daarop volgende vergadering te agenderen. In de Tweede Kamer was de voorhang van het ontwerpbesluit bij brief van 10 maart 2026 gestuit. Op 17 maart 2026 besloot uw commissie de behandeling aan te houden in afwachting van de beantwoording van door de Tweede Kamer gestelde vragen over het ontwerpbesluit. Op 14 april jl. besloot uw commissie de bespreking van het agendapunt aan te houden tot 12 mei 2026, zodat het lid Van Langen-Visbeek (BBB) kon nagaan of de bij haar levende vragen over het ontwerpbesluit in voldoende mate bij de behandeling in de Tweede Kamer waren geadresseerd. Het lid Van Langen-Visbeek heeft op 12 mei jl. alsnog vragen gesteld aan de regering. Deze vragen zijn op 2 juni jl. beantwoord.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
6.36929
Jaarverslag Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman 2025
Beslispunt
Wenst u het Jaarverslag 2025 voor kennisgeving aan te nemen?
Toelichting
De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben per brief van 21 mei jl. het Jaarverslag 2025 aangeboden aan de Eerste Kamer. Het is te doen gebruikelijk dat een kabinetsreactie volgt op het Jaarverslag van de Ombudsmannen. Op 28 oktober 2025 heeft uw commissie een gesprek gevoerd met Reinier van Zutphen, Nationale ombudsman, en Margrite Kalverboer, Kinderombudsman, over het Jaarverslag 2024.
Bespreking
7.29362, AR
Brief van de minister van BZK met de standen van de uitvoering BZK 2024; Modernisering van de overheid
Beslispunt
Wenst de commissie de Standen van Uitvoering in behandeling te nemen? Zo ja, op welke wijze?
Toelichting
Bij brief van 5 juni jl. informeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de belangrijkste knelpunten die uit de Standen van de Uitvoering door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Logius, Huis voor Klokkenluiders en het adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) naar voren zijn gebracht. De individuele standen per organisatie zijn als bijlagen bij de brief gevoegd.
De standen van uitvoering van de uitvoeringsorganisaties op het gebied van het herstel van de schade in Groningen zijn niet meegenomen in de nu ontvangen brief, omdat die in 2024 nog onder de verantwoordelijkheid van zijn ambtsgenoot van Economische Zaken vielen (maar wel dus in de portefeuille van uw commissie).
De behandeling van de stand van de uitvoering van AcICT zal via de commissie Digitalisering verlopen.
Bespreking
8.36800 B, H
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de nahang van het besluit Financiële verhoudingen 2001 in verband met wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds, integraal overzicht financiën gemeenten en provincies en preventief toezicht gemeenten 2026; Begrotingsstaat gemeentefonds 2026
Beslispunt
Zijn de gestelde vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
In de commissievergadering van 31 maart jl. besloot uw commissie op 14 april 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D), waarbij de inbreng zou worden gecombineerd. Deze vragen zijn op 8 juni jl. beantwoord.
Geschiedenis
-
-Naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP) tijdens de plenaire behandeling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds op 8 april 2025, heeft de toenmalige minister van BZK bij de provinciale financiële toezichthouders geïnformeerd naar hun verwachtingen ten aanzien van het aantal gemeenten dat in 2026 onder preventief toezicht zal komen te staan. De minister heeft de Kamer hierover bij brief van 11 juni 2025 (36.600 B, M) geïnformeerd.
-
-Tijdens de commissievergadering van 8 juli 2025 heeft de commissie de regering verzocht haar na het zomerreces per brief te informeren over eventuele wijzigingen in deze verwachtingen. De minister heeft hieraan invulling gegeven bij brief van 22 september 2025 (36.600 B, P). Naar aanleiding van deze brief heeft de commissie op 7 oktober 2025 besloten het Integraal Overzicht Financiële Gemeenten en Provincies af te wachten, dat op 2 december 2025 is ontvangen (36.800 B/36.800 C, B).
-
-Op 10 februari 2026 hebben de leden van de fracties van de BBB en de PVV inbreng geleverd voor schriftelijk overleg. De inbreng is bij brief van 17 februari 2026 aan de minister van BZK toegezonden en had betrekking op de volgende stukken:
-
1.de brief van 11 juni (36.600 B, M);
-
2.de brief van 22 september 2025 (36.600 B, P);
-
3.het Integraal Overzicht Financiële Gemeenten en Provincies (36.800 B/36.800 C, B).
-
-
-De minister van BZK heeft, mede namens de staatssecretaris van Financiën, bij brief van 24 maart 2026 geantwoord (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C).
-
-In de commissievergadering van 31 maart jl. besloot uw commissie 14 april 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D), waarbij de inbreng zou worden gecombineerd. Deze vragen zijn op 8 juni jl. beantwoord.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
9.36887, B
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK naar aanleiding van de Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Europese Kiesakte; EU-voorstel: wijziging van de Akte betreffende de verkiezingen van de leden van het Europees Parlement tot het in staat stellen van EP-leden tijdens zwangerschap of na bevalling bij volmacht laten stemmen tijdens plenaire vergaderingen
Beslispunt
Zijn de nadere vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Naar aanleiding van de voorgenomen wijziging van de Kiesakte wensten de leden van de fractie van de BBB (Van Langen-Visbeek) met de minister van BZK in schriftelijk overleg te treden. De brief die op 3 februari 2026 is verzonden, is op 6 maart 2026 door de minister van BZK beantwoord (36.887, A). Op 10 april 2026 is een brief met vervolgvragen verzonden, die op 27 mei jl. door de minister van BZK is beantwoord. Het verslag van een nader schriftelijk overleg ligt vandaag ter bespreking voor.
Nota bene
Op 16 januari 2026 ontving de Kamer de kabinetsappreciatie ten aanzien van de voorgenomen wijziging van de Europese Kiesakte. Tijdens de Raad Algemene Zaken van 26 mei jl. is het wijzigingsvoorstel afgedaan als hamerstuk nadat er eerder instemming was verleend door het Europees Parlement. De tekst is door de Raad op een aantal details gewijzigd ten opzichte van de oorsponkelijke resolutie van het Europees Parlement. De lidstaten zullen nu de wijziging van de Europese Kiesakte individueel moeten ratificeren. In Nederland zal de wijziging van de Europese Kiesakte conform de procedure gegeven in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen worden geratificeerd.
Bespreking verslag nader schriftelijk overleg
10.Mededelingen en informatie
Correctie op de brief 36.600 B / 29.362, X van 28 mei 2026 inzake Verdeling gemeentefonds en ROB advies ingroeipad
Op 8 juni jl. ontving uw Kamer een brief inzake Verdeling gemeentefonds en ROB advies ingroeipad (36.600 B / 29.362, Y). Deze brief betreft een correctie op de brief van 28 mei 2026, die geagendeerd stond in de commissievergadering van 2 juni 2026, ten aanzien van de Verdeling gemeentefonds en ROB advies ingroeipad (36.600 B / 29.362, X).
'Discriminatie doorbreken. Naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt'
Op 8 juni 2026 publiceerde de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme haar eindrapport 'Discriminatie doorbreken. Naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt'. Daarin presenteert de staatscommissie een actieagenda om discriminatie door de overheid in Europees en Caribisch Nederland aan te pakken. De Ondervoorzitter van de Eerste Kamer, Hendrik-Jan Talsma, nam het eindrapport namens de Eerste Kamer in ontvangst.
De Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft de Kamer op 27 januari 2026 een brief gestuurd waarin zij aangaf graag met de commissie BIZA in gesprek te gaan over het werk en de inzichten van de Staatscommissie. Eerder had uw commissie aangegeven aan dit verzoek gehoor te willen geven. De staf gaat na wanneer het gesprek tussen de commissie en de Staatscommissie kan plaatsvinden.
Nationaal Burgerberaad Klimaat
Op dinsdag 30 juni a.s. van 17.00 tot 18.00 uur vindt het gesprek tussen uw commssie en het Nationaal Burgerberaad Klimaat plaats. De commissie besloot op 17 maart 2026 in te gaan op het gespreksverzoek van het Nationaal Burgerberaad Klimaat. De bijeenkomst zal gaan over het instrument burgerberaad en nieuwe vormen van burgerparticipatie. Het inhoudelijke thema 'klimaat' is niet aan de orde in het gesprek. Afgelopen week was het Nationaal Burgerberaad Klimaat te gast op het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO), georganiseerd door Eerste en Tweede Kamer samen.
